Jeroen Otterloo

Dit keer heb ik gesproken met Jeroen Otterloo.
Qua bekendheid heeft Jeroen een laag profiel, maar hij is een rasvisser en van alle markten thuis.


Supervissen!

Ik ken hem al zo'n 15 jaar. Bijna als een kleine jongen zag ik 'm opgroeien in mijn woonplaats Utrecht. Waarom Jeroen? Welnu, hij is leergierig, enthousiast, bescheiden en eerlijk. Wat hij in zijn kop heeft, doet hij ook en daarvoor verzet hij bergen. Nooit loopt hij achter de kudde aan. Altijd zoekt hij zelf zijn stekken. Hij pioniert het liefst op totaal onbekende wateren. Nu ik met hem praat, kletst hij mij de oren van mijn hoofd, nog steeds wil hij alles weten. Wat is het vissen moeilijk. Jeroen vraagt zoveel, dat het lijkt alsof hij er niets van weet, terwijl hij toch giganten vangt! Hij kan ook nauwelijks bevatten, dat het bij andere vissers zo gemakkelijk schijnt te gaan. Voor zijn gevoel moet hij voor elke mooie vis constant worstelen. Vaak denkt hij: 'Kan ik het wel?' Hoe fanatiek hij ook is, hij relativeert de sport als geen ander. Hij ziet de nuchtere werkelijkheid achter dingen die op het eerste gezicht zo mooi en normaal lijken. Hij is geen opschepper die zegt dat het gemakkelijk gaat. Jeroen is gewoon een uitstekende visser, waarvan ook ik behoorlijk leren kan!

Allround specimenhunter
En dan heb ik het nog niet eens over zijn hele visserij! Jeroen vist niet alleen op grote karper, nee, in de loop der jaren werd hij een 'allround specimenhunter'. Dat is een fanatieke avonturier die onze aarde afstroopt en rondreist in een eenzame jacht op 's werelds supervissen. Als globetrotter viste hij op nijlbaars in Egypte en op de grote meerval in hartje Frankrijk. Hij kwam ook in landen als Amerika, Oeganda en Roemenië. Zo'n man beleeft natuurlijk ontzettend interessante dingen. In Nederland vist Jeroen ook nog intensief op grote snoek en heel wat machtige metersnoeken schoof hij al in zijn grote landingsnet. Al maanden staat Jeroen op mijn verlanglijstje als het perfecte slachtoffer voor een interview als dit.

Algemeen

Evert: Laat ik beginnen met enkele makkelijke vragen. Jeroen, hoe oud ben je? Wat doe je voor je beroep en waar woon je?
Jeroen: Ik ben 34 jaar. Een paar maanden geleden ben ik verhuist naar Eck en Wiel. Dat is een klein dorpje in de Betuwe tussen de grote rivieren. Van beroep ben ik loodgieter.

Een 30-ponder uit een vijver. Gevangen op 20 juni 1996.

Evert: Hoelang vis je? Hoe kwam je in aanraking met karpervissen? Herinner je nog de vangst van je allereerste karper?
Jeroen: Op mijn zesde ving ik voorntjes met een oude bamboehengel. Dat vond ik prachtig. Met karpers kwam ik in aanraking in het Wilhelminapark te Utrecht. Daar zwommen en vochten die vissen om de stukjes brood die wandelaars elke dag in het water gooiden. Stiekem viste ik daar 's ochtends heel erg vroeg, tussen vijf en zes uur. Bij V&D had ik een werphengelsetje gekocht van fl. 20, - Op het krakkemikkige molentje zat heel dik tuig van 50/00 en de slip ratelde alleen met geweldige horten en stoten. Die karpers graasden daar 's morgens vroeg pal tegen de kant. Ik hoefde er maar een brokje brood bij te laten zakken en het was raak! Ik herinner me, dat ik meer met mijn hand drilde dan met die stomme hengel. Het was een fors spektakel. Er waren zelfs 18-ponders bij.

Evert: Op wat voor wateren vis je het liefst? Cultuurwateren, zandputten, plassen of rivieren?
Jeroen: Het liefst vis ik op wateren waarvan het bestand nog niet bekend is. Hier in de buurt liggen nog vele putten in de uiterwaarden buitendijks. Je weet maar nooit wat daar zwemt. Met hoog water stroomt daar alles onder en later, bij laag water, is dan altijd de kans aanwezig, dat een onbekende riviergigant in zo'n put achterblijft. Mij gaat het vooral om die spanning van 'niet weten'. Als ik ook nog vis in een fraaie natuurlijke omgeving, ben ik een tevreden mens.

Over grote karpers

Een fraaie spiegel van 36 pond.

Evert: Wat is je grootste karper in Nederland? Moest je daar lang en hard voor vissen?
Jeroen: Dat is nu een spiegelkarper van 20 kilo en daar heb ik absoluut hard voor moeten vissen. Hoewel ik in Nederland veel gepionierd heb, ving ik die vis pas op dat gewicht toen hij uiteindelijk ook zo zwaar was geworden. Letterlijk zag ik 'm in al die jaren groeien. Maar het water waar hij zwom, ontdekte ik wel zelf op een landkaart. Toen ik daar begon, had ik voor ik het wist de hele populatie binnen de kortste keren te pakken. Er zaten er niet veel, maar het waren mooie spiegelkarpers. Met de jaren groeiden ze. In feite kon ik het gewoon op mijn vingers uittellen, wanneer daar een karper de magische grens van 20 kilo zou overschrijden. Uiteindelijk gebeurde dat ook!

Evert: Wat is in Frankrijk je grootste karper? Hoe kwam je daar en hoe ving je die?
Jeroen: In Frankrijk ving ik jaren geleden een fantastische spiegelkarper van 54 pond. Dat is een leuk verhaal. Oorspronkelijk werd ik meegenomen door Bertus van de Brink, een karpervisser uit Utrecht. Bertus viste daar al enkele jaren, maar op het sluisstuk van de rivier dat hij beviste, kwam hij met de grootste moeite tot zo'n 35 pond. Het gekke was dat ik bij de plaatselijke viswinkels wél schitterende foto's zag hangen van Franse karpervissers. In hun handen hielden die duidelijk 50-ponders en zelfs 60-ponders! Ik dacht: 'Hier klopt iets niet!' Ik vroeg me af, of we wel op het juiste sluisstuk zaten. Die Franse rivier waar wij visten, was opgedeeld in stukken van vijf kilometer. Dit is erg belangrijk om te weten, want per sluisstuk kunnen de karperbestanden enorm verschillen. Op het ene stuk zitten bijvoorbeeld veel kleine schubkarpers, op een ander stuk zwemmen weer veel spiegels van 20 pond tot 30 pond.

Dan was er ook nog een stuk met een meer gemengd bestand, van kleintjes maar ook enkele hele grote vissen! Deze informatie vergaarde ik door gewoon met een landkaart naar zo'n viswinkel toe te gaan en dan op de kaart te wijzen en natuurlijk ook naar die grote vissen op de foto's. In mijn steenkolenfrans vroeg ik dan: 'Waar zijn die gevangen? Waar ben ik hier?' Het is ongelooflijk, maar uiteindelijk zou ik de allergrootste karper op die foto's ook zelf vangen! Ik weet nog goed dat ik op mijn eerste voerstek een gigantische spiegel zag stijgen in dat mooie blauwe water. Niet ver van de kant zag ik zijn enorme flank, maar ik ving hem niet en moest jammer genoeg vlug naar huis. Een maand later was ik daar weer, nu zo'n 300 meter verderop. Op de tweede nacht verspeelde ik een gigant. Het monster was zo sterk, dat ik 'm onmogelijk kon tegenhouden. Het bleef maar lopen, tot mijn onderlijn brak... Ik was er doodziek van. Ik dacht toen dat ik 'm al had verspeeld. Die derde nacht gebeurde het! Toen ving ik dus die 54'er. Ik had niet eens in de gaten dat die vis zo zwaar was. Onder mijn hengeltop zwom hij heel wat logge rondjes. Zijn lengte was 103 cm en zijn omvang was 97 cm.

Evert: Dat zijn superformaten. Die recordvis uit de Nieuwkoopse Plassen was 59 pond bij een lengte van 105 cm en hij had een omvang van 89 cm. Als ik de maten vergelijk, zou ik denken, dat jouw vis veel zwaarder was. Heb je hem wel goed gewogen?
Jeroen: Die spiegel is uiteindelijk gewogen op een roestige salter van een Fransman. Mijn unster was niet voldoende. Eerst heb ik een dik uur rondgereden om een karpervisser te zoeken, die een betere weegklok had. Dat lukte niet. Uiteindelijk kwam er via een viswinkel een mannetje opdraven met dat roestige ding. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar pas achteraf kreeg ik in de gaten dat die vis minimaal 60 pond moet hebben gewogen. Moet je nagaan. Op de foto's hing hij al bij twee verschillende vangsten in de viswinkels op 62 pond! En drie weken voor mij was hij nog gevangen door, ik meen een Engelsman, op 61 pond én toen was de paai al geweest! Die visser ving 'm op die plek waar ik 'm zag stijgen. Toen ik hem ving, was hij absoluut niet afgevallen. Hij was erg vet. Later zag ik in Frankrijk nog veel meer grote vissen, ook zestigers van andere vissers! Toen wist ik het zeker. Door dat slechte wegen, miste ik gewoon een zestiger! Althans, volgens mij woog hij dat wel. Maar ja, achteraf kun dat niet meer terugdraaien. Daarom hou ik het maar op 54 pond, maar in mijn hoofd denk ik wel anders.

Evert: Koester je nog ambities om nog eens zo'n superkarper te vangen?
Jeroen: Ambities? Dat is moeilijk te zeggen. Wat is de grens? Ze verschuiven overal. Ik bedoel, wat vroeger gigantisch was, is dat nu allang niet meer. Nu heb ik mijn Nederlandse droom, die veertiger. Misschien is dat in de toekomst wel een vijftiger? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik weinig zin om tussen de meute te gaan zitten op afgekloven karperputjes. Dat doe ik niet. Liever zoek ik mijn plezier op groot en vrij water.

Achter de coulissen

Evert: Je bent ook in Roemenië geweest. Je hebt daar gekeken achter de schermen. Hoe is het daar werkelijk? Stelt men de dingen daar niet erg rooskleurig voor? Hoe is dat vissen op dat beroemde Sarulesti-meer? Is het daar commercieel?
Jeroen: Het eerste dat me te binnen schiet, is dat het heus niet allemaal van die domme grote karpers zijn die daar zomaar je net inzwemmen. Je moet er best goed vissen. Een emmer maïs was absoluut onvoldoende. Mijn ervaring in Roemenië is vooral, dat je zo schrikt van de verschrikkelijke armoede rond je bivvy. Ik zag ongewassen kleine kinderen. Ze liepen in lompen. Ze leden honger en bedelden elke dag om een stukje brood. Het contrast met die rijkdom van Raduta was ten hemel schreiend. Een karpervisser gooide bij wijze van spreken meer en beter eten op zijn voerplek voor de karpers dan de plaatselijke bevolking aan eten kreeg. Eigenlijk schaamde ik me daar voor. Dit is mijn mening.

Beroemde vissers

Evert: Ongetwijfeld ken je veel beroemde karpervissers. Wie bewonder je en waarom?
Jeroen: Diep neem ik mijn petje af voor alle vissers die alles voor hun hobby over hebben. Vooral die pioniers van het eerste uur zie ik wel zitten. Tegenwoordig zie je zoveel vissers als trouwe kuddedieren achter elkaar aanlopen. Allemaal zijn ze op weg naar de bekende wateren met de bekende grote vissen. Twee vissers bewonder ik speciaal. Makkelijk stijgen ze boven de massa uit. Op de eerste plaats is dat Luc de Baets en met name op tactisch gebied. Op de tweede plaats ben jij dat zelf, Evert, en dan vooral op het gebied van voer. Dus hoe je het beste zelf je boilies maakt.
Evert: Nou Jeroen, ik bloos ervan, maar toch bedankt.

Over aas en rigs

Evert: Met welk aas vis je graag, partikels of boilies? Waarom?
Jeroen: Ik gebruik graag partikels als grondvoer. Zo probeer ik veel leven in het water te krijgen. Door veel witvis op mijn stek te lokken, hoop ik, dat uiteindelijk ook de karper komt. Meestal voer ik een halve emmer geweekte en gekookte maïs. Hierbij gooi ik nog wel zo'n twee kilo boilies en die moeten het uiteindelijk doen. Natuurlijk hangt deze voerwijze erg af van het viswater. Mijn ervaring is, dat deze combinatie vooral op maagdelijke wateren uitstekend werkt. Maar ja, die zijn er nauwelijks meer.

Evert: Ik ken je al een tijd en weet dat je mijn drie karperboeken gelezen hebt en vermoedelijk ook nog veel van mijn artikelen. Je kent mijn 'eigenwijze' visie over boilies samenstellen, namelijk via het berekenen van de voedingswaarde ofwel het uitzoeken van de juiste balans tussen de eiwitten, vetten en koolhydraten. Wat vind je van deze methode? Reken jij je boilies uit?
Jeroen: Inderdaad, als het maar even kan, reken ik de samenstelling van mijn boilies altijd uit volgens jouw richtlijnen. Ik weet dat het ook werkt. Vooral als je vist op de lange termijn én steeds bezig bent op hetzelfde water. In dat geval zijn zelfgemaakte boilies superieur aan ready mades. Het sterkt ook je zelfvertrouwen als je zeker weet wat er precies in je boilie zit. In het buitenland gebruik ik wel vaak ready mades, maar uitsluitend voor het gemak. Wat moet je daar anders? Die zelfgemaakte boilies bederven daar erg snel. Nog even over dat uitrekenen. Ik weet dat sommige vissers daar erg lacherig over doen. Ze zeggen dat jouw methode niets voorstelt. Ik begrijp dat niet. Het rare is dat zulke vissers juist weer wel geloven in allerlei vreemde wondermiddeltjes als druppeltjes en flavours en ga zo maar door. Vaak zijn hun vangsten erg bedroevend.

Evert: Welke rig gebruik je en waarom?
Jeroen: Mijn rig is supersimpel. Als onderlijn gebruik ik een gevlochten Dyneemalijn. De lengte van mijn rig is 20 cm. Met een Domhofknoop bevestig ik hieraan een Drennan Boiliehook nr. 6. Vroeger was dat altijd nr. 2. Ik heb een gewone doorlopende hair. "That's all"

Over reuzenvissen

Voorlopig Jeroens zwaarste snoek: 26 pond!

Evert: Je was de afgelopen jaren een fervent specimenhunter. Je viste op de reuzenvissen van de wereld. Noem eens wat persoonlijke records?
Jeroen: Zelf vind ik mijn vangsten nog wel meevallen. In 1997 ving ik in Frankrijk een meerval van 116 pond. Maar tegenwoordig vangt men ze alweer groter. In 1996 ging ik naar Egypte en ving daar tot mijn grote verrassing al binnen 5 minuten een monster van een nijlbaars van 98 pond! Na dus een reis van drie dagen! Daarna lukte het niet meer...

Evert: Vertel eens wat over je visserij op grote snoek. Hoeveel metersnoeken vang je in een gemiddeld seizoen? Vergelijk de grootte van een snoek eens met die van een karper?
Jeroen: Op grote snoek vis ik graag in de koude tijd. Vooral met dood aas in de maanden november tot maart. Geduldig zit ik dan de hele dag te wachten. Hele grote snoeken zijn erg zeldzaam, superzeldzaam. Volgens mij kun je naar karpermaatstaven heel goed zeggen, dat als je in Nederland een karper van 40 pond vangt, dat gelijkstaat aan een reuzensnoek van 30 pond! Mijn grootste snoek is nu 26 pond. In één seizoen ving ik al 18 metersnoeken. Toch zeg ik eerlijk, dat onder de kanjerjagers op groot wild, die droomgrens van een metersnoek echt niet zo magisch meer is. Tegenwoordig zijn metersnoeken overal goed te vangen. Dat is heus zo moeilijk niet meer. Voor de echte matadoren begint een grote snoek pas bij een lengte van zo'n 110 cm en supermoeilijk wordt het boven de 120 cm.

Evert: Wat was je meest indrukwekkende dril die je ooit hebt meegemaakt?
Jeroen: Op een grote rivier in Frankrijk drilde ik ooit vanuit een boot een geweldige meerval. Het duurde zo lang dat er geen einde aan leek te komen. Op een bepaald moment dacht ik: 'Dril ik nou hem, of drilt hij nou mij?' Hij vocht zo zwaar en log. Zo'n meerval trekt je boot ook constant voort. Zoiets moet je zelf meemaken. Als je veel meervallen gevangen hebt, gaat de spanning er wel af. Ze lijken allemaal ook zo op elkaar.

Evert: Wat is de belangrijkste tip die je andere avonturiers zou meegeven?
Jeroen: Kort gezegd: 'Maak langere trips!' Vroeger viste ik vaak één week. Nou, die paar dagen zijn zo voorbij. Je moet er nog helemaal inkomen. Je hebt dan amper in de gaten hoe de boel in elkaar steekt. Als je start op een slechte stek, en meestal gebeurt dat natuurlijk, ben je de helft van je tijd al kwijt! Net als je iets in de peiling krijgt en de eerste resultaten komen, moet je alweer weg! Twee weken vind ik nu echt het minimum. In één week kun je ook bijna niet meer goed verkassen en een nieuwe voerstek opbouwen. Ik maakte het zo vaak mee, dat ze gingen bijten als ik moest vertrekken! Want thuis wachtte mijn baas alweer op mij.

Namen

Evert: Tot slot, graag jouw commentaar op de volgende karpervissers.

Jacques Schouten
Een supervisser waar ik veel bewondering voor heb. Van hem heb ik veel geleerd. Hij is overal succesvol, waar dan ook. Hij bereidt zich altijd terdege voor.

Achiel Stevens
Heb gevist met hem. Een gezellige en spontane karpervisser.

Bertus van de Brink
Een oude viskameraad uit Utrecht die me voor het eerst meenam naar het beroemde Frankrijk. Bertus heeft een uitstekend visgevoel. Zijn 'watersense' ruikt gewoon waar de karper zit.

Luc de Baets
Voor die man heb ik veel respect. Niet alleen voor zijn pionierswerk in het verleden, vooral ook voor zijn tactische manier van denken.

Robert Paul Naeff
Ook een geweldig pionier van het eerste uur. Beviste ongelooflijk veel wateren in Frankrijk. Moest uiteindelijk toch zijn grote vissen vangen op de bekende wateren.


Dick Langhenkel
Leo Groenendijk