De watertemperatuur

De oorzaak?

Deze prachtvis ving ik bij 15°Celsius. Toeval?

Willen we niet allemaal steeds succes hebben? We doen daar alles voor. Uren hebben we in de keuken gestaan en kilo's boilies gedraaid van ons beste recept. Voor veel geld hebben we molens, hengels en electronica aangeschaft. We hebben een tent gekocht, een stretcher, een rodpod en wie weet wat al niet meer. We hebben dagenlang gevoerd en benzinetanks leeggereden. Optimaal hebben we ons voorbereid. De vorige keer, de vorige maand, het vorig jaar hadden we grandioos succes. Het kan niet stukgaan en toch gebeurt het. Een onverwachts fiasco is ons deel! Ineens doen de karpers het niet meer. Waar ligt dat aan? In ieder geval niet aan ons of aan onze voorbereiding. Wat zou de oorzaak zijn? Het ligt aan iets anders, iets waar we als vissers geen vat op hebben.

Zomerboilie

Blijkbaar is het wispelturige weer de oorzaak, maar de laatste weken was het zo lekker warm! Karpers staan toch bekend als warmteminnende vissen. Hitte vinden ze toch fijn? Dat ze niet bijten bij koud water kunnen we nog begrijpen, maar bij warm water? De eerste jaren dat ik op karper viste hield ik in mijn logboek van alles bij: de datum, de lengte van de sessie, de luchtdruk, de windrichting, de buitentemperatuur, de weersgesteldheid, de vangsten, de haak en het aasrecept, en nog veel meer. Maar... de watertemperatuur niet, wat kon je daar nou mee? Het water, de stek en het aas vond ik veel belangrijker. Boilies voor hoge watertemperaturen? Bijna elke karpervisser doet de ervaring op, dat karpers prima bijten in de lente en in de herfst. Als het slecht gaat in de lange hete zomer gooien ze er meestal een schepje bovenop en gaan harder vissen. Ik deed dat ook, maar was ook steeds bezig met nieuwe boilierecepten. Weliswaar bezat ik er genoeg, maar overwegend voor de koelere periodes.

Minder in de zomer
In de zomer ging het altijd minder. Ik heb wat uurtjes in de keuken aangerommeld. Wat ik ook bedacht het lukte me eigenlijk niet om een prima zomerboilie te bedenken. Ik vond dat vreemd, temeer omdat ik veel wist over aas en voer, en over de ideeën erachter. Toch kreeg ik het voor m'n gevoel niet voor elkaar. Van pure ergernis kon ik soms niet slapen. Jarenlang was ik op zoek naar de ultieme boilie voor watertemperaturen boven 21°- 22° Celsius. Natuurlijk ving ik ze, maar toch klikte het op mijn zomerstekken nooit op dezelfde manier als in de koudere periodes. Het patroon was altijd: hoe hoger de watertemperatuur, hoe moeilijker waren de karpers vast te houden op de voerplek. Ze lagen minder hebberig te wachten, ook bij grotere voerhoeveelheden. Het viel me verder op, dat ik in de zomermaanden vooral de kleinere vissen ving en dat gebeurde niet alleen bij mij. Er ging pas echt een lampje bij me branden, toen ik in de gaten kreeg dat er een duidelijk aanknopingspunt bestond tussen die uitstekende, koele tijd en een slechte, hete zomer.

Toppers bij 16° Celsius

In 1991 viste Joop op de Loosdrechtse Plassen. Hij onderhield daar een vaste voerplek. Steeds voerde hij twee dagen en viste de derde dag een uur of zes. Gezien de grootte van 5000 hectare kon het lang duren voor de karpers langskwamen. In een gestaag tempo viste hij, maar met wisselend resultaat. Toch was hij er stellig van overtuigd, dat hij door moest gaan en er moest zitten als het herfst werd. In augustus bedroeg de watertemperatuur ruim 21° Celsius. Aanvankelijk verliep het moeizaam, maar naarmate het weer verslechterde en het water koeler werd, verbeterden de vangsten. Toen gebeurde het. Half september ving Joop plotseling een spiegelkarper van 30 pond. Het opmerkelijke was dat die vis als een uitgehongerde wolf lag te wachten op de voerplek. Binnen de eerste vijf minuten lag die vis al in het landingsnet. Ontzettend graag wilde die karper de boilies hebben. De vis had zeer veel resten aas in zijn ontlasting. Toevallig gebeurde dit bij water van 16° Celsius.

Als een uitgehongerde wolf lag deze bij Joop te wachten!

Opnieuw voerde Joop twee dagen en het ongelooflijke gebeurde. Op de visdag lagen binnen vijf minuten een 31-ponder én een 27-ponder op de kant. Wederom doken de karpers als gekken op het aas en nog steeds bedroeg de watertemperatuur 16° Celsius. Joops vangst was uniek te noemen, want zoveel dertigers zaten er op Loosdrecht nou ook weer niet. Opmerkelijk was het identieke patroon van de vangsten. Twee keer ging het op exact dezelfde manier. Twee keer slaagde de voerplek grandioos en vlogen de karpers op het wonderrecept. Ik concludeerde toen, dat het gebruikte recept uitstekend klikte bij die koele watertemperatuur van 16° Celsius. Bij die temperatuur hadden we dus een fantastisch voertje. Nu moesten we alleen nog boilies zien te maken met dezelfde vangkracht voor hoge watertemperaturen.

Hoe warmer, hoe slechter

Jarenlang probeerden we dat. Het jaaroverzicht In 1994 maakte ik een overzicht van de vangsten op het Amsterdam-Rijnkanaal tussen Utrecht en Weesp. Het betrof de jaren 1991 tot en met 1993. Tevens lette ik op de gemiddelde watertemperatuur. Het eerste wat opviel was, dat de meeste vangsten werden geboekt in het vroege voorjaar én in de late herfstmaanden. In de warme zomers was treurigheid troef. Zo werd er in de junimaand drie jaar lang geen fatsoenlijke karper gevangen, in ieder geval niet boven de 20 pond. Over 30-ponders gesproken, die werden niet eens gevangen vanaf mei tot eind augustus! De tendens was hoe warmer, hoe slechter. Duidelijk bleek dat het kanaal het beste rendeerde bij stijgende én bij dalende watertemperaturen, zeker gezien de vangsten van grote karpers. Volgens het overzicht had het daarom weinig zin om op het kanaal middenin de zomer op een gigant te jagen. De echte buit werd door de fanatici binnengehaald vóór de meimaand én in de latere maanden oktober en november!

Lage temperaturen?

De oorzaak kon ik toen niet achterhalen. Ik vond het wel opvallend dat juist bij lage watertemperaturen de zware jongens er het beste uitkwamen. Vooral het gebied tussen 17° en 10° Celsius was werkelijk uitstekend. Voor een goed begrip is het belangrijk om te weten, dat de watertemperatuur op het kanaal ongeveer 2° Celsius warmer was dan de gewone, omliggende wateren. Dat kwam door de warm water uitstroom van de Peguscentrale bij Utrecht. De watertemperatuur bedroeg op het kanaal in de zomer al gauw 23° tot 26° Celsius, ook op zes meter diepte! In de zomer heb ik in die jaren heel wat nachtelijke uurtjes doorgebracht, maar ving hoofdzakelijk kleintjes. Ik bedoel karpertjes tussen 8 en 13 pond. Door hard te vissen en wat geluk ving ik af en toe een lage twintiger, maar nooit echt zware karper?

- Bij analyse bleken alle dertigers te zijn gevangen onder 19° Celsius!
- De meeste kwamen er zelfs uit bij 10°-11° Celsius.
- De rest bij 15°-19° Celsius.

En de hitte?
Zaten ze dan niet op het kanaal in de zomermaanden? Ik heb me dat vaak afgevraagd, maar... op het kanaal waren echt niet zoveel afwateringen of zijkanaaltjes, waar ze wegkonden. Wel dubbelden we in de loop der jaren op het kanaal een aantal zware vissen, soms op kilometers afstand. Dat gebeurde altijd in de koele periodes. Het probleem: als ze niet wegwaren, waarom beten ze dan niet? Toen ik dat jaaroverzicht zag, kreeg ik het vermoeden dat ze er wél zaten, maar dat ze in de hete zomer bij hoge watertemperaturen vrijwel onvangbaar werden. Ineens zag ik het verband.

Natuurlijk ving ik ook wel eens een dertiger in de hitte.

Het verband!

Joop ving in 1991 bijzonder goed bij 16° Celsius. De beste kanaalvangsten werden gedaan bij nog lagere waarden. Theo de Kraay, een goede vriend, ving in 1993 drie 30-ponders binnen enkele dagen en het vangstpatroon was identiek als bij Joop.

Theo ving twee dertigers binnen tien minuten en bij hem was het water 10°-11° Celsius! Zo'n vangst lukte niemand in de zomer, terwijl ze er misschien wél zaten! Zodra het water daalde onder een bepaalde grens kregen de karpervissers op het kanaal overal weer kansen.

Mijn conclusie

Blijkbaar hebben hoge watertemperaturen een nadelige invloed op de vangsten en vooral op die van zware karpers! Bij hoge watertemperaturen kon je het wel schudden, wat voor moeite je ook deed. Zelfs de beste aasjes hielpen niet meer en ook al draaide je duizenden uren, toch bleef alle gedane moeite vergeefs, behalve dan de kleintjes. Automatisch borrelde bij mij de vraag omhoog: 'Waarom kunnen zware karpers niet tegen hoge watertemperaturen?' Toen ik eenmaal het belang besefte van de watertemperatuur, heb ik er meteen een diepgaand onderzoek naar gedaan en over de resultaten een uitgebreid hoofdstuk geschreven in mijn boek Karpervissen, Avontuur en Passie. Ik zal nu een samenvatting geven van de belangrijkste punten.

Vier principes uit de biologie

Karpers zijn koudbloedig
In tegenstelling tot warmbloedige zoogdieren bezit het lichaam van een vis géén constante temperatuur. Het visselichaam wisselt en volgt de watertemperatuur. In verband hiermee staat en varieert ook zijn voedselbehoefte. Warmbloedigen echter hebben een constante lichaamstemperatuur. Daarom hebben zij altijd voedsel nodig, ongeacht de temperatuur waarbij zij leven. Een zoogdier heeft energie nodig en dus brandstof om zijn lichaamstemperatuur op peil te houden. Zo moet een zoogdiertje als de mol per dag ruim tweemaal zijn eigen lichaamsgewicht eten en als hij niet zijn best doet en 12 uur lang geen voedsel krijgt, zal hij van de honger sterven. Bij een karper als koudbloedige vis ligt dat totaal anders. Als het water kouder wordt, vermindert ook de stofwisseling van zijn lichaam. Vissen kunnen zelfs lange tijd leven zonder voedsel.

Het zuurstofgehalte : Uiterst belangrijk is dat water bij hoge temperaturen minder zuurstof kan bevatten. De afbeelding toont de maximale hoeveelheid zuurstof die in water kan oplossen bij verschillende watertemperaturen (uitgedrukt in milligram per liter water). Méér dan die hoeveelheid kan zoet water dus niet bevatten. Als water is verzadigd, kan extra zuurstof niet meer oplossen en verlaat het het water in de vorm van kleine belletjes. Die belletjes stijgen naar de oppervlakte en ontsnappen.

Lichaamsgrootte : De behoefte aan zuurstof wordt bij een karper ook bepaald door de grootte van zijn lichaam. Het is een hoofdregel dat hoe groter een karper wordt, hoe meer zijn stofwisseling toeneemt en dus ook zijn totale zuurstofbehoefte! Maar per eenheid lichaamsgewicht neemt die behoefte aan zuurstof weer af!

De optimale temperatuur : Je zou kunnen zeggen, dat ook vissen een temperatuur bezitten waarbij al hun levensprocessen het meest efficiënt verlopen. Boven die optimum-temperatuur neemt de actieve stofwisseling weer af! De afbeelding laat dit duidelijk zien. Men vermoedt dat die afname van de actieve stofwisseling wordt veroorzaakt, doordat water bij hoge temperaturen minder zuurstof kan bevatten. De hoeveelheid zuurstof die beschikbaar is, wordt de graadmeter of de beperkende factor. De optimumtemperatuur is niet voor alle vissen gelijk. Voor de forel bijvoorbeeld die in koudwaterbeekjes zwemt, zal die temperatuur laag zijn en voor een karper naar verwachting redelijk hoog. Ook bij karpers zal de activiteit afnemen boven het optimum. Je zou kunnen zeggen, dat ze het te warm krijgen. Die mindere activiteit uit zich in loom, passief gedrag. Hoe meer de temperatuur stijgt boven het optimum, hoe rustiger de vissen zullen worden. Zelfs de vertering van voedsel kan teveel activiteit opleveren! Daarom is het zeker niét zo, dat karpers voortdurend actiever worden en meer gaan eten als de watertemperatuur stijgt. Aanvankelijk is dat wel zo, tot het omslagpunt wordt bereikt: het optimum.

Het optimum : In andere woorden: bij het optimum is er voldoende zuurstof voor veel activiteit in de zin van zwemmen, zoeken, springen en voedselverteren. Per vissoort is dat anders. Het optimum is een wip in kritisch evenwicht. Het probleem is dat als de temperatuur stijgt karpers in principe wel actiever kunnen worden, maar helaas het water dat belemmert. De beschikbare hoeveelheid zuurstof neemt steeds meer af! Daarom beperkt op den duur de beschikbare hoeveelheid zuurstof ook elke mate van activiteit. Zelfs dat vissen op een bepaald moment nog eten! Het is een kwestie van belangen. Wat het eerst komt, het eerst maalt en zonder zuurstof kan een vis niet leven.



Het zuurstofgehalte


Lichaamsgrootte


De optimale temperatuur


Zware karpers

Zware karpers hebben een probleem: hun grote lichaam! Voor de instandhouding daarvan - het basaalmetabolisme - behoeven zij veel zuurstof. Ter vergelijking: met dezelfde hoeveelheid zuurstof kunnen we òf één 30-ponder in een badkuip water doen, òf drie 10-ponders! Bij hoge watertemperaturen krijgen grote karpers eerder zuurstoftekort dan kleine karpers. Daardoor worden ze sneller minder actief. Als in een lange hete zomer het gebrek aan zuurstof de vissen naar adem doet snakken, is het voor hen soms beter om niet te eens te eten! De vis moet dan zoeken, zwemmen en verteren, maar zoveel zuurstof heeft hij daarvoor niet.

De natuur beschermt een grote karper door hem te laten vasten!
Dat beetje zuurstof dat bij 23°-28° Celsius nog voorhanden is, heeft een grote karper nodig voor zijn elementaire levensbehoefte en dat is: voor de stofwisseling van zijn lichaam in ruste. Elke overbodige activiteit is in zijn nadeel. Van duizenden karpers heb ik de precieze watertemperatuur genoteerd. Op de computer heb ik de gemiddelde temperatuur berekend van de vangst van deze karpers en kwam tot de verrassende uitkomst van 15,8 °C Daarna heb ik een grafiek gemaakt van hoeveel zwaargewichten daadwerkelijk werden gevangen bij een bepaalde watertemperatuur.

Twee pieken
Er waren twee pieken. Eén stevige piek bij 10 -11 °C en een tweede torenhoge uitschieter bij 15 -17 °C. Verder namen alle vangsten af boven de 21 °C. Bij 25 -26 °C kwamen er bij ons geen zware karpers meer uit! Zoals ik al verwachtte groepeerden de vangsten van dertigplussers zich duidelijk bij 10°-11° en 15°-17° Celsius.


Wat doe ik ermee?

Wat kunnen we doen met de watertemperatuur? Een heleboel. We kunnen rekening houden met de tijd wanneer we de verschillende wateren gaan bevissen. Niet alle wateren hebben dezelfde temperatuur. De watertemperatuur kun je gebruiken als een leidraad. Al heb ik het nooit gedaan, ik weet nu, dat het niet zo best zal zijn om in een warme zomer in de buurt van een warmwatercentrale te gaan vissen. Verder ga ik als de watertemperaturen gunstig zijn harder vissen, maar juist minder hard als het slechter gaat!

In 1991 - 1993 viste ik veel in de zomer in het Amsterdam-Rijnkanaal. Met al die moeite kwam ik nooit boven de 23 pond. In 1994 hield ik voor het eerst bewust rekening met de watertemperatuur en baseerde daarop de keuze van mijn water. Die zomer liet ik het kanaal links liggen en probeerde het de eerste keer in september, bij water van 15,5° Celsius. Toeval of niet, maar mijn allereerste karper woog meteen 30,5 pond!

In het prille voorjaar van 1996 had ik zelfs meer geluk. Half april begon ik. Op de tweede visdag ving ik mijn tweede karper van dat jaar. Bij het dorre riet had ik voor ik het wist in mijn handen een prachtige schubkarper van 36 pond! De watertemperatuur? Slechts 14° Celsius. Nu weet ik, dat het er niet alleen om gaat een goede stek te kiezen, goed aas te maken en kwaliteitsspullen aan te schaffen, maar bovenal om te vissen bij gunstige watertemperaturen! Veel succes!


Afromen
Karperstekken