|
|
|
November1999 |
|
|
Een repliek |
|
|
Dat is karpervissen. Daar doen we het toch voor?
|
|
|
|
|
|
Afgelopen zaterdag was de landelijke dag en nu, de dinsdag erna, zit ik achter mijn tekstverwerker om mijn bijdrage klaar te stomen voor de 5de ronde.
De 4de ronde is achter de rug en de KSN-leden hebben die ondertussen geezen in De Karper nr. 53. De nieuwe bijdrage van Arthur van Duuren heb ik naast me liggen.
Aan mij de taak om van wal te steken voor mijn epistel. Voor ik dat doe, wil ik echter eerst een toelichting geven of beter gezegd een repliek, op het paragraafje 'Aalten & Co' uit dit laatste nummer. Dat paragraafje stond in een uitgebreid artikel van dezelfde Arthur en was volgens eigen zeggen bedoeld als een losse flodder (zie zijn titel). Vermoedelijk had hij het al geschreven vóór hij deelnemer werd aan deze rotaryletter. Hij plaatste enkele dusdanige opmerkingen aan mijn adres, dat ik, nu hij ook rotarist is geworden, ik in deze openbare briefwisseling geen zin heb om te doen alsof ik 'die flodders' niet gelezen heb. Normaal had ik die opmerkingen gelaten voor wat ze zijn, want als auteur ga ik me niet constant lopen verdedigen bij elk kritisch wissewasje. Het is nou eenmaal zo lezers een boek schitterend vinden of afkraken om wat voor reden dan ook. Als auteur besef je dat lang van tevoren en je weet voor welke doelgroep je bezig bent. Zoals ik eerder heb geschreven, geldt dat ook voor de hengelsportbladen. Ik wil graag dat we elkaar recht in de ogen blijven kijken en op een normale manier op elkaars teksten reageren, zonder dat er op de achtergrond iets speelt, over iets dat niet is uitgesproken. Daarom reageer ik nu bij hoge uitzondering op zo'n losse flodder.
Op de man Sorry Arthur, ik steek hard van wal, maar dat komt later wel weer goed. Laat ik eerlijk zijn, toen ik dat stukje las, voelde ik me behoorlijk in de zeik gezet en dat zinnetje 'dit is allemaal niet negatief bedoeld, maar...' veranderde daar niets aan. Die paar woorden beschouw ik als een goedkope truc om zogenaamd een vrijbrief te creëren als iemand iets negatiefs wil spuien. Toch kan ik er nog wel mee leven, want mijn huid is dik genoeg, maar het restant van diezelfde zin is echter een knalhard 'op de man spelen'. Ik citeer: '... en zo blijkt maar weer dat je met theorieën en beweringen héél erg voorzichtig moet zijn en jezelf nooit op een voetstuk moet plaatsen.' Ook al heeft de schrijver het misschien niet zo bedoeld, toch beluister ik hier die afschuwelijke Nederlandse mentaliteit van 'doe maar normaal dan doe je al gek genoeg' en 'als je kop boven het maaiveld uitsteekt, moet ie eraf'.
Mijn mening Als iemand geen enkel argument meer heeft en hij in een discussie het onderspit dreigt te delven, dan kan hij altijd nog proberen om de lachers op zijn hand te krijgen door de bekritiseerde belachelijk te maken. Als gevolg is dan het slachtoffer de bekende piespaal en in die positie kan hij zich nauwelijks meer verweren. In goed journalistiek gebruik is deze truc de meest verwerpelijke. Het toont namelijk geen respect! Degene die dat welbewust toch doet, zet niet alleen zichzelf te kijk, maar verspeelt daarmee ook al zijn rechten om alsnog met zijn belaagde te kunnen debatteren. Exact op dit punt lag voor mij een groot probleem. De opmerking 'daar moet je maar tegen kunnen', gaat er bij mij ook absoluut niet in en ligt op hetzelfde respectloze niveau. Vanaf het ogenblik dat ik dat stukje las, kolkten mijn emoties en dacht ik voortdurend na. Na lang beraad heb ik besloten Arthur het voordeel van de twijfel te geven, temeer daar we elkaar ondertussen al enkele keren gesproken hadden op een plezierige manier. Hoewel Arthurs artikelen van hoge kwaliteit zijn, kan ik niet anders verzinnen dan dat zijn gemis aan schrijverservaring hem parten speelt. Woorden op papier hebben dikwijls een grotere impact dan je denkt. Dat heb ik allang aan den lijve ondervonden gedurende al die jaren, dat ik honderdduizenden woorden typte. Ik leerde door schande en schade, en nog steeds moet ik en nu ook weer hier, mijn woorden en zinnen zorgvuldig wegen op een goudschaaltje, want een foutje in de toonzetting is zo gauw gemaakt. Dan ga ik nu punt voor punt in op Arthurs kritische opmerkingen, of eigenlijk boek voor boek! |
|
|
Drie Boeken |
|
|
|
|
|
1e Boek Succesvol Vissen op Grote Karper |
|
|
Arthur zegt over Succesvol Vissen op Grote Karper: "In zijn eerste boek hingen de resultaten soms af van ingrediënten die tot in tienden van procenten nauwkeurig moesten zijn,..."
Op de eerste plaats heb ik de woorden 'tot in tienden van procenten' al eerder gelezen in een uiterst cynische recensie van iemand die er al helemaal niets van begreep, dus daarvan akte. Op de tweede plaats kan ik hier moeilijk nog eens uitgebreid mijn visie over aas opnieuw gaan uitleggen, maar met Arthur wil ik daarover best wel eens een boom opzetten. Verder wil ik zeggen, dat we ons nog maar net bevinden in de start van het digitale tijdperk en het lijkt me niet meer dan normaal, dat in het jaar 2000 iedere karpervisser als hij dat wil, de voedingswaarde van zijn aas kan uitrekenen en het liefst ook heel nauwkeurig.
In mijn eerste boek stond inderdaad een berekening van karperaas en vandaag de dag ben ik er best trots op, die formule al bijna een decennium geleden te hebben ontwikkeld en gepubliceerd. Sterker nog, in Europa ben ik hoogstwaarschijnlijk de enige karpervisser die digitaal de voedingsbalans bepalen kan van karpervoer! Als ik dit niet mag zeggen, omdat dat teveel op borstklopperij zou lijken, sorry, het zij zo. Het feit dat die berekening in een flits geschiedt in cijfers achter de komma geeft uitsluitend een mate van precisie aan. Op zichzelf is die precisie echter net zo irrelevant als die van een secondewijzer op een horloge. Voor mij en vele andere karpervissers ondertussen, is dat softwareprogrammaatje niet meer dan een handig geavanceerd hulpmiddel om snel een volwaardige boiliemix samen te kunnen stellen. Laten we niet vergeten dat de huidige karpervisser al een scala gebruikt aan digitale hulptechnieken, zoals een dieptemeter voor het bodemprofiel, een thermometer voor de watertemperatuur, een horloge om de tijd te weten en een fraaie GSM voor de makkelijke bereikbaarheid en daar is toch niets optegen? |
 |

Binnenkort in dit theater
|
|
|
2e Boek Avontuur en Passie |
|
|
Arthur zegt over Karpervissen: Avontuur en Passie: "... terwijl in het tweede boek de watertemperatuur van alleszeggend belang zou zijn, werd over het aas nauwelijks nog gesproken."
Ik wist niet dat je een boek van vele duizenden woorden zo snel kon samenvatten. Laat ik hier drie dingen over zeggen. In mijn tweede boek voelde ik absoluut niet de behoefte om nog terug te komen op die aastheorieën. Zeker niet na die enorme controverse die erop volgde. Ik ben van mening dat een auteur die een goed boek wil schrijven ook met een nieuw onderwerp moet komen. Hij flopt als hij niets nieuws brengt en zich alleen herhaalt. Het lezerspubliek zou dat ook niet pikken. Trouwens, met zo'n manuscript hoef je bij een uitgever ook niet aan te komen. Het is iets anders als je een boek herschrijft, zoals Rini Groothuis dat onlangs heeft gedaan met het Grote Karperboek. Dat nieuwe onderwerp over die watertemperatuur betekent absoluut niet, dat ik ben overgestapt op een andere visie. Integendeel, dat tweede boek zie ik als een uitgebreid supplement op dat eerste boek. In mijn visie vullen ze elkaar volledig aan! Voor de duidelijkheid, nog steeds sta ik voor de volle 100% achter de geponeerde stellingen in beide boeken! Wel geef ik toe, dat we zo'n 10 jaar verder zijn en ik nu een aantal dingen beter kan overzien, waardoor ik hier en daar een relativering kan aanbrengen. |
 |

|
|
|
3e Boek Speurtocht naar Giganten |
|
|
Arthur zegt over Karpervissen: Avontuur en Passie: "... terwijl in het tweede boek de watertemperatuur van alleszeggend belang zou zijn, werd over het aas nauwelijks nog gesproken."
Ik wist niet dat je een boek van vele duizenden woorden zo snel kon samenvatten. Laat ik hier drie dingen over zeggen. In mijn tweede boek voelde ik absoluut niet de behoefte om nog terug te komen op die aastheorieën. Zeker niet na die enorme controverse die erop volgde. Ik ben van mening dat een auteur die een goed boek wil schrijven ook met een nieuw onderwerp moet komen. Hij flopt als hij niets nieuws brengt en zich alleen herhaalt. Het lezerspubliek zou dat ook niet pikken. Trouwens, met zo'n manuscript hoef je bij een uitgever ook niet aan te komen. Het is iets anders als je een boek herschrijft, zoals Rini Groothuis dat onlangs heeft gedaan met het Grote Karperboek. Dat nieuwe onderwerp over die watertemperatuur betekent absoluut niet, dat ik ben overgestapt op een andere visie. Integendeel, dat tweede boek zie ik als een uitgebreid supplement op dat eerste boek. In mijn visie vullen ze elkaar volledig aan! Voor de duidelijkheid, nog steeds sta ik voor de volle 100% achter de geponeerde stellingen in beide boeken! Wel geef ik toe, dat we zo'n 10 jaar verder zijn en ik nu een aantal dingen beter kan overzien, waardoor ik hier en daar een relativering kan aanbrengen. Dus ik zou mezelf tegenspreken? Beste surfers, koop dit prachtige boek en pluis alles zelf eens uit!
Arthur zegt over Speurtocht naar Giganten: "Dan het derde boek, hierin passeren de giganten van Nederland de revue, een prachtig boek moet ik zeggen, en ik heb het verslonden. Maar wat blijkt nu, een groot deel van deze vissen zijn gevangen in de warmste periode van het jaar; juli/augustus!
Dit is volgens Evert toch ook de slechtste periode van het jaar voor het vangen van grote vissen? Over de watertemperatuur heb ik in dit boek dan ook niets meer gelezen."
In de warmste periode? Om te beginnen wat achtergrondinformatie. Als een schrijver meerdere jaren aan een boek werkt en hij er bijna een complete dagtaak aan heeft, dan zit zo'n boek in al zijn poriën. Hij kan het wel dromen en weet tweemaal zoveel dingen als hij uiteindelijk opschrijft. Hij reist, hij komt bij mensen thuis, hij krijgt van alles te horen en ziet zelfs giganten in levenden lijve. Soms rilt hij op een koude dag, maar druipt zijn overhemd van 't zweet in de broeierige hitte van een andere dag. Hij onderzoekt jarenlang de precieze datums van tal van vangsten en de meeste heeft hij genoteerd of staan geprent in zijn geheugen en op het ogenblik dat hij die stelling las, wist hij dat die van geen kanten klopte. Met een flinke portie tegenzin bekeek hij voor de zoveelste keer die vangstdatums in zijn boek en begon ze te turven, tenminste voorzover de maanden bekend waren en die resultaten kan iedereen controleren. Laat ik overschakelen naar de eerste persoon.
De feiten geturfd |
 |

|
|
|
|
|
|
 |
In Deel I kwam ik op een totaal van 34 vangsten, waarvan 9 stuks in juli en augustus: plusminus 26,5%. |
 |
In Deel II kwam ik tot 5 officiële recordvissen, waarvan 0 in juli of augustus: 0%. Als ik echter toch het laatste record van 9 juli 1998 zou meerekenen (boek kwam uit april 1998), namelijk die van Joop en Helmut, dan kom ik op een totaal van 6 met 1 in juli: plusminus 16,5%. |
 |
In Deel III kwam ik op een totaal van 26 stuks, waarvan 4 in juli en augustus: plusminus 15%. Alle vangsten opgeteld, kom ik tot een totaal van 66 vangsten waarvan 14 in juli en augustus: dat is plusminus 21%!! |
|
|
|
Mijn conclusie |
|
|
Van de grote karpers is 79% gevangen in andere maanden dan juli en augustes! Me dunkt, een reden temeer om me gesterkt te voelen in de gedachte, dat de maanden juli en augustus inderdaad de slechtste periode is van het jaar! Een koele weerssituatie! En dan heb ik alles maar klakkeloos geturfd, want ik beweer dat een aantal van die vangsten in juli en augustus zich in werkelijkheid voordeden in een koele weerssituatie! Bijvoorbeeld die laatste recordvangst van Joop en Helmut gebeurde bij een koel en een miezerig weertype. Hoe ik dat weet? De volgende dag was ik zelf bij de registratie van dat record. De watertemperatuur heb ik die dag niet opgemeten, want ik had wel wat anders aan mijn hoofd, maar ik weet wel dat het vrij koel en regenachtig was en storm op til en er buitengewoon goed karperweer stond aan te komen. |
|
|
|
|
|
Het Schilderij op 37 pond en gevangen op een vismeelmix.
|
|
|
Herfstweer in juli! |
|
|
Wegens al die besognes met dat boek had ik nauwelijks gevist. Ik maakte snel, natuurlijk ook gemotiveerd door die recordvis, een voerstek op de Noordeinderplas. Op die 12de juli was het een geweldig beestenweer, maar ik ving wel binnen 15 minuten een spiegelkarper van 32 pond die hongerig lag te wachten op mijn op de computer berekende herfstboilies (samengesteld volgens boek één. De watertemperatuur was digitaal gemeten 17,2º Celsius, dus uitstekend volgens boek twee.
Ik glimlach en bespeur een ironisch einde. Wat een piepklein stukje los kan maken! Misschien wilde Arthur me alleen maar uit mijn tent lokken, want dan hoor je nog eens wat. Een losse flodder kan natuurlijk ook niet raken. Arthur, 't is jammer, maar je scoorde geen enkel punt. Het zou je sieren als je de dezelfde moed kunt opbrengen gelijk de beroemde schaakgrootmeester Nimzowitsch die ooit verklaarde na een verloren polemiek: 'Ich nehme alles zurück und behaupte das Gegenteil!' Deze uitvoerige reactie kostte me een flink deel van mijn bijdrage, maar leverde wel interessant leesvoer op en daar gaat het tenslotte om. Toch wil ik vlot nog wat rotaryonderwerpen bespreken. |
|
|
De waarde van een karpervangst |
|
|
Puntig verwoord vond ik de mening van Piet Vogel en ik herhaal hem nog maar eens: 'De waarde van een karpervangst in Frankrijk is de waarde die jij als visser er persoonlijk aan geeft, niet meer en niet minder. Karpervissen doe je namelijk voor jezelf.'
Dit is een uitspraak waar ik wat mee kan, hij snijdt echt hout. Als je de woorden "in Frankrijk" weg zou laten of zou inruilen voor een ander land, blijft ie nog net zo krachtig! |
|
|
Wie vangt eigenlijk een karper? |
|
|
Piet Vogel heeft het volgende charismatisch standpunt: 'Een karper is pas door jou gevangen als je echt alles hebt gedaan. Met dat alles bedoel ik, dat je zelf de hengel optuigt, zelf ingooit (of uitroeit), zelf aanslaat en ook nog eens zelf afdrilt. Het scheppen mag dan nog van mij door een ander gebeuren, maar dat is dan ook de grens, punt uit!'
Bij Piets stelligheid sluit ik me volledig aan. Ik betrapte me er zelfs op, dat ik toen ik dit voor de eerste keer las ik een zucht van opluchting slaakte. Mijn laatste Personal Best werd namelijk op de valreep door een ander geland, maar gelukkig telde ie volgens Piet nog net. Op het moment van de vangst zag ik er niet veel kwaads in, maar later zat het me toch niet lekker. De vis was perfect gehaakt en ik had het gemakkelijk zelf kunnen doen. Toch beschouw ik die vis gezien mijn voorbereiding en alles wat er omheen gebeurde als volledig door mezelf gevangen. Ik heb me echter voorgenomen: 'Eens, maar nooit meer.' Net als daarvoor schep ik voortaan weer mijn eigen karpers. Trouwens, ik denk ook dat de visser die de hengel hanteert zelf het beste voelen kan, waar de karper zich bevindt, wat ie vermoedelijk gaat doen en of ie al landingsrijp is. Degene die een karper voor een ander schept, neemt een grote verantwoording op zich. Hij moet erg zeker zijn van zijn zaak. Stel dat hij een fout maakt waardoor op 't nippertje een gigant verspeeld wordt? Krijgt hij dan ook de schuld? Of is het juist de visser te verwijten die het toeliet dat een ander, een bekende of een vriend, zijn karper probeerde te scheppen? Het voordeel van zelf scheppen is, dat je zelf volledig verantwoordelijk bent. Aan de andere kant kan ik het me goed voorstellen, dat er uitzonderlijke situaties bestaan, waarin het redelijk is dat een ander jouw karper schept, zoals in het geval van hoge rotsen, een steile schoeiing of een vis die zich verderop in takken, lelies of riet heeft vastgezwommen. |
|
|
Teveel wintervoer? |
|
|
Robert Paul Naeff vraagt zich af of het voeren bij lage watertemperaturen wel zo gezond is voor de karper en of je misschien zelfs een voerverbod zou moeten overwegen voor sommige wateren in de winter. Dit gezien het feit, dat koikarpers bij lage watertemperaturen de grootste moeite hebben om voedsel te verteren en dat die vissen ziek kunnen worden en zelfs sterven. Of valt het allemaal wel mee?
Na enig nadenken kies ik voor het laatste. Van koikarpers weet ik niets af, maar ik denk dat je die kweekvissen, die eigenlijk een soort vijver- of aquariumvissen zijn en als gevolg een geheel eigen eisenpakket hebben, moeilijk tot niet kunt vergelijken met onze karpers, die al jarenlang in 't wild leven en voor hun eigen kostje moeten zorgen. Gelijk Arthur ook al zegt, heb ik het nooit gemerkt dat karpers in de winter stierven, omdat ze werden gevoerd. Integendeel, ze reageerden vaak zeer goed op een kleine hoeveelheden 'wintervoer'. Zo'n winterverbod doet me trouwens denken aan de begintijd van de boilies, toen dikwijls mensen schreeuwden om sowieso een voerverbod voor boilies en dat gebeurde al in de zomer! Die boilies zouden maar verzuren en de karpers ziek maken, dus weg ermee. |
|
|
|
|
|
Evert geloofde een Vreemdeling te hebben gevangen.
|
|
|
|
|
|
Kwaliteitsvoer Meestal waren dat jaloerse vissers die zelf niets vingen. Karpers hebben een enorm natuurlijk vermogen om slecht voer af te keuren. Dat hebben ze ontzettend vlug in de gaten. Als het allemaal niets uitmaakte wat je voerde, zou elke boilie toch evengoed vangen?
Waarin ligt anders het belang van kwaliteitsvoer?
In het verleden heb ik vaak genoeg meegemaakt, dat je met slecht of verkeerd voer geen karper op de kant kon krijgen. Terwijl je onder dezelfde omstandigheden met een prima samenstelling ontstellend goed kon vangen. Ik hoef alleen nog maar te denken aan die begintijd van het boilietijdperk toen er nog boilies werden gepropageerd met superhoge eiwitgehaltes. Op een voerplek echter scoorden ze voor geen meter!
Arthur zegt ergens: 'Of de karper er zich ziek aan zal eten of dat ie zijn eigen grenzen weet te kennen, zal waarschijnlijk een grote vraag blijven. Persoonlijk denk ik dat het erg meevalt, uit de aanwijzingen en bevindingen die ik in de loop der jaren heb doorgekregen, vallen geen negatieve effecten te halen.'
Arthur slaat hier de spijker op zijn kop. Alleen over het verband twijfelt hij. Ik niet, het één vloeit uit het ander voort. Karpers accepteren gelukkig niet zomaar alle rotzooi en eten zich beslist niet ziek. Hun intuïtieve grens is snel bereikt. Dat is toch ook de meest logische verklaring waarom je nooit zieke of dode vissen vindt als gevolg van voer. De negatieve effecten die ik merk van slecht voer zijn juist het omgekeerde: namelijk een slechte respons op aas en het compleet falen van een voerstek, zowel in de zomer als in de winter! |
|
|
Selectie op boilieformaat? |
|
|
Ik neem zonder meer aan dat John ervaringen heeft opgedaan met de selectieve kracht van groot en hard aas. Waarschijnlijk heeft dat ook veel met zijn manier van vissen te maken. Ik moet eerlijk zeggen nog nooit met boilies groter dan 2,5 cm te hebben gevist. Ik zag daar trouwens ook het nut niet van. Of zou het zijn dat groot aas grotere karpers zou uitselecteren? Mijn ervaringen heb ik voornamelijk opgedaan op voerplekken en volgens mij gebeurt daar altijd al een zekere selectie naar het formaat van de vis, maar dat heeft meer te maken met andere factoren die nodig zijn om een voerplek te doen slagen.
Sorry, maar de stokpaardjes waar ik steeds op terugval zijn: de watertemperatuur waarmee ik rekening hou in relatie tot de voedingswaarde (hoge of lage eiwitten) van mijn boilies en de voerhoeveelheid, plus een inschatting hoeveel karpers ik kan verwachten. 't Is soms heel simpel, als ergens al veel 20-plussers rondzwemmen, hoef je al helemaal niet te selecteren. Als het ergens barst van de kleintjes van laten we zeggen 15 pond en lichter, en er sprake is van heel af en toe een 25-plusser, dan zul je je toch hoe je het wendt of keert door een grotere hoeveelheid karpers moeten heenwerken, ook instant. Op een voerplek zullen naar verhouding de grotere vissen makkelijker blijven hangen. Ik heb het zo vaak meegemaakt, dat ik op een voerplek heel vlug een mooie vis ving en als ik dan maar lang genoeg bleef zitten, kwam er best wel weer een aanbeet en altijd was 't een kleintje. Met andere woorden die kleintjes zaten en zwommen er wel degelijk, wat duidelijk bleek als ik dus langer bleef, maar ze lagen niet te wachten op mijn voerplek als er een grotere was geweest. Was er geen grote(re) dan ving ook ik natuurlijk kleinere vissen. Wat ik ook heel typisch vind, is dat ik maar zelden heb meegemaakt dat er een heel kleintje van 8 of 10 pond lag te wachten, terwijl die er toch vaak waren. |
|
|
Selectie door laag eiwit! |
|
|
Grote spiegels? Al was er maar één dikke spiegel in de buurt geweest dan plakte die als het ware al aan mijn voerplek vast. Hoe ik dat denk te weten? Op Loosdrecht heb ik veel gevist en hoewel de grotere spiegels daar verre in de minderheid waren, ving ik die altijd vlot en meestal als enige op een voerplek, tenminste als ik er eentje had aangeboord. Een keihard bewijs kan ik niet geven, maar in de praktijk gebeurde het altijd op dezelfde manier, bijna in een patroon. Vele voorbeelden schieten me te binnen. Zo maakte ik ooit eens een klein voerplekje met 700 gram boilies (plus wat handjes gekookte maïs voor de zachte bodem) in een gat van een groot lelieveld. Ik viste daar vanuit een boot en Ruud (Jongens) zat in diezelfde boot met een videocamera in de aanslag. We probeerden een filmpje te maken van een karpervangst en het liefst bij daglicht. Het was prachtig weer en het zonnetje scheen. Om drie 's middags begonnen we, maar urenlang gebeurde er niets.
Overal karpers Wel zagen we overal karpers, links, rechts en allemaal waren het schubs. Ik was dat wel gewend en wachtte geduldig op mijn eigen plekje. Ruud echter, wist niet wat ie zag en ik hoor hem nog zeggen: 'Evert je hoeft hier helemaal niet te voeren, ze zitten overal!' In zekere zin had hij ook wel gelijk, maar op de bonnefooi gaan was mijn methode nou eenmaal niet. Ik wachtte op die ene vis die van mijn voerplek had gevreten. Mijn antwoord: 'Wacht maar Ruud, eentje weet dat plekje en die komt heus wel!' Na een uur of vier en veel discussies later, hoe ik het daar beter kon aanpakken, met de korst of pen, bewogen de lelies waar ik lag. Enkele minuten later volgde een korte droge tik op hengeltop en begon een stevige karperdril. Als een haas zette Ruud die videocamera aan en het resultaat was een fraaie live-dril van een prachtige volschubkarper van 28 pond! |
|
|
Een uitgeselecteerde spiegel? |
|
|
Een prachtige volschubspiegel!
|
|
|
|
|
|
Later heb ik op diverse lezingen dat filmpje laten zien. Achteraf bleek het zelfs een bekende 31-ponder te zijn, die al in mijn eerste boek stond. Hij was perfect gehaakt en op die film is nog duidelijk te zien, dat ik controleerde of ie van mijn voer gegeten had. En ja hoor, hij poepte onmiddellijk boilieresten uit vermengd met vliesjes van gekookte maïs! Dat betekende dat ie er dus al veel eerder was geweest. Een uitstekend resultaat, al zeg ik het zelf. Die vis behoorde bij de topvissen van Loosdrecht. En ik plukte 'm zomaar uit een groep andere vissen? Zou zoiets toeval zijn: veel kleinere schubs in de buurt, een voerplek gemaakt van twee dagen en als gevolg vang ik nou net die ene grote spiegel! Te veel jaren heb ik zulke voorvalletjes meegemaakt en ze ook bij tal van visvrienden zien gebeuren om van toeval te kunnen spreken. Grapje: in mijn eerste boek was ik niet voor niets zo stellig over voer. |
|
|
Dat boilieformaat |
|
|
Mijn mening. Over dat formaat: ik geloof niet in een voerplekselectie door uitsluitend grote en harde boilies te gebruiken als niet tenminste rekening is gehouden met de combinatie van kwaliteitsaas en voerhoeveelheid gerelateerd aan de betreffende watertemperatuur (alsook de lengte van de vissessie!).
Immers, zelfs in het geval je een karper zou hebben uitgeselecteerd op een groot formaat boilies, wat heb je er dan aan als hij niet terugkomt omdat het voer hem niet bevalt? Bikkelharde boilies? Ik kan me wel voorstellen, dat grotere boilies nodig zijn om bijvoorbeeld minder last te hebben van winde of brasem, of in het buitenland met lastige kreeften of meervalletjes. Voor de hardheid van een boilie geldt trouwens nagenoeg hetzelfde verhaal. Ik heb nooit beter gevangen door bikkelharde boilies, integendeel vaak zelfs slechter, waarschijnlijk door de slechtere voedingswaarde.
Hoe hard moet een boilie zijn? Gewoon zo hard dat ie er nog ligt als er een karper langskomt. Omdat ik elke 24 uur voer, is dat de uiterste termijn. Wel maak ik mijn boilie in de winter (of bij koud water) softer dan in de zomer bij hoge watertemperaturen. Dat komt vooral door mijn keuze voor bepaalde ingrediënten. |
|
|
Mijn laatste bijdrage |
|
|
Ongemerkt heb ik een flink stuk geschreven. Zonder het in de gaten te hebben, ben ik weer bij dat oude voerverhaal en bij die watertemperatuur beland. Ik ben blij hier en daar een vrijblijvend voorbeeldje in de rotary te hebben kunnen geven. Als ik zo bezig ben met schrijven, schieten me tal van dingetjes te binnen, want schrijven doet inspireren. In mijn vorige bijdrage heb ik al gezegd, dat mijn bijdrage in deze 5de ronde mijn laatste zou zijn. Voor de andere onderwerpen mis ik de ruimte (en de tijd) en jammer genoeg borrelt er ook geen nieuw interessant onderwerp in me op. De beste onderwerpen zijn ook die je ergens in je hoofd hebt zitten, waar je voortdurend mee rondloopt en waarmee jij en andere vissers op de een of andere manier mee bezig zijn en waar je vaak over praat. Geforceerd een onderwerp verzinnen zie ik niet zo zitten. Ik eindig met te zeggen, dat ik het bijzonder plezierig vond om mee te doen. John, nogmaals bedankt voor je uitnodiging. Verder wens ik alle rotaristen veel inspiratie toe bij hun schrijfsels, maar bovenal veel succes aan de waterkant. |
|
|
April 1999
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |