De Dikke

De Dikke van Vinkeveen in 1990.

Het mooie van karpervissen is, dat je karpers kunt vangen in allerlei maten en vormen. Dit keer wil ik het hebben over een bekende spiegelkarper die al jaren lang zijn rondjes zwemt op Vinkeveen. Veel karpervissers kennen 'm al en zij weten meteen welke spiegelkarper ik bedoel als ik zijn bijnamen noem: De Dikke, De Hangbuik of De Blinde aan één oog.

Met de Dikke op de cover van mijn boek

In 1988 en 1989 viste ik afwisselend op de Loosdrechtse en de Vinkeveense Plassen. Snel ondervond ik de verschillen. Op Loosdrecht was het moeilijker om regelmatig karpers te vangen dan op Vinkeveen. Ongetwijfeld had dat te maken met de voor Loosdrecht typerende ondieptes en de modderigheid die overal aanwezig is. Daarbij kwam de enorme uitgestrektheid van dat water. In Loosdrecht moest ik hard werken voor elke vis, terwijl op Vinkeveen de karpers erg gemakkelijk mijn net inkwamen. Loosdrecht kon daar niet aan tippen. Echter, op Loosdrecht was de kans wel groot op hoge twintigers en bestond altijd de mogelijkheid op een dertiger!


Binnenkort in dit theater

Uit de Voerstek

"Waar bleven toch die 30-ponders? Volgens Joop, die al veel gewend was door perfect afroomwerk en dus teerde op groot succes vlak daarvoor op Loosdrecht, hadden we er eigenlijk al eentje moeten hebben. Ook hij twijfelde, zo'n groot water met zulke goede vangsten, ze moesten er toch plenty zitten? We visten hardnekkig door. Ook Chris IJzendoorn een andere vismaat, prikte snel naar de 24-25 pond. Van Co Sielhorst hoorden we dat hij daar vlot een 25-ponder kon vangen, maar daarboven werd het toch erg moeilijk. Andere jongens die terplekke gigantische vangsten moeten hebben geboekt, vooral in aantallen 20-plussers, zouden eens een 30-ponder gevangen hebben.

Het kan waar zijn, maar foto's zagen we nooit. Verder deden de gebruikelijke geruchten er de ronde. Als je een willekeurig iemand vroeg die er ook eens een blauwe maandag viste, dan had ie net de afgelopen maand er een 32-ponder gevangen! Wat is de waarheid? De kans op een echte 30-ponder is er niet echt groot naar mijn bescheiden mening. De spoeling is zeer dun, te dun om er een fatsoenlijke kans te maken. Ze zullen er misschien wel zitten, maar dan toch niet of nauwelijks op het gebied dat ik met Joop beviste. Daarom beschouw ik het als een leuk water om er mooie 25-ponders te vangen met een relatief geringe investering.

De Dikke gaat voorzichtig terug in zijn eigen element.

Op de cover

Juist vanwege die laatste twee zinnetjes gaf ik dit citaat en nú, in 1998, spreken ze boekdelen. Dat stuk ervoor had ik al geschreven eind 1989, terwijl ik die laatste zinnetjes eraan vastplakte ruim een jaar later. Het leuke van de inhoud van dat onbeduidende stukje tekst is niet alleen, dat die 29-ponder het onderwerp is van het onderhavige artikel, maar óók dat die karper al werd afgebeeld op de cover van mijn boek! Natuurlijk, smaken verschillen en niet iedereen zal deze spiegelkarper een beauty vinden. Sommigen zullen zelfs zeggen: "Wat een lelijke vis met die wanstaltige buik." Dat zal best zo zijn maar ik herinner me nog terdege, dat ik zelf hartstikke blij was toen ik deze kleine kolos - zijn lengte bedroeg slechts 78 centimeter - volkomen onverwachts ving op die miezerige vrijdagavond van 14 september 1990.

Hoewel ik eigenlijk de moed al opgegeven had om op Vinkeveen een echt zware karper te vangen, besloot ik het toch nog een keertje te proberen. Voor de zekerheid voerde ik vijf dagen! En? Het resultaat was deze voltreffer. Plotseling ving ik mijn grootste karper op dát water en het bleek dat zijn gewicht maar één pondje was verwijderd van de dertig! Na die vangst voelde ik me ook verplicht die nieuwe informatie toe te voegen aan die klaarliggende tekst. Terloops schreef ik de profetische woorden: "De jaren verstrijken, de vissen groeien blijkbaar."

Een videofilm

Brian Fontijn uit Utrecht belde me op eind juni 1995. Hij vroeg of ik even een kwartiertje had om te komen kijken naar een videofilm. Hij had een verrassing voor me, want op die film stond waarschijnlijk een bekende karper. Meer wilde Brian niet verklappen. Tien minuten later zat ik nieuwsgierig in zijn huiskamer. Wat bleek? Afgelopen dinsdag had hij samen met een kennis op een stek gezeten in Vinkeveen. Rond middernacht had die kennis een korte en zeer gedrongen spiegelkarper gevangen, eentje met zo'n hangbuik. Ze hadden die vis bewonderd en gewogen op 34 pond bij de lengte van slechts 83 cm! De volgende ochtend hadden ze 'm op de video gezet.

Brian had 'm nog eens goed bekeken en volgens hem kon het niet missen of het was mijn vis op de cover van mijn boek! Maar ik moest het zelf maar even bekijken. Op de TV, dus live, zag ik het meteen, het was 'm! Op die bewegende beelden zag hij er wel zieligjes uit. 't Leek net alsof hij elke dag patat gegeten had met vette mayonaise en eigenwijs was om gezonder te eten. Dan krijg je zo'n pafferig en blubberig uiterlijk. Op de TV tilde een trotse visser voorzichtig de Dikke met zijn uitgezakte, kwetsbare buik. Lelijk of niet, wie zal het zeggen? Het kolosje was in vijf jaar tijd, vijf pond aangekomen! Ik hoorde trouwens nog wat. Brian constateerde dat hij blind was aan zijn rechteroog.

Drie maanden

De Dikke was een paar maanden alweer gevangen. Opnieuw op dezelfde stek én weer in de aanwezigheid van Brian Fontijn! Brian jaagde op de Dikke en zat ditmaal met zijn vaste vismaat Marco Visser. Ze hadden twee dagen gevoerd en zaten al enkele uurtjes te wachten. Na een tijd werd Brian ongeduldig en begon te klagen dat de voerplek was mislukt, maar om 22.15 uur kreeg Marco toch een slome aanbeet. De vis vocht rustig en zwaar. Toch werd de log aanvoelende karper vlot onder de hengeltop getrokken. Aan de kant duurde het nog het langst. Terwijl Marco zich inspande met de dril, schoof Brian zoals in het donker een speciale band om zijn hoofd. Daarop zat een mijnwerkerslamp. Hij klikte de felle bundel aan. Bij het scheppen kon hij dan vis goed zien.

Marco Visser met de Dikke op bijna 33 pond.

In 't schijnsel zag Brian de dikke buik en hij schreeuwde: "He Marco, da's die dikke, je hebt 'm!" Inderdaad was het de Dikke en ditmaal op een lager gewicht van bijna 33 pond. Is dat niet gek? Zo zie je een vis jaren niet en dan blijkt ie er dus binnen drie maanden al twee keer uit te komen. Twee keer? Drie keer!

Een schandaal
Brian viel opnieuw iets op. Er was iets raars aan de hand met de rugvin. Die zat abnormaal tegen de rug geplakt! Toen hij beter keek, zag hij dat de rugvin met een zogenaamde "tie-rip" was vastgezet! Dus met zo'n plastic ding waarmee men fietskabels aan een frame vastzet. Onze vis was in de tussentijd nog een keer gevangen! En blijkbaar ook nog door een snuiter die geen karpers kon herkennen! Vandaar mijn oproep: "Alsjeblieft, laten we onze karpers niet gaan merken ! Als iemand dat toch doet, willens en wetens, is hij de naam van sport- of karpervisser gewoon niet waard!"

De pechvogel

In 1996 en 1997 hoorde Marco dat iedere visser die in datzelfde gebied viste onze karper allang op zijn vangstlijstje had staan. Ene Elvis zou de Dikke zelfs eens op 36 pond hebben gevangen! Brian blijft de pechvogel, want in 1997 liep hij de Dikke zelfs nog een derde keer mis. Zoals gebruikelijk had hij op een avond een dikke kilo boilies op zijn vertrouwde stek geschoten. Juist toen hij aanstalten maakte om naar huis te gaan, arriveerde er een karpervisser op een brommer en die besloot uitgerekend op zijn stek te gaan zitten. Hoewel Brian 'm nog probeerde te overtuigen, pakte die visser stoïcijns zijn spullen uit. Alle moeite was vergeefs, machteloos keek Brian toe. De enige troost was zijn gedachte, dat er gelukkig veel voer lag en dat die ander hopelijk geen beet zou krijgen. Edoch, de volgende dag vond Brian een leeg filmrolletje op de grond! Bij navraag vernam hij het ontstellende bericht, dat op zijn stek een dikbuikige spiegel was gevangen en waarschijnlijk de Dikke!

Een blije Brian met die prachtige vis hij steeds misliep.

Maar het kon niet uitblijven uiteindelijk ving Brian Fontijn hem toch! Gefeliciteerd!

Toen ik in 1997 werkte aan mijn nieuwe boek Speurtocht naar Giganten ontmoette ik André Mijs. Op de Nieuwkoopse Plassen had hij ongelooflijke vangsten geboekt. Wat te denken van een spiegelkarper van 45 pond? Maar dat is een ander verhaal. In de gezellige gesprekken die ik met hem voerde, vertelde hij dat ie elke zomer op vakantie ging op Vinkeveen.'s Nachts viste hij dan natuurlijk op karper. Aangezien André ook bezitter was van mijn eerste boek, wees ik hem erop, dat ik die spiegelkarper op de cover al in 1990 had gevangen op Vinkeveen. Toen ik 'm ook nog vertelde dat die vis tegenwoordig bekend stond als een kenmerkende dertiger, schoot hem ineens iets tebinnen!

Een verrassing


André Mijs met De Dikke als kleintje in 1989.

Direct vermoedde hij iets en ijverig spitte André zijn stapel fotoboekjes nog eens doort. Ja hoor, daar was ie al. André toonde me een schitterend fotootje met daarop een gedrongen spiegelkarper, die hij had gevangen bij het Surfeiland. Wat een verrassing. Weer die Dikke! Op de achterkant had André geschreven: 24 pond, 74 cm, 1989. André bedankt!