November 1997

Ready mades

John van Eck: De hoeveelheid verkochte ready mades stijgt nog steeds, desalniettemin zijn er veel karpervissers die voor geen goud een ready made aan hun hair zouden binden. Hoe sta jij tegenover ready mades, durf je er eventueel de concurrentie mee aan te gaan?

   
De term ready mades staat synoniem met kant en klare boilies die overal te koop zijn. Ik kan het niet helpen, waarschijnlijk is het een gevoel, maar als ik ze al zie, neem ik ze niet serieus. Ik heb er geen enkel respect voor. Sterker gezegd, ik heb er wat tegen, soms voel ik zelfs weerzin. Het klinkt misschien ongenuanceerd, maar die zakken met gele, rode, oranje of groene ballen ervaar ik als in elkaar gedraaide chemische toestanden, die meer gemaakt worden om karpervissers te vangen dan onze sportvis de karper. 
  Handenvol boilies heb je overal nodig.  


Dat meen ik serieus. Geld verdienen is niet erg, maar een fabrieksboilie is ontzettend moeilijk te maken en daardoor komt automatisch de kwaliteit, of de voedingswaarde, in het gedrang en dus op de laatste plaats. In de folders zien we altijd schitterende kleurenfoto's van prachtige karpervangsten en natuurlijk zijn die gevangen met... en vul nu het merk maar in. Een recordkarper kan ook altijd terecht bij de een of andere aasfirma. Is het niet prachtig om in een schitterende kleurenfolder te staan? Dan heb je tenminste loon naar werken! Nou, nou, zullen de meeste lezers zeggen, wat gaat die Evert toch ineens te keer tegen die ready mades. Wat een arrogante eikel! Wie denkt hij wel dat hij is? Heeft hij de wijsheid dan in pacht? Wat voor argumenten heeft hij eigenlijk? Schoppen kunnen we allemaal. Kom nu eens met feiten. Oké, ik zal eens een aantal ervaringen op een rijtje zetten.

Slechte ervaringen

Mijn eerste ervaring stamt uit 1985. In 1984 begon ik met karpervissen en toen ving ik, weliswaar op maagdelijke wateren, ongelofelijk goed op mijn zelfgedraaide brouwsels. Op basis van eenvoudige boilierecepten lukten mijn eerste voerplekken werkelijk fantastisch. Heel vaak kreeg ik mijn eerste aanbeet binnen enkele minuten! Ik overdrijf dit beslist niet. In 1985 kwamen de eerste commerci‰le wonderballetjes uit Engeland. Dat waren bakjes met 400 gram, die ruim 13 gulden moesten opbrengen. Volgens de winkelier waren die dingen 'je van het' en moest ik ze beslist uitproberen. Ze waren ontworpen door de beste Engelse aasexperts die alles wisten over voedingsleer en wat attractief was voor een karper. Ik heb mijn portemonnee getrokken en een tiental plastic bakjes gekocht. Met een bom duiten lichter en veel hoop, heb ik met die dure dingen ontzettend mijn best gedaan. Echter het contrast was schril. Ineens lagen er op mijn voerplekken geen karpers meer te wachten, slechts één 10-ponder ving ik! Ik was een illusie armer, maar ook een ervaring rijker! Trouwens, in de zomer voerde ik toen al minstens een kilo boilies per dag en met die winkelboilies was dat financieel niet op te brengen. Mijn mix inclusief eieren kostte me ongeveer een gulden of drie. Dat was stukken goedkoper en ik ving ook vele malen beter! Wat doe je dan? Zelf maken natuurlijk! Dat had allerlei voordelen. In de jaren daarna heb ik nooit meer de behoefte gevoeld om boilies te kopen.

Eigen boilies

   
Integendeel, dat strookte ook niet met mijn denkbeelden over de kwaliteit van boilies. Ik wilde per se weten wat erin zat en zelf de balans bepalen van de hoeveelheden eiwitten, vetten, koolhydraten en vezels. En met een winkelboilie gaat dat niet.

In de jaren tachtig werd er volgens mij zoveel onzin verteld over aas en voer, en golfden op het vaste land zoveel ideeën over ons heen, bijvoorbeeld over het vermeende goede van hele hoge eiwitpercentages, dat ik me zelfs gedwongen voelde om een controversieel boek te schrijven, waarin objectieve kennis over voedingsleer centraal stond.  


Als je eenmaal gelooft in je eigen methodes en theorieën, en in de praktijk redelijk vangt en niemand om je heen succesvol ziet met een ready made, dan koop je in mijn positie echt geen boilies in de winkel. Aan de waterkant werd ik vaak in deze gedachte bevestigd. Als ik een enkele keer iemand zag vissen met ready mades waren dat bijna altijd beginnende karpervissers, die dus nauwelijks ervaring hadden met goed voer. In de buurt van Utrecht viste geen enkele 'goeie' karpervisser met winkelboilies en zeker niet de vissers die bijvoorbeeld in het Amsterdam-Rijnkanaal stonden te dumpen. Financieel scheelde dat gewoon een pak geld. Alle fanatieke vissers die ik kende, maakten thuis hun eigen boilies en met succes. Misschien heb ik daar zelf een steentje aan bijgedragen. Jarenlang heb ik met mijn boeken en lezingen ideeën uitgedragen en aan het grote publiek verteld hoe je in de keuken goedkope boilies kon maken, die ook nog voortreffelijk vingen.

Boiliefabrikant

Voor mij, mijn visvrienden en al die kennissen overal in Nederland staat het nog steeds als een paal boven water dat geen enkele fabrieksboilie kan tippen aan een goede zelfgemaakte boilie. Op een voerplek heeft een ready made nog steeds een hopeloze achterstand. De eisen van de fabrikant Ondertussen heb ik nog een andere invalshoek gekregen, die deze stelling in hoge mate ondersteunt. In 1995 en 1996 heb ik namelijk een kijkje kunnen nemen achter de coulissen van een boiliefabrikant. Toen heb ik het zelf meegemaakt en kunnen zien, hoe het daadwerkelijk toegaat in zo'n fabriek. De problemen voor een fabrikant zijn de volgende:

Een ondernemer moet winst maken anders gaat hij ten gronde. Daarom moeten de kosten zoveel mogelijk worden gedrukt en moet alles zo goedkoop mogelijk zijn. Ik bedoel dan de basisingrediënten, de overige grondstoffen, de kleur- en geurstoffen, de conserveringsmiddelen, enz.

Het boiliedeeg moet perfect zijn, namelijk in die zin dat het spuitmondje een schitterend ronde en gladde worst met de juiste diameter dient uit te braken. Als de worstjes door de walsen worden gesneden en rond worden gedraaid, mogen er aan de zijkanten geen vervelende gaatjes ontstaan. Deze eis klinkt misschien niet zo absurd, maar om een mooie ronde en gladde bal te krijgen op de machine waarop men werkte, was een heidense klus. Daarvoor testte men weken, zo geen maanden! Honderden, misschien wel 1000 recepten werden er getest. Kortom de machine bepaalde het deeg. Als de verhouding van het recept ook maar even niet klopte, was er altijd een probleem. Of de worsten scheurden kapot, of er kwam een gat aan de zijkanten, of het recept was te duur. Altijd was er wel wat en aan dat testen kwam nooit een eind.

De boilies mogen niet beschimmelen, want de winkelier wil de boilies nou eenmaal op de plank aanbieden. En als één fabrikant het wél kan, moeten al die anderen mee, anders raken ze orders kwijt. De winkelier wil het liefst een jaar garantie tegen bederf en de klant die regelmatig naar Frankrijk reist, wil ook boilies hebben die nooit bederven. Onder welke omstandigheden dan ook! Maar onze fabrikant zit er maar mee. Eigenlijk verlangt dus iedereen het onmogelijke van een in wezen zeer bederfelijk product.



Overdoseringen

Maandenlang heb ik vertegenwoordigers van allerlei firma's en voedingsfabrieken zien komen en gaan. Allemaal beweerden ze te weten hoe je een boilie het beste kon conserveren. Meestal kwam het erop neer 'probeer dit eens of probeer dat eens'. Maar een week later ging weer 2000 kilo naar de Filistijnen. Het is misschien gek dat ik het zeg, maar volgens mij viert nog steeds het amateurisme hoogtij. Dat schimmelprobleem is voor een fabrikant zijn grootste probleem. Als hij dat niet onder de knie kan krijgen, is zijn einde in zicht. Zijn leven, zijn brood hangt ervan af! Iedereen in deze branche doet er geheimzinnig over, maar in een keiharde concurrentiesfeer is het nou eenmaal, ieder voor zich en God voor ons allen. Dat er dan sprake is van overdoseringen, waarover Willem Peters terecht zijn bezorgdheid uitspreekt, kan ik goed begrijpen en ook ik hou mijn hart vast voor de karper! Misschien moet de overheid hier ingrijpen en voor onze karper normen stellen!

De ideale fabrieksboilie

   
Als ik uit het oogpunt van de fabrikant de ideale ready made zou omschrijven, dan ziet ie er uit als volgt. Hij is perfect rond, knalhard, helder gekleurd en heeft een lekkere flavour en goede smaak op de tong van... jawel, de karpervisser. Ook mag die boilie niet zuur ruiken of bitter smaken, wat soms gebeuren kan door conserveringsmiddelen. Daarbij mag hij absoluut niet beschimmelen en moet hij het liefste een jaar lang goed blijven!

Slaagt een fabrikant erin een boilie te maken die aan deze strenge criteria voldoet, dan is commercieel gezien zijn kostje in Europa gekocht. Hij kan dan contracten sluiten voor honderdduizenden kilo's! Eerlijk gezegd, als ik het geld had en ook de professionele kennis om ze te maken op basis van mijn normen én ze ook nog prima kon conserveren, dan wist ik het wel... Ready mades zijn inderdaad zoals Willem Peters terecht opmerkt, Big Business!



Ook deze schub kon mijn zelfgemaakte boilies niet weerstaan. 


Kwaliteit?

Alleen de idealistische karpervisser zit dan nog wel met die heikele vraag: 'Vangen die boilies wel?' en 'Houdt de fabrikant wel rekening met de voedingswaarde?' en 'Hoe weten ze of hun boilies goed zijn?' Voor mij was de ervaring heel ontnuchterend om mee te maken, dat het antwoord op deze vragen in principe niet van belang was en pas aan de orde kwam als het product eigenlijk al klaar was. Degene die commercieel de puntjes op de i wil zetten, houdt zich echt pas op de laatste plaats bezig met dit soort vragen. Nogmaals, het gaat erom orders in de wacht te slepen, je concurrenten af te troeven en vooral schitterende ballen te maken, want dan hoef je alleen nog maar te produceren. Met al die kilo's die overal in het water worden gedumpt, zijn er altijd wel lieden die ermee vangen. Het blijft nou eenmaal vissen en vangstgarantie geeft natuurlijk niemand. Het kan toch aan alles liggen? Aan de stek, de stand van de zon, de verkeerde wind of ze deden het gewoon niet.

Speelt kwaliteit geen rol? In dit verband moet me toch nog even het volgende van het hart. Helaas, toch zijn er nog vele karpervissers en echt niet de minsten onder ons, die doodleuk beweren dat de kwaliteit van het aas geen rol speelt om succes te hebben! Meestal volgen er dan wat dooddoeners zoals het belang van een goede stekkeuze, de juiste wind op de kant en dat het er hopelijk mag barsten van de karpers. Als ze dan ook nog bijten als gekken, wie wil dan niet met het slechtste voer zitten? Denk je de koekoek! Het verzinnen van een ideale situatie kan ik ook en die heb ik ook wel meegemaakt, maar ja, die komt misschien maar eens in de twee jaar voor. Als het niet aan de boilies mag of kan liggen dan - en ik weet het, dit is een rare redenering, maar dat doen die anderen ook - dan geef ik het inderdaad grif toe, wanneer je weer niets vangt, krijgt alles de schuld, maar natuurlijk nooit de boilies!

Conclusie over ready mades

   
Ready mades zullen volgens mij het beste scoren bij instantvissen. Waarschijnlijk zijn ze ook gemakkelijk voor langdurige sessies in het buitenland. Echter op voerplekken heb ik grote twijfels. Niet eens wegens het hoge eiwitgehalte, want dat zal wel meevallen door het gebruik van goedkope meelsoorten, maar door al die vreemde dingen die erin zitten. Ik noem bijvoorbeeld die hoge doses conserveermiddelen, de gomsoorten die het deeg moeten binden, zoet-, geur- en kleurstoffen. Tot slot ontbreken goede voedingsstoffen als vitamines en vezels.  
  Karpers willen géén conserveermiddelen. 


Commercie

John van Eck: Ook binnen het team van de Rotary Letter zitten mensen die vanuit verschillende gezichtspunten met commercie te maken hebben. Hoe staan jullie tegenover de commercie binnen de karpervisserij in het algemeen en in het bijzonder tegenover karpervissers die zich laten sponsoren. Is dit een goede ontwikkeling of raakt men hierdoor meer en meer van het karpervissen verwijderd?

Commercie kan geen kwaad. Waar ik me aan kan ergeren, is slechte waar of hebberige winkeliers die fakeartikelen verkopen. Hoge prijzen betalen voor slechte producten vindt niemand leuk. Wat me nog het meeste dwarszit zijn de schijnheilige advertenties die uitschreeuwen dat een recordkarper gevangen is met merk... Ik weet waarover ik praat. Ik heb met verschillende karpervissers gesproken die in Nederland grote karpers hebben gevangen. Natuurlijk noem ik geen namen, maar als je op vertrouwd terrein bent, bijvoorbeeld in de huiskamer of lekker aan de waterkant staat te kletsen, dan komt op een bepaald moment de aap uit de mouw. Achteraf hadden ze dikwijls spijt en moest zo iemand jarenlang volharden dat hij zijn befaamde vis had gevangen met... Of zij de schuldigen zijn? Eigenlijk niet. Meestal was het zo dat volkomen onverwachts een gigant op de kant getrokken werd. De gelukkige verkeerde in alle staten en kreeg plotseling een telefoontje uit de handel. Allerlei leuke dingen werden hem dan voorgespiegeld. Hij kon een hengel krijgen of zakken boilies of mix en tegelijk zou ie overal bekend worden. Was dat niet prachtig? Verder hoefde de succesvolle visser niets meer te doen. Alleen even een fraaie foto geven en de rest kwam wel voor elkaar. In de advertentie stond dan later dat deze geweldige karper was gevangen met die en die boilies en met die en die flavour. Achteraf gaven ze het ruiterlijk toe dat ze naief waren geweest en als het ware overrompeld door die lui van de commercie. De volgende keer zouden ze het wel anders doen. Maar ja, meestal vang je een gigant maar eens in je leven, dus die volgende keer kwam meestal niet. Dit soort verhalen hoorde ik geregeld.

Advertentiekarpers

Deze mega-karper werd gevangen volgens de richtlijnen van Karpervoer2000

Ik durf de stelling aan: "Wanneer een advertentie met veel poeha verklaart dat deze gigantische karper is gevangen met..., is dat zelden waar!"

De "betere" karpervissers geloven het toch al niet, maar daar gaat het de commercie niet om. Hun doel is het grote geld en dat moet komen van de massa en niet van die vervelende topvissers die het altijd beter weten.

Misschien klinkt dit overdreven, maar mijn argwaan kwam niet vanzelf en werd steeds gevoed door ervaringen in dezelfde trant.

Sponsoring

Ook tegen sponsoring heb ik niets. Dat kan, mits men integer blijft, uitsluitend voordelen opleveren voor ons als karpervissers. Wat is er op tegen een centje bij te verdienen? Onze hobby kost al zoveel. Ik ken uitstekende karpervissers die hun eigen mix of boilies verkopen en velen daarvan laten profiteren. Juist die jongens hebben gigantisch gescoord. Zij weten wat het is om hard te vissen. Hun hoef je niets te vertellen. Zij kennen het klappen van de zweep en weten veel meer dan elke winkelier. Op het voer dat zij verkopen, is daadwerkelijk gevangen en karpers 'so big' dat we er allemaal van kwijlen! Hoewel zij wel commercieel zijn, zijn zij natuurlijk geen partij voor de commercie. Ik bedoel in de zin van grote omzetten, reclamecampagnes of distributiesystemen.

Toch geloof ik voor 100% wat deze jongens beweren en ook al betreft het niet altijd een theorie die de mijne is, ze zijn in ieder geval wél op dat voer gevangen! Tegen gesponsorde teams heb ik niets, maar ik moet toegeven dat ik daar niet veel ervaring mee heb. Het enige wat ik hoop, dat men niet rommelt met de waarheid. Ik neem aan dat gesponsorde teams vissen met de spullen van de firma. Mijn probleem: wat als die vissers niet achter een bepaald product kunnen staan? Dikwijls zijn het niet de minste vissers en die weten vaak een heleboel. Misschien wel meer dan de baas die hun betaalt. Ze moeten natuurlijk staan voor hun baas' product, maar niet ten koste van alles. Eigen denkbeelden mogen nooit verkwanseld worden aan het geld van een ander. Respect en geloofwaardigheid zijn immers waarden die niet in geld zijn uit te drukken! Commercie en sponsoring kunnen op zich geen kwaad, maar die mogen nooit in botsing komen met dingen als eerlijkheid en het pal staan achter je eigen ideeën en/of producten.

Hot Spots

John van Eck: Iedereen kent ze wel de plekken op een water waar veel karper vanaf komt. Als het slecht gaat zijn dit vaak de enigste plekken waar karpers gevangen worden, vandaar mijn stelling "eens een hotspot altijd een hotspot". Sla ik de plank mis?

Als we een hotspot beschouwen als een stek die het altijd doet, of beter is dan andere stekken, dan ken ik daarvan vele voorbeelden. Veel goede stekken van tien jaar geleden zijn nog steeds goede stekken. Mijn probleem was in de praktijk dat zo'n goede stek voortdurend was bezet door andere karpervissers en dan restte 'aan te sluiten in de rij', maar dat kan ook voordelen hebben. Plotseling blijkt een oude hotspot waar niemand meer vertrouwen in heeft en waar jij noodgedwongen terechtkomt als vanouds beregoed te vangen. Een voorbeeld. In het voorjaar van 1996 kwam mijn boek Karpervissen, Avontuur en Passie uit. Ik had daarin een hoofdstuk geschreven over het vissen in het Amsterdam-Rijnkanaal. Aangezien ik met dat boek druk bezig was, kwam ik aan vissen nauwelijks toe. Mijn boek werd gepresenteerd op de VISMA en ook de weken daarna had ik nog beslommeringen. Toen besloot ik te vissen op dat kanaal. 't Was half april en ik wist dat ik moest opschieten om nog een aardige kans te maken. Toen ik langs het water reed kon ik mijn lol op, werkelijk alle stekken waren bezet. Ook die ene van die foto uit mijn boek. Ik bedoel die met die knik in het kanaal. Die vis op die foto erboven had ik daar gevangen

De spoorbrug

Carolus viste viste hier al in 1991! en ving ik in april 1996 een 36-ponder.

Moedeloos reed ik verder. Slechts één plek bleef over, want niemand wilde daar zitten. Het was een stek waar om de haverklap treinen langskwamen en het zo hard denderde dat je steeds vingers in je oren moest duwen. Uit het verleden wist ik dat die stek behoorlijk productief was, maar ja, die vervelende omstandigheden maakten die stek niet aanlokkelijk. Toch gooide ik mijn voer erin. Ik had geen keus. Wie schetste mijn verbazing en mijn enorme geluk toen ik al in mijn tweede sessie van 1996 een prachtige 36-ponder ving. Nauwelijks was mijn visjaar begonnen of het was alweer geslaagd en nog wel op een oude hotspot! Volgens de kanaalclan zat ik natuurlijk weer op de beste stek.

OVB wildbloed-hybriden

John van Eck: De OVB is een promotiecampagne begonnen voor de 25% wildbloed-hybriden, ingegeven door het artikel van Robert met adressen waar vette Duitse spiegels te koop zijn. De OVB beweert stellig dat het in Nederland allerlei andere factoren zijn die ten grondslag liggen aan het feit dat de 25% wildbloed-hybride niet is uitgegroeid tot de gewichten die karpers in bijv. België en Frankrijk bereiken. Wat is jullie mening?

Drie factoren De OVB noemt een drietal factoren die bepalen 'hoe groot karpers in Nederland kunnen worden'. Dat is de bezettingsdichtheid waaronder verbraseming, de omgevingsfactor en de factor tijd. Met de eerste twee ben ik het volledig eens. Op de factor tijd kom ik direct nog terug. Toch heb ik het gevoel dat de OVB om een belangrijk punt heendraait en dat is toch heel simpel het karperras oftewel de genetische eigenschappen. Een overdreven grapje: 'Een mug wordt toch nooit een olifant?' Als ik zie dat in België, Duitsland en Noord-Frankrijk karpers zeer vlug kunnen uitgroeien tot enorme afmetingen en dat dat nauwelijks gebeurt in Nederland, krijg ik toch mijn bedenkingen. Immers het ras moet wél de potentie hebben om groot te worden.

Factoren als overbezetting, verbraseming en omgevingsfactoren belemmeren inderdaad een optimale groei en ik beaam dat. Doch als ik vis in zo'n gigantisch en uitgestrekt kanaal als het Amsterdam-Rijnkanaal en daar met de grootste moeite af en toe een 30-ponder kan vangen, zinkt me de moed in de schoenen. Mooie spiegels ving ik er vrijwel nooit, altijd diezelfde schubjes. Is daar dan ook overbezetting? D'r zit best veel karper, maar makkelijk vangen? Pezen was daar ook een vak! Nederland bezit ongelooflijk veel water, meer dan België of Engeland en zouden er dan werkelijk bij ons geen wateren zijn zonder overbezetting? Dat geloof ik niet.

Top binnen 15-20 jaar De factor tijd. Natuurlijk is de factor tijd van belang, maar men suggereert dat als je maar lang genoeg wacht ook 25% wildbloed-hybriden dik boven de veertig pond zouden kunnen worden. Enkele opmerkingen hierover. Volgens mij is dat een stelling poneren die nog bewezen moet worden, terwijl Belgische en Duitse rassen het al bewezen hebben dat ze heel zwaar kunnen worden! Verder, wanneer we kijken naar het verleden bleken grote karpers vaak binnen 15 tot 20 jaar, ik stel het maar even ruim, te kunnen uitgroeien tot zeer hoge gewichten. Ik noem het maar even het topgewicht. Daarna werden ze stabiel en slechts in uitzonderingsgevallen kwamen daar nog wel wat pondjes bij, bijvoorbeeld omdat zo'n vis zijn kuit niet kwijt kon. Ik doel onder andere op die recordvis van Chris Yates. Normaal was dat echter niet. Juist die bekende karpers uit Redmire Pool, waarna de OVB verwijst, waren in de beginjaren al snel op hun topgewicht. De meesten groeiden echt niet hun hele leven. Laat ik de zaken eens even omdraaien. Sinds 1963 zijn er geloof ik 25% wildbloed-hybriden uitgezet. Dat is al bijna 25 jaar! Dan moeten er toch wateren zijn, al zijn het maar enkele, waar alle factoren toevallig gunstig waren? Het klimaat mag geen rol spelen, want ook in België worden ze groot. Mag ik dan veronderstellen dat in die 25 jaar enkele karpers zijn uitgegroeid tot hun maximale gewicht? Waar zijn die 40- of 50-ponders? Een mensenleven wachten? Wanneer ik van de OVB een artikel lees, waarin een foto staat met drie prachtige spiegels met de vermelding dat omgevingsfactoren en bezettingsdichtheid belangrijk zijn, vind ik die illustratie toch vreemd.Die fraaie spiegels zijn toch van een ander ras!



Een bekende 31-ponder uit Loosdrecht.

Joop Butselaar ving deze spiegel in 1988. Ik ving hem in 1994! Waarom groeide hij niet?

30-40 jaar wachten?
En dan die foto met twee dertigers van 16 jaar oud, dat waren toch lage dertigers? Waarom zijn ze eigenlijk niet zwaarder? Ik vraag me af wat eigenlijk het aantoonbare record is van een 25 % wildbloedhybride? Misschien 32 of 35 pond? Op diezelfde 16-jarige leeftijd waren een aantal Redmire Pool vissen al veel zwaarder! Moeten we soms 30 of 40 jaar wachten? Edoch, een mensenleven duurt niet lang. De tijd zal het misschien wel leren, maar om jaren achter de feiten aan te lopen en pas op mijn oude dag een kans te mogen maken op een gigant, vind ik wel wat aan de late kant. Op de meeste punten heeft de OVB gelijk, maar aan die overbezetting heeft ze zelf behoorlijk meegewerkt. Dat is de OVB niet altijd kwalijk te nemen, want de verenigingen zijn in de praktijk de eerst verantwoordelijken. De OVB heeft beslist kennis van zaken, maar ze moet wel objectief blijven en niet op de populaire toer gaan en in een hengelsportmagazine uiterst onzekere stellingen verkondigen. Kan ik het omgekeerde niet veel gemakkelijker bewijzen? Voor mij is het niet zo moeilijk een aantal meldingen te doen van hele grote karpers. Ik bedoel dan zware veertigers uit het heden en verleden én in Nederland, die beslist niét waren van het ras 25% wildbloed-hybride. Sommige van die vissen groeiden met een ongelofelijke curve en deden daar echt geen 30 of 40 jaar over. Robert, denk bijvoorbeeld eens aan Naeffje!

De biologische klok

John van Eck: Ronny de Groote schreef een tijdje geleden in de Beet een artikel waarin hij beweerde dat je grote karpers op bestelling kan vangen. Kortweg kwam het erop neer dat grote vissen vaak op dezelfde terugkerende tijdstippen gevangen worden en vaak ook nog op dezelfde stekken. Hoe denken jullie hierover?

Hoewel Ronny's uitspraak vrij gedurfd is, zie ik zeker een globale overeenkomst met mijn eigen ervaringen. Zijn stelling kan ik redelijk plaatsen, maar is wel afhankelijk van het water waar je vist. Het maakt een heel verschil of je vist in een klein kanaaltje of op een gigantische onoverzichtelijke rivier of een duizenden hectares grote plas met havens, eilanden, landtongen, sloten en inhammen. Op kleinschalig water kun je bijna niet misschieten, maar op groot water is de inschatting stukken moeilijker. Ook al weet je voor 70% waar de vis zich bevindt dan nog blijft er flinke foutmarge. Belangrijk vind ik de tijd van het jaar en de daarbij horende invloed van de watertemperatuur. Ik weet bijvoorbeeld dat ze het goed gaan doen in de lente en in het najaar en rond bepaalde watertemperaturen. Door deze kennis baken ik als het ware goede periodes gemakkelijk af.

Een ander stuk kennis is de plaats waar ze zich in de winter bevinden en op welke plekken ze waarschijnlijk zullen afpaaien. Daar moeten ze op een gegeven moment naartoe, wat je kan beschouwen als een 'trek'. Goede periode Wanneer je dan in zo'n afgebakende goede periode gaat vissen op de stekken waarvan je uit het verleden weet dat de karpers zich daar waarschijnlijk bevinden ‚n in dat water zit een bekende grote vis, dan lijkt me de kans inderdaad groot dat ie er op een bepaalde plek in een bepaalde periode ook uitkomt. Dat je een jaar later dus dezelfde vis vangt op dezelfde plek en soms zelfs op dezelfde datum lijkt oppervlakkig bekeken wel bijzonder, maar is in feite minder verwonderlijk. Tegenwoordig kan ik heel goed inschatten in welke maand het op een water vermoedelijk goed zal gaan.

Watertemperatuur

Precies langs die balk voerde ik niet meer dan 600 gram boilies! Gevangen in het A'dam-Rijnkanaal bij 10° Celsius.

Ik hou voortdurend de temperaturen bij en let op het weer van alledag. De ene keer komt het wat eerder en dan weer wat later. In de loop der jaren doe je zoveel ervaringen op dat je vrij nauwkeurige voorspellingen kunt doen. Als ik bijvoorbeeld zou moeten voorspellen hoe hoog de watertemperatuur zal zijn in de laatste week van september, zit ik er met 15° Celsius heus niet zover naast. Half april zou ik gokken op een graad of 10°, 11° Celsius, maar met warme dagen kan het op ondiep water warmer zijn. Half april heb ik ook wel eens 15° Celsius meegemaakt en dat was ook direct goed vangen. Natuurlijk was dat ook weer op een goede stek bij een rietkraag, waar ik in september ook goed ving. Als de karpers het goed doen, komen ook de grote eruit en dat gebeurt natuurlijk gemakkelijker op een bekende goede stek.

Datum

Let op de datum! Van bepaalde data sta ik niet te kijken, neem bijvoorbeeld de vangstdata van een aantal bekende grote karpers. Joris Weitjens ving zijn gigant van 44,5 pond op 2 juni 1988. Een jaar later ving Chris van Kordelaar waarschijnlijk dezelfde karper, weliswaar 35 kilometer verderop, maar wel op 13 mei 1989. Willem Geestman ving het voormalige Nederlands record op 5 juni 1957. Rob van de Laarschot verbeterde dat record 34 jaar later op... 1 juni 1991. Bennie de Jong brak dat record twee jaar later weer, ik geloof op 23 mei 1993 én met dezelfde karper als van Rob, terwijl ook zijn stek niet eens zo ver uit de buurt was... Zulke grote vissen in toevallig dezelfde voorjaarsperiode, maar wel op willekeurige plaatsen in Nederland. Volgens mij is de overeenkomst in data weinig toeval. De overeenkomstige tijd van het jaar, de overeenkomstige watertemperatuur en het overeenkomstige gedrag dat daarbij hoort van de karpers zijn de beslissende factoren. Speel je daar als visser goed op in dan gaan vanzelf bepaalde datums elkaar overlappen. Er is geen sprake van toeval, er is juist sprake van meer kans bij vrijwel identieke omstandigheden. Ik kan bijvoorbeeld ook gemakkelijk voorspellen wanneer het slecht zal gaan. Als ik beweer dat in bloedhete periodes de vangsten over het algemeen zullen teruglopen, zeg ik niet veel nieuws. Maar dan is het ook niet zo moeilijk om te voorspellen dat het in dezelfde periode een jaar later ook slecht zal gaan. Als er bijvoorbeeld in augustus, de warmste maand van het jaar, sprake is van een hittegolf, bijten ze heus niet toevallig slecht op dezelfde dag en op dezelfde stek.

Springende onvangbare karpers

John van Eck: Het is af en toe om gek van te worden, springfestijnen dat het niet mooi meer is en (heel belangrijk) op de voerstek. Vangen, vergeet het maar. Ik heb dit gedrag zowel in het voorjaar als in het najaar meegemaakt. Wat is jullie verklaring?

Eigenlijk maak ik het nauwelijks mee dat karpers springen op mijn voerstek. Af en toe zie ik er wel eens eentje rollen, maar in de meeste gevallen zag ik niets. Ik heb vaak uitstekend gevangen terwijl er aan de oppervlakte behalve golven, niets te zien was en als er eentje rolde, beet hij ook. Maar ik heb het ook van anderen gehoord dat ze sprongen en niet beten. Te hoge eiwitten kunnen een mogelijke verklaring zijn. Aanvankelijk eten de karpers er misschien wel van, maar vervolgens worden ze vooral op een voerplek snel verzadigd. Echter, bij instantvisserij hadden er dan in ieder geval wel enkele op de kant moeten komen. Ik hoorde ook eens dat het gebeurde als men ongelooflijke hoeveelheden had gedumpt, bijvoorbeeld hele balen mais! Maar andere vissers vingen dan nog tot kilometers in de omtrek wel die karpers die maisresten uitpoepten.

Optimumtemperatuur

Eén objectief gezichtspunt kan ik wel belichten. In mijn boek Karpervissen: Avontuur en Passie heb ik een hoofdstuk geschreven over het belang van de watertemperatuur. In de paragraaf 'Stofwisseling en optimumtemperatuur" vertelde ik over de verschillende niveaus van stofwisseling. Misschien zou ik het ook kunnen zeggen op een andere manier, maar waarom zou ik? Ik citeer gewoon een keer uit eigen werk (pagina 89-90), dat lijkt me wel zo gemakkelijk. Later kunnen we daarover altijd nog discussiëren:

"Afhankelijk van de activiteit van een karper varieert zijn stofwisseling tussen een minimaal en een maximaal niveau. Het laagste niveau is de standaard- of de ruststofwisseling. Dit is het geval als karpers rusten en géén voedsel in hun darmen hebben. Het hoogste niveau is de actieve stofwisseling; hier is de zuurstofbehoefte ook het grootst. Let op! Op de eerste plaats wordt de stofwisseling aanzienlijk verhoogd door de vertering van voedsel! De stofwisseling van goed etende vissen kan twee tot driemaal zo hoog zijn dan bij hun ruststofwisseling; het zuurstofverbruik stijgt hierbij in dezelfde mate. Natuurlijk wordt de stofwisseling verder verhoogd door allerlei vormen van beweging zoals zoeken, zwemmen, paaigedrag en vooral rollen en springen, dat kost zeer veel energie. Zo gaven metingen bij zalmen aan dat hun zuurstofverbruik bij grote inspanning ruim tienmaal zo hoog kon liggen dan bij hun ruststofwisseling! Deze verschillen in niveau van stofwisseling leiden tot het interessante probleem van opname en verdeling. Hoe moet de beperkte hoeveelheid beschikbare zuurstof worden verdeeld over deze niveaus? Bijvoorbeeld: als een karper zeer actief is, dus veel zwemt, rolt en springt, stijgt zijn stofwisselingsniveau naar het hoogste punt. Voor al deze activiteiten kan zoveel zuurstof nodig zijn, dat er niets meer overblijft om voedsel te verteren. Helaas is er over dit onderwerp weinig bekend, maar vermoedelijk is 't het één of het ander. Dat betekent dat een volgevreten karper zeker niét uitbundig zal gaan zwemmen of springen, wanneer hij net gegeten heeft en dat voedsel nog moet verteren! Om omgekeerd, als hij zeer actief is, zal hij niet direct gaan eten!"


Rotary Letter
April 1998