Moby Dick

De witte walvis

Als dat geen schitterende naamgenoot is van die beroemde walvis?

Zodra ik hoorde dat een enorme spiegelkarper Moby Dick heette, dacht ik aan de beroemde avonturenroman met dezelfde titel. Dat boek stond al op mijn boekenlijst voor de middelbare school. Terwijl ik soms met de grootste moeite door de loodzware verplichte kost heen kon komen, verslond ik dat spannende verhaal over Moby Dick met huid en haar. Herman Melville schreef zo'n dikke 150 jaar geleden dat avonturenverhaal over die gigantische witte walvis die korte metten maakte met de eerste walvisjagers! Dat waren zeelui met heldenmoed want voor softies was geen plaats. Toentertijd liep in de immense Stille Oceaan menig ontmoeting uit op een bloedig gevecht tussen mens en dier, en Moby Dick was bepaald niet kansloos en won keer op keer. Meer verklap ik niet. Later beëindigden de meedogenloze visfabrieken op zee die romantische heldentijd. Er is nu ook een karper met dezelfde naam als die beruchte walvis.

Plas Bussloo

Prachtig helder water!

Die karper Moby Dick dient nog steeds op zijn hoede te zijn, maar niet meer voor op geldbeluste jagers die een drastisch eind willen maken aan zijn bestaan. De spiegelkarper met deze naam is bij vele karpervissers al bekend sinds eind jaren tachtig. Over Moby's thuiswater doe ik niet geheimzinnig. Het betreft Bussloo, een zanderige en kraakheldere plas met glooiende dieptes en rijk aan wier. Bussloo is een 90 hectare grote recreatieplas en ligt halverwege Utrecht en Enschede. De afgelopen jaren ontmoette ik nauwelijks karpervissers die van het bestaan van Moby Dick niet wisten!

Moby behoort daarom tot het selecte clubje van de bekende grote spiegelkarpers van Nederland. Volgens ingewijde Twentenaren is hij hoogstwaarschijnlijk ook de enige echte veertigponder die in Twente zwemt. Zelfs de top van het fameuze Twentekanaal kan amper aan hem tippen! Om de haverklap zag ik foto's van Moby Dick. Zo kwam ik 'm tegen in het clubblad Karperkoorts van de karpergroep Twente (KGT) en verfraaide hij lange tijd de catalogus van een grote hengelsportwinkelier uit Lelystad. Verder stond Moby al eens in een karperblad en bereikte hij zelfs cyberspace: internet! De bijschriften luidden meestal: 'Moby Dick, een door velen begeerde veertiger!

Boven de veertig!

Johan Smelt was de eerste karpervisser die Moby ving boven de veertig. Hij begon op Bussloo in maart 1996 en hoewel hij er vele lange nachten doorbracht, merkte hij dat de donkere uren niet tot nauwelijks rendeerden. Overdag was het gekke dat hoe meer zwemmers er waren, hoe beter zijn vangsten werden. Johan ving Moby op een plateau van vier meter diepte én op klaarlichte dag! Terwijl Johan normaal gesproken keiharde runs kreeg, hoorde hij op de late ochtend van 9 juni 1996 een iel en voorzichtig piepje. Precies om halftwaalf. Met dat glasheldere water was de aanblik tijdens de dril van de bonkige spiegel een unieke belevenis.

Eenmaal op de oever bleek Moby's nieuwe gewicht een donderslag. Iedereen wist dat Moby's gewicht al jaren schommelde tussen de 34 en 37 pond en de algemene hoop was, dat hij ooit de veertig zou halen. Die wens werd plotseling vervuld bij Johan toen de wijzer van zijn weegklok doordraaide naar 40 pond en 400 gram! Johans minutenlange vreugdedans deed hem vergeten de lengte op te meten. Als hij die achteraf zou moeten gokken, schat hij die op hooguit 88 à 90 cm. Het vangsttijdstip bleek niet toevallig te zijn, want ook andere vissers vingen Moby rond diezelfde late ochtenduren van tien tot twaalf. Als rechtgeaard gewoontedier schijnt Moby ook nog Scopexboilies te prefereren.

Een tweelingspook?

De lokale vissers schatten de huidige bezetting op zo'n 400 karpers en dat zijn bijna allemaal schubkarpers. Een aantal jaren geleden was er een uitzetting van een honderdtal spiegelkarpers van gemiddeld 4 pond. Merkwaardig genoeg werden die spiegeltjes amper gevangen, terwijl ze er wel degelijk zitten. Ze moeten makkelijk 14 tot 16 pond wegen en misschien zelfs meer. Van de oorspronkelijke bezetting stammen slechts drie originele spiegels en één van hen is Moby Dick. Bichem Boedhoe mijn contactpersoon uit het verre Enschede, vertelde me deze informatie. Deze enthousiaste visser fluisterde me trouwens ook nog in, dat er op Bussloo een spookkarper schijnt rond te dolen! De fabel gaat dat Moby Dick een raszuivere tweelingbroer heeft en dat die vis zelfs voor de knapste herkenners niet is te onderscheiden van de echte!

Die identieke tweelingvis zou verklaren waarom Moby bij de ene visser makkelijk 40 pond weegt, terwijl andere vissers hem ternauwernood vangen op 36 of 37 pond! Die teleurgestelden vroegen zich steevast vertwijfeld af: 'Waarom is zijn broertje altijd groter?' Even geen misverstand, de laatste jaren is Moby inderdaad regelmatig gevangen boven de veertig en de eerste keer geschiedde dat dus bij Johan Smelt. Bij de insiders echter, was het bekend dat Moby normaal gesproken in de warme zomer altijd enkele pondjes lichter woog dan in het koudere voor- of najaar. Toch beweerden karpervissers geregeld dat zij Moby óók in de zomer vingen boven de veertig! Bij lastige vragen waren zij natuurlijk ook een slachtoffer van Moby's spookachtige tweelingbroer!

De Stookeconoom

Willem Peters, een bekende karpervisser, stuurde me een prachtig verhaal over Moby Dick. Willem showde die prachtige spiegel nog niet zo lang geleden in het magazine Karper. Toen ik Willem belde, informeerde hij me dat hij die nu beroemde spiegel Moby Dick reeds vele jaren geleden had gevangen en zelfs tot twee keer toe! Ondanks zijn drukke werkzaamheden voor Carp Company bleek Willem bereid om speciaal voor de lezers van Hét Visblad zijn bijzondere belevenissen op papier te zetten. Van nu af is Willem aan het woord!

Op het strand

Lekker vrij water om te bevissen.

Willem: De eerste keer dat ik Moby ving, was in het najaar van 1988. Die zomer ontdekten Michel Delsink en ik Bussloo. De lokale vissers en vooral die uit Apeldoorn, bevisten dat water al enige tijd. Onze eerste ontmoeting met zo'n local was een gelukkige. Open en oprecht verschafte hij prima informatie over het water.

Vooral de punten van de stranden werden veel bevist. Om eventuele stekdressuur te omzeilen, gingen we midden op het strand zitten en visten we over en voor de markeringsketting. Zo bevisten we nog nooit beviste gedeeltes. We zetten ook een speelgoedbootje in met als extra pluspunt, dat we daarmee met partikels konden voeren op afstanden, waar andere vissers niet kwamen. We vingen erg goed en zeker voor die tijd. In oktober 1988 nam ik 14 dagen vakantie op om Bussloo optimaal te kunnen bevissen. Het plan was om er om de anderste dag te vissen en bij vertrek flink te voeren. Onze stekken op het strand werden gelukkig met rust gelaten. Het weer zat mee en de opzet slaagde perfect. Bijna iedere sessie in die 14 dagen was raak en de echte beloning voor onze inspanning kwam in de nacht van 22 oktober. Ik ving toen drie vissen, een schub van 21 pond, een spiegel van 22 pond en een spiegel van 31 pond en die laatste vis was Moby Dick! In die twee vakantieweken ving ik 19 vissen, waarvan zes twintigers en één dertiger. De karpers van Bussloo waren me zeer gunstig gezind.

De onweersbui

Een stevige onweersuitbarsting

De tweede keer ving ik Moby in 1991. In die tijd beviste ik Bussloo opportunistisch. Ik keek gewoon naar de windrichting en bij een noordenwind koos ik voor de Sterrenwachtersbaai en bij een zuidenwind koos ik tussen het Restaurantstrand of het Surfstrand. Op de avond van 23 september ging ik op dat Surfstrand zitten. Het was zwoel en onweer dreigde. Na een uur kwam de eerste run van een sterke karper en tegelijk barstte het onweer los. Daar stond ik met een kromme carbonstok. Hoe onverstandig ook, ik kon het niet laten de vis af te drillen. Wegen kon later en vliegensvlug zakte ik de mooie schub. Inmiddels woedde het onweer recht boven me. De gitzwarte lucht deed me vluchten naar een toiletgebouwtje. Binnen hoorde ik geschuifel en een rochel zette mijn nekharen steil overeind.

Opeenvolgende bliksemflitsen deden me recht kijken in het gezicht van een woest bebaarde kerel. Ik schreeuwde en de man schrok nog harder van mij dan ik van hem. Het was een zwerver die in dit gebouwtje zijn onderkomen voor de nacht had gezocht. Om een lang verhaal kort te maken, het was een geschikte kerel. Het onweer woedde voort en kwam zelfs terug. Ik raakte in gesprek en leerde hem kennen. De man had ooit een bedrijf gehad op het gebied van de CV-techniek en hij wist daar veel vanaf. Omdat 't ook mijn vakgebied was, wist ik dat hij niet loog. Hij gaf me zelfs zijn visitekaartje met de bedrijfsnaam De Stookeconoom. Het onweer minderde en ik kon weer vissen.

Stomme zak!

Paul Schmidt ving Moby wel drie keer!

De volgende ochtend om een uur of zes kwam die zwerver weer langs en hij vroeg me of hij mijn brander mocht gebruiken om een blikje erwtjes op te warmen. Opnieuw raakten we aan de praat en hij leerde me wat echte zwervertrucjes. Die waren best handig, want je kon maar nooit weten. Ik viste zo vaak en stel dat ik thuiskwam voor een gesloten huisdeur! De stookeconoom vertrok en ik viste verder. Om tien uur die ochtend kwam er weer een run. Na een korte logge dril waarbij ik me al afvroeg of het 'm zou zijn, gleed Moby Dick opnieuw in mijn net. Ik droeg hem in het net naar het grasland achter het strand en rende terug naar mijn spullen om het weegnetje te pakken. Bij terugkomst echter had Moby zich beschadigd aan het linkerkieuwdeksel. Daarmee was hij ongelukkig terechtgekomen op het spreidblok en het bloedde heftig. 'O stomme, stomme zak', dacht ik van mezelf. 'Had de vis nou beter gezekerd!' Snel bracht ik Moby naar het water om 'm daar te laten herstellen. Ik nam wat foto's en zette 'm met grote onzekerheid terug. Krachtig zwom hij gelukkig weg.

Gezond!

Pas in 1993 zag ik Moby terug op een foto, gaaf en mooier dan nooit tevoren! Moby's gewicht was in 1993 rond 35 pond. Nooit eerder was ik zo opgelucht bij het zien van een karperfoto. Die tweede keer dat ik Moby ving, schommelde zijn gewicht rond dertig pond. De jaren daarna groeide hij, alsmede de vele andere vissen van het water. Die schub die ik ving in die onweersbui woog toen 28 pond. Een gewicht wat de lokale vissers op dat moment als haast onmogelijk beschouwden. Inmiddels zwemmen er een flink aantal mooie dertigers rond. Met de stookeconoom raakte ik bevriend en vaak koos ik mijn visstek in de buurt waar hij overnachtte.

Deze vorm van stekkeuze kostte me vissen, maar de omgang met dat aangename gezelschap van deze aan lagerwal geraakte, integere gast was me dat meer dan waard. Nadien ving ik Moby niet meer en in 1994 keerde ik het water de rug toe. Ook de stookeconoom verdween uit mijn leven. Beide kregen echter een onuitwisbare plek in mijn geheugen. Mocht iemand Moby vangen, behandel hem dan in tegenstelling tot mij met grote zorg. Ik had het geluk dat hij sterk genoeg was om mijn stommiteit te overleven en mocht iemand de stookeconoom ontmoeten, doe hem dan de groeten van de Lange Willem!

Namens alle lezers bedank ik Willem voor dit prachtige verhaal.


Het Schilderij
Naeffje, Vaarwel