April 1998

Halfjaarlijks medium

Mooie glijdende terugzetting van Evert.

De laatste weken heb ik het ontzettend druk gehad met allerlei schrijverijen. Waarschijnlijk ben ik net zo'n type als John die alles voor zich uitschuift en pas begint te typen als het per se moet worden gedaan. Als ik zeeën van tijd heb, komt het er meestal niet van, maar als de inleverdatum als het zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangt, moet ik er toch aan geloven. Voor ik begin, wil eerst het volgende zeggen. Deze Rotary-letter vind ik een uitstekend initiatief, maar voor diversel onderwerpen is het voor de deelnemers ontzettend moeilijk om vlot te reageren en op de actualiteit in te springen. Dat komt omdat De Karper een halfjaarlijks medium is.

Waarom ik dit aankaart? Welnu, mijn stuk van de tweede ronde schrijf ik op 14 oktober en weet dat het pas wordt gepubliceerd in april 1998, terwijl mijn stuk van de eerste ronde nog moet uitkomen in het jubileumnummer, dat uitkomt in november 1997. Kortom, de eerste ronde verschijnt in de actualiteit van het najaar 1997 en een half jaar later komt pas de tweede ronde in de lente van 1998. Wat moet de lezer met deze opmerkingen? Hij moet bedenken dat deze ronde voor hem actueel is als hij dit leest, maar ik het achter mijn PC zit te typen al zeven maanden eerder! Ik voel me dan ook gedwongen te moeten schrijven als een helderziende en daar voel ik me niet gemakkelijk bij. Daarbij komt dat de lezer de vorige ronde alweer vergeten is en het vervolg pas zes maanden later aan de orde komt. Dit moest ik even kwijt. Vooral omdat er in deze Rotary-letter twee tricky onderwerpen zijn, waarover meer actueel zou moeten worden gesproken.

OVB 25%-wildbloedhybriden

Aangezien er in de herfstmaanden van 1997 ook nog een discussie gaande is in BEET en misschien ook nog in andere bladen, kan ik nu niet overzien hoe de komende maanden de standpunten ofwel de mogelijkheden in praktische zin zich zullen ontwikkelen. In de vorige ronde heb ik mijn mening kenbaar gemaakt en ook de overige Rotary-deelnemers hebben dat gedaan. Het lijkt me zinvol eerst de algemene reacties af te wachten en te horen wat de OVB te zeggen heeft. In de winter van 1997-1998 en de voorjaarsmeeting van 1998 is daar ruim de tijd voor. We lopen anders de kans maanden van tevoren ver voor onze beurt te praten of dingen te bespreken als mosterd na de maaltijd. Daarom laat ik dit onderwerp even rusten.

Ready mades
In de eerste ronde schreef ik een pittig stuk. Vanzelfsprekend zijn er nog geen reacties van lezers of van boilie-belanghebbenden. Ik ken alleen de reactie van Willem Peters. Op de inhoud zou ik actueel willen reageren, maar mijn probleem is juist dat de eerste ronde nog niet is gepubliceerd en dat van het vervolg de lezers nog niets weten. Immers, wat men niet onder zijn ogen heeft gehad, bestaat nog niet! Ik zeg dit omdat naar mijn bescheiden mening de bespreking van dit onderwerp te ver is afgedwaald van het oorspronkelijke door John van Eck gestelde startonderwerp, dat luidde: 'Hoe sta jij tegenover ready mades, durf je er eventueel de concurrentie mee aan te gaan?' Gewoon een vraag dus naar de voorkeur van de Rotary-deelnemers voor de koopboilie of het eigen maaksel en of er iets is te zeggen over eigen ervaringen en vangsten?

Koos Maton ving deze 28-ponder uit Loosdrecht zeer vlot op een voerstek!

Mijn probleem is dat in een objectieve Rotary-letter best wel eens een merk mag worden genoemd of iets waarmee je bezig bent en heilig in gelooft, maar om voluit... complete reclameteksten te schrijven, een fabrikant bij naam te noemen, aan te geven bij welke winkels diverse ranges te koop zijn, zich af te zetten tegen bepaalde lijnen waar iets niet mee in orde zou zijn, te suggereren dat de merken uit het eigen pakket de beste zijn en dat Rotary-deelnemers daarmee zouden vissen en tot slot in deze context een wilde uitdaging te doen, vind ik in deze Rotary-letter te ver gaan. Misschien overdrijf ik met deze stelling, maar zelf heb ik het sterke gevoel, dat hoe je het wendt of keert, deze 'subjectieve manier van objectief schrijven' lezers op een directe manier beïnvloedt in hun koopgedrag. Dit leesvoer mag en kan allemaal wel, maar even niet op deze plaats, want het doel van een advertentie of een redactioneel artikel is precies dezelfde. Voorlopig laat ik dit onderwerp voor wat het is, inclusief dat over 'de commercie'.

Beleid KSN
De vragen of 'het goed gaat?' of 'beter kan en hoe dan?' zijn voor mij niet zo gemakkelijk te beantwoorden. De beoordeling van dit soort dingen hangt volgens mij erg samen met wat de beleidsmakers willen doen met de KSN. De vraag is eigenlijk 'Gaat het goed als het doel van de beleidsmakers wordt bereikt?' Bijvoorbeeld als er een ledenstop is bij 500 leden en dat aantal wordt gemakkelijk bereikt, dan gaat het in dit opzicht dus uitstekend. Is het daarentegen het beleid om 1000 leden of meer te willen hebben, dan gaat het dus niet zo best. Goed, beter of anders hebben zodoende veel te maken met de persoonlijke voorkeur van de beleidsmakers. Dit soort vragen stellen aan de deelnemers van deze Rotary-letter is dus ook vragen naar hun persoonlijke voorkeuren. Ik heb hierover nauwelijks nagedacht. Het lijkt me ook erg moeilijk iets van de zijlijn te zeggen of aan te bevelen zonder enige verantwoordelijkheid te dragen. Iets is makkelijker gezegd dan gedaan, nietwaar?

Elk voordeel heeft ook een nadeel. Een voorbeeld. Veel leden hebben, betekent dat ze veel contributie betalen en dat de clubkas behoorlijk gespekt zal worden, zodat de KSN veel armslag heeft met betrekking tot meetingkosten, zaalhuur, het lijfblad (kleur!), promotie en andere mogelijkheden. Nadelig is dan wel de enorme administratieve rompslomp die dat weer tot gevolg heeft. En wie steekt er dan nog (gratis) voor de club zijn tijd in? Of moet de running van de KSN dan op een meer professionele basis plaatsvinden? Moet de club klein en knus blijven maar met geldelijke beperkingen of groot met meer financiële voordelen, maar met de vereiste van meer mankrachturen? Ik weet het niet.

Sterke en zwakke kanten

De Nieuwkoopse Plassen: een water met historische karpers!

De vraag: "Wat zijn de sterke en de zwakke kanten van de KSN?" zie ik ineens aan me voorgelegd. Wat moet ik zeggen?
Zwak vind ik dat het moeilijk is voor een willekeurige karpervisser om er lid van te worden. De factoren 'Waar? Bij wie moet ik me opgeven? En het beperkte ledenaantal!' werken remmend op nieuwe leden. Ook wekt het woord Karperstudiegroep en voornamelijk de vijf letters 'studie' op vele karpervissers in Nederland als een boemerang. Het schept een verkeerd verwachtingspatroon. Het schept het imago van iets elitairs. Terwijl ik weet dat het de algemene praktijk is om gezellige contacten te leggen, vissers van elders te ontmoeten, standpunten uit te wisselen, geslaagde karperdagen te organiseren, diashows te laten zien en informatie verstrekt te krijgen op velerlei gebied. Studeren lijkt me inderdaad wat anders.

We willen allemaal gewoon lekker vissen, daarover kletsen in ruimste zin en mooie vissen zien en laten zien. Deze praktische invulling waar velen zich zeer prettig bij voelen lijkt me dan ook een van de sterkste kanten van de KSN. Moet iedereen wat doen bij de KSN? In dit verband schiet me het volgende te binnen. In het algemeen wil de KSN graag dat iedereen iets doet in welke vorm dan ook, bijvoorbeeld stukjes schrijven of lezinkjes houden of anderszins. Deze gedachte is zeer plausibel en in principe ben ik het daar ook wel mee eens. Vaak merk ik een stuk pressie op de leden. Men wil iets afdwingen, bijvoorbeeld met een beloning of op straffe van. Dat lijkt me geen goede zaak.

Positief motiveren
Ik zou de leden liever 'positief motiveren'! Dus zonder dwang de mensen een beetje porren. Ik ben het in dit opzicht dan ook volledig eens met Willem Peters die zegt: 'Laat een idee brengen zonder de verplichting het uit te voeren en je zult zien, dat er ineens meer mensen een idee hebben'. Mensen laten zich niet dwingen. Ze kijken er wel vooruit om zomaar iets te zeggen, want voor je het weet zit je eraan vast. Daarbij komt een ander punt wat ik graag naar voren wil brengen. Volgens mij zijn niet alle mensen doeners. Persoonlijk denk ik en ik bedoel dat absoluut niet denigrerend, dat mensen zich graag verbergen in de veilige toestand van de kudde. Ik denk dat we dat gevoel allemaal wel een beetje hebben. Sta je bijvoorbeeld voor een zaal, dan kijken alle ogen je dus wel aan! Maar samen bevinden die zich een veilige anonimiteit. Nogmaals, volgens mij is het psychologisch gezien gewoon menseigen om gemakkelijk niets te doen, want iets te doen is moeilijk en als je je kop uitsteekt kan er misschien iets onplezierigs mee gebeuren! Het ene karakter is nou eenmaal het andere niet. Als de doeners zich dat realiseren, is er al veel bereikt. Zelf heb ik geen enkel probleem met volgers. Ik zou zeggen: ze zijn er toch, ze kijken, ze lezen, ze tonen belangstelling, ze hebben dezelfde hobby en ze praten over diezelfde prachtige karpers. Zeker met een biertje bij de bar. Bij hen hoeven we alleen ons oor te luisteren leggen en de potentiële doeners voorzichtig proberen te strikken.

Belangenbehartiging
Aan het betoog van Willem Peters heb ik eigenlijk niets toe te voegen. Over dit onderwerp zou ik eerst flink moeten nadenken voor ik iets ga zeggen of beweren. Ik zeg het eerlijk, ik heb dat niet gedaan. Praten over karpers en hoe ze te vangen, gaat me gemakkelijker af. Praktische onderwerpen schud ik uit mijn mouw, maar politiek bedrijven is heel wat anders. Nu ik verder typ, bespringt mij het gevoel 'Ik heb geen zin hierover te schrijven', maar het scherm van mijn PC moet vol want ik doe wel mee aan de Rotary-letter. Toch wil me niets te binnen schieten. Lezers, moeizamer kan het al niet. Het lijkt me dan ook het beste onmiddellijk te stoppen met deze inspiratie van nul komma nul en me maar te verbergen in de veilige kudde van de volgers, die in meegaand zeggen 'Ik ben het ermee eens'. Helaas, deze keer is mijn deelname aan de Rotary-letter niet zo lang. Ik beloof er de volgende keer meer werk van te maken. Maar niet getreurd, ik ben hard bezig met andere zaken de karpervisserij betreffende. Ik hoop als men dit leest, men begrijpen zal waarom ik in oktober van 1997 niet al te uitvoerig aan deze Rotary-letter heb meegedaan. Robert aan jou de uitgelezen kans om deze tweede ronde een lekker stuk leesvoer neer te zetten. Veel succes!


November 1997
November 1998