De Slanke Vechter

Een groot contrast

Evert Aalten ving de Slanke Vechter op 21 pond in 1988.

In deze serie over "De grootste karpers van Nederland" ging een ander verhaal over de merkwaardige belevenissen van een zeer dikbuikige spiegelkarper genaamd de Dikke uit Vinkeveen. Dit keer gaat het over een slank gebouwde schubkarper met een enorme staart, die rondzwemt in de Maarsseveense Plassen. Het contrast kan niet groter zijn. Waar de Dikke een voluptueuze en zwaarwichtige spiegelkarper is die 34 hele ponden met zich meetorst bij zijn geringe lengte van 83 cm, is de Slanke Vechter een ranke schubkarper van 89 cm bij 26 pond. Bij dit gewicht vragen vele lezers en vissers zich ongetwijfeld af: "Maar mijn beste Evert, sinds wanneer hoort een 26-ponder thuis in het rijtje van de grootste karpers van Nederland? Ligt de absolute ondergrens voor een markante karper niet ruim boven de 30 pond? In ons land zwemmen toch duizenden 26-ponders?"

Hoewel men het grote gelijk aan zijn kant heeft, denk ik dat een uitzondering best kan voor een karper, die eigenlijk al bij de weging 'gewogen is en te licht bevonden' . Het dient dan wel te gaan om een karper, waarmee iets speciaals aan de hand is. Bij deze vis wil ik attenderen op zijn prachtige harmonieuze vorm, zijn behoorlijke leeftijd én dat hij hoort bij de topvissen van Maarsseveen.

Lengte of gewicht?

Over smaak valt niet te twisten. Vele vissers vinden een dikke karper hartstikke mooi en vooral omdat dikheid het grote voordeel heeft van extra ponden naar de 30! Anderen bewonderen fraai gebouwde vissen en als het even kan, ook zo zwaar mogelijk. De algemene tendens is het kicken op de ponden! Eerlijk gezegd is daar niks negatiefs mee. Ik denk dat iedereen wel met een gigantische vis op een foto wil staan, dat is menseigen. Soms las of hoorde ik wel eens, zelfs van bekende schrijvers, dat de pondjes niet zo belangrijk zouden zijn, maar ergens geloof ik dat niet. Als men toch een grote ving, pronkte men wel met die formidabele vangst en met een glimlach vol trots. Waarom ook niet? Maar we moeten wel bedenken dat bij een grote vis die ponden ergens vandaan moeten komen. Dat is uit de lengte of uit de breedte. Bij een zwaarlijvige vis zitten ze in die door velen zo verfoeide wanstaltige buik, maar bij een harmonisch en natuurgetrouw gebouwde karper ontbreken ze juist. Zo weegt de ene karper makkelijk 34 pond bij slechts 83 cm en weegt de andere karper 26 pond bij maar liefst 89 cm! De vraag waar hele volkstammen zich jaren over hebben gebroken, is: "Bepaalt de lengte of het gewicht dat een karper de allergrootste is?"

Het gewicht!

Niet zo lang jaren geleden was in Nederland de lengte de algemene maatstaf. Bij de rubriek De beste TIEN van het hengelsportblad BEET is dat nog steeds het geval. Daar kon het gebeuren, dat toen Chris van Kordelaar in 1989 als laatste hengelaar de beroemde spiegelkarper Naeffje ving op bijna 45 pond, deze vis volgens die bikkelharde lengtemaat pas zo'n beetje op de vijfde plaats kwam. Hoewel hij dat jaar veruit de zwaarste karper was jaar en bijna het Nederlands record verbrak, gingen kilo's lichtere vissen hem makkelijk op lengte voor. Tegenwoordig is het algemene consensus onder de karpergeneratie, zowel nationaal als internationaal, dat uiteindelijk het gewicht bepaalt welke karper de grootste is. Ook ik geef toe, d'r ligt gewoon meer vissenlijf op de kant! Deze cultuuromslag betekent, dat waar vroeger onze Slanke Vechter razendsnel als eerste de finishlijn zou zijn gepasseerd, de Dikke tegenwoordig op een sukkeldrafje wint met vlag en wimpel! Toch breek ik voor deze keer een lans voor de Slanke Vechter.

De Grote Plas


Het thuiswater van de Slanke Vechter is de Grote Plas van Maarsseveen. Dit water onstond door de afzuiging van grote hoeveelheden zand. Men gebruikte dat voor de aanleg van de A2 en voor de woonwijk Overvecht in Utrecht. In deze 60 hectare grote plas recreëren in de zomer duizenden mensen. Het water is bekend om zijn gezonde milieu en grote helderheid. Niet voor niets is hier een duikschool gevestigd. De visstand is erg goed. Er zwemmen prachtige blankvoorns en bronskleurige brasems. Metersnoeken zijn ruimschoots aanwezig en karpers zwemmen er genoeg.

Tot zover is alles rozengeur en maneschijn, maar schijn bedriegt. Het is ook bekend dat de Grote Plas sterk beperkt is in zijn beschikbaarheid van voedsel. Zowel de snoek- als karpervissers weten dat. Tekenend is dat hier alle snoeken slank van bouw zijn en twintigponds snoeken er zelden voorkomen. Voor karpers geldt hetzelfde.

De topvissen

Anno 1998 wogen de zwaarste karpers 25 à 26 pond. Vergeleken met de talloze wateren in Nederland vallen dergelijke gewichten bitter tegen. Ook al is dit water zuiver, gezond en zo helder als glas dan hoeft dat nog niet te betekenen, dat de aanwezige vissen er groot en zwaar kunnen worden. De oorzaak is een onvruchtbare zanderige voedingsbodem met schraalheid als gevolg. De beperkte hoeveelheid visvoedsel onderdrukt de normale groei van de aanwezige vissen. Vandaag de dag vissen er op deze plas weinig karpervissers uit Utrecht en omgeving. De reden is duidelijk, gezien hun antwoord: "Daar zitten daar geen hoge twintigers, laat staan dertigers. Mij niet gezien. Ik ga liever naar een ander water!" In 1985 viste ikzelf daar voor de eerste keer en op 21 maart 1988 ving ik er een schubkarper van 21 pond. Bijna tien jaar lang was deze karper er mijn zwaarste. Hoewel ik er zelden viste, verbeterde ik in 1999 mijn persoonlijk record tot 23 pond! Ondanks het ontbreken van zware vissen mag Theo de Kraay, een goede karpervriend van mij, heel graag vissen op de Grote Plas. Als ik beweer dat deze plas zijn lijfwater is, zit ik er niet ver naast. Theo kun je er altijd uittekenen. Als ik weet dat hij er zit en ik heb even de tijd, ga ik geregeld bij hem buurten. Voor de zekerheid neem ik dan mijn fototoestel mee. Je kunt nooit weten. Oktober 1998 fotografeerde ik zelfs Theo met een karper van 27,5 pond. Van zwaardere vissen heb ik, anno 2000, nog steeds geen harde bewijzen!

Een superdril

Theo de Kraay in volle actie op de Grote Plas van

Half juni 1998 stond ik op een zonnige middag weer bij Theo te kijken. Als altijd had hij twee dagen gevoerd. Ik arriveerde toen Theo al twee uur zat te vissen en de eerste buit had hij alweer binnen. Als bewijs dreef in het water een zwarte bewaarzak. Theo vertelde dat hij een half uur eerder een schubkarper had gevangen van 25 pond! Op dit water een schitterend resultaat. Terwijl we enthousiast stonden te kletsen, kwam er plotseling een snoeiharde run op Theo's rechterhengel. Plonzend rende Theo die zijn waadpak al aanhad, het water in. Toen hij aansloeg, sprong zijn hengel direct zo krom als een hoepel. Het handvat kraakte en de slip van de molen gierde als een gek.

Het eerste schot was kaarsrecht en een streep van minstens 40 meter. Theo lag al op zo'n 40 meter uit de oever, dus die karper zat binnen enkele seconden op een afstand van 80 meter! De bewegingen van de lijn wezen op een pijlsnelle stijging naar de oppervlakte. Daar was hij, in een forse, bruisende kolk klapte een enorme oranje karperstaart. Theo voelde de woedende rukken op zijn armen en opnieuw volgde er een daverend schot. Terwijl Theo's lichaam meedeinde met de klappen, lukte het hem zich om te draaien. Snakkend naar adem: "Wat ik er nu aan heb..., weet ik niet, maar... dit heb ik nog nooit meegemaakt. Wat is dit een vechtmachine! Zag je die staart? Wat een sport!"

Dezelfde?

De Slanker vechter anno 1998 op 26 pond!

Tijdens de bloedstollende dril schoot ik enkele foto's. Na een kwartier kon Theo de vechtvis landen. In het net lag een lange, slanke schubkarper met een geweldige staart. Theo juichte en woog met kloppend hart de vis. Bijna 26 pond was ie en de lengte bedroeg 89 cm! Weer had Theo een topvis van het water. Magistraal! Of zouden er nog zwaardere zitten? Ik dacht aan die 21-ponder van tien jaar eerder. Gek, dat ik hier nog nooit een zwaardere had gevangen? Zouden er nu soms wel dertigers zitten? Die vechtmachine lag uit te hijgen op de kant. Ik mijmerde, groef in mijn herinneringen.

Die 21'er, die had geloof ik ook zo hard gevochten en ... goed nagedacht, had ie op de foto's trouwens ook niet precies zo'n zelfde forse staart? Het was toch niet dezelfde? Ik twijfelde. Ik zag toch niet die 21'er opnieuw, maar nu tien jaar ouder? Maar dan was hij in tien jaar tijd slechts vijf pond aangekomen? En dat is maar een half pondje per jaar! Ik bedacht dat de Grote Plas inderdaad erg schraal was en 'hungry' zoals de Engelsen zeggen. Ineens wist ik. die gewelddadige slanke vechter, die topvis van Maarsseveen, was die 21'er van vroeger!

Epiloog

Al in 1985 ving ik hem!

Thuis bladerde ik in mijn fotoalbum van 1988. Het was dezelfde! In gedachten verzonken bestudeerde ik de plaatjes. In mijn boekenkast stond nog een fotoboekje met het opschrift "Vangsten 1985". Dat zat boordevol kiekjes van mijn eerste karpers die ik had gevangen op de Grote Plas. Nostalgisch neusde ik erin. Het waren allemaal vissen van 16 tot 20 pond die ik daar 13 jaar geleden had gevangen! Van het merendeel kon ik me nauwelijks wat herinneren. Daar zat ik in een geruit overhemd met lieslaarzen aan. Zo ging dat in die tijd. Vol trots toonde ik een slanke schubkarper met een formidabele staart..., wacht 's. Dat leek 'm ook wel! Had ik die vechtvis nog een keer gevangen? Ik schoof het jarenoude kiekje onder het doorzichtige plastic vandaan en draaide het om. Op de achterkant had ik met een balpen geschreven: 1/9-85; 84/5 cm; 20 pond. Het kon niet missen. Dat was 'm ook!

Dat betekende dat onze fiere krijger wel erg langzaam was gegroeid en ook oud was. Niet te geloven! Deze vis had gewoon pech met zijn thuiswater. Ondanks zijn slanke bouw, waarschijnlijk was het een door de O.V.B. uitgezette 25%-wildbroed-hybride, denk ik dat hij toch door zijn thuiswater sterk geremd is geweest in zijn optimale groei. In een ander water waar hij meer voedsel ter beschikking had gehad, bijvoorbeeld Vinkeveen of Nieuwkoop, zou onze vechtjas ongetwijfeld langer maar ook veel zwaarder zijn geweest. Als we het eens houden op maar één pondje groei per jaar dan zouden we zeker een flitsend slagschip hebben gezien van 33 pond bij 95 cm! Enne..., was hij dan ook gewogen en te licht bevonden?


De Schotel
De Vreemdeling