De Vreemdeling

Onbekende karpers?

Evert geloofde een Vreemdeling te hebben gevangen.

Zwemmen er nog onbekende vissen rond in Nederland? Begin jaren tachtig wisten de meeste karpervissers niet welke grote karpers er in Nederland rondzwommen. Of de wateren nu klein waren of groot, de karperbestanden waren nog niet bekend. In de loop der jaren werd de moderne manier van karpervissen steeds populairder. Daarbij kwam het pionieren op groot water ook opgang. Anno 1998 zijn we bijna 20 jaar verder.

Ik ben er zeker van dat in Nederland, 80 tot 90% van de karperpopulatie in kaart is gebracht. Op bijna alle afgesloten wateren, al zijn die duizenden hectaren groot, weten de karperfanaten van nu precies welke grote karpers daar zwemmen. Het maakt niet uit of dat op Loosdrecht is, of Vinkeveen, of Nieuwkoop, of de stromende Maas in Limburg. Die karperjagers op groot wild, de "specimenhunters", stellen zich elk jaar weer ten doel om zo'n bekende gigant te vangen. De oude garde zegt dat het jammer is, dat we nu zoveel kennis hebben en dat daardoor het onbekende, grote karperavontuur verdwenen is.

Aan de andere kant heeft die zekerheid van bekende fraaie vissen ook z'n charmes. Immers, al die bij naam bekende, unieke karpers dragen een jarenlange geschiedenis met zich mee. Zo weten we exact hoe klein Naeffje vroeger was en wie 'm allemaal heeft gevangen en wanneer hij begon te groeien. Kortom, allerlei nostalgische herinneringen kleven aan zo'n vis. Dat neemt niet weg, dat het nog steeds mogelijk blijkt om op het open water in Nederland kans te maken op een verrassing. Soms gebeurt het dat er een vreemdeling opduikt, een karper die nog niemand kent. Een karper zonder geschiedenis, die al groot is, niet meer groeit, op leeftijd is en ongetwijfeld talloze dingen heeft mee gemaakt, maar waar wij geen weet van hebben. Dit artikel gaat over zo'n Vreemdeling. Het verhaal start bij de eerste vanger en het toeval wil, die gelukkige visser was ikzelf.

De spoorbrug

Carolus viste viste hier al in 1991! en ving ik in april 1996 een 36-ponder.

We gaan naar een lawaaiige spoorbrug, waar constant treinen overheen denderen op weg naar Amsterdam. Onder die brug loopt het riviertje De Angstel, dat een tiental meters verder uitmondt op het ontzaglijke Amsterdam-Rijnkanaal. Het riviertje is zo'n 15 kilometer lang en kronkelt noordwaarts naar het plassengebied van Vinkeveen en staat verder in verbinding met de Amstel, bij Amsterdam. We verplaatsen ons terug in de tijd, naar de avond van de kalenderdatum van 22 april 1996.

Buiten was het ijzig koud en overal was het riet nog dor. Al in 1988 ontdekte ik deze rare stek met die ongelofelijke herrie en dat voortdurend klotsende water. In mijn laatste boek Speurtocht naar Giganten gaf ik een uitvoerig verslag van het unieke avontuur dat ik die avond beleefde. De volgende twee fragmenten citeer ik graag.

Twee fragmenten

De top spande omlaag. Trilde hij nu door die trein of door een vis? Opeens veerde de hengeltop terug, tegelijk zakte de swinger. De lijn dwarrelde neer, wat goed te zien was in het gele licht. Een terugvaller, een aanbeet! Ik stond op, pakte de hengel, klikte de baitrunner op de gevechtsslip en draaide iets in. Met een soepele haal sloeg ik aan. Contact! Direct voelde ik een levende, massieve weerstand! De hengel kromde zich in het handvat. Nu pas was de trein voorbij." Er volgde nu een zenuwslopend gevecht. Als ik de karper eindelijk in mijn landingsnet heb, pak ik de draad van het verhaal weer op.

"Alsof ik een kind beetpakte, zo voorzichtig beurde ik 'm het water uit en vlijde 'm op de mat. Eerst opmeten. Met gemak haalde hij de 95 cm! Die lengte met die hoogte, dan wist ik het wel. Wat een schitterende vis. Hij was geweldig. Grof gebouwd, hoog, mooie zware buik en een lange dikke rug, en dan die enorme schubben. Een machtig gezicht en helemaal gaaf. Waar zou hij vandaan komen? Hoe oud zou hij wel niet zijn? Echt zoals de Engelsen zeggen: "A fish of a lifetime". Mijn visjaar was al geslaagd in de tweede sessie. Nu kwam de waarheid. De naald zwaaide vlot over de dertig pond! Met trillende armen deed ik het nog een keer en inderdaad: het was een echte 36-ponder!" Achteraf bleek deze karper een totaal onbekende kanaalreus te zijn. Toeval of niet, maar precies die ene avond dat ik bij die spoorbrug viste, wipte hij om het hoekje van het Amsterdam-Rijnkanaal.

De chaostheorie

De Vreemdeling in portret!

In het donker heb ik de karper voorzichtig in een bewaarzak gedaan en vervolgens snel een vriend gehaald. Samen hebben we die vis in een rustig gedeelte van het riviertje neergehangen. Bij het vroege ochtendgloren waren we alweer terug en schoten we de foto's tegen het décor van dorre rietstengels en een Hollands molentje op de achtergrond. Net voordat ik de karper daadwerkelijk losliet, dacht ik nog: "Zou 't uitmaken naar welke kant ik 'm nu laat weg zwemmen?" Zomaar op gevoel duwde ik 'm naar rechts, in de richting van Amsterdam. Nog zie ik die vale schaduw verdwijnen op mijn netvlies. De gedachte over die zwemrichting kwam niet zomaar bij me op. Ik had ooit gelezen over de zogenaamde chaostheorie. Die schijnt erop neer te komen, dat alles wat er op aarde gebeurt, samenhangt met toevallige dingetjes.

Het volgende fraaie voorbeeld heb ik altijd onthouden. Volgens die theorie zou het mogelijk zijn, dat omdat er in India toevallig een vlinder opstijgt, waardoor een nietig wervelingetje in de lucht ontstaat, dat dat iele luchtverplaatsinkje uiteindelijk de oorzaak ervan is, dat een half jaar later aan de andere kant van de wereldbol een vernietigende orkaan rondraast! Hoe nietig ook, iets kleins kan totaal onverwachte gevolgen hebben. Bij dat duwtje dacht ik aan dat fladderende vlindertje.

Vijf weken later

Die junimaand rolde er een bloedhete hittegolf over Nederland. De vangsten werden met de dag slechter en overal paaiden de karpers. Elk vrij minuutje benutte ik om foto's te schieten van dat spektakel. Weinig vissers zaten er aan de waterkant. Ineens vernam ik het gerucht dat Joop Houtveen, een Utrechtse karpervisser, een schubkarper van 36 pond had gevangen in de buurt van de Amstel. Ik wist dat Joop daar regelmatig viste, maar ook dat hij een karper van dat formaat daar nog nooit gevangen had. Direct dacht ik: "Het zal toch niet die vis van mij zijn?"

Joop Houtveen vangt vijf weken later en 5 km verder een onbekende 36-ponder.

Eigenlijk kon ik dat niet geloven, want Joop viste dik vijftien kilometer verderop! Toch kriebelde het gevoel dat het 'm best wel eens kon zijn. Een paar weken later zag ik Joop aan de waterkant. We feliciteerden elkaar met onze succesvolle vangst. In mijn auto had ik toevallig een vergroting liggen. Ik pakte 'm en liet 'm zien. Terloops vroeg ik of zijn karper misschien op de mijne leek. Verbijsterd keek hij me aan en inspecteerde mijn vis. Hij mompelde wat over die afstand van vele kilometers en de enorme lengte van zijn vis. Nee, hij wist het zeker, het kon gewoon niet. Volgens Joop was het absoluut een andere karper! Jammer genoeg had hij geen foto's bij zich. Over die 36'er hoorde ik niets meer.

Van stek geruild

Een jaar verstreek. Het werd zomer 1997. Menno Doornink, een karpervisser uit Zeist, belde me op met de vraag om een keer te vissen in De Angstel. Zo gezegd, zo gedaan. Een kilometer of tien vanaf de spoorbrug maakten we beiden een voerstek met een tussenruimte van ongeveer 200 meter. De eerste sessie was matig. Menno kreeg een vervelende losschieter en ving later een schubkarper van 17 pond. Ikzelf blankte tot in het holst van de nacht. Het enig positieve was dat er wél een karper rolde op mijn stek. Dat gebeurde om klokslag middernacht. Menno had al ingepakt en stond erbij. Ik bleef tot halfdrie zitten, maar de moeite was vergeefs. Was dit eigenlijk wel een goeie stek? Menno bezwoer me een dag door te voeren en terug te gaan. Bevangen door onzekerheid twijfelde ik wat te doen.

Menno met de Vreemdeling. Nieuwe stek, eerste vis!

Menno stelde voor: "Weet je wat Evert, als je het niet vertrouwt, ruilen we toch van stek? In ieder geval heb ik twee aanbeten gehad en op jouw stek zag ik toch die karper!" Aldus gebeurde. Een voerdag verder zaten we opnieuw aan de waterkant, maar nu beiden op de stek van de ander. Na twee uur wachten meldde zich bij mij een fraaie 20-ponder. Ik deed hem in een bewaarzak en rende naar Menno om hem het blijde nieuws te vertellen.

Tijdens het hollen zag ik Menno een ontzettend kromme hengel vasthouden. Ik was er getuige van dat hij met grote inspanning een enorme schubkarper schepte. Niet te geloven, vergeleken met dat visje van daarnet, zag ik een monstervis. Schitterend! We wogen hem op 36 pond en de lengte was 95 cm! Ik weet nog dat ik zei: "Precies zo'n vis ving ik vorig jaar bij die spoorbrug. Hij is gelijk van bouw! Zou het dezelfde zijn?" Bij het vergelijken van de foto's enkele dagen later constateerden we dat het absoluut dezelfde karper was. Kort daarna vergeleek ik Joop Houtveens vis, en: óók Joops karper uit 1996 bleek dezelfde!

Op de reis terug

In juni 1998 ving Menno nogmaals deze fraaie vis en wederom gebeurde het op bijna dezelfde stek als in 1997. We spraken vaak over die eigenaardige Vreemdeling. Joop en Menno dachten dat die karper uit het kanaal misschien in de Angstel een nieuw territorium had gevonden. Hij voelde zich hier al twee jaar op zijn gemak voelde en verbleef er continue! Ondertussen viste ik enkele nachten op het voorste gedeelte. Veel sport had ik in het voorjaar van 1998.

Michel Faay ving de Vreemdeling weer op het voorste gedeelte van de Angstel.

Op een nacht ving ik bij een boom aan de overkant van het riviertje zelfs acht karpers, maar grotere vissen dan twintig pond zaten er niet bij. Ik prakkiseerde dat het wel jammer was, dat die vreemdeling een nieuw domein gevonden had. Half augustus belde Michel Faay uit Hilversum me op. Ook hij viste af en toe in De Angstel. Michel vertelde me een gokje te willen wagen en misschien wel bij die boom. Ach ja, ik had het wel gezien en ging naar een ander water.

Een nieuw domein?

Half september viel een enveloppe op mijn deurmat met daarin een stapeltje foto's van hem. De meeste waren van een fraaie 40-ponder die hij had gevangen in Limburg, maar één kiekje trok mijn speciale aandacht. Daarop stond een schubkarper afgebeeld van 36 pond bij 96 cm. Op de achterkant stond geschreven dat Michel deze vis gevangen had in de Angstel op 4 september. Daar was ie: de Vreemdeling! Nog een keer! Opmerkelijker wordt het verhaal toen ik Michel later telefonisch sprak. Hij had die vis gevangen bij een rietpluk die 500 meter was verwijderd van de spoorbrug.

Echter, tien dagen vóór hem was die Vreemdeling ook nog gevangen door een jongen uit Scherpenzeel! En die had 'm bij die boom, waar ik dit jaar nog regelmatig had gezeten! Toen brak mijn klomp. Een nieuw domein? Het bloed van onze kanaalreus was gaan kriebelen. Hij was op de terugreis gegaan! Zo snel ik kon, viste ik nog een weekje in de buurt van de spoorbrug. Wie weet, kwam onze reiziger nog een keer langs? Het mocht niet baten. Nu ik dit schrijf, borrelen er tal van vragen in mij op. Wees ik met dat zetje de Vreemdeling de verkeerde weg? Had dat een jarenlange omweg tot gevolg? Is hij verdwenen uit De Angstel? Of heeft het reusachtige Amsterdam-Rijnkanaal hem weer voorgoed opgeslokt?


De Slanke Vechter
Het Schilderij