April 1999

Nieuwe rotaristen

Ik meen dit echt: zulke spiegels vang je het beste met kwaliteitsboilies! Een 32'er gevangen in juli 1999.

Na Willem Peters heeft ook Wijtze Tjoelker zijn afscheid aangekondigd als rotarist. Dat is natuurlijk jammer, zoals John terecht opmerkt, maar voordeel is wel, dat er zo ruimte vrijkomt voor vers bloed. De nieuwe aanwinsten zijn Arthur van Duuren en Piet Vogel. Beide heet ik van harte welkom. Zij staan borg voor een nieuw en fris geluid. Robert Paul merkt op, dat hij het zal laten bij vijf rotary's. Inderdaad is het een opgave om elke keer tijd vrij te maken en een doordacht stuk te schrijven. Ik ben het volkomen met Robert eens als hij zegt: 'Regelmatig nieuwe mensen zullen de rotaryletter goede impulsen geven.' Onderschat het niet, in de praktijk betekent 5 rotary's schrijven, 2,5 jaar deelnemen! Misschien is het willekeurig, maar het getal 5 lijkt me mooi om afscheid te nemen. Na mijn volgende bijdrage zal ik ook mijn plaats ter beschikking stellen.

Smaken verschillen

John van Eck zegt over aas en flavours: 'Die boilie smaakt naar niks, is te bitter of heeft een gore nasmaak.' Hij stelt dat we eigenlijk onze eigen geur of smaak als mens vergelijken met die van de karper. Is ons snuffelen of smikkelen aan aas alleen maar flauwekul?

Het eerste wat me te binnen schiet is, dat een rode en lekker zoet smakende aardbeienboilie perfect is voor de verkoop. In ieder geval prikkelt hij onze eigen zintuigen positief. Als een karpervisser iets walgelijk vindt of bitter, vertrouwt hij het niet. Tot op zekere hoogte is dat terecht, want zuur, goor, bitter, of stinkend verraden vooral iets over de inhoud van een aasproduct. Zuur, goor en bitter hebben dikwijls iets te maken met conserveringsproducten en stank iets met bederf of verrotting. Smaakt een boilie mierzoet dan denk ik snel dat de fabrikant een vieze lucht wil camoufleren. Als een boilie lekker smaakt, is hij vooral gemaakt voor de smaak- en reukpapillen van de mens! Of die lekkere boilie beter vangt dan een vieze, weet ik niet en ik durf daar nauwelijks uitspraken over te doen.

Op voerplekken
Zoals de meeste vissers weten, vis ik hoofdzakelijk op voerplekken. In de warme tijden (lente, zomer) gebruik ik een neutraal ruikende mix en in de koude tijd (winter, vroege voorjaar) een scherp ruikende vismeelmix. In die neutrale mix gebruik ik altijd een of andere melkpoeder, bijvoorbeeld kunstmelk voor kalveren of lammeren. Ik geef het toe, daar zit altijd een voor de mens lekkere roomachtige smaak aan. De andere ingrediënten zijn vooral meelsoorten als tarwemeel, maïsmeel, sojameel enzovoorts. Zonder flavour smaakt mijn neutrale mix op mijn tong wat melig. Lekker vind ik het niet en ik kan me voorstellen dat men zegt: Die boilie van jou, Evert, smaakt naar niks! Mijn antwoord luidt heel simpel: Toch vang ik ermee, al jarenlang!

Flavours
Geregeld komt het voor dat ik van bevriende karpervissers met de beste bedoelingen flavours krijg om die eens te proberen. Meestal verstoffen die flesjes, maar als ik ze niet vergeet, maak ik ze op. Ik moet zeggen, het heeft wel wat zo'n lekkere boilie, zeker in de keuken bij moeder de vrouw! Aan de waterkant ben ik altijd benieuwd hoe het gaat en of de karpers mijn voer accepteren met zo'n stevige smaak. Ik kan het niet bewijzen, maar volgens mij maakt zo'n flavour op een voerplek voor het vangen absoluut niets uit. Met die melige bal van mij, dus zonder flavour en zoetstof, moet ik gemiddeld even lang op een aanbeet wachten. Maar ik heb niet het idee dat door een teveel aan flavour de karpers zouden worden afgestoten van mijn voer. De laatste keer dat ik een flavour gebruikte, stond op het flesje 10 ml aangegeven per 500 gram droge mix. Hoewel ik die hoeveelheid halveerde naar 5 ml kon iedereen aan de waterkant ruiken dat ik "Peach" gebruikte! Toevallig kreeg ik die keer binnen een half uur beet, dus schaadde het me niet. Zelfs die vermaledijde, gigantische windes lieten het niet liggen!

Vismeel

Het Schilderij op 37 pond en gevangen op een vismeelmix.

De vismeelmix die ik in de winter gebruik, maak ik altijd op basis van vismeel, trouvit en of met haringmeel. Als ik deze mix in de keuken sta te kneden, ruikt het hele huis ernaar en verneem ik, maar ook mijn familie tot hun doffe ellende, een sterke prikkeling van de reukorganen. Wanneer die boilies klaar zijn en ik ze aan de waterkant uit het zakje pak, zit daar een pittige vislucht aan en gevoelsmatig heb ik daar best een goed gevoel over.

Verder heb ik ooit eens gelezen, dat vissen gestimuleerd worden door visachtige producten. Daarom gebruik ik vaak het volgende in de zomer: mijn haakboilies zijn mijn gewone winterboilies op vismeelbasis, maar die losse boilies eromheen zijn gewoon van dezelfde zomermix waarmee ik tevens de voorafgaande dagen heb gevoerd. Ik geloof daarmee niet zozeer meer te vangen op een voerplek, maar hoop al experimenterende eerder in een sessie een aanbeet af te dwingen.

Extra stimulans?

In Loosdrecht heb ik het meegemaakt dat ik twee dagen had gevoerd met neutrale boilies bij een lelieveldje. Bij het inwerpen gooide ik er een dertigtal voerboilies bij en aan mijn haak ging, zoals gezegd een vismeelboilie. Een tijdlang gebeurde er niets tot ik duidelijk de lelies zag bewegen. Luttele seconden later sprong er een schubkarper bovenop mijn stek, dook loodrecht naar beneden en onmiddellijk kreeg ik een keiharde run. Ik ving toen een 13-ponder. Het kan goed geweest zijn, dat die 13-ponder die vismeelboilie als allereerste boilie pakte. Extra stimulans? Die vis kreeg misschien een extra stimulans, blijkbaar als gevolg van die scherpe vismeellucht. Ik ben ervan overtuigd, dat ik die vis ook wel gevangen zou hebben als ik met een normale voerboilie had gelegen, maar waarschijnlijk had het dan langer geduurd. In de praktijk kan zo'n trucje helpen als je bijvoorbeeld bij een rietkraag hebt gevoerd.

Vaak genoeg heb ik het meegemaakt dat je urenlang geen beet kreeg, terwijl aan het klappen van de rietstengels duidelijk te zien was, dat er karpers aanwezig waren. Ze verdomden het dan er op tijd uit te komen, dat deden ze in de aasperiode die meestal in het donker lag. Op Loosdrecht, maar ook op Nieuwkoop maakte ik dat mee. Ik zat dan te vissen uit een boot en keek voortdurend op mijn horloge hoe laat het was. Op Nieuwkoop geldt nou eenmaal een nachtvisverbod. Als die boot van Natuurmonumenten of van de politie langskwam, kon je direct vertrekken. Het probleem was: er zaten karpers in het riet; ik zat vier uur te wachten; het werd schemer en op het nippertje ving ik de eerste karper en de volgende sprong al op die plek. Nu ging het beginnen! Reeds de allereerste keer dat ik op Nieuwkoop viste, kwam precies op dat moment een politieboot langs varen met de strenge mededeling: "Jongeman, je weet hoe laat het is, inpakken!" Teleurgesteld en in de wetenschap dat de karpers hongerig op mijn stek graasden, moest ik naar huis!

Rigs

Net als John vis ik niet met speciale of moeilijke rigs, maar gewoon met standaardonderlijnen. De lengte varieert tegenwoordig bij mij tussen de 20 en 30 cm, maar kan bij modderbodems langer zijn. Volgens mij maakt de lengte van een onderlijn op de meeste wateren niet veel uit. Uitsluitend om het in de war gooien te voorkomen, maak ik kortere onderlijnen. Dat doe ik ook op plekken waar het hard stroomt door bijvoorbeeld drukke scheepvaart. Erg soepele onderlijnen gebruik ik niet graag. Meestal is dat 25 Lbs modern materiaal, maar dat kan ook hetzelfde spul zijn dat is bedoeld als voorslag. Dus een beetje stijfjes. De reden dat ik het liefst stijver materiaal gebruik, is dat ik in het verleden veel losschieters heb gehad doordat mijn onderlijn in de war was gedraaid, maar even vaak dat mijn haak op een wonderbaarlijke manier ondersteboven hing! In dat geval lukt natuurlijk geen enkele aanbeet.

Missers!
Een voorbeeld. Net als John heb ik gevist met Drennan Continental Starpoint nr. 2. Ik gebruikte 'm met een haakknoop op de steel in combinatie met 25 Lbs Gamabraid (heet nu anders geloof ik). Ik heb het even nagekeken, maar op deze rig ving ik toevallig ook mijn Spoorbrug-36'er. Missers! Echter, verschillende malen maakte ik het mee dat ik, vissende in Het Amsterdam-Rijnkanaal, een harde tik kreeg op mijn top en er vervolgens de eerste uren niets meer gebeurde. Wanneer ik direct ophaalde na zo'n harde tik, zat dikwijls die haak omgedraaid! In een sessie kreeg ik zelfs twee van dit soort losschieters achter elkaar! Daar zat ik dan te balen op een voerplek! Volgens mij was dan de oorzaak, of de te lange hair en/of de te soepele onderlijn. Een andere haak waarmee dat omdraaien ook geregeld gebeurde, was de Drennan boiliehaak nr. 4. Ook met deze haak heb ik vaak gevist. Deze haak verdraagt het zelfs als je heel hard trekt bij riet of lelievelden. Meerdere grote vissen heb ik, maar ook vele vrienden van mij, met deze haak gevangen. Bij een iets langere hair werkt hij volgens mij perfect in de karperbek, maar om de zoveel tijd kreeg ik weer zo'n korte tik en bij het ophalen, lag de haak weer fout! Natuurlijk kon dat ook een brasem of winde zijn geweest, maar typisch was dat de eerstvolgende uren op een voerplek niets meer gebeurde. Daarom opteer ik tegenwoordig voor zekerheid en gebruik én een wat stuggere, dikkere onderlijn én een zo kort mogelijke hair van maximaal 1-1,5 centimeter.

Knotless knot
Dan kom ik nu op een ander punt, de haakknoop. De manier waarop de haak bevestigd wordt aan de onderlijn is uiterst belangrijk. Zelf gebruik ik voor het kanteleffect momenteel de knoop-zonder-knoop, maar wikkel 'm dan niet 5 of 7 keer maar minimaal tot tegenover de haakpunt, waarop ik 'm even goed vasttrek en 'm nog een keer controleer. Sinds ik die bevestiging gebruik, is het percentage losschieters bij mij zienderogen gedaald, óók bij het gebruik van verschillende nieuwe haken! Wel vind ik de Domhofknoop er mooier uitzien, maar vooral in het donker vind ik die erg lastig te leggen.

circa 1-1.5 cm omwikkelen

Haken
Zeer goede resultaten heb ik tot nu toe met de haken: Penetrator serie one, nr. 4; Eagle 1813A maat 12; Drennan boiliehaak nr. 4; Hayabusa nr. 4 en 6. Nogmaals, ik gebruik deze haken in combinatie met een ietwat stugge onderlijn van plusminus 25 centimeter; een hair van maximaal 1,5 centimeter gerekend vanaf de laatste wikkeling van de haakknoop waarbij de boilie strak hangt onder de haak; de knoop-zonder-knoop doorgewikkeld tot minstens recht tegenover de haakpunt. Resumerend. Ik geloof niet zo in ingewikkelde anti-ejectie-systemen. Een effectief systeem doet wonderen, zelfs op gedresseerde putten. Het haken en prikken gebeurt volgens mij ook zoals John en Arthur aangeven: gewoon door opzuigen, wegzwemmen en inhaken.

Pop-ups en stifflinks
Nog twee dingetjes. Ten eerste over pop-ups. Ik gebruik die hoofdzakelijk als het moet: dus bij het vissen op dikke modderlagen in veenplassen. Liever niet, want je moet die dingen altijd bij je hebben. Maar een echte tegenstander ben ik er niet van. Ten tweede de vraag van John naar mijn stijve onderlijnen. Echte stifflinks gebruik ik niet. Wel heb ik gezien dat andere karpervissers die gebruikten met Amnesia. Ik zag dat het een heel gedoe was om die te maken. Aanvankelijk boekten men successen, maar op een bepaald moment ging het ook weer mis. Misschien zit er wat in, maar de laatste tijd gaat het bij mij behoorlijk goed. Daarom heb ik geen behoefte om iets wezenlijks aan mijn eenvoudige systeem te veranderen. Mijn simpele motto is: 'Never change, een winning team!'

Groothoeklenzen

Net als Arthur, John en Robert vind ik het bijzonder lelijk als een karpervisser mij van die overdreven foto's laat zien. Hoge uitzonderingen daargelaten, zal ik dergelijke foto's niet gauw publiceren! Daarop zie ik bijvoorbeeld een klein mannetje op de achtergrond, maar waar een stuk ervoor een hele grote karper zweeft. Of ik zie een plaat met de karper helemaal in beeld en op de rug van de vis 'plakt' het hoofd van de visser. Meer is er niet te zien. Geen lichaam van de visser of ook maar iets van de omgeving! De ware verhoudingen zijn totaal zoek. Dit soort foto's maken een verschrikkelijke eenheidsworst van je fotoalbums. Alle vissen, groot of klein, zullen er identiek uitzien. Welke vissen dupeer je dan? Ik zeg: 'Vooral de echte grote!' Hoe makkelijk is het immers niet om bijvoorbeeld een 18-ponder te overdrijven door die met gestrekte armen naar voren te houden en die vis volledig ingezoomd te fotograferen! Maar de dikke vingers verraden toch de man. Als diezelfde man een dertiger vangt, houdt hij 'm dan ook zover naar voren? Zelfs al lukt hem dat, dan zal de uiteindelijke foto nagenoeg een duplicaat zijn van die 18-ponder, alleen zijn de vingers dan wat kleiner.

De werkelijkheid
Op een goede foto wil ik het werkelijke verschil zien tussen een grote en een kleine karper, vooral de ware afmetingen interesseren mij in een eerlijke vergelijking tussen mens en vis. Een tijdje geleden zag ik in een magazine dezelfde visser op de linkerpagina afgebeeld met een vooruitgehouden schubkarper van 30 pond en op de rechterpagina met een niet voor uit gehouden spiegelkarper van 46 pond. Op de foto's leken beide karpers even groot! Dat is toch niet de bedoeling? De kater kreeg ik toen ik de bijschriften las met de gewichten. Die visser zal toch ook niet blij geweest zijn met die kleiner lijkende 46'er? Zelf zou ik daar flink van balen. Die 46'er moet toch groter lijken dan een dertiger, of niet soms! Wat is een goede foto? Een goede foto maakt de werkelijke grootte van een gigant tastbaar voor de kijker en dat is moeilijk genoeg. Aan de waterkant zien we met onze eigen ogen een mooie vis, laten we zeggen een 20-ponder. Op de foto mag die vis er dan ook wel als een twintiger op staan! En ook dat valt niet mee. Een klein beetje overdrijven kan geen kwaad, als de foto maar mooi is en de ware verhoudingen goed te zien zijn. Hou je een 20-ponder strak tegen je aan, dan lijkt ie amper 15 pond en dat is nou ook niet de bedoeling. Als ik iemand op een foto zie staan met een 30'er, een 40'er of zelfs een 50'er wil ik als het ware aan den lijve de karper voelen en ruiken. Ik wil vooral beseffen hoe groot, hoe imponerend zo'n vis in werkelijkheid is.

Goed tonen!

   
Ik weet, dikke karpers tonen makkelijk groot, terwijl lange slanke vissen naar verhouding moeilijk uitkomen. Zeker de enorme lengte van een meter doet een fotograaf vaak de das om. Naar voren houden helpt nauwelijks. Die geweldige Nieuwkoopkarper, die 54'er van 105 centimeter, toont op de meeste foto's niet zo groot, daar moet je alle moeite voor doen om 'm wat te laten lijken. 


Ik weet dat uit ervaring. Ik heb die vis twee keer gezien in levenden lijve en het is echt een dikke vijftiger!Maar op de meeste foto's die ik zag, waaronder ook die ik zelf maakte, viel die vis behoorlijk tegen! Naar verhouding tonen voluptueuze Belgische of Franse vissen imponerender. Net als Arthur fotografeer ik graag met een losse 50 mm standaardlens, niet alleen voor de grotere lichtinval, maar tevens omdat de fotograaf in kwestie gedwongen is om een goede positie te kiezen. Foto's aldus gemaakt, leveren dikwijls realistische plaatjes op. Verder ben ik het met Arthur eens, dat zoomlenzen goed te gebruiken zijn in een boot. Door ruimtegebrek kun je de karper makkelijk dichter halen, inzoomen dus. In een boot is een stapje naar achteren lastig. Je valt zo gemakkelijk overboord!

Wie vangt eigenlijk een karper?

Met deze vraag kaart ik een nieuw onderwerp in de rotaryletter. Op het eerste gezicht klinkt deze vraag eenvoudig, maar ik breng 'm niet voor niets. In de praktijk blijken er addertjes onder het gras te schuilen. De aanleiding voor de deze vraag kwam als vanzelf aan de orde, namelijk toen ik te maken kreeg met de twee enthousiaste karpervissers Helmut van Schaik en Joop van Kleef. Ik neem aan dat iedereen in Nederland het ondertussen wel weet, maar deze vrienden vingen in de Nieuwkoopse Plassen tweemaal dezelfde recordvis. De eerste keer was dat officieus, maar de tweede keer werd hun karper correct gewogen in de aanwezigheid van verschillende onafhankelijke getuigen, vandaar dat ik dat officieel zou willen noemen. Bij deze vangst staat voor mij één feit als een paal boven water. Met mijn eigen ogen heb ik en ook andere getuigen gezien dat die Nieuwkoopvis op de geijkte klok werkelijk 54,5 pond woog! Het venijn zit 'm echter in het feit, dat beide heren stellen dat ze die vis samen hebben gevangen.

Samen gevangen?

   
Het vraagteken plaats ik niet omdat ik twijfel aan hun verhaal, want dat geloof ik zonder meer. Ze zitten samen, ze voeren samen, de ene visser slaat aan bij de aanbeet, de andere landt hem en tijdens de dril gaat ook nog de hengel van hand tot hand. Dat heb ik als gastvisser een keer mogen meemaken. Van kwade opzet is dan ook geen enkele sprake!

Het vraagteken plaats ik, omdat het op zijn minst ongebruikelijk is, wat zeg ik, dat het zeer vreemd is om 'samen' een karper te vangen en zeker een record.  


Toen ik voor de eerste keer met onze vrienden werd geconfronteerd, vond ik het een raar verhaal en trachtte als een panellid in 'Wie van de Drie?' de ware visser te laten opstaan. Alleen lukte me dat niet. Trouwens, ik voelde me ook niet geroepen om een oordeel te vellen. Het enige wat ik controleerde was of de vertelde feiten klopten.

Een taboe?
Daarna heb ik hun verhaal gepubliceerd in mijn laatste boek en in de Dé Karperwereld". Gewoon, clean, dus zoals het op me afkwam. Toch heb ik het sterke gevoel dat die 'samenvangst' op de een of andere manier een soort taboe oplevert. Op de eerste plaats is die vangst nou eenmaal gebeurd en als een bot 'fait accompli' geplaatst in de karperwereld als geheel en hebben we als gevolg twee recordhouders met één vis. Maar in gesprekken komt dat 'samen vangen' geregeld aan de orde. Zo glipte het een Engelsman eens uit zijn mond: 'Evert, what a rubbish! Two anglers who catch the same fish together?' Regelmatig hoorde ik op zeker moment de opwelling: 'Wat een maf verhaal, dat is toch niet normaal!'

Mark Schuringa, een goede visser en vriend en kennis van Helmut zelf, zocht steeds weer naar de ware visser. Hij vroeg vaak: 'Wie heeft 'm nou gevangen?' Als Mark er met Helmut over sprak, zei Helmut dat hij de dingen niet zo strak moest zien. Het karpervissen was simpelweg een hobby die je moet relativeren. Mark vertelde me dat hij nou net dát punt per se niet wilde relativeren. Op een keer hadden we daarover zelfs een lang telefoongesprek en daarin kwamen interessante punten aan de orde. Mark vertelde dat het in de biggame-visserij zo schijnt te zijn, dat uitsluitend de visser in de vechtstoel de marlijn mag drillen en niemand anders, anders telt ie niet. Het enige wat de helpers mogen doen, is het landen (gaffen) en binnenboord halen. Het gaat daar om het principiële gevecht van man tegen vis.

De buit verdelen?
Een ander voorbeeld. Hoeveel vissers kennen niet het volgende probleem. Twee vrienden gaan samen een water bevissen, maar er is één goede stek, of maar één stek vanaf de kant en die stek blijkt een wereldstek te zijn. Wat doe je dan? Meestal is dat samen vissen op die stek. Samen in de zin van, samen ernaartoe rijden, samen voeren en samen de nacht doorbrengen. Het probleem dat bij de meeste vissers opkomt, is echter: 'Hoe verdelen we die vissen op een eerlijke manier?' Talloze variaties zijn nu mogelijk. Een mogelijkheid is een muntje op te gooien voor de eerste run en vervolgens de runs om de beurt te nemen. Dat lijkt me ook een eerlijke mogelijkheid, ook al vis je met twee, vier of zelfs zes hengels. In dit geval blijft de kundigheid van de betreffende visser toch belangrijk. In mijn beurt zou het ik prefereren om met mijn eigen hengels en rigs te vissen Als de ander zijn beurt om zeep helpt en de karper verspeelt, is dat immers zijn eigen schuld. Ik zal hem zoveel mogelijk proberen te helpen, maar helaas zijn beurt is over. Toch kan ook dan het toeval zo uitpakken, dat de ene visser veel meer grote vissen vangt dan de andere.

Rigoreus
Beide vrienden bevissen die stek om de beurt of om de week of om de maand. Het voordeel hiervan is, is dat je in jouw periode alles mag en kunt doen op die stek, wat je zelf maar wilt. Het is kortom volledig je eigen verantwoordelijkheid en als beloning heb je alle vissen ook zelf helemaal gevangen en tellen ze voor jou alleen! Maar, loop je de kantjes erbij af, gebruik je slechte technieken, gooi je er met de pet naar, dan komt dat uitsluitend op je eigen conto te staan en simpel tot uiting in je eigen matige vangstresultaten. Het omgekeerde is natuurlijk ook het geval. Bij weinigen komt het echter op om de gordiaanse knoop door te hakken door samen te vissen op de 'Helmut en Joop' manier! Ergens betrap ik me erop, dat ik het toch vreemd blijf vinden. Stel je eens voor, dat er bij Joop in de achtertuin een neefje bijschuift en dat opnieuw die recordvis wordt gevangen, maar nu door drie personen! Ook al is die karper 105 centimeter, toch blijft de ruimte achter die karper wel beperkt!

Stel je voor
Twee man gaan naar Frankrijk en zitten samen op een superstek. Ze houden een lange sessie van een maand en vangen diverse veertigers en vijftigers. Thuisgekomen laten nu beide vrienden hun eigen vangsten zien aan al hun kennissen, maar ja, ik neem aan dat ze alle grote vissen alleen in hun handen hebben! Makkelijk is dan toch gezegd: 'Kijk eens, wat ik gevangen heb!' Pronkt niet iedereen graag met zijn eigen vissen? Of zijn we zulke egoïsten? Weglopen? Er schiet me in dit verband nog een probleem te binnen.

Evert en Gerard zitten ergens te vissen, maar ieder op een eigen stek op zo'n 50 meter afstand. Evert loopt even weg maar laat zijn hengels staan en vraagt Gerard of hij er even op wil letten. Evert blijft langer weg dan gepland door een kletspraatje met een karpervisser. Evert komt terug en wat blijkt? Op een van zijn hengels kwam een run en Gerard sloeg 'm vast. Hij riep en riep, maar Evert kwam niet opdagen en Gerard drilde die karper en landde 'm ook in Everts schepnet. Evert komt terug en in het gras ligt tot zijn ontsteltenis een gigant... Rara, wie heeft die vis nu gevangen? Gelukkig is dit een puur hypothetisch geval, maar ik sta er heus niet van te kijken als iets dergelijks wel degelijk gebeurt. Ik zou zeggen beide vissers hebben die gigant wel en niet; eigenlijk misschien geen van beiden. Of dan toch maar samen? Evert heeft namelijk wel al het voorbereidende werk gedaan. Hij heeft de stek gevonden, uitgepeild, gevoerd, ingeworpen, zijn eigen rigs gemaakt en het is zijn eigen voer samengesteld. Het enige wat ie niet gedaan heeft, is de run waarin al zijn voorbereidingen zich hebben geconcretiseerd, te verzilveren. Daarom heeft hij toch geen gevoel van zelf die vis te hebben gevangen. En Gerard dan? Voor hem geldt zo'n beetje het omgekeerde verhaal, hij heeft geen enkele voorbereiding voor Evert gedaan, hij heeft alleen eventjes opgelet en simpeltjes een run op de hengels van een ander verzilverd. Ook hij heeft geen echt vangstgevoel, hij heeft immers alleen die vis vastgeramd en naar binnengehaald, maar verder... Wie heeft 'm nou? Samen gevangen of telt ie helemaal niet? Stel nou is het de grootste vis van Nederland, wat dan?

Gerard Smit ving deze schubkarper helemaal alleen!

Je zit alleen en loopt weer weg, misschien ditmaal voor een grote boodschap achter de struiken. Een vreemdeling komt langs, jij krijgt een run en hij landt die karper. Wie heeft 'm dan? Je zou kunnen zeggen: 'Die vent moest met zijn jatten van mijn hengels afblijven, ook al kreeg ik die beet en zag hij me niet!' Maar misschien wilde hij alleen maar helpen? Daarom is weglopen, vragen om problemen. Voorkomen lijkt me beter dan later over een vervelende oplossing na te moeten denken. Simpel gezegd, loop nooit weg of hooguit enkele tientallen meters! Of, en nu verzin ik maar weer wat, mag je vriend wel jouw run aanslaan, maar de karper niet verder drillen?

Telt een karper als een ander 'm schept? Daar zie ik zelf niet veel kwaad in, maar op een viswedstrijd werd ik ooit gediskwalificeerd toen een kennis wilde helpen en een brasem schepte met mijn langstelige schepnet. Dan nog iets wat hier zijdelings mee te maken heeft. In de karperboeken van Rob Maylin heb ik wel eens gelezen, dat een gevangen, maar "foul hooked" karper, die dus buiten de bek was gehaakt, of verstrikt geraakt was in de lijn van een ander, niet telde. De filosofie zal zijn, dat je een karper netjes zelf behoort te vangen en dus ook correct in de bek behoort te haken. Anders kun je net zo goed gaan stropen. Ik weet het, ik kan zo wel blijven doorgaan, maar ik ben benieuwd naar de mening van de andere Rotarydeelnemers over dit eigenaardige probleem.


November 1998
November1999