|
|
|
November 1998 |
|
|
Willems afscheid |
|
|
Het Schippersgat te Noorden.
|
|
|
|
|
|
De lente is aantocht, de kou is uit het voorjaar en het kriebelt om weer lekker te gaan vissen. Toch heb ik twee volle dagen ervoor uitgetrokken om deze rotaryletter te schrijven. De tweede ronde heb ik gelezen, net als alle KSN-leden. Sinds enkele weken ligt de uitgebreide bijdrage van Willem Peters voor de 3de ronde bij me thuis. Tot mijn verrassing gaf hij te kennen met de rotaryletter te gaan stoppen. Zijn drukte met de handel en om meer voor de commerciële bladen te gaan schrijven, lagen aan dit besluit te grondslag.
Om eerlijk te zijn, Willems standpunt begrijp ik. Je hebt een drukke baan, daar is de handel, je wilt vissen en af en toe moet je ook nog een flink stuk schrijven en daar heb je niet veel tijd voor. Uit ondervinding weet ik, dat voor een goed artikel of een gedegen werkstuk als de rotaryletter een avondje typen absoluut onvoldoende is. Betaald of niet, toch is er schrijverswerk nodig. In de praktijk betekent dat, dat je daarvoor minimaal twee dagen moet uittrekken! Een flink stuk schrijven is een hele opgave en zeker de uitgebreide bijdrages zoals Willem Peters die schreef. Dat kan inderdaad een last of een te grote opgave zijn. Daarom begrijp en respecteer ik ook het besluit van Willem en waardeer zijn enorme inzet voor de eerste drie rondes van de rotary. Hij leverde toch maar drie enthousiaste stukken aan bij John en als schrijver weet ik terdege dat hij daarvoor heel wat uurtjes moet hebben nodig gehad. |
|
|
Rotarist? |
|
|
Voor de goede orde, zelf ben ik vrijwel altijd op de een of andere manier bezig met een artikel voor een blad of iets met een boek. Voor mijn deelname aan de rotaryletter heb ik enige tijd geleden bewust gekozen. Hiermee kom ik dan ook op de vraag van Bald de Boer: 'Hoe gaat zoiets in zijn werk?' Ik kan zeggen dat ik gewoon door John van Eck benaderd ben om aan dit idee mee te werken, niet meer en niet minder. Maar om nou te spreken van eerherstel, nee dat gaat me te ver, zo heb ik dat niet ervaren. Wel is het zo, dat als ik mijn gevoelens zorgvuldig formuleer, ik zeg, dat ik het inderdaad wel eervol vond en me dus ook enigszins gevleid voelde, zeker gezien de achtergrond van zekere gebeurtenissen uit een ver verleden. Simply spoken: 'I got an offer I could n't refuse'. Dan beland ik nu automatisch bij het eerste interessante onderwerp van deze ronde: de commercie en de KSN |
|
|
Commercie |
|
|
Om voort te borduren op het schrijven van de rotaryletter. Toen John mij vroeg, veranderde er voor mij niet veel. Ik was toch al gewend om veel te schrijven, maar had niet altijd het goede gevoel om in de betaalde bladen mijn ei kwijt te kunnen. Elk hengelsportmagazine heeft zijn eigen doelgroep en eigen stijl, en als schrijver moet je daar rekening mee houden. Je bent altijd bezig binnen een bepaalde ruimte. Enkele voorbeelden. |
|
|
|
|
|
|
|
Voor het enorme lezerspotentieel van dit blad kan ik natuurlijk niet te specialistisch worden en dien ik algemeen leuke en interessante artikelen aan te leveren.
|
|
|
Hier kunnen artikelen diepgaander zijn, maar je kunt er niet teveel je kritische mening spuien. Bij deze bladen ligt natuurlijk sterk de nadruk op de prachtige kleurenfoto's.
|
|
|
Een blad met een sterk gespreide, maar specialistische doelgroep. Kleur neemt daar een minder prominente plaats in, maar daar staat wél uitstekende technische informatie tegenover. Precies voor die knowhow koopt men dat blad en ik moet het De Visser nageven en dat waardeer ik zeer, dat zij zonder enig probleem al eens een scherp kritisch artikel van mij plaatste.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bij elk commercieel blad geldt, dat in een artikel iets reclame op zijn tijd niet erg is. Dat is inherent aan het wezen en het overleven van deze bladen zelf! |
|
|
KSN is onafhankelijk! |
|
|
Anders dan die magazines is het succes van de KSN zoals Robert dat noemt, of volgens Wijtze de 'kracht', dat zij géén commerciële belangen heeft, dus als club onafhankelijk is! Mijn schrijven in de rotaryletter, maar dat geldt tevens voor alle leden van de KSN die iets in De Karper plaatsen, biedt mij dus een onafhankelijk en niet gecensureerd platform om mijn persoonlijke mening ergens over te kunnen geven. Die vrijheid van meningsuiting is trouwens in een democratie zo'n beetje het hoogste goed. De enige grens waar een vrij mens dan op kan stuiten, is belediging of smaad, dus gewoon de normale normen van het menselijk fatsoen. Een andere grens is 'geen reclame maken'. Immers, de lezer weet dan al snel niet meer of het gaat om de stimulering van de verkoop van een product of om iemands eerlijke en integere mening. Voor je het weet, heb je de schijn tegen. |
|
|
Het Comité |
|
|
Daarmee kom ik op een ander punt wat hiermee nauw verwant is. Het betreft het vraagstuk van de commerciële binding van de leden van het Comité en in het bijzonder het terugtreden van Hans Groenewoud en Franklin Broeckx. Ik val maar gelijk met de deur in huis. Evenals Robert Paul Naeff en Wijtze Tjoelker vind ik het terugtreden van beide personen een wijs besluit, wat ons aller respect verdient. Laten we de dingen nog eens op een rijtje zetten. |
|
|
|
|
|
 |
In de statuten van de KSN staat beschreven: 'Comité-leden dienen geen commerciële bindingen te hebben'. Hoe je het wendt of keert, als je dan plaats neemt in de redactie van het nieuwe karpermagazine Dé Karperwereld heb je dus gewoon commerciële bindingen gekregen. Voor mij is dat zo klaar als een klontje. |
 |
Dat daar als consequentie een resoluut vertrek bij hoort, is dan ook niet meer dan logisch. Dat dat vertrek erg jammer is voor de KSN wegens de verdiensten en de grote inzet van beide heren, zal iedereen met mij beamen. |
 |
Laten we eens doordenken, was er eigenlijk een alternatief? Ik denk het niet. Hadden ze dan moeten aanblijven, omdat we het zo jammer vinden om goeie krachten kwijt te raken? Hadden ze dan moeten blijven, omdat ze de KSN heus niet in de steek wilden laten? Of hadden ze soms moeten blijven, omdat integere mensen 'de dingen heus wel kunnen scheiden?' Volgens mij lopen we dan alleen maar alles goed te praten of smoezen te verzinnen, omdat er achteraf, dus jaren nadat bepaalde regels in de statuten zijn vastgelegd, plotseling een vervelend probleem is ontstaan, dus iets wat we eigenlijk niet zo leuk vinden. |
|
|
|
|
|
|
Stel dat Hans en Franklin waren gebleven, dan hadden ze zeker heel wat leden op hun hand gehad, maar dat zou zeer onrealistisch zijn geweest, zeker gezien het eerste punt. Terecht waren ze dan door anderen weer zwaar onder vuur genomen, omdat ze heel eenvoudig een simpele regel uit de statuten hadden overtreden. Hadden ze zich dan moeten verdedigen met de stelling dat ze integer waren? Kun je dat als een werkelijk argument gebruiken van jezelf? Dat kan toch niemand zeggen van zichzelf! |
|
|
De schijn tegen |
|
|
Ook uit het A'dam-Rijnkanaal komt soms een mooie spiegel.
|
|
|
|
|
|
Net als in de politiek is het een algemene wet dat er op den duur een onmenselijk zware druk was ontstaan om toch te vertrekken. Denk aan al die politici, die 'niets hadden gedaan' maar wel 'de schijn tegen hadden' en zolang mogelijk wilden aanblijven en zich eindeloos vastklampten aan hun positie. Op een bepaald moment ging het niet meer om belangenverstrengeling, maar om het enkele feit dat men 'de schijn tegen had', schuldig of niet. Een hoge positie van een korpschef, van een burgemeester of zelfs van een minister wankelde en werd gewoon onhoudbaar.
en het slot was keer op keer, dat men dan toch moest aftreden met als gevolg scherven aan alle kanten. Ook al had men niets gedaan, toch werd het imago van de aftredende ontzettend beschadigd en liep de betreffende persoon waarschijnlijk ook nog een trauma op. En het geroddel was dan heus nog niet afgelopen. Makkelijk blijft men steeds maar zeuren: 'Hij moest aftreden en dat zal echt wel niet voor niks zijn geweest, want waar rook is, is vuur.' De grootste persoonlijkheden zijn juist diegenen die hun gezonde verstand gebruiken en moedig zijn en de eer aan zichzelf houden en absoluut niet meedoen aan al die misplaatste en nutteloze touwtrekkerij. Laat iedereen begrijpen, dat Hans en Franklin gewoon niet aan konden blijven en juist een uitstekende daad hebben verricht door met een opgeheven hoofd te vertrekken. Dit toont ook de kracht van de KSN en de juistheid van de regels in haar statuten. |
|
|
Statuten wijzigen? |
|
|
Het enige waarmee ik het met Wijtze Tjoelker oneens ben, is dat de woorden 'geen commerciële bindingen' verandert zouden moeten worden in 'geen enkele commerciële activiteit ondernemen buiten de KSN'. Moeilijk gezegd: interpretatief gezien, blijft het toch allemaal lood om oud ijzer. Dik twintig geleden heb ik rechten gestudeerd en daarom weet ik op grond van deze studie het volgende. Bij regels of wetteksten gaat het er niet zozeer om wat er letterlijk staat, maar wat primair 'de geest of de bedoeling is geweest van de wetgever'. Bij een conflict zal een rechter daar altijd naar zoeken en in het ene geval iets 'zus' interpreteren, maar in het andere geval 'zo'. In het onderhavige geval, zie nogmaals punt 1, was de casus van Hans en Franklin glashelder en viel die onder de bedoeling waarom het artikel oorspronkelijk ook in de statuten is geplaatst, namelijk om de enkele schijn of de mogelijkheid van een belangenverstrengeling te voorkomen en in dit geval was dat zo duidelijk als wat. |
|
|
De waarde van een karpervangst |
|
|
Wat kwamen er toch mooie spiegels uit Loosdrecht.
|
|
|
|
|
|
Voor een goede discussie wil ik de vangsten in Frankrijk uitbreiden met die uit landen als België en Roemenië.
De meningen kort samengevat: |
|
|
|
|
|
 |
Robert Paul Naeff. Merkt vaak dat vissers die niet in Frankrijk vissen de vangsten van grote karpers in het buitenland bagatelliseren en dat die vissen niet zouden tellen. Volgens hem gaat het vooral om de moeilijkheidsgraad per water én niet om het land waar de vangsten worden gedaan. |
 |
Wijtze Tjoelker. Het is gewoon appels met peren vergelijken. |
 |
John van Eck. Denkt dat het een zinloze discussie is, zoals penvissen vergelijken met boilievissen. Iedereen moet gewoon doen waar hij zin in heeft. |
 |
Willem Peters. Is van mening dat het niets uitmaakt. Een buitenlandse grote karper is net zoveel waard als een Nederlandse. Hij moet er al verdomd veel moeite voor doen om überhaupt tot een sessie in Frankrijk te komen. |
|
|
|
Nooit in Frankrijk |
|
|
Ik beken, ik ben nog nooit in Frankrijk geweest en neem onmiddellijk aan dat een trip naar het buitenland bepaald geen sinecure is. De voorbereiding, de reis, de moeite, de uren, het eelt op je handen roeien en dan nog de vele kosten, liegen er bepaald niet om. Inderdaad hoor ik ook de vele verhalen van vissers die door de modder en de regen totaal verzopen en zonder één aanbeet thuiskomen en dan hebben ze het echt niet plezierig gehad. Cynisch kan ik nu makkelijk zeggen: 'Maar men ging toch voor het grote avontuur?' Voor het merendeel van de karpervissers is het buitenland misschien nog wel moeilijker dan ons eigen land en eigenlijk verwondert me dat niets. Relatief en absoluut Velen zag ik gaan, die bij wijze van spreken om de hoek nog geen fatsoenlijke karper konden vangen en dachten in Frankrijk toe te slaan. Ik denk dat in alle voorgaande opmerkingen wel een kern van waarheid zit. |
|
|
Drie voorbeelden |
|
|
 |
I. Als ik in Nederland vis in het Amsterdam-Rijnkanaal dan weet ik uit ervaring, dat hoewel ik daar in de eerste plaats vis voor een 30-plusser, ik daar toch veel moeite moet doen om een vis boven de 20 pond te vangen. Bij een 22-ponder op dat kanaal is mijn sessie al meer dan geslaagd en voel ik me uitermate in mijn nopjes. Komt er iemand voorbij dan gaat zo'n vis bij mij ook op de foto als een herinnering voor later. Zelf heb ik dan de gedachte iets te hebben gepresteerd en daar put ik dan mijn motivatie en moed uit om lekker door te gaan. In het verleden gebeurde het soms wel eens dat er een uitsloverige visser met zijn handen in zijn zakken achter me kwam staan en smalend vroeg of ik al wat gevangen had. Als ik opgetogen antwoordde: 'Ja, ik had net een mooie 22'er!', werd ik gelijk de les gelezen met: 'Oh wat, zo'n kleintje, vanmorgen ging het op Maarsseveen niet best. Ik had er maar vier en de kleinste woog 23 pond!' Zo'n kerel kon ik dan wel direct in het water rammen. Ik denk dat iedereen begrijpt, wat ik in dit geval bedoel met de relatieve waarde van een karper. Inderdaad heeft zoiets te maken met de moeilijkheidsgraad van een water, maar dat begrijpen velen niet. Die staan de vissen van verschillende wateren of ook van landen gewoon met elkaar te vergelijken. |
 |
II. Stel dat ik in datzelfde Amsterdam-Rijnkanaal na vele jaren vissen een 40-ponder vang en dat dezelfde uitslover had gezegd: 'Ach vorige week had ik er nog eentje van 64 pond in Roemenië, maar best ging het er niet, want die 70'ers beten niet!' Ik denk dat hij dan opnieuw in het water had gelegen. Waarom ik me dan gekleineerd voel? |
 |
III. Speurtocht naar Giganten kreeg als ondertitel De karperschat van Nederland en dat betekent heel simpel, dat uitsluitend de superkarpers uit Nederland erin konden komen en helaas dus geen enkele supervis, hoe groot ook, elders uit Europa. Puur chauvinistisch was inderdaad mijn afbakening, namelijk gewoon de grens van Nederland. Naast de absolute vergelijking heb je dan weer die relatieve, die ook al nadelig uitvalt voor Nederland. Hoeveel vijftigers kan België, Roemenië of Frankrijk wel niet stellen tegenover die ene bekende op Nieuwkoop? Zowel absoluut als negatief hebben wij Nederlanders dan ver het nakijken. |
|
|
|
|
|
|
Een beauty, de grootste karper van het stadsjie Utreg!
Heel simpel, dat slag vissen kan ik niet vangen in Nederland, maar ik niet alleen, niemand kan dat, hoeveel moeite ik ook zou doen, welk water ik ook zou zoeken. Een oneerlijker vergelijking kan ik bijna niet bedenken. De absolute vergelijking is hier nog harder of gemener dan de relatieve.
|
|
|
Waardering in perspectief |
|
|
Toch waardeer ik het werkelijk als iemand in het buitenland grote vissen weet te vangen, alleen weet ik dikwijls niet hoe ik de werkelijkheid ter plaatse moet beschouwen. Ik bedoel, was het relatief gezien dan ook zo goed? Als iedereen in een zekere plas bijvoorbeeld 40'ers vangt en iemand komt uit datzelfde water juichend thuis met een dertiger, maar hij verzwijgt al die veertigers, dan voel ik me toch bedrogen als ik later de ware situatie van iemand anders te horen krijg. Eerst absoluut, dan relatief Dit alles overziende is het mijn overtuiging dat je de dingen eerst absoluut moet scheiden en daarna relatief. Dus en met alle respect blijven Franse vissen nou eenmaal gevangen in Frankrijk en niet in Nederland. Frankrijk heeft tot nog toe het wereldrecord in handen en dat staat nog altijd op 74 pond. Evenzo geldt dat voor België (record = 69 pond) en Roemenië (record = 73 pond!?). In al deze landen gelden nou eenmaal andere, eigen maatstaven. De allergrootste karpers die tot nu toe in Nederland werden gevangen, gingen amper voorbij de 50 pond. Absoluut gezien steekt dat nog steeds schril af tegenover deze landen. Natuurlijk moet je ook daar ontzettend je best doen, dat geloof ik graag, maar daar gaat het in een absolute vergelijking niet om. |
|
|
Trots als een pauw |
|
|
Dit neemt allemaal niet weg, dat wanneer iemand een 50'er of zelfs een 60'ervangt in Frankrijk, hij als een pauw zo trots mag zijn. Ik ben de eerste om hem te feliciteren. Maar het is en blijft voor mij een Franse vis, waarvan de waarde volgens de maatstaf ter plaatse dient te worden bepaald. Precies als bij die vergelijking uit het voorbeeld van die 20-ponder uit het Amsterdam-Rijnkanaal met die 'makkelijke' vissen uit Maarsseveen. Franse vissen tellen wel, maar wél voor Frankrijk. Het zou toch onterecht zijn om die zomaar op te tellen bij die in Nederland gevangen dertigers?
De reden dat ik nooit in het buitenland heb gevist, was eenvoudig dat het er nooit van gekomen is. Ik ben er niet ingerold, vermoedelijk omdat ik viste met een aantal vrienden en kennissen die dat ook niet deden. Voor de toekomst sluit ik het absoluut niet uit het toch eens te proberen in Frankrijk, België of zelfs Engeland. Mijn doel zal niet het pionieren zijn, maar het onbekende, het avontuurlijke op te zoeken. Het belangrijkste zal het sociale gebeuren zijn, het ontmoeten, het kletsen, het gezellig samenzijn en het uitwisselen van informatie met vissers uit andere landen. Mocht ik het geluk hebben om aldaar een supervis te vangen, dan weet ik zeker, dat ik dolgelukkig zal zijn met die 'fish of a lifetime'. Sterker nog, ik denk dat de vangst van sowieso mijn eerste karper in een ander land mij een uniek gevoel zal geven, ongeacht het formaat. Over wat ik dan heb meegemaakt, zal ik beslist enthousiast publiceren. Het enige verschil met Nederland is, nogmaals, dat het hele gebeuren zich wel simpel afspeelt in het décor van een ander land. |
|
|
De waarheid versluiert |
|
|
Nog iets waar ik me, net als Wijtze, behoorlijk aan kan ergeren. Dat is als een schrijver in een artikel prachtige foto's laat zien van karpers uit een ander land dan waar het onderwerp van het artikel over gaat, maar dat er niet duidelijk bij vermeldt, zodat hij suggereert dat die schitterende vissen in Nederland zijn gevangen. Het gevolg is dat de nietsvermoedende lezer nog meer bewondering krijgt voor de schrijver en zijn kennis. Die superkarpers suggereren het bewijs van het gestelde, terwijl de betreffende auteur die vissen helemaal hier niet gevangen heeft! Natuurlijk verfraaiien die prachtige illustraties dat artikel, maar op de eerste plaats dienen ze op eerlijke wijze de tekst te ondersteunen. Of het moet puur om de mooie foto's gaan, waarbij de tekst van minder belang is.
Bij een goed artikel mag best mooie foto's plaatsen uit het buitenland, maar hij moet dan wel zo eerlijk zijn om toe te geven waar hij die karpers heeft gevangen. Ergerlijk is het trouwens ook als een buitenlands artikel vertaald wordt zonder toelichting. Bijvoorbeeld als een willekeurige Duitser in zijn land een fraai artikel heeft geschreven en dat later zomaar wordt vertaald en bij ons wordt geplaatst. Dikwijls komt dat heel stupide over. Dat heeft te maken met een cultuurverschil of hoe men op een totaal andere manier tegen het karpervissen aankijkt. Geen Nederlander wil graag op een naïeve manier beleerd worden door een buitenlander die hier nog nooit gevist heeft. Ik denk omgekeerd ook niet. Dit soort fratsen is niet de schuld van de oorspronkelijke schrijver, als wel van het betreffende blad dat op een goedkope zijn kolommen vult. |
|
|
Aas |
|
|
Tja..., ook deze dertiger ving ik met uitgerekende boilies!
|
|
|
|
|
|
In dit kopje worden heel wat interessante zaken op een hoop gegooid door Willem Peters. Het enige wat ik over aas wil zeggen, is dat ik de samenstelling van het hoogste belang vind en de rest alleen maar onzin. Met deze knuppel in het hoenderhok heb ik over dit onderwerp genoeg gezegd. Mijn mening heb ik uitgebreid gepubliceerd, en elke verdere toelichting op deze plaats zou te summier zijn. |
|
|
Haken, rigs en techniek |
|
|
Deze onderwerpen zijn voor mij te algemeen gesteld en voel ik me er nogal ongemakkelijk bij om er voor een groot publiek iets zinnigs over te zeggen. Als ik nou de wijsheid in pacht had, deed ik het wel maar eerlijk gezegd voel ik me dikwijls zelf een kluns op dit gebied. Nogmaals, ik weet er gewoon te weinig van en nog steeds geldt het adagium voor schrijvers of schrijvende vissers: 'Je kunt alleen maar ergens goed over schrijven waar je veel van weet' en daar hou ik me dus ook aan. Ik heb ervaren dat in de loop der jaren al mijn zekerheden wegslipten over haken en rigs. Zelf ben ik ook iemand die op dit gebied 'nog steeds in het duister tast'. Ik probeer in de praktijk van alledag gewoon de haken en rigs uit van de vissers die ik zoal spreek. Ik laat me op dit gebied graag voorlichten door de talloze experts die overal in den lande rondlopen. Ik vind het ook leuk om met de interessante ideeën van anderen te vissen. Globaal bezien komt het vaak op hetzelfde neer: een kleine stevige haak met line-aligner of D-rig en dat in combinatie met een korte, soepele of juist stijve onderlijn; en verder vast of schuivend lood. |
|
|
Lokaliseren |
|
|
In mijn hele karpercarrière is gek genoeg het direct lokaliseren van de karpers nooit mijn belangrijkste doelstelling geweest. Ik bedoel dan lokaliseren in de zin van: zien zwemmen, zien springen, zien zonnen of de lelies of de riethalmen zien bewegen. Op de wateren die ik beviste, was het niet zinvol om plekken te zoeken, waar ik deze dingen zag. Op de beste stekken zag ik zelden karpers. In het Amsterdam-Rijnkanaal kun je normaal moeilijk gaan staan wachten tot er een karper springt. Veel beter is om gewoon met je verstand en peilhengel een strategische stek te zoeken, daar te voeren en een keer te vissen. Bij een blank kap je en zoek je een andere stek. In de loop der tijd leerde ik op deze manier mijn wateren kennen. Heel simpel door schade en schande.
Ik ben het wel met Willem en John eens, dat ik het liefst zit op de stekken waar de karpers zwemmen. Als ik de aanpak van mijn hele visserij nog eens overdenk, dan geloof ik dat die tactiek van vele voerplekken en korte sessies er in feite ook op gericht is om zo snel mogelijk op de beste stekken uit te komen, tenminste om ergens veel (grote) karpers te vangen. Je zou kunnen zeggen, dat mijn methode praktisch gezien erop gericht was om de karpers snel te lokaliseren. Uiteindelijk kwam ik vaak vrij snel op de stekken terecht waar de karpers zich ophielden. Pas dan zag ik ze! Als je veel ervaart, voel je de dingen beter aan. Je moet ook op slechte stekken hebben gevist goed te voelen, waarom de goede stekken zo goed zijn. Je leert het beste van je fouten. |
|
|
Techniek |
|
|
Toch denk ik niet dat als iemand op een prima stek belandt, hij ook altijd goed zal vangen. Uitsluitend de ervaring, de kennis en de kunde van de visser stelt hem instaat om de volle buit binnen te halen. Mijn ervaring uit de wedstrijdvisserij ondersteunt dit. Als je slecht viste, troefde je buurman je helemaal af! Ik kan me zelf nog goed een geslaagde voerstek herinneren waar ik binnen de kortste keren een 24-ponder en een 19-ponder ving, maar daarna nog vijf runs kreeg in vier uur tijd en die allemaal op de meest stompzinnige manier verspeelde: losschieters, lijnbreuk, kapotte onderlijn en om een eiland heen. Ik ben toen stante pede weggegaan, anders had ik vast en zeker mijn dure carbonhengel over midden gebroken van pure kwaadheid. Een wereldstek, maar zonder succes! Ik heb daar vier weken constant gevist en maar 50% gevangen! Treuriger kon het niet. Bij elke sessie had ik de neiging om mijn kop door de muur te stoten. Effectieve rigs, prima haken en een uitstekende techniek blijven altijd belangrijk. Tot slot nog een laatste woord over aas. Ik kan het niet laten. Ik blijf van mening dat wanneer aas rommel is, of als je verkeerde hoeveelheden voert afhankelijk van de omstandigheden, de betreffende visser zelfs de beste stekken kan verpesten en hij nauwelijks vangt of misschien zelfs niets. |
|
|
April 1998 April 1999
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |