|
|
|
Nut van een voerplek |
|
|
Iedereen voert |
|
|
Zo'n spiegel is een superbeloning als je voert.
|
|
|
|
|
|
Elke karpervisser gelooft wel in voeren. De vissers bewijzen het zelf. Je hoeft maar te kijken op de grote karperbeurzen. De afgelopen winter zag ik ze weer overal slepen met enorme hoeveelheden kant en klare boilies, met bakken en emmers, en daar komen nog balen partikels en mixen bij. Toch is dat maar het topje van de ijsberg als je de tonnen - de honderdduizenden kilo's! - hoort die boiliefabrikanten jaarlijks draaien en afzetten. Dan nog kunnen ze de gigantische vraag niet aan. Pas dan beseffen we hoeveel voer we er in Europa inknikkeren. Daarnaast heb je de duizenden doe-het-zelvers, de vissers die om allerlei redenen elke dag hun eigen boilies maken en constant met het aas en voer bezig zijn. Hoeveel kilo's gooien die er niet in?
Al die vissers, ook ikzelf, voeren niet voor de flauwekul. Het gebeurt bij de aankomst van een dagenlange sessie, of het gebeurt vóór de geplande sessie een aantal dagen achter elkaar. Niet één visser betwijfelt het nut. Al was het maar voor het zelfvertrouwen. Is er iets mooiers te bedenken dan een zekere karpervangst? Als een visser meerdere dagen achter elkaar naar het viswater gaat en consequent voert, is hij bezig met een gedegen voorbereiding. Hij hoopt zo zekerheid af te dwingen met als beloning een prachtige vangst en veel visplezier. |
|
|
Instant? |
|
|
Niet van tevoren voeren kan natuurlijk ook, maar de verplichting is dan wel de karpers te moeten opwachten, zodra je begint te vissen. De karpers die gisteren of eergisteren zijn langsgekomen zijn al verdwenen. Het gaat uitsluitend om de komende uren en dagen. Dan moet het gebeuren, want het verleden telt niet. Wil je succes hebben zonder vooraf te voeren dan dient de wachttijd, of de opwachttijd in verhouding te staan tot wat mogelijk is op het betreffende viswater. Zwemt er gemiddeld één karper per dag langs de bewuste stek, dan is het duidelijk dat een sessie van enkele uren te kort zijn. De kans dat je net die ene zal ontmoeten, is louter een toevalstreffer. Alleen door de opwachttijd op te rekken en te verlengen naar minstens 24 uur, immers zolang duurt een dag, krijg je pas een kans van 100%. |
|
|
Voeren werkt! |
|
|
Een paar kilo boilies voer je in de zomer makkelijk weg.
|
|
|
|
|
|
Eén dag van tevoren voeren betekent hier, dat als de voerende visser niet aanwezig is, hij werkt of op zijn bed ligt, dat de azende karper toch zijn voer kan vinden. Zonder dat de visser terplekke is, 'werkt' er iets voor hem. De vis ontdekt een makkelijke bron van eten en hij wilt het. Waarom zou de vis vertrekken? De karper blijft rondhangen en onthoudt de plek. Het voeren heeft als doel, dat die ene langszwemmende karper op de voerplek wordt 'vastgehouden' of dat die karper op een later tijdstip 'terugkomt'. In het ideale geval hoeft de visser op de visdag niet zo lang te wachten. Hij vangt dan gemakkelijk binnen enkele uren die ene aanwezige karper. Blijkbaar is er een groot verschil in:
Niét van tevoren voeren, maar wél met de verplichting lang te moeten wachten.
Wél van tevoren voeren, maar als beloning niét lang te hoeven wachten.
Centrale plaats In mijn visserij heeft het voeren vooraf altijd een centrale plaats ingenomen. Ik maak al voerplekken sinds ik voor de eerste keer met boilies in aanraking kwam. Dat was in sepember 1984. Voor die tijd zat ik elke dag aan de waterkant. Ik probeerde van alles, maar draaide meer uren dan dat ik een karper ving. Met één karper in de week was ik heel gelukkig en de grootste was toen 17 pond... Natuurlijk wist ik nog weinig over aas en voer, nauwelijks iets over rigs en had ook niet de beste materialen. Toch herinner ik me al die uren zonder beet terdege. Al die ochtenden en avonden aan de waterkant, met hele nachten erbij en al die moeite met zo weinig resultaat, dat ben ik nooit vergeten. Dat machteloze gevoel en dat lamlendige wachten, verankerde zich toen zo in mijn botten, dat... en toen gebeurde het ongelofelijke.
Kort wachten! Op mijn allereerste voerplek die ik ooit met boilies maakte, duurde mijn wachttijd, geloof het of niet, slechts één minuut en ik ving toen vijf karpers achter elkaar! Wat een contrast. Dat eerste supersucces was een keerpunt in mijn visserij. Daarna heb ik dat korte wachten altijd nagestreefd. Zeker, in dat eerste water zaten karpers genoeg en waren ze achteraf bekeken wel erg gemakkelijk te vangen, maar dat neemt het principe van een voerplek niet weg. Ik geloof daar tot op heden heilig in, ook en vooral op de plassen waar ik veel gevist heb, zoals Loosdrecht en Vinkeveen, maar ook op kanalen als het Amsterdam-Rijnkanaal had voeren veel effect. Alle grote karpers die ik en mijn vrienden in de loop der jaren hebben gevangen, kwamen van voerplekken en de grote overeenkomst was altijd de korte wachttijd. Ik heb nog nooit, maar eerlijk gezegd brengt dat de voermethode met zich mee, op een dertiger langer dan vier uur moeten wachten. Zeker de helft kwam binnen het eerste uur en enkele zelfs binnen vijf minuten. Die lagen gewoon hebberig te wachten! |
|
|
Mijn motivatie |
|
|
Met zulke vissen krijg je als vanzelf veel zelfvertrouwen!
|
|
|
|
|
|
Nogmaals, zomaar ergens heengaan en zitten wachten op de bonnefooi, zie ik helemaal niet zitten. Ik geloof dat succes zo wel mogelijk is, maar dat moet gestructureerd gebeuren en je moet weten waarmee je bezig bent en veel ervaring hebben. Vooral voor het vissen in het buitenland zal deze manier, vermoedelijk heel goed werken. Maar ook daar zijn vast wel mogelijkheden voor voerplekken. Mijn motivatie om een voerplek te gebruiken ligt in het zelfvertrouwen, de hoop op het succes, de afgedwongen vangst en bovenal het visplezier. Wanneer ik eenmaal heb gevoerd, vormen slechte weersomstandigheden geen beletsel, integendeel, juist niet! Soms was de beloning groot en bijten ze niet ondanks een goede voorbereiding en ook dat komt voor, dan heb ik daar vrede mee. |
|
|
Hoe voeren? |
|
|
Het neerstrooien van de partikels of boilies vereist een bepaalde accuratesse. Het mag afhankelijk van het water niet teveel verspreid liggen, maar ook niet teveel op een grote hoop. Ik zeg altijd 'Denk na, je bent niet de kippen aan het voeren!' Ik bedoel dus, gooi niet een hand naar links, eentje vooruit en eentje naar rechts voor de zogenaamde voersporen. De karpers vinden het misschien een paar seconden eerder, maar op de kracht van de voerplek heeft dat geen effect. Nee, ook een goede wedstrijdvisser doet dat niet. Slecht voeren, verspreidt de vis en daardoor wordt de werking van de voerplek minder. Netjes en doordacht wordt er afhankelijk van het aas een duidelijk voertapijt gelegd. Het tapijt dient geconcentreerd te zijn en voor iedere karper duidelijk te herkennen als de plaats van een makkelijke voedselbron. De volgende dag ligt er een nieuw tapijt en zo verder. De bedoeling van een voerplek is dat het voer er 24 uur per dag zijn werk doet en dat werk is de karpers die in de buurt van de stek komen, lokken en dus vasthouden. Wat gebeurt daar eigenlijk? De karpers ontmoeten het aas en eten ervan. Als ze het waarderen, willen ze het nog steeds graag hebben op de dag dat de visser komt. |
|
|
Aangevoerde karpers |
|
|
De karpers zullen de plaats van het voer onthouden. De vis associeert het voedsel met de vindplaats - de visstek - en hij blijft in de buurt rondhangen of hij komt later terug om opnieuw te schransen. Om die koppeling, die associatie van voer met plek goed tot stand te brengen, is de wijze waarop er wordt gevoerd belangrijk. De visser vist op een voerplek niet op een willekeurige karper, maar juist op de door hem 'aangevoerde karpers'. Dat kan een enkele vis zijn of ook een groepje. Meestal zijn het individuen die het verband hebben gelegd en om dié exemplaren gaat het!
Zijn aangevoerde karpers te bewijzen? Zijn het niet gelukkige toevalstreffers? Alleen al door het stellen van deze vraag, ontkent men bij voorbaat het nut van een voerplek. Er zou toch niemand voeren als een voerplek geen zin zou hebben; als hij niet zou werken? Voor mij werd het bewijs geleverd in 1984 op mijn allereerste voerplek, toen ik maar één minuut op een karper hoefde te wachten. Verder heb ik in de loop der jaren zoveel identieke ervaringen opgedaan en nog steeds wordt het bewezen overal in den lande bij al die voerplekken van succesvolle vissers. Als het meezit liggen de karpers gewoon te wachten en is het niet zelden prijs binnen enkele minuten of een half uur. Naar gelang de omstandigheden is een wachttijd van een uur echt niet gek en normaal gesproken vind ik vijf uur wachten allang. |
|
|
Vlugge vangsten |
|
|
Ook deze spiegel had zich helemaal volgevreten!
|
|
|
|
|
|
In 1986 ving ik een 36-ponder na een half uur en een 32-ponder na 50 minuten. In 1989 ving ik een 31-ponder na 45 minuten. En dit is maar een losse greep. In het jaar 1996 ving ik na twee uur wachten opnieuw een 36'er, maar mijn huidige vismaat Gerard Smit deed niet veel langer over een prachtige schubkarper van 43 pond. In Nederland zijn dat superkarpers. Vaak kreeg ik het idee, dat met die ene grote vis de volledige buit al binnen was en dat verder wachten niet veel nut zou hebben. Ik voelde, die ene vis, dat was 'm. Dikwijls was zo'n vis hlemaal volgevreten, wat goed te zien was aan de aasresten in zijn ontlasting. Vele malen zat ik langer na een topvangst, maar zelden met noemenswaardig resultaat. Wat wil je nog meer op een voerplek? Je bent uitbetaald met een enorme beloning. Voorlopig, vandaag is de plek over, maar overmorgen kan de truc met de voerplek worden herhaald. Zo'n aangevoerde karper ligt niet zomaar te wachten en heeft echt niet toevallig zoveel aas in zijn ontlasting. Moet je eens de uren tellen die je wachten moet, wanneer je geen voerplek hebt gemaakt! |
|
|
De voordelen |
|
|
 |
Die karpers herkennen de stek en wij weten precies, wáár we ze kunnen vangen; |
 |
Die karpers waarderen het aas en wij weten precies, waarméé we ze kunnen vangen; |
 |
Die karpers zijn onvoorzichtiger en wij vangen ze gemakkelijker; |
 |
Die karpers liggen te wachten en wij besparen ons onnodige wachturen. |
|
|
|
|
|
|
Het voelt uitermate prettig om te weten, dat het voer ergens voor je werkt, terwijl je daar zelf niet bent. Bijvoorbeeld als je 's avonds lekker naar de televisie kijkt, of wanneer je je 's nachts in bed nog even omdraait. |
|
|
Gewenning? |
|
|
Ik geloof absoluut niet in het aanleggen van een voerplek - zeker op groot water - met als doel de gewenning aan een aassoort. Ook niet ter introductie van boilies of partikels. Naar mijn stellige overtuiging neemt een karper ook de eerste maal vlot vreemd voedsel. Denk aan karpers in grote kanalen. Karpers nemen daar boilies zonder dat hij er ooit eentje heeft gezien. Gewenning op groot water is zinloos als er geen verband is van voer - stek! De karper eet her en der wat er ligt, zwemt weg en komt misschien nooit meer terug. Gewenning heeft uitsluitend zin in de associatie 'plek - voedsel'. Dat onderstreept het belang van de juiste dagelijkse concentratie voer vooraf. De opbouw In het tijdperk vóór de boilies moest een voerstek zorgvuldig worden opgebouwd. Zachte aassoorten gaven een matige selectie naar de karper toe en een week voeren was het minimum.
De kracht van de boilie De enorme impact van de boilie is te danken aan dat uitstekende vermogen tot selectie door de hardheid ervan. De witvis kan met dat harde schilletje van de boilies gelukkig niet veel doen, terwijl de karper met dat harde balletje geen moeite heeft. Daardoor staan boilies garant voor een snelle respons. De karper vliegt erop zogezegd. |
|
|
Hoeveel dagen? |
|
|
Kobus met een perfecte rijenkarper in 1987 op een voerplek.
|
|
|
|
|
|
De hoofdvraag is 'hoeveel dagen moeten er worden gevoerd?' en 'moet dat elke dag, of om de dag?' Om met de laatste vraag te beginnen, het voeren 'om de dag' zie ik niet zitten. Wat de ene dag wordt opgebouwd, wordt de volgende dag alweer afgebroken. Als het al lukt, dan zijn er toch weer veel voerdagen nodig of er moet zoveel - eigenlijk dus teveel - worden gevoerd, dat er voor de overgeslagen dag nog overblijft. Het beste is om elke dag te voeren, maar dan wel met een uitgekiende hoeveelheid, maar dat is een onderwerp apart. In ieder geval is het beste uitgangspunt regelmatig voeren en nooit teveel.
Vuistregel Begin altijd met 3 voerdagen. Ik doe dat voor de zekerheid op een vreemde stek. Toch zijn 2 dagen ook goed. Op bijna al mijn bekende stekken in Utrecht en omgeving begin ik met twee dagen. Het maakt dan niets uit of ik vis op stilstaand water, een plas, of op een stromend riviertje of een drukbevaren kanaal. 3 voerdagen op een vreemde stek versterken mijn zelfvertrouwen als ik ga vissen. Om eerlijk te zijn, het is mijn overtuiging dat twee dagen voldoende zijn. Op de derde dag, soms de vierde, vis ik minimaal vier tot zes uur en die probeer ik te maken in een aasperiode. Op de meeste wateren begin ik een paar uur voor de zon ondergaat en vis dan enkele uren in het donker. Normaal is zo'n sessie ruim voldoende om ten minste één aanbeet te krijgen. Sterker nog, volgens mij moet die er per se komen, anders heb ik een blank. |
|
|
De blank |
|
|
Met een blank bedoel ik een sessie dat ik absoluut niets heb gezien en ook niets heb verspeeld. Uitzonderingen daargelaten kap ik na een blank resoluut met de gestarte voerplek. Daarvoor heb ik twee argumenten: |
|
|
|
|
|
 |
Mijn voerplek heeft gefaald en daar is niets mis mee, want dat kan gebeuren. We moeten niet vergeten, dat ons voer daar dus minimaal 48 uur - bij drie dagen zelfs 72 uur! - heeft gelegen. Die plek heeft alle tijd gehad! Als ik dan ontdek dat er op de visdag geen enkele aangevoerde karper ligt te wachten, is dat een gigantisch teken aan de wand. Goed, er kunnen fouten zijn gemaakt. Er is misschien teveel of te weinig gevoerd of niet geconcentreerd genoeg en misschien was ook de balans van het voer verkeerd, maar wat de oorzaak er ook van is, ik vind: òf de visser lost die op, òf hij gaat weg. |
 |
Mijn ervaring is dat toch doorgaan na een blank vragen is om moeilijkheden. Volgens de gegevens die mij ter beschikking staan van jaren vissen, van mijzelf, van vrienden en talloze karpervissers die ook zo vissen, is de kans op een tweede blank meer dan 50%. Dat is een sterke vuistregel en een hele vervelende, óók voor mij. Jarenlang heb ik die regel in de wind geslagen, terwijl ik hem eigenlijk al wist. Wie keert niet graag terug naar een stek, waar je het jaar daarvoor zo goed gevangen hebt? Op sommige stekken heb ik in het verleden 4 tot vijf 5 blanks achter elkaar geboekt! Maar ja, door schade en schande wordt je wijs. Zelfs nu moet ik me af en toe nog vermanend toespreken en mezelf herinneren aan die lastige regel, maar zeer vaak komt ie uit. Mijn ervaring is, dat je het wel kan schudden na twee opeenvolgende blanks. De eerste blank is altijd een indicatie! Zo'n blank is natuurlijk een fikse tegenvaller, maar optimistisch bekeken heb je gelukkig niet twee of drie dagen en nachten hoeven afzien aan de waterkant. |
|
|
|
|
|
|
Verkas! Mijn oplossing is direct verkassen en elders opnieuw beginnen. Trouwens waarom zouden we ook voortborduren op een blank? Het is gemakkelijker een mislukte stek met rust te laten en enkele weken later daar nog eens terug te komen, maar dan met een schone lei. Blanks kwamen altijd voor, maar waren op slechte stekken schering en inslag, terwijl ze zich op berestekken slechts zelden voordeden. De spreuk 'Wat goed is, komt snel' is ook op stekken van toepassing. Het voordeel van rigoreus verkassen is, dat je misschien ergens anders met de neus in de boter valt. |
|
|
De voerplek slaagt |
|
|
Als er aanbeten komen, kun je stellen dat de voerplek is geslaagd. Dat geldt ook als je een karper verspeeld. Want heeft met het voeren niets te maken! Dat ligt aan andere dingen als slecht materiaal of een matige techniek. Het gaat er eerst om dat de voerplek zelf lukt. Hoe beter die loopt, hoe vlotter de aanbeten komen. Na afloop van de eerste succesvolle sessie voeren we een normale portie. Nu voeren we opnieuw twee dagen. Daarna komt de tweede visdag en ook dan kappen we bij een onverhoedse blank, maar gaan we weer door als we karpers vangen of verspelen. Deze voer- en vismethode kunnen we onbeperkt volhouden. Afhankelijk van het weer of hoe de karpers bijten, kunnen we vaker vissen om minder voeren. De flexibele visser dient hierbij in te spelen op de veranderende omstandigheden.
Afromen Ik heb ooit eens statistisch uitgezocht, dat in de eerste 14 dagen de kans erg groot is om een topexemplaar te treffen. Daarom moet je op de aanbeten in de eerste week zuinig zijn, want die zijn goud waard. Met deze voer- en vismethode zijn goede stekken het hele jaar te bevissen. Er is maar één 'maar': zelfs de beste stekken krijgen inzinkingen. Dat is onvermijdelijk, maar na een tijd wordt het weer beter en zit je opnieuw gebeiteld. Als het mogelijk is, tracht ik de slechte periodes over te slaan. Doe slechte periode probeer ik eraf te knippen. Het voordeel is ook dat die stek dan tot rust kan komen en ik ondertussen ergens anders bezig ben. Hopelijk vis je daar net op een splinternieuwe voerplek in de goede periode. Veel succes! |
|
|
Karperstekken Voerhoeveelheden
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |