|
|
|
Speur mee naar Giganten |
|
|
|
|
|
|
|
|
Achter de coulissen |
|
|
Al in 1905 waren er uitzettingen van karpers op de Nieuwkoopse Plassen.
|
|
|
|
|
|
In 1998 zag het nieuwste boek van Evert Aalten het levenslicht en - zoals dat bij zijn eerdere titels het geval was - bracht het meteen de nodige beroering teweeg. Dé Karperwereld vroeg Evert zélf de achtergronden uit de doeken te doen van zijn beroemde speurtocht naar de karperschat van Nederland.
Gedurende mijn speurtocht naar de grootste karpers van Nederland was ik twee jaar lang druk bezig met het verzamelen van foto's en verhalen. En op 't laatst had ik werkelijk een enorme berg materiaal verzameld en moest ik een keuze maken, want (helaas) was het natuurlijk niet mogelijk alle verzamelde informatie in het toch al voortdurend uitdijende manuscript op te nemen. Ik voelde me daarbij zowaar geplaatst voor een luxeprobleem. Niet alleen had ik van een aantal vissers een prachtige fotoserie meegekregen van de door hen gevangen gigant, maar ik had ook de beschikking over talrijke foto's van andere mooie vissen. Bij de opmaak van het boek besefte ik dat ik een aantal enthousiaste medewerkers flink zou moeten teleurstellen. Zo kwam er van een enkele visser zelfs geen enkele foto in het boek en kon ik van een andere niet eens het vangstverhaal kwijt! Helaas, maar ik kon niet anders, want de ruimte in een boek is nou eenmaal beperkt. Speciaal voor dit artikel heb ik nog eens in mijn oorspronkelijke materiaal gesnuffeld en een stel foto's bij elkaar gezocht die niet zijn gepubliceerd. Bij die foto's is ruimte voor een enkele anekdote en bovendien ga ik dieper in op een aantal interessante zaken |
|
|
Een anekdote |
|
|
De afgelopen meimaand sprak ik René Hoogerwerf. Als behulpzame medewerker had hij het boek gekregen, ingekeken en ook gelezen, maar van hemzelf stond er jammer genoeg geen enkele foto in, zelfs geen regeltje! Alleen een kennis had troostend gezegd: 'Maar René, je naam staat er in ieder geval wel in!' Dat klopte, want René Hoogerwerf was namelijk de vierde vanger van de Snelle Groeier, een bekende gigant uit de Nieuwkoopse Plassen. In het vangststaatje van deze vis staat inderdaad René's naam vermeld en gelukkig nog net op tijd! |
|
|
|
|
|
René Hoogerwerf met de Snelle Groeier op 37 pond.
|
|
|
Waarom? |
|
|
Ik ga even terug naar 5 maart 1997 toen ik bij hem thuis was. René is niet beroepsvisser, rietsnijder en botenverhuurder, maar ook een enthousiast karpervisser. Hij vertelde me zijn verhaal over de vis van zijn leven, namelijk over de schubkarper van 37 pond, die hij ving op een waaierige septemberdag in 1995 in de Kleine Polder; een kleinere plas op Nieuwkoop.
Het probleem Van deze vis gaf René me drie foto's mee met daarop: 1. René zonder hoofd, maar de karper goed in beeld. 2. Een close-up van de karper. 3. René met de karper in zijn armen, maar teveel genomen op afstand. Mijn dilemma bij deze foto's was, dat Ik had al veel goeie foto's van dezezelfde karper, maar dan wel van andere vissers. Bovendien, moest ik René mét of zonder zijn hoofd laten zien? Met hoofd betekende een matige foto iwaarop de karper amper toonde en waarop misschien nog commentaar kwam ook. En een foto zonder z'n hoofd vond ik ook niet alles. Toen liet ik in het boek de kerk maar in het midden en een foto achterwege. Gelukkig kan ik die wat matige foto nu in Dé Karperwereld alsnog laten zien en dat is René van harte gegund, zeker op grond van een andere reden. Normaal gesproken is een mooie foto voor een boek of voor een magazine erg belangrijk en beslist vanuit het oogpunt dat 'een karper ongeveer zo zwaar dient te tonen als dat men zegt, dat ie is'.
Wat wil het geval? Op die matige foto toonde de karper nogal slecht. Als ik die het afgelopen jaar weer eens liet zien, zei men vaak impulsief: 'Als die vis 37 pond is, dan zijn al mijn twintigers het ook!' Dergelijk commentaar gaven niet de minsten, zo ook bijvoorbeeld Mark Schuringa en Jan van der Zwan, die alletwee op Nieuwkoop reeds meerdere veertigers hadden gevangen! Ik wees hen er echter op dat een slechte foto zelfs van een gigant een gup kon maken. Met andere woorden een slechte fotograaf kan zelfs de mooiste vis verprutsen. Toch bleef René's vis voor hen een twijfelgeval. Op den duur wist ik eigenlijk ook niet goed 'hoe en waar' ik René's materiaal in het boek kon plaatsen. Tot ik bezig was met het laatste hoofdstuk over de Nieuwkoopse Plassen, met daarin de staatjes 'hoeveel keer en waar precies' de bekende Nieuwkoop-giganten waren gevangen. Ik pakte nog eens de foto's van René's karper en bestudeerde die zorgvuldig. Inmiddels kende ik van zowat alle grote vissen de speciale kenmerken uit mijn hoofd. Plotseling viel het kwartje.
Dé Snelle Groeier! Op de linkerflank van de vis ontdekte ik ineens dat typische tuutje op een schub. Dat was de Snelle groeier! Wacht 's, dat betekende... en ik keek op mijn toenmalige lijstje en zag eerst Jan Goudart als de derde vanger in 1993 met de vis op 34 pond en wie waren ook al weer die twee volgende illustere vangers? Juist, ja, Jan van der Zwan en Mark Schuringa! Beiden hadden ze dezelfde vis gevangen in het voorjaar van 1996 en nota bene op 42 pond! En zij geloofden dus niet dat René hun 'eigen vis' al had op 37 pond in september 1995, let wel nog geen acht maanden eerder!? Voor hetzelfde geld kon ik toen tegen beiden zeggen: "Sorry jongens, woog ie bij jullie eigenlijk wel 42 pond...?" |
|
|
|
|
|
Mark Schuringa ving de Snelle Groeier ook in 1999! Toen op 38 pond!
|
|
|
|
|
|
Grapje natuurlijk. Maar Mark en Jan hadden wel iets om over na te denken. Geconfronteerd met het bewijs, gaven ze beiden beduusd dan ook enigszins beduusd toe, dat ze zich schromelijk hadden vergist. De les die we hieruit kunnen leren, is dat je nooit teveel op een foto mag vertrouwen. Foto's kunnen erg bedrieglijk zijn. Een kleine karper kan fors worden overdreven en omgekeerd kan een echte gigant door matig fotowerk zeer slecht overkomen. Erg vervelend kan dan zijn dat zelfs een eerlijke weger niet eens meer wordt geloofd. Laten weer dus voor uitkijken om iemand te beoordelen op de kwaliteit van zijn foto's alleen. René, hierbij alsnog de felicitaties van Mark en Jan.. |
|
|
Jacco's verhaal |
|
|
In het hoofdstuk met de titel 'De gigant uit de Lek' beschreef ik het mysterieuze verhaal van Ron Koning, die een ongelooflijk avontuur beleefde en dacht dat hij een Nederlandse 50-ponder had gevangen in de grote rivier de Lek. Het was een verhaal met een merkwaardige ontknoping en waarbij ik als toegift nog een extra foto liet zien van dezelfde karper, maar gevangen door een andere karpervisser. Het bijschrift luidde: 'Later bleek dat Jacco Spithoven dezelfde karper al had gevangen op 14 oktober 1995; bij een gewicht van 43 pond. De plaats was slechts één krib verder'.
Toen ik in 1997 hoorde van Jacco's vangst en erachter kwam dat Rons karper en die van Jacco dezelfde vis waren, had ik Rons verhaal allang geschreven en was het manuscript van het boek zo goed als klaar. |
|
|
|
|
|
Jacco Spithoven met de Lek-gigant.
|
|
|
Jacco's verhaal. |
|
|
Als verwoed karpervisser wilde Jacco wel eens vissen op de stromende rivier de Lek, vlakbij zijn woonplaats Nieuwegein. Aan de waterkant had hij er wat rondgekeken en hier en daar gepeild, en een twee meter diepe plek gevonden op de punt van een 30 meter lange krib. Na slechts één dag voeren met een kilo zelfgemaakte boilies plus wat gekookte maïs, ging hij al vissen. Dat kwam omdat hij dat beetje voer in dat grote ruige water eigenlijk maar zinloos vond. Waarom hij het dan toch had gedaan? Het antwoord zat tussen z'n oren. Het was gewoon meer een remedie ter ondersteuning van zijn zelfvertrouwen dan voor het viseffect. Om acht uur in de avond had Jacco zich op de spekgladde basaltkeien geïnstalleerd. Binnen een uur kreeg hij al in de gaten dat het water hoger en hoger kwam te staan. Hier was vloed! Jacco voelde zich steeds ongemakkelijker worden in de klotsende duisternis. Net toen hij speelde met de gedachte om in te pakken, kreeg hij een bloedharde run. Het enerverende gevecht dat volgde duurde zeker dertig minuten en het slot was een happy end! Jacco landde een reus van een schubkarper. Zo goed en zo kwaad dat ging, heeft Jacco de karper gewogen met trillende armen en tot zijn verbijstering bleek de vis het geweldige gewicht te hebben tussen de 21 en 22 kilo! |
|
|
|
|
|
Ook op de grote rivieren zwemmen dus veertigers!
|
|
|
|
|
|
Onmiddellijk heeft Jacco zijn karper in een bewaarzak gedaan. Daarna is hij in het holst van de nacht en terwijl al zijn spullen nog op zijn plek stonden, als een gek naar huis gesjeesd. Daar heeft hij direct zijn vismaat Patrick Spangenberg uit zijn bed heeft gebeld om het hele verhaal te vertellen.
Ook Jacco's vader moest eraan geloven en in zijn Lada, zijn Russische Mercedes, hebben ze toen Patrick opgehaald. Op de stek is de karper nogmaals secuur gewogen op een 50-kilo weegschaal en inderdaad bleek het gewicht 43 pond te zijn, bij een lengte van 98 cm. De omvang lag tussen 85 en 90 cm. Beknopt was dit het verhaal van Jacco. Had hij een lucky shot? Waarschijnlijk wel en hoewel hij er nog een paar keer viste en de winter spoedig zou invallen, kwam er niet meer een gigant uit van een dergelijk formaat. Toch zou de geschiedenis zich op een wonderbaarlijke manier herhalen en opnieuw met Jacco's monster in de hoofdrol. De vis was ondertussen vele ponden gegroeid. Een half jaar later gebeurde het, in mei 1996, toen een andere verwoede karpervisser, Ron Koning dus, opeens een ingeving kreeg. Ook hij wilde zijn geluk wel eens beproeven op die stromende rivier de Lek... |
|
|
De Engelsen |
|
|
Aan de noordkant van de Nieuwkoopse Plassen ligt het caravanpark 'De Visotter' en Arjen van den Akker is daarvan de eigenaar. Bij hem komen al vele jaren Engelse vissers die er voor een week of twee een stacaravan huren met als doel het houden van een avontuurlijke karpervakantie in ons land. Ze vissen dan niet alleen in het eigen viswater van het park, maar trekken er ook op uit naar de uitlopers van de plassen zelf en het water van de Bosweg. Van de vangsten van het eigen water verstrekte Arjen me een fraaie foto. |
|
|
|
|
|
Mark Jones
|
|
|
|
|
|
Echte giganten zwemmen er niet, maar vissen tot 30 pond zijn er zeker niet uitgesloten. Vooral in de beginjaren negentig waren de vangsten van die Engelsen fenomenaal.
Af en toe leek het vangen meer op werken voor de kost dan op rustig vissen. Zelfs 13 karpers op een dag waren heel gewoon. Een mooire foto uit die tijd betreft een fraaie terugzetplaat van Mark Jones. |
|
|
Mark Adams |
|
|
|
|
|
|
|
|
Mark Adams met de schubkarper die binnen 3 jaar wereldnieuws zou worden!
|
|
|
|
|
|
Andere Engelsen beproefden hun geluk vooral op het grote water van de Nieuwkoopse Plassen. Ofschoon ze daar al zes jaar kwamen, schokten ze in 1997 ons karperland door binnen 36 uur tijd twee giganten van schubkarpers te verschalken. Dat weergaloze vakantiesucces heb ik uitgebreid in het boek beschreven.
Toch heb ik van die droomvangsten exclusief voor dit artikel drie niet eerder gepubliceerde foto's uitgezocht. Namelijk de enige foto 'en front' van de 48'er die gevangen werd door de uiterst sympathieke Mark Adams. Dit is dus de Recordvis die later in 1997 zowel officieus als officieel het Nederlands record zou breken. |
|
|
John Holmes |
|
|
John Holmes, die de Snelle Groeier' ving op bijna 44 pond!
|
|
|
|
|
|
Van deze vrij jonge en zeer massieve vis verwacht nog menig karpervisser, dat ie voor de toekomst nog heel wat pondjes voor Nederland in petto heeft... |
|
|
Het taboe |
|
|
Onlangs werd ik door een karpervisser die het boek gelezen had, opgebeld met de openhartige en zeer directe vraag: 'Ik vind het best een prima boek hoor, maar moest je nou echt zoveel dingen prijsgegeven over wateren en stekken overal in Nederland? Velen zullen je dat beslist niet in dank afnemen en zeker niet die karpervissers die in je boek staan. Anders zijn ze niet goed bezig. Hoe zit dat eigenlijk?' Iets dergelijks hoorde ik echt niet voor de eerste keer. Zo kreeg ik via via te horen dat jongens uit Nieuwkoop in een plaatselijk café luidkeels hadden geklaagd: 'Met dat boek van die Aalten zijn wij helemaal niet blij!' Verder vertelde een karpervisser die regelmatig surft op het Internet, dat men daar uitgebreid aan het chatten was over 'het grote stekkenboek'. De teneur lijkt me duidelijk: ik zou teveel verraden... Deze kritiek verwachtte ik al en valt niet zomaar op mijn dak. Jaren geleden heb ik hierover al nagedacht, want het raakt precies de kern van het probleem van 'ergens' over schrijven. |
|
|
Paradox |
|
|
In het algemeen doet zich namelijk de volgende paradox voor. Aan de ene kant wil iedere lezende karpervisser zoveel mogelijk te weten komen over alles en nog wat, over aas, over rigs, over grote karpers, over wateren en stekken in binnen- en buitenland, maar dan wél van een ander. Want de keerzijde is dat diezelfde nieuwsgierige lezer zelf het liefste alles geheim wil houden. Dus wel alles willen weten, maar zelf niets vertellen. De beste artikelen en boeken zijn die waar we op de een of andere manier van kunnen profiteren of plezier aan hebben. En onder de nieuwsgierige kopers zitten ook diegenen die zo kritisch zijn, maar zelf zo min mogelijk willen zeggen!
Hoe makkelijk zegt men niet: 'Wat een nietszeggend artikel - zo oppervlakkig als de pest en alleen maar gebakken lucht. Van die man werd ik absoluut niets wijzer en zijn artikel heb ik verder alleen maar doorgebladerd'. Een schrijver faalt bij het minste of geringste en voor hij het weet, belandt zin werk in de prullenbak. Al bij mijn eerste boek stuitte ik op dat probleem. Mijn eigen vrienden vonden mijn openheid aanvankelijk maar raar en vooral toen ik al onze succesvolle dingen gewoon ging opschrijven, zoals de aanpak van onze visserij en onze manier om boiliemixen samen te stellen. Kortom, een schrijver die wat vertellen wil, heeft altijd te maken met conflicterende belangen. |
|
|
Speurtocht naar Giganten |
|
|
Om terug te komen op Speurtocht naar Giganten. Al die plattegronden met stekken en concrete feiten over de giganten van Nederland heb ik echt niet zomaar gepubliceerd. Elk hoofdstuk is gemaakt met de volle medewerking van de betreffende karpervisser. Iedereen wist van tevoren, tot op de komma, wat er in de tekst zou komen te staan en allen kregen de mogelijkheid om er over na te denken en eventueel bepaalde correcties toe te passen. Alle medewerkers, ongeveer 70 in totaal, verleenden mij hun uitdrukkelijke toestemming om aan het grote publiek al die interessante dingen te vertellen die nu in het boek staan. Allemaal wisten ze wat er kon gebeuren en ze waren echt bij hun volle verstand! Alle officiële recordhouders, maar ook al die andere sympathieke vangers van ongelooflijke supervissen hebben voluit meegewerkt aan dit boek. Zij hebben er nooit een probleem van gemaakt. Een knalhard 'nee' en 'dat en dat wil ik niet vertellen' heb ik niet tot nauwelijks gekregen. Natuurlijk was ik erop uit om elke visser zover als ik kon over de streep te trekken en zoveel mogelijk informatie te vergaren over een beroemde vangst, want dat kwam het boek ten goede. Ik ben er dan ook trots op, dat iedere crack in Nederland waarvan ik wist dat ie iets bijzonders had gevangen en die ik heb gevraagd om mee te doen aan mijn boek, dat zonder uitzondering openhartig en van harte heeft gedaan. |
|
|
|
|
|
Kan een 25% wildbloedhybride wel zo zwaarlijvig zijn?
|
|
|
Critici? |
|
|
Daarom valt het ook zo op, dat die lieden die nu zo kritisch lopen te mekkeren, juist diegenen zijn die zelf nog géén gigantische karper hebben gevangen... Vergeleken met landen als België en Engeland waar veel minder viswateren zijn en waar vrijwel alle vissen een naam hebben, lopen we op het gebied van informatie-uitwisseling een straatlengte achter. We kennen bijvoorbeeld toch al jaren die beroemde wateren als Redmire Pool of Savay? Kwam dat toevallig niet door die prachtige boeken en talloze publicaties? Is niet ook het Kempisch kanaal in heel Europa bekend? Bij ons kom je echter om de haverklap nog vissers tegen met hun geheimzinnige watertjes en verborgen gouden stekken. Vol trots showen die jongens hun mooie vissen, die ze natuurlijk hebben gevangen in een water, dat vooral maar niet bij naam mag worden genoemd, zelfs al is het algemeen bekend! Ik schop toch een open deur in als ik wateren noem als Vinkeveen, Loosdrecht, Maarsseveen, Nieuwkoop, het Twentekanaal, de Maas of de Lek? Jammer genoeg is in Nederland het noemen van wateren en stekken nog steeds een groot taboe! |
|
|
Bedankt |
|
|
Ook ik geef toe dat zwijgzaamheid in sommige gevallen gepast kan zijn, vooral als er een gerede kans is op complete volksverhuizingen. Voor wat betreft Nieuwkoop valt dat allemaal erg mee, zeker gezien de ferme, plaatselijke hindernissen die snel het kaf van het koren scheiden, zoals de moeilijke bereikbaarheid, het er uitsluitend fatsoenlijk kunnen vissen vanuit een boot, het nachtvisverbod en dan heb je daarbij nog de enorme moeilijkheid van dat water. Echt, de meesten haken af. Dus om algemeen bekende dingen geheimzinniger voorstellen dan ze feitelijk zijn, is niet nodig. We mogen ons gelukkig prijzen dat Nederland zo ongelooflijk waterrijk is. Wij Nederlanders hebben eigenlijk gewoon een streepje voor. Nogmaals, we hoeven echt niet altijd onze topstekken of topwateren te vertellen, maar wie wél open en eerlijk is over zijn eigen vangsten en zijn eigen unieke vangstboekje 'en plein public' in een blad of in een boek opendoet en ware informatie vertelt, verdient meer dan lof. Niet voor niks schrijf ik in het boek:
"Al die karpervissers met hun giganten wil ik dan ook graag bedanken voor hun enthousiaste medewerking aan dit boek. Zeker in het besef dat ze hun allermooiste vissen voorgoed aan de openbaarheid hebben prijsgegeven en dat is bepaald geen sinecure. Immers, hun water hangt nu aan de grote klok! In feite hebben ze 'en masse' hun nek uitgestoken, niet één man uitgezonderd. Zonder hun hulp had ik dit niet kunnen schrijven en zij verdienen onze waardering en respect." |
|
|
Gedragscode
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |