|
Voerhoeveelheden |
|
|
Veel of weinig voer? |
|
|
Koos Maton ving deze 28-ponder uit Loosdrecht zeer vlot op een voerstek!
|
|
|
|
|
|
Sinds 1984 vis ik al op karpers. Tot op de huidige dag gebruikte ik altijd voerstekken. In het artikel 'Nut en opbouw van een voerstek' heb ik uitvoerig de redenen te beschreven van het aantal voerdagen. Het is mijn jarenlange ervaring dat twee voerdagen in de meeste gevallen ruim voldoende zijn om een paar karpers op de voerstek te krijgen en die een tijdlang 'vast te houden'. Drie voerdagen is het maximum. Gedurende deze voerdagen wordt er dus niet gevist! Nee, het is de bedoeling dat het voer 'het werk doet' en dat een paar dagen lang. Elke dag gaat de visser naar de waterkant en gooit op een van tevoren uitgekozen stek een hoeveelheid voer het water in. In dit artikel zal ik de mogelijkheden bespreken over de dagelijkse voerhoeveelheid, maar ook en vooral waarvan dat afhangt. Waarom gaat het ene keer met veel voer voortreffelijk, maar een andere keer juist niet? |
|
|
Verschil winter - zomer |
|
|
Wanneer ik besluit te voeren, is het eerste waarop ik let de watertemperatuur. Is die hoog of is die laag? Karpers zijn koudbloedige vissen en hun lichaam neemt in het water nagenoeg dezelfde temperatuur aan als die van het water, waarin zij zwemmen. In de zomer komt de watertemperatuur makkelijk boven de 20°, 21° Celsius. In de wintermaanden varieert de watertemperatuur tussen 4° en 7° Celsius. Naast dit verschil tussen zomer en winter hangt de watertemperatuur ook af van andere dingen. In de lente- maar ook in de herfstmaanden zal de watertemperatuur variëren tussen 14° en 18° Celsius. Ook het wisselende weer van alledag beïnvloedt de watertemperatuur. Het belang van de watertemperatuur is groot. Als het winter is, is het water koud en zal de stofwisseling en ook de spijsvertering van de karpers traag verlopen. In de zomer daarentegen is het water warm en zal de spijsvertering razendsnel gaan. Deze scherpe tegenstelling duidt erop, dat er in de wintermaanden niet dezelfde hoeveelheden inkunnen als in de veel warmere zomermaanden. In de zomer kan er behoorlijk wat in, terwijl de voerstek in de winter vlug wordt stukgevoerd! |
|
|
Grafiek doorlooptijd |
|
|
Dit stukvoeren bij koude watertemperaturen heeft alles te maken met de lange tijdsduur dat het voedsel zich in de darmen van onze karper bevindt. Als er teveel aas ligt, zal de karper snel verzadigd zijn en zal het vele uren duren voordat het gegeten voedsel op een natuurlijke wijze wordt afgescheiden. Het duurt gewoon erg lang voordat de karper naar de WC toemoet. In de zomer duurt het maar vijf tot zeven uur voordat de vis de restanten van het verteerde voedsel kwijt is. Bij 15° Celsius zit je al op 10 uur! Om maar niet te spreken van de winterperiode, waar 17 uur of nog langer een feit is. Dat is ook de reden dat karpers in de zomer de resten van het voer meestal kwijt zijn. Dus op het moment dat ze worden gevangen. Netjes gezegd, ze hebben het afgescheiden via de faeces. Dit in tegenstelling tot de winterperiode waar elke gevangen karper ontlasting van het gegeten visaas bij zich draagt. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Een karper is koudbloedig! Bij kouder water gaat de stofwisseling bij de karper steeds trager! et voedsel bevindt zich dus steeds langer in zijn darmen! Misschien zullen velen het overdreven vinden om elke keer de watertemperatuur op te meten. Ik geef het toe, een aantal vissers met zeer veel ervaring hoeven het misschien niet te doen. Zij voelen aan wat ze moeten doen. Ik krijg door die watertemperatuur een brok zekerheid. Door alleen naar het water te kijken of het te voelen, schiet ik niets op. Ik kan het niet zien of het 21°, 18° of 16° Celsius is, maar als ik het daadwerkelijk opmeet, dan weet ik het wèl. Als ik eenmaal de watertemperatuur weet, is mijn beslissing hoeveel ik moet voeren al een stuk makkelijker. |
|
|
Het aantal karpers? |
|
|
k hoor of lees wel eens, dat men 'het aantal karpers van een water' als uitgangspunt neemt. Goed nagedacht, weten we direct dat dat een onzinnige redenering is. Ik zou dan dus op de meeste wateren waar ik vis een vrachtwagen vol voer op mijn stek moeten storten! Hoeveel eten eigenlijk 200, 300 of 1000 karpers? Het gaat erom wat haalbaar is op de visstek, namelijk de stek die we hebben uitgekozen om daar te gaan vissen.
Sector Op elk water, groot of klein, bestrijkt de gekozen stek slechts een sector. De voerstek slaagt wanneer op een redelijk korte termijn een beperkt aantal karpers zich op die bewuste stek gaan ophouden, dan wel geregeld er terugkomen. Om dit bereiken moet moeite worden gedaan, soms zeer veel moeite. Het is zeker dat een deel van de aangevoerde karpers verloren gaat door welke oorzaak dan ook. Terwijl zij toch van het aas op de stek hebben gegeten! Dat geeft niet want we streven naar een haalbare piek die karakteristiek is per stek en per water. Deze piek betekent de top in aantal en grootte der karpers, die ter plekke bereikbaar is. Enkele vissessies later wéten we wat die top is. Om succes te hebben, is de combinatie van het aantal voerdagen en de juiste voerhoeveelheid voer per dag belangrijk. |
|
|
Liever weinig voer |
|
|
De grootste fout die ik zelf vaak maakte , is de stek nog beter te willen maken door extra dagen te voeren en nog meer aas te gebruiken. Zo eenvoudig werkt dat niet en zeker niet in de koude tijd! De neiging 'meer, meer, meer' hebben allemaal, maar die moeten we onderdrukken. Vaak kom je daar achter door schade en schande. Drie voorbeelden: |
|
|
1e Voorbeeld |
|
|
Precies langs die balk voerde ik niet meer dan 600 gram boilies! Gevangen in het A'dam-Rijnkanaal bij 10° Celsius.
|
|
|
|
|
|
In november 1991 stond ik bij het ontzagwekkende Amsterdam-Rijnkanaal. De watertemperatuur bedroeg 10° Celsius. In een plastic zakje had ik 600 gram vismeelboilies van 25% eiwit. Hoewel ik uit ervaring wist dat die hoeveelheid ruim voldoende was, voelde ik me niet happy, toen er een gigantische olietanker passeerde. Die zoog zo hard dat het water een halve meter daalde! Ik kreeg direct de neiging naar huis te gaan om meer boilies te halen. Dat kleine beetje boilies had toch geen effect? Mijn gevoel wilde meer, maar toch zei mijn verstand het niet te doen. In het verleden had ik het met een kilo geprobeerd en dat werd bijna altijd een fiasco! Ook bewezen bevriende vissers dat een geringe voerhoeveelheid in de kou vaak uitstekend werkte. |
|
|
2e Voorbeeld |
|
|
Carolus viste viste hier al in 1991! en ving ik in april 1996 een 36-ponder.
|
|
|
|
|
|
Typerend was het succes van Carolus van Kuilenburg die de durf en moed verzamelde om op een plek met zeer veel stroming slechts 350 gram boilies per dag te voeren.
Op de vierde dag ving hij in het prille voorjaar van 1991 een prachtige 32-ponder. Al in het eerste viskwartier lag die karper in zijn landingsnet! Natuurlijk was die vangst uniek en een incident, maar de manier waarop hij voerde was daarom niet minder belangrijk. Met zo weinig voer klikte het dus degelijk. Als men beweert dat Carolus deze vis misschien ook zou hebben gevangen als hij meer had gevoerd, dan kan ik dat alleen beschouwen als een gedachte die waar zou kunnen zijn. Maar... dat weten we juist niet! Wat we wél weten is dat Carolus' manier lukte, dat is een vaststaand feit. Wat er gebeurd zou zijn, als... zal voor altijd in het duister blijven. |
|
|
Voorbeeld 3. |
|
|
Peter Snel ving in december 1991 een mooie schubkarper van 28 pond bij een watertemperatuur van slechts 4°Celsius. Twee keer voerde hij slechts 25 boilies per dag!
Die 28-ponder bleek later De Vreemdeling te zijn! Zie Karpervissen, Avontuur en Passie blz. 98. |
|
|
Hoeveel concreet? |
|
|
Waar gaat het om? Wat moet voer bewerkstelligen? De hoeveelheid aas die per dag gevoerd wordt, mag niet te veel zijn, maar ook niet te weinig. In het eerste geval worden de karpers verzadigd en zijn de vissen niet meer gretig. In het tweede geval, als er te weinig ligt, zwemmen ze weg. Hoeveel voer moet er elke dag in? Natuurlijk zijn de meningen verdeeld. Als ik partikels buiten beschouwing laat en me beperk tot boilies, is het voor mij duidelijk. |
|
|
|
|
|
 |
Winter : In de koude winterperiode gebruik ik een gewicht tussen 200 en 400 gram boilies. Maximaal gebruik ik in principe 500 gram en bij hoge uitzondering gooi ik er wel eens 700-800 gram in. Bijvoorbeeld in een groot kanaal met harde stroom, maar zelfs dan heb ik mijn twijfels. Misschien ten overvloede, bij koud water gebruik ik altijd boilies op vismeelbasis. Met dat vismeel verhoog ik het eiwitgehalte. |
 |
Lente en voorjaar : In de voorjaar liggen de juiste voerhoeveelheden moeilijker door het ongedurige paaigedrag van de karpers. In deze periode stijgt de watertemperatuur snel of langzaam. De hoeveelheid voer verhoog ik afhankelijk van die stijging tot tussen 700 en 1000 gram. Bovendien verlaag ik het eiwitgehalte van mijn boilies. In de vergelijkbare periode van de herfst is het gedrag van de karpers stabiel en gebruik ik vooral iets rijker zomervoer in hoeveelheden van ongeveer 1000 gram. Met zomervoer bedoel ik boilies met een eiwitpercentage dat ligt ruim onder 20% |
 |
Zomer : Midden in de zomer ligt het allemaal wat minder nauw en varieer ik van water tot tussen 1000 en 1500 gram boilies per dag. Soms ook 2000 gram. Preciezer kan ik de dagelijkse hoeveelheid voer niet aangeven. De uiteindelijke keuze van het gewicht, tussen de hierboven gestelde gewichten, hangt af van de aparte omstandigheden per stek, de weersomstandigheden en de populatie ter plaatse. Dat is een kwestie van ervaring of gevoel. |
|
|
|
Zo weinig voeren? |
|
|
Slechts één aanbeet, wél 32 pond!
|
|
|
|
|
|
Deze vraag hoor ik vaak. De achtergrond is gelegen in de angst dat je karpers mist die langs de stek komen zwemmen. Op zich klinkt die vraag logisch, maar deze manier van denken leidt niet gauw tot succes. Het duurde heel wat jaren voordat ik met die angst kon afrekenen. Ik geloof nu dat een meer ingehouden benadering op de lange termijn meer rendement oplevert. Het voortdurend gebruik van de hiervoor genoemde gewichten is een zekere methode om continu karpers te vangen. De theoretische gedachte die hier achter steekt, zal ik uitleggen. |
|
|
|
|
|
Vragen De eenvoudigste hypothese is om er vanuit te gaan, dat er slechts één tot drie karpers langs de stek zwemmen. Iedereen zal dan een geringe hoeveelheid aas gerechtvaardigd vinden. Als we uitgaan van de suggestie dat er meer karpers langs de stek zwemmen en dat ook ik karpers loop te missen, dan stel ik de volgende vragen: |
|
|
|
|
|
 |
Hoe bepaal ik dat aantal karpers? Ik kan niet onder water kijken en als ik een vergissing maak, ligt er direct teveel. Hoegroter die inschattingsfout is, hoe sneller de stek wordt stukgevoerd. Het resultaat zal zich laten raden. |
 |
Hoeveel aas moet ik dan voeren bij lage watertemperaturen? Immers in de koude tijd concentreren de karpers zich toch in grotere aantallen? Of is het verschil tussen zomer en winter niet zinvol meer? |
 |
Hoeveel karpers vangen we in de praktijk? Vrijwel iedere karpervisser weet dat het bijna onmogelijk is om elke keer tien karpers te vangen. Het is gewoon niet reëel om er vanuit te gaan, dat dat wel zou kunnen. We zijn toch allemaal blij met ten minste één karper per keer? |
 |
Zouden we werkelijk veel karpers missen? Mijn probleem was namelijk niet dat ik niet meerdere aanbeten kon krijgen. Integendeel, geregeld ving ik er meer dan één en vijf karpers vond ik niet uitzonderlijk. En dan vis ik heus niet langer dan zes of zeven uur. |
|
|
|
Liever één vogel... |
|
|
Een oude bekende die ik twee keer ving!
|
|
|
|
|
|
Vraag: zouden we met weinig boilies, die ene grote nog wel vangen? Stel dat we een enorme voerhoeveelheid gebruiken dan tref je ook de dagen dat er geen of weinig karpers langszwemmen. Die situatie komt vaak voor. Met de zekere methode van matig voeren, zou ik die ene grote juist niet missen! Vaak genoeg heb ik het op een succesvolle voerstek meegemaakt dat ik binnen een zeer korte tijd, binnen de wachttijd van een uur, één grote karper ving. Diverse 30-ponders heb ik zo gevangen en ik niet alleen, maar ook vele van mijn visvrienden. Na de vangst van die ene grote karper was de buit binnen. Zelden kwam er eentje achteraan. Mijn motto: ik heb liever één vogel in de hand dan tien in de lucht! |
|
|
Grote hoeveelheden |
|
|
De zekere methode van voeren zoals ik die hierboven heb omschreven, gebruik ik al meer dan tien jaar. Ik kan alleen spreken uit de talloze ervaringen die ik heb opgedaan in de verschillende wateren die ik heb bevist. Mijn viswateren varieerden van onooglijke watertjes en plassen of putten van 20 hectaren tot de gigantische veenplassen in het midden van Nederland en die hadden oppervlaktes van duizenden hectaren. De Loosdrechtse Plassen zijn 5000 hectaren. Daarnaast beviste ik kleine riviertjes, maar ook de grootste kanalen van Nederland, zoals het Amsterdam-Rijnkanaal. Met die zekere methode leerde ik veel op al die wateren en boekte ik talloze successen. Op deze wateren ving ik de grootste karpers, tenminste voor zover we weten dat die er zwommen. Waarom deze inleiding? Heel simpel, de laatste tijd heb ik prima contacten overal in Nederland.
5 kilo boilies! Ik sprak met karpervissers die fenomenale successen boekten op de grote rivieren, zoals de Lek en de Maas. Als ik dan de voerhoeveelheden hoor die zij er dagelijks ingooiden, voelde ik me maar een kleine jongen met mijn zakjes. Wat te denken van vijf kilo boilies per dag! En dan zijn er bij die nog meer voeren! Ik zag fotoalbums met karpers uit Nederland zo groot, dat ik ervan kwijlde. Met dergelijke hoeveelheden boilies heb ik geen ervaring. Ik vermoed dat dat te maken heeft met de populatie die daar rondzwemt en de grootte van de karpers. Daarbij komt dan de zware stroming, de keien onder water en de geweldige scholen witvis van brasems, barbelen en grote windes, die allemaal een boiliehapje lusten. Die 5000 gram boilies heeft op zo'n stromende rivier met al zijn ongewenste vissoorten vermoedelijk hetzelfde effect als wanneer ik 1500 gram erin gooi op een stille veenplas als Loosdrecht. In het verleden heb ik het ook wel eens geprobeerd om veel te voeren, maar voor mij en mijn vrienden die dat ook wel deden, leverde dat eerder minder karpers op dan meer. |
|
|
Partikels |
|
|
De meeste ervaring heb ik opgedaan met maïs en tarwe. Ik gebruikte ze uitsluitend in de zomer en in de koele herfstmaanden. Maïs week ik altijd van tevoren en het liefste twee dagen. Daarna kook ik het zachtjes en minstens een half uur, dat koken bevordert de spijsvertering bij de karpers. Ik weet dat er ook met rauwe maïs wordt gevoerd, maar dat vind ik een verderfelijke en niet efficiënte manier van vissen. Op de eerste plaats toont de betreffende visser geen respect voor de vis, want de ongeweekte maïs zet uit. Daar komt bij dat de rauwe maïs moeilijk kan verteren. Er zullen wel karpers opkomen, maar de meeste vissen zullen 'letterlijk volgepropt' verdwijnen. Jaren geleden viste ik in de buurt van zulke jongens.
Een rauwe baal! Op de Vinkeveense plassen voerden ze tweemaal per week een halve baal, dus 12.500 gram maïs. Het verschil tussen hen en mij was als volgt. Ik ving nooit daverend maar had iedere keer karpers en dat continu het hele jaar. Toen de watertemperatuur daalde, ving ik zelfs beter! En zij? Ze vertelden me dat het alles of niets was. Vooral in de paaitijd van mei en juni hadden ze nachten van 20 karpers. Toen dat feest voorbij was, was het vangen over. Regelmatig moesten ze hun stek een tijd met rust laten, want de voerresten verzuurden en en bedierven de stek. Een paar weken later was er pas weer een visje te vangen. Typisch was ook dat ik op talloze stekken karpers ving die harde maïsresten uitpoepten. Dat gebeurde op afstanden van kilometers! Die karpers lieten ze gewoon glippen, maar op mijn stek bleven ze wel hangen! Toch weet ik dat grote hoeveelheden maïs, mits goed voorbereid, een mooi effect kunnen hebben. |
|
|
Tips voor maïs |
|
|
 |
Kook het altijd tot het zacht is! Vijf kilo droog wordt vijftien kilo nat! |
 |
Drie dagen voeren met deze hoeveelheid is ruim voldoende! |
 |
Gooi de gewone hoeveelheid boilies erbij, bijvoorbeeld 1500 gram. |
 |
Het eiwitgehalte van de boilies mag nu hoger zijn dan normaal, bijv. 20 - 30%. Immers de karpers eten alles samen. Het is hetzelfde als een stukje vlees bij de aardappels. |
 |
Het verdient aanbeveling deze gigantische hoeveelheden vooral te gebruiken bij watertemperaturen boven de 20°, 21° Celsius. Hoe kouder het water, hoe minder het effect is. |
 |
Vis een hele nacht. Zelfs in de nanacht en de vroege ochtend komen er karpers op terug. |
|
|
|
Tips voor tarwe |
|
|
 |
Voer het rauw en vooral bij hoge watertemperaturen. Als we eraan denken wat ik zojuist over het koken van de maïs heb gezegd, dan klinkt het misschien gek, maar de tarwekorrels voer ik rauw! Geweekte tarwekorrels zijn uiterst witvisgevoelig, maar wat belangrijker is, het zetmeel in de korrel is binnen enkele uren al zo zacht dat het karperlichaam er veel mee kan doen. In Duitse karperkwekerijen werden vroeger ongelooflijke hoeveelheden tarwe gevoerd en dat werd heus niet voorgeweekt. Het nadeel is dat het niet ver kan worden gegooid en dat is voor een goede concentratie erg belangrijk. Ook is het sterk witvisgevoelig. |
 |
Concentreer het goed. |
 |
Gebruik het in zomerse omstandigheden als een schokeffect. Net als in de kweekvijver krijgt de karper een heleboel koolhydraten ineens tot zijn beschikking. Als er genoeg gevoerd wordt, zal de vis zich werkelijk stijfvreten en een dag minder honger hebben. Maar in ieder geval zitten ze dan op je stek! |
|
|
|
Nut van een voerplek Twee vragen bij een voerplek
|
|
 |
 |
 |
 |
 |