|
Afromen |
|
|
Weinig |
|
|
Gewoon weer eens met de neus in de boter gevallen!
|
|
|
|
|
|
Het probleem van grote karpers is dat ze weinig voorkomen. Natuurlijk heeft elk water zijn eigen maatstaven. Op het ene water is bijvoorbeeld 20-ponder de allergrootste vis die er zwemt, terwijl ergens anders diezelfde vis van gemiddeld formaat is. Daar is een 35'er de allergrootste. Op weer andere wateren zwemmen zelfs veertigers of zelfs nog grotere! Daarom is de term grote karper zowel een absoluut als een relatief begrip. Als een karpervisser grote karpers wil vangen, dient hij zich eerst af te vragen: 'Hoe groot wil ik ze vangen?' Als dat een 30- of een 40-ponder is, dan dient hij in ieder geval een water te kiezen waar zulke vissen wel zitten. Ik trap misschien een open deur in, maar als vissen van een bepaald formaat ergens niet zwemmen dan kun je ze daar ook absoluut niet vangen. |
|
|
Het probleem |
|
|
Welke keus een visser ook maakt, altijd zijn de grootste vissen van een water in de minderheid. Zijn probleem blijft: 'Hoe haal ik hem eruit tussen de vele kleinere vissen? Waar zit hij?' Localiseren of wachten? Om te weten waar een karper zich bevindt, zou je 'm feitelijk moeten opzoeken. In de praktijk van alledag is dat ondoenlijk. Misschien is dat mogelijk in kleine putjes waar je de karpers kunt zien zwemmen. Ook kan het zijn dat je weet dat vissen zich bevinden tussen bepaalde sluizen, achter een zeker stuwstuk of in een bepaalde hoek van een plas. Dat kan zijn door recente vangsten of uit het verleden. Toch blijft het probleem 'waar zit ie?' Je kunt moeilijk in het water kijken. Misschien is het een oplossing om in den blinde een hele lange tijd te gaan zitten wachten: dus weken, maanden of zelfs jaren. Maar een termijn langer dan twee weken geniet mijn voorkeur niet |
|
|
|
|
|
Mijn tweede karper 36p in het Uraniumkanaal te Utrecht!
|
|
|
|
|
|
Bij het speuren naar de overeenkomsten in de vangst van grote karpers viel mij het volgende op: het 'moment suprême' was zo gemakkelijk. Veel van de eerste 25- en 30-ponders die ik wist te vangen, kwamen ogenschijnlijk zonder dat ik er veel moeite voor had gedaan. Het lijkt opnieuw een dooddoener, maar samengevat kwam het op het volgende neer: 'Als een visser zijn zaakjes goed had voorbereid en hij was op de juiste plaats en op de juiste tijd dan was het direct raak!' Het succes kwam snel en zonder inspanning wanneer ik toevallig op een nieuwe stek zat. Allerlei publicaties, lezingen en ervaringen van andere karpervissers wezen in de richting van een supervangst die vlot kwam. Voor ik het 'afromen' verder bespreek, geef ik eerst wat interessante praktijkvoorbeelden. |
|
|
Loosdrecht |
|
|
 |
Eind 1986 vond een vismaat in september een fraaie stek op de Loosdrecht. Dat is een 5000 hectaren groot gebied van veenplassen. In het begin kreeg hij geen beet, maar de stek zag er voortreffelijk uit. Uitwijken was moeilijk omdat het water eigenlijk alleen op die bewuste plek goed bereikbaar was. Na steeds twee dagen voeren en drie opeenvolgende korte blanks van gemiddeld een uur of vijf, kwam toch de eerste aanbeet. De volgende sessie ving hij zijn eerste 30-ponder! In hetzelfde tempo ging hij door: dus twee dagen voeren en een korte vissessie. Zo volgden meer vissen met als maximum in oktober een mooie 28-ponder. Half oktober kwamen de blanks weer terug. Die stek bleek een echte zomerstek te zijn, waar de karpers van grote afstanden naartoe kwamen. |
 |
34 pond Na de winter begon hij weer, maar die meimaand blankte hij! Pas op 1 juni 1987 kreeg hij de vis er weer op. Het gebeurde bij de watertemperatuur van 15° Celsius. Hij startte met een gigantische vangst, namelijk een 34-ponder plus een 26-ponder en nog drie andere mooie vissen in één sessie. Enthousiast viste hij door, maar pas twee maanden later ving hij opnieuw een dertiger en dat was de enige grote karper die niet snel kwam. Bijzonder was ook dat die 26-ponder dezelfde vis was als die 28'er een jaar eerder. Jarenlang werd die stek bevist en vaak ook door andere karpervissers, doch een zwaardere karper dan die 34-ponder kwam er niet uit! Op zeker moment was onze vismaat uitgevist op deze stek. Hij was het zat om op dezelfde plek te zitten en constant dezelfde karpers te vangen. |
 |
35 pond Toen een andere vismaat zijn stek overnam, ving die binnen twee weken die bekende 34-ponder terug, maar nu op 33 pond. Ondertussen had onze eerste visvriend een boot gekocht en die enkele kilometers verderop in een jachthaven gelegd. Het bleek een gouden greep. Hij boorde een nieuw visgebied aan. Hij vond er plekken te kust en te keur. Er waren tientallen kreekjes, lelievelden en overal lagen takken in het water. Mooier kon het al niet. Opgetogen maakte hij er diverse voerstekken. En? In datzelfde jaar ving hij een maand later dan die man met die 33'er, op één van zijn eerste voerstekken alweer een prachtige 35-ponder! Hiep, hiep, hoera! Dat is wat je noemt met de neus in de boter vallen. Je zoekt een totaal ander gedeelte van hetzelfde water en meteen komt er een nieuwe grote karper uit. |
 |
Dezelfde! Beide visvrienden waren blij, die ene met de bekende 33'er, de ander met een nieuwe 35'er. Beide karpers zag ik zelf en ze leken behoorlijk op elkaar. Blijkbaar kwam dat ras hier vaker voor. De foto's van die 34'er die wat afviel en later 33 pond woog en die nieuwe 35'er publiceerde ik uiteindelijk in Succesvol Vissen op Grote Karper. Nu is het jammer genoeg uitverkocht, maar goed, vele karpervissers zagen die foto's en op een beurs hoorde ik van een enthousiaste lezer, dat er in mijn boek wel een boel foto's stonden van dezelfde vis. Een boel? Ik moest toegeven dat die 34'er dezelfde was als 33'er, maar verder? Toch beweerde die oplettende lezer dat diezelfde vis er er nog een derde keer instond! U raadt het al, tot mijn verbijstering bleek óók die onbekende 35'er dezelfde vis te zijn als die 34'er én die 33'er! Niet te geloven! Dat ik en beide andere vissers dat toen niet in de gaten hadden, is vermoedelijk te verklaren door de korte tijdsspanne tussen die verschillende vangsten. Maar bovenal door die kilometersgrote afstand waardoor we totaal op het verkeerde been werden gezet. Jarenlang heb ook ik in dat water gevist en die 35'er zelf ook gevangen. In de zes, zeven jaar die volgden, kwamen er nog wel andere 30-ponders uit, maar nooit meer boven de 35 pond. Tot ver in de jaren '90 hoopte ik op een veertiger op dat water. Tot nu toe kwam zo'n vis er nog steeds niet uit. |
|
|
|
|
|
|
De Kivietsbuurt met zijn vele dichtbegroeide petgaten.
|
|
|
Overal dezelfde karpers! |
|
|
In 1997 ontmoette ik een karpervisser die ook al meerdere jaren viste op de Loosdrecht, maar aan de andere kant op een gebied waar wij nooit kwamen. Wat was zijn grootste karper? Een spiegelkarper van 35-plus en die vis had hij een andere keer iets lichter gevangen. Ik rook onraad en vroeg hoe die vis er uitzag? Toen hij het uiterlijk van de vis beschreef, wist ik genoeg. Het was 'm! De grootste spiegelkarper in 1997 was dezelfde als die in 1987! Op welke plaats je ook viste in dit enorme gebied, overal kon je hem vangen, mits je op de juiste tijd en de juiste plaats viste!
Het frappante van dit voorbeeld is, dat over 10 jaar vissen de grootste karpers van het begin ook de grootste vissen waren van het totale complex. Dus van duizenden hectaren! In de loop der jaren kwamen er meer dertigers van die plassen, maar al in het prille begin vingen wij ze dus al. We hadden niet eens in de gaten dat we toen al en nauwkeurig beeld hadden van de absolute top! |
|
|
De Havenbaron |
|
|
|
|
|
|
|
|
Jarenlang niet gevangen.En ineens lag de Havenbaron binnen een kwartier in Bob Siemons' net! |
|
|
|
|
|
Bob Siemons ving hem reuze gemakkelijk in een zee van moeite.
|
|
|
|
|
|
Toen ik in juli 1986 voor de eerste keer viste in het havencomplex de Lage Weide westelijk van de stad Utrecht woog mijn tweede karper 36 pond! In augustus ving ik er nog een 32-ponder en mijn vismaat Kobus in september ook nog een 30-ponder. Al deze dertigers kwamen vlot. Onze eerste gedachte was natuurlijk dat we een topwater hadden aangeboord. Wat zou hier zitten? Jarenlang visten wij er hard, maar andere grote karpers kwamen er niet uit. In de 10 jaar tijd kwam die eerste 36'er er nog een paar keer uit en anno 1997 is die Havenbaron vermoedelijk nog steeds de zwaarste vis van die haven. |
|
|
De Schotel |
|
|
|
|
|
|
|
|
Joop Houtveen met De Schotel op 34 pond!
|
|
|
|
|
|
Joop Houtveen ving De Schotel zelfs 5 keer! Men noemde Joop de Schoteljager! In de Angstel tussen Nieuwersluis en Loenersloot ving Kobus in 1986 heel gemakkelijk een schotelvormige karper van 28 pond. Anno 1997 is die vis ondertussen een keer of acht gevangen. Die vis van Kobus is tegenwoordig algemeen bekend en kreeg de naam de Schotel. Nog steeds hoort hij bij de grootste vissen van de Angstel. Zo kan ik blijven doorgaan. De voorbeelden zijn legio. |
|
|
De krenten uit de pap |
|
|
Het lijkt zo makkelijk de krenten uit de pap te pikken. In feite is het een kunst met een grote K. Vele malen gebeurt er weinig. Er wordt wel gevangen, maar meestal gaat het om de kleinere vissen. Op zich is dat prachtig, maar wanneer komt de volgende topper? De echte top is zeer smal. Een spreekwoord waaraan ik vaak moet denken is: 'L'histoire se repète.' Dit gebeurt vaak aan de waterkant wanneer de top van een water weer eens wordt gedubbeld . Als de tijd verstrijkt, blijken bepaalde gebeurtenissen identiek te verlopen met die in het verleden. Dikwijls gebeurt dat met supervangsten. Een maand, een jaar later en 'het' geschiedt op exact dezelfde manier. In het verleden heb ik al eens een boel gegevens verzameld van alle grote karpers die volgens mijn voer- en vismethode waren gevangen. Dus twee dagen voeren en dan een korte sessie enz. Ik was benieuwd of er een duidelijke lijn was te ontdekken in een vergelijking van de makkelijke en de moeizame vangsten. En zoja, of ik in de praktijk hier wat aan zou hebben. |
|
|
Belangrijk verschil |
|
|
Bij een nieuwe stek bestond er een belangrijk verschil tussen de eerste 14 dagen en de periode daarna. De wachttijd voor een grote karper uit de tweede periode was drie tot vijfmaal zolang!
Verder bleek bij de 30-plussers, dat die bijna allemaal kwamen in de eerste 14 dagen. De verhouding was 13 : 3! Ook kwamen de zwaarste vissen zonder uitzondering in die eerste 14 dagen |
|
|
De Tonijn |
|
|
Een afroomdertiger uit Loosdrecht. Deze ving ik al in 1988!
|
|
|
|
|
|
Deze conclusies trok ik al in 1987 en de jaren 1988, 1989, 1990 bevestigden dit beeld. Pas sinds 1988 gebruikte ik deze informatie bewust. Aangezien ik regelmatig grote karpers wilde vangen, lette ik in mijn visserij ook altijd op die strenge regels van de afroomgedachte. |
|
|
Afromen |
|
|
 |
De eerste voorwaarde was een blanco visstek. Niet een plek waar continu gevist werd of waar zojuist al mooie vissen waren gevangen. Statistisch was je in dat geval kansloos. Daar zit je als mosterd na de maaltijd. De visstek dient blanco te zijn in de zin van nog nooit bevist of een flinke tijd met rust is gelaten. |
 |
Wanneer ik de voer- en vismethode toepaste, hield ik die maximaal 14 dagen vol op een plek, waarbij beslist elke sessie aanbeten dienden op te leveren. Bij een onverwachtse blank kapte ik resoluut. In een ander artikel over 'Het nut van een voerstek' heb ik dat uitgebreid besproken. Wanneer er aanbeten kwamen, maakte ik de termijn van 14 dagen gewoon vol en stopte, ook al liep de stek voortreffelijk. |
|
|
|
|
|
|
Er waren dan twee mogelijkheden: A. òf de buit, een topvis afhankelijk van het betreffende viswater, was binnen; B. òf de buit was niet binnen, maar ik had wel een uiteenlopende hoeveelheid kleinere karpers gevangen. Direct na een vlugge topvangst kappen onmiddellijk met de stek, ook al zijn de 14 dagen niet gehaald! Natuurlijk moet je daar lef voor hebben. Ik en ik denk bijna iedereen heeft de neiging om op een succesvolle stek te blijven zitten, maar tweemaal vlot achter elkaar een topvangst doen kwam zelden voor. Nogmaals, topvangsten zijn natuurlijk wel gerelateerd aan de mogelijkheden per gegeven water. Deze stelling klinkt misschien erg hard maar ik heb het zelf door schade en schande moeten ervaren. De eerste jaren bleef ik lang genoeg zitten met de hoop dat deze keer de uitzondering de regel zou bevestigen. |
|
|
Veel stekken |
|
|
Wanneer met een voerstek is gestopt, kunnen we elders een nieuwe stek opstarten. Het motto is 'Hoe meer stekken, hoe beter'. Ik weet dat de lezer misschien denkt ' Die Evert heeft makkelijk praten, die heeft zeker genoeg stekken'. Ik zeg eerlijk, dat is absoluut niet zo! Ook ik moet tegenwoordig vechten voor een rustig plekje aan de waterkant. De afroomregels geven gewoon objectief aan, wat het beste is ongeacht de situatie. Als het niet kan is het jammer, maar dan kun je ook niet afromen. Vaak moest ook ik het doen met de praktische mogelijkheden die mij ter beschikking stonden. Het komt erop neer, dat als de goede stekken zijn uitgeput en om die weer blanco te doen worden, ze minstens een of twee weken met rust moeten worden gelaten. Alleen op de echt fantastische stekken en die zijn er beslist wel, kunnen we regelmatig blijven doorvissen. Het nadeel van het continu bezetten van zo'n stek is dat ook daar goede tijden zich zullen afwisselen met slechte tijden. Er is altijd een golfbeweging in vangsten en waar hoogtepunten zijn, zijn ook dalen. |
|
|
De spoorbrug |
|
|
Over het gebrek aan stekken schiet me nog een leuk voorbeeld te binnen. In maart 1996 kwam mijn Karpervissen, Avontuur en Passie uit. Daarin had ik een hoofdstuk geschreven over het Amsterdam-Rijnkanaal. Half april besloot ik op dat kanaal te vissen, maar ik kon mijn lol op toen ik erlangs reed. Alle stekken waren bestek en moedeloos reed ik verder. Het bleek dat er maar één plek over was, namelijk bij een spoorbrug waar niemand wilde zitten wegens het hevige treinlawaai . In het verleden had ik er wel gezeten, maar die vervelende omstandigheden maakten die stek weinig aanlokkelijk. Wie schetste mijn verbazing en pure blijdschap toen ik er al de tweede sessie een prachtige schubkarper ving van 36 pond. Het jaar was amper begonnen en ik had een mooie. Over afromen gesproken |
|
|
|
|
|
Carolus viste viste hier al in 1991! en ving ik in april 1996 een 36-ponder.
|
|
|
|
|
|
Mijn tweede vis van 1996 woog hier 36 pond! Toch zat ik volgens al die andere karpervissers natuurlijk wel weer op de beste stek. Op die plek heb ik twee weken stevig doorgevist, maar veel zwaarder dan een mooie rijenkarper van 22 pond kwam ik niet. Die 36'er was een behoorlijke toevalstreffer en voor Nederlandse begrippen was die vis al een hele grote karper, maar was die vis daar in de buurt ook de absolute top? |
|
|
|
|
|
7 km verder Nu ik dit schrijf, weet ik een boel meer. Het eerste bericht kreeg ik begin juni 1996 toen ik hoorde dat ongeveer een kilometer of 7 verderop in de Angstel die uitkwam bij die spoorbrug Joop Houtveen een schubkarper had gevangen van 36 pond! Onmiddellijk dacht ik: 'Het zal toch niet?' In de warme zomer van 1997 was ik er toevallig bij dat Menno Doornink op een nieuwe voerstek, weer een stuk verderop, ook een schitterende schubkarper ving van 36'er pond. |
|
|
|
|
|
Menno met de Vreemdeling. Nieuwe stek, eerste vis!
|
|
|
|
|
|
De volgende dag bekeken we de foto's. Een duidelijke plek in zijn schubbenpatroon verraadde het: 'Het was dezelfde!' Voor zover ik nu weet, is nu die vis zeer waarschijnlijk de grootste van de Angstel en die is toch 10 kilometer lang. Waar die zwemt, is moeilijk te zeggen, maar zowel ik als Menno en ook die andere visser vingen hem gewoon per ongeluk en hoe harder er daarna gevist werd, hoe moeilijker het ging. Dat is wat ik bedoel: zonder het te beseffen hadden we het riviertje met drie man al afgeroomd! |
|
|
Opmerkingen |
|
|
 |
Afromen wordt gedwarsboomd door gebrek aan stekken. Theoretisch klinkt het mooi maar je bent snel door je stekken heen. Ik kwam erachter dat zelfs een stek waar je genoeg aanbeten krijgt, geen enkele garantie biedt voor zware vissen. Terwijl je misschien zou denken dat daar logisch gezien meer kans op zou zijn. Ook op mindere stekken kun een grote karper vangen! Ik ving ooit een 32-ponder op een matige stek, waar ik later vele malen blankte. Mazzel? |
 |
Op een andere plek ving ik altijd karpers, ik ving ze er bij de vleet, maar boven de 20 pond kwam ik nauwelijks. Ik kapte daar en ving binnen tien minuten op een nieuwe stek een fraaie 28-ponder! Goede of slechte stekken? Wat is de definitie daarvan? Veel kleintjes of één grote? Bij het afromen mag je geen enkele stek overslaan. De enige voorwaarde is dat er tenminste één aanbeet dient te komen. |
 |
Ik heb ervaren en de afroomgedachte ondersteunt dat, dat de eerste aanbeten op een nieuwe stek zeer belangrijk zijn. Dat betekent dat je alert moet zijn en vooral in het begin zo weinig mogelijk vissen mag verspelen. De gouden kans is geweest voor je het goed en wel beseft, en de werkelijke vangsten bewijzen dat. |
|
|
|
|
|
|
De afroomresultaten geven op elke nieuw water, hoe groot dat ook is, binnen enkele maanden een treffend beeld van de karperpopulatie en vooral van de top. Dat lijkt mooi, maar absolute zekerheid heb je pas jaren later. Al zal je niet bewust afromen, toch denk ik dat het goed is dat dit soort ideeën ergens in je achterhoofd liggen opgeslagen. Hiervan een voorbeeld. Enkele karpervissers visten jaren geleden voor het eerst op de Kleine Plas van Maarsseveen. Ze vingen gelijk een spiegelkarper van 26 pond. Dat was een schitterend begin en ze dachten: ' "Wat moet hier wel niet zitten? We gaan hier niet meer weg voor we een dertiger hebben!' Ik wist dat die spiegel samen met een dikke schubkarper de grootste karper was van die plas. Die vis was meerdere malen gevangen en niet door mij alleen. Die karpervissers hebben het jaren volgehouden, maar of ze in die tijd een dertiger hebben gevangen, betwijfel ik. |
|
|
53 pond! |
|
|
Superafromer van Henk ter Maat in 1998 in Frankrijk! Drie dagen voeren, één run!
|
|
|
Bekende vangsten |
|
|
Kijk ook eens naar de vangsten van andere vissers. Ik ken tientallen voorbeelden van al dan niet bewust afgeroomde karpers. Daar waren uiteraard recordvissen bij. Zo ving Rob van de Laarschot reeds de eerste keer dat hij in 1991 viste bij de Clauscentrale van Maasbracht zijn befaamde spiegelkarper van bijna 48 pond.
Ook Benny de Jong die in 1993 met diezelfde karper Robs record met 2 ons verbeterde, viste voor de eerste keer op een splinternieuwe stek in een grindgat dat in verbinding stond met de Maas.
Marc Timmermans, de nieuwe recordhouder van Nederland, viste op de Nieuwkoopse Plassen voor de eerste keer op een uitgezochte strategische stek. |
|
|
De hoofdprijs |
|
|
Natuurlijk lukt het niet altijd. Als ik zou weten op welk nummer de hoofdprijs viel uit de loterij was ik allang miljonair. Toch zie ik vissen absoluut niet als kansspel waar de gelukkige altijd wint. Integendeel, de ware karpervisser is altijd op zoek naar het hoe en waarom van iets. Eén ding is zeker, de grootste karpers worden nog altijd gevangen op een handige manier, waarbij 'het gemakkelijke' van de vangst domineert over 'het afzien en het lijden'. Wie kent niet die onbeholpen Peppie die de rij supervissers voorbijrijdt en zomaar ergens gaan zitten en plompverloren uitgooit en dan... Eigenlijk is het oneerlijk, maar zo'n beginneling vangt dan puur toevallig de grootste karper van het kanaal of de plas. Om gek van te worden? De rode draad is steeds, dat niet op de kapotgeviste gedeeltes, maar juist op de blanco, de met rust gelaten zogenaamde slechte gedeeltes moet gaan zitten om af te romen.
Denk productief: 'Op mijn water geef ik een ander geen kans om af te romen, dat heb ik zelf al gedaan. Mij zal het niet gebeuren, dat ik tal van stekken voortdurend links laat liggen. Stel je eens voor, dat er een Peppie komt en mij en mijn topstek die ik constant en angstvallig bezet houdt, voorbijloopt en precies op die overgebleven stek de grootste karper van het water vangt! Dat zou een afgang zijn. Zo'n afknapper wil ik niet meemaken!' Denk niet behoudend, denk vrij, probeer iets nieuws en win op handige wijze het superlot uit de loterij! Veel succes! |
|
|
Voerplekken De watertemperatuur
|
|
 |
 |
 |
 |
 |