|
|
|
Bericht uit Nieuwkoop |
|
|
1998 |
|
|
Evert zet een fraaie Nieuwkoopspiegel terug.
|
|
|
|
|
|
Het afgelopen jaar 1998 startte redelijk goed op de Nieuwkoopse Plassen. Zo werden er in de eerste drie maanden na de opening van het visseizoen op 1 mei over het hele plassengebied mooie karpers gevangen. De meeste vissers die er hard voor werkten, slaagden erin een dertigponder te vangen. Echter, tegen de verwachting in kwamen de bekende giganten boven de 40 pond er niet uit, behalve dan een 'vreemde' schubkarper van 38 pond bij het sportvissersbedrijf van Leo Groenendijk in Noorden. Ook de junimaand verliep voortreffelijk. Reeds de eerste karper die mijn vismaat Gerard Smit ving op de Noordeinderplas woog 34 pond! In de daarop volgende julimaand kwam de klapper toen Helmut van Schaik en Joop van Kleef de Recordvis vingen op een nieuw officieel Nederlands recordgewicht van maar liefst 54,5 pond! Wat zou de toekomst brengen? Jammer genoeg was het antwoord vreselijk. |
|
|
Vissterfte! |
|
|
Ongeveer een week na die sensationele recordvangst raasde het gerucht door het dorp, dat iemand een dode reuzenkarper had zien drijven op de Noordeinderplas en nog wel in de buurt van de achtertuin van Joop van Kleef. Velen dachten: 'Het zal toch niet...?' De wildste verhalen waarden rond. De een beweerde dat het die 50'er was en een ander wist stellig te vertellen, dat het een 40'er was die lui van Natuurmonumenten aan de overkant van de Noordeinderplas in het rietveld hadden gegooid. Even keerde de rust terug, maar met de vangsten lukte het niet meer. Hoe hard men ook viste, toch boekten vele vissers blank na blank, op het abnormale af. Tot overmaat van ramp kwamen er in augustus ook nog meldingen binnen van ronddrijvende dode karpers. Dag na dag werden ze ineens gevonden en verspreid over het hele plassengebied! In het natuurgebied bij Noorden, achter Leo Groenendijk, op de Noordeinderplas en op de Zuideinderplas. In de Meije werd zelfs een karper gevonden die zo groot was als een klein kind! Voorzover dode karpers qua gewicht nog goed zijn in te schatten, zat er van alles bij.
De meeste dode vissen wogen tussen de 15 en 25 pond, maar er werden ook dode dertigers gesignaleerd. En de vissers? Die raakten gedemotiveerd en gingen andere dingen doen! Wat wil je ook, als je niets vangt en steeds maar dode karpers ziet? Ik kreeg alarmerende telefoontjes en hoorde ook dat sommige karpers ontzettend raar deden. Die zwommen schuin tegen de oppervlakte en met hun rug het water uit. Enkele karpers kon men zelfs scheppen en dat is niet normaal. Twee levende vissen zijn uiteindelijk gestuurd naar het onderzoekscentrum van de O.V.B. |
|
|
De oorzaak? |
|
|
Zolang het eindrapport nog niet gereed is, is het voor de O.V.B. erg moeilijk om op voorhand een oordeel te vellen. Zelf heb ik contact gehad met het hoofd van de afdeling Onderzoek van de Lex Raat en zijn voorlopige hypothese luidde, dat het wispelturige weer in de lente en de zomer vermoedelijk de oorzaak was. Er was namelijk geen giflozing en het koele water bevatte voldoende zuurstof, dus ook dat was de reden niet. Wel waren er het afgelopen jaar snelle opeenvolgingen geweest van warmte en kou door het rare weer. Waarschijnlijk konden paairijpe karpers hun kuit niet tijdig kwijtraken, wat zeer gevaarlijk is. In het beste geval kan niet afgezet kuit op den duur op een natuurlijke wijze absorberen in het lichaam van de vis, maar het kan ook gebeuren dat het vele kuit versteent en dan kunnen er tal van infecties optreden en giftige stoffen in het lichaam vrijkomen, waardoor de vis uiteindelijk sterft. |
|
|
|
|
|
Gelukkig zijn de meeste karpers beresterk!
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vanzelfsprekend zijn in dat geval vooral zware hoogzwangere vrouwtjeskarpers, de dikke kuiters dus, het slachtoffer. En meestal zijn dat nou net de zwaarste vissen van een water! De komende jaren weten we pas welke topvissen het hebben overleefd op Nieuwkoop. Tot slot, begin oktober vertelde Herman Coenen mij dat ook op vele plaatsen in Limburg heel wat grote karpers waren gestorven, zowel op de rivier de Maas alsook op diverse afgesloten wateren. Vermoedelijk wegens hetzelfde kuitprobleem. |
|
|
De Recordvis leeft! |
|
|
Vele vissers berustten eind september in het noodlot van de recordgigant. Tot... Leo Groenendijk het verlossende woord sprak. Hij belde me op en vertelde, dat ie gisteravond een vergadering had gehad met de leden van de vissersvereniging Noorden en Nieuwkoop. Daar had ie gesproken met Gerrit Sanders, de beheerder van een botenverhuurbedrijf in het tussengebied. Gerrit had Leo meegedeeld dat bij hem achter ene meneer Vet een gigant van een karper had gevangen van rond de 55 pond bij een lengte van 110 centimeter! Gerrit had de vis zelf gezien. Een paar dagen geleden was het gebeurd. Volgens Leo was het waarschijnlijk de Recordvis, tenminste als we lengte even buiten beschouwing laten.
Een gigant goed meten, is op zichzelf al een heel probleem. Ik moest er vlug naartoe. Het adres was een klein groen huisje. Diezelfde middag ben ik er nog heengereden en heb daar voor het eerst gesproken met de al 87-jarige mejuffrouw Sanders. Ze was ontzettend kwiek, goed bij de tijd, rap van de tongriem gesneden en bezat een geweldig gulle lach. Uitgelaten vertelde zij dat de gelukkige visser Hans Vlek heette, een wat oudere man, die al 40 jaar bij haar kwam. Broer Gerrit Sanders kwam toevallig ook naar binnen. Hij keek wel even voor me buiten. Helaas, Hans' kruisertje was weg. Mijn adres en telefoonnummer heb ik toen achtergelaten. |
|
|
Hans Vlek |
|
|
Enkele dagen later belde Hans Vlek me persoonlijk op. Nog diezelfde week heb ik twee gezellige middagen doorgebracht op zijn kruiser Nymphaea, de Latijnse naam voor waterlelie. Zeer nieuwsgierig was ik naar de gigant. Reeds de allereerste seconde dat ik de bewuste foto's zag in Hans' boekje, herkende ik 'm al. Hiep, hiep, hoera, Hans' gigant was inderdaad de door velen doodgewaande Recordvis! Trots toonde Hans me ook nog een videofilm en met de pauzeknop zette hij het beeld af en toe even stil. Dan vergeleken we, samen met Toos, zijn vrouw, allerlei herkenningspunten van de vis met foto's uit mijn boek Speurtocht naar Giganten. Dat deden we ook met de foto's van de laatste recordvangst van Helmut van Schaik en Joop van Kleef, en ieder detail klopte! Binnen een mum van tijd waren we het er alledrie over eens, dat het absoluut dezelfde vis was.
Hans en zijn vrouw kletsten zowat de oren van mijn hoofd. Van aantekeningen maken kwam niet veel. Gelukkig hoefde ik dat ook niet te doen, want Hans bleek zelf een begenadigd schrijver! Gedurende al zijn karperjaren had hij in een stapel logboeken van dag tot dag uitgebreid verslag gedaan van zijn opmerkelijke avonturen. En over die sensationele vangst had Hans gisteren nog een lange brief verstuurd naar Cees Kooltjes, een 16-jarige jongen, die de dag vóór die supervis nog met Hans gevist had. Deze brief las Hans hardop aan mij voor. Onmiddellijk besefte ik het belang van deze brief. Aan dit heet van de naald geschreven verslag had ik niets toe te voegen. Het doet me een groot plezier deze brief in extenso te mogen plaatsen in Dé Karperwereld. |
|
|
De brief aan Cees |
|
|
Beste Cees
In de nacht van zaterdag naar zondag 20 september heb ik met twee hengels gevist vanaf de ligplaats. Nul signaaltjes, alarmpjes, piepjes gehad. Helemaal niets. Van zeven uur 's avonds tot tien uur 's morgens, dat is 2 x 15 uur = 30 uur vissen zonder beet. Gelukkig is het nu zacht nazomerweer en we genieten er nog van, dat maakt veel goed. Ik ben nu, zondag 19.00 uur, alleen over. De boot ligt op dezelfde plaats, waar wij jouw 25-ponder hebben gevangen. Alleen omgedraaid. Nee, niet met de bodem omhoog en het dak naar beneden, nee, met de punt naar het dorp en met de achterkant naar de polder, dat je dat niet snapt! Twee hengels op de achterbank, aangesloten op de soundbox, en nu maar hopen dat het beter gaat. Er zijn verse boilies gemaakt en maïs gekookt. De boilies met de hand precies op de juiste plekken gegooid. De maïs komt straks, als het donker is. Dan ga ik even met de opblaasboot en een geleende peddel de voerplekjes compleet maken en de onderlijntjes precies erboven laten zakken. Je kent dat wel. Het is nu maandagavond 19.00 uur. De hengels staan opgesteld op dezelfde plaats als gisteren. Er is vannacht wel wat gebeurd, zeg. Ik mocht eerst enige uren rustig slapen op het grote bed. Om 06.00 uur werd ik wakker en keek naar buiten.
Bellen en bellen Sterrenhemel en nevelig boven het water. Op de voerplek tegen de lelies één groot schuimbed met bellen zo groot als rijksdaalders. Er kwamen steeds bellen bij. Juist als ik weer wil gaan slapen, klinkt er een piep. Ik ben gelijk bij de hengels en zie er een langzaam wegschuiven over het kussen van de achterbank. Snel gepakt en een zwaai gegeven en hangen. Bingo, gelijk gaat het water open en klinken er harde plonzen bij de lelies, alsof er keien in het water worden gegooid. Ik trek de hengel zijwaarts in een halve cirkel en de karper komt mee. Het is dan nog donker. Het beest gaat met woest geweld naar links en verdwijnt in de diepte, gelukkig, want rechts ligt de andere hengel. Dit herhaalt zich steeds. Eenmaal had ik hem in mijn schepnet, het grote met de korte steel, maar hij zwom er gewoon weer uit, ik kon niet liften.
Opnieuw plonzen en halen en dan is het gebeurd, Cyprinus zit weer in het net. Het is dan inmiddels lichter geworden en ik zie iets heel langs, heel erg hoog en zeer breed. Maar nu komen de problemen pas goed. Het is onmogelijk om het net boven water te tillen om in de opblaasboot te leggen. Te zwaar, óf ik ben niet sterk genoeg. Wat nu? Een kloek besluit: Ik ga met bewaarzak de opblaasboot in, de steel van het schepnet krampachtig vasthoudend en manoevreer de karper met zijn kop vooruit in de bewaarzak. Haak, onderlijn, tube, stopper en enige meters lijn gaan er nog bij en dan gaat de zak op slot en hang ik 'm aan een bolder. Dat ik nat was en stinkend, laat zich begrijpen.
Hengels breken? Om 07.00 uur zit ik aan de koffie. De andere hengel is nog intact. Brandend nieuwsgierig kijk ik regelmatig in de bewaarzak. Meten en wegen is hier uitgesloten. Pas 's middags ga ik naar de kant. De vis in de zak in de met water gevulde luchtboot achter de Nymphaea slepend. En nu komt het: Volgens jou moet ik nu mijn hengels breken. Over de vis gemeten is hij 110 cm lang, honderdentien, je leest het goed. Het gewicht weet ik nu nog niet. De unster gaat tot 50 Lbs. = 46 pond, maar de naald sloeg door. Morgen brengt Toos een personenweegschaal, dan kan ik precies wegen. Ik heb wel al foto's en een videofilm gemaakt van deze gigant, liggend in de luchtboot. Nu hangt het beest aan de boegspriet van de Harlekijn, de boot voor me. Heb kromme vingers van het schrijven, m'n arm uit de kom gegooid met boilies voeren en ook nog twee gebroken hengels. Dinsdagochtend tot kwart voor acht kunnen slapen. Moest boodschappen halen en boiliemix. In de hengelsportwinkel vroeg ik om een unster die tot 50 kilo kon wegen. Moest fl. 169,- kosten. Ik vroeg of Rijnbeek Sr. mij soms voor gekke Henkie aanzag. Het lukte mij niet om er een op proef mee te krijgen, wel als ik vertelde waarom ik dat zo graag wilde. |
|
|
|
|
|
Ik gaf mijn geheim niet prijs, al kostte het mij veel moeite. 's Avonds komen mijn broer, de snoekfreak, mijn vrouw en dochter en dan blijkt de karper 55 (vijfenvijftig) pond te wegen. Ook op de dag was er veel bezoek. Deze avond zet ik géén hengels uit, we vieren feest en dopen deze karper Gigantje. Het is mijn twaalfde karper in 1998. Woensdag 30 september. Gisteren van één uur tot vijf uur een gesprek gehad met Evert Aalten aan boord van de Nymphaea. Toos was daar ook bij. Het staat nu onomstotelijk vast. Ik heb de langste en de zwaarste karper van Nederland gevangen én het is dezelfde als in het blad BEET, het septembernummer. Ook in het blad Dé Karperwereld nr. 5 staat een uitgebreid artikel over deze vis. Aanstaande vrijdag komt de man weer op de boot om de laatste puntjes op de i te zetten voor een artikel in Dé Karperwereld. Ik ben benieuwd. Ik zal de man wel vertellen, dat ik op jouw aandringen bij het grote lelieveld ben gaan vissen. Als jij er niet was geweest, zou ik niet naar de nieuwe plek zijn gegaan! Zo is het wel. Ik ga deze brief nu posten. Beste Cees, bel me gerust op. Ik ben zeer nieuwsgierig naar je reacties.
Met vriendelijke groeten, ook voor je ouders van Hans Vlek en Toos, en Gigantje." |
|
|
De feiten samengevat |
|
|
Als ik de feiten nog eens samenvat dan ving Hans Vlek op maandagochtend 21 september 1998 de Recordvis terug in het tussengebied van de Nieuwkoopse Plassen. Hans woog de karper niet direct, dat gebeurde pas veel later en ook nog op een personenweegschaal, waarbij meetfouten niet uitgesloten zijn. Kortom, het door Hans vastgestelde gewicht van 55 pond werd officieus bepaald en was een pondje lichter dan het officieuze Nederlandse recordgewicht van 56 pond, bij de recordhouders Helmut van Schaik en Joop van Kleef. Hun officiële en gecontroleerde Nederlands recordgewicht blijft echter staan op 54,5 pond. |
|
|
Nieuwkoop Gedragscode
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |