|
|
|
Hennie Mattemaker |
|
|
|
|
|
Wie kent hem niet, die beroemde druipsnor die al vette karpers drilde toen menig karpervisser nog in de wieg lag met zijn poepluier? In 1984 begon ik te karperen en hoorde ik fantastische verhalen over Henny Mattemaker, de karperkoning van Nederland. |
|
|
|
|
|
Henny met een prachtige schubkarper van 36 pond uit 1981
|
|
|
|
|
|
Hij verschalkte om de haverklap gigantische 30-ponders in het warme water van de AKZO te Enschede. Ik herinner me een fraaie anekdote van een hengelsportwinkelier uit Utrecht. Henny was eens uitgenodigd voor een karperavond en iemand vroeg: 'Zeg Henny, wat is het geheim van jouw succes?' Zijn antwoord luidde: 'Heel eenvoudig. Ik zoek een goede stek, gooi daar een flinke aardappel op en dan is het alleen nog wachten!' Ik ga naar de groenteboer, pak een jutezak met patat-aardappelen, schud die leeg en selecteer de allergrootste!' Je moet maar durven. Dus voedsel dat paste op gigantische muilen verschalkte monsterkarpers! Als beginneling kon ik die bizarre karperwereld niet bevatten. Jaren later wist ik nog steeds niet of ik het moest geloven. Was dat nou een lolletje of niet?
Telefoon Kort na mijn eerste boek Succesvol Vissen op Grote Karper rinkelde eind 1991 de telefoon en bromde iemand: 'Met Henny Mattemaker!' Natuurlijk was ik totaal verrast en ook gevleid. Die levende legende belde mij! Ik weet nog dat mijn verstomde stilte doorbroken werd met: 'Dat had je niet gedacht!' Daarna sprak ik Henny zo nu en dan. |
|
|
Vraagtekens? |
|
|
In 1997 verscheen zijn langverwachte karperboek. Het was het Logboek van een Karpervisser. Hierin waren de jarenlange karperbelevenissen van Henny opgetekend door Henny Hoefakker en Hans Roestenburg. Best een fraai boek, mooi gelayout en lezenswaardig. Een resumé van een 40 jaar durend karpertijdperk! Henny's langverwachte karperboek. Toch draai ik er niet omheen, dat er na lezing wel wat vraagtekentjes dansten op mijn hoofd. Zo klopten er een aantal teksten niet met de betrokken foto's en zag ik ook een wonderbaarlijke foto van Henny met een spiegelkarper van zulk een onwezenlijke proportie, dat die foto eigenlijk niet echt kon zijn. Verder filosofeerde Henny over de noodzaak van 60% eiwit in je boilies, terwijl uitgerekend Henny zelf het prototype was van de Nederlandse karpervisser die zijn monsters ving op de eenvoudige aardappel! Een lager eiwitgehalte dan bij aardappels kun je namelijk niet bedenken! Ook beklaagde Henny zich erover dat men twijfelde aan zijn vangsten men hem zijn succes niet gunde. Verder dan die vraagtekens gingen mijn gedachten niet. |
 |

|
|
|
Bichem Boedhoe |
|
|
Ik meen dat het 1997 was dat ik Bichem Boedhoe ontmoette, een andere karpervisser uit Enschede. Bichem leerde ik kennen als een betrouwbaar en vriendelijk persoon. Hij onthulde me interessante dingen over het karpervissen op het Twentekanaal. Ook hielp hij me als contactpersoon regelmatig bij de totstandkoming van diverse artikelen. Voor De Visser hield ik met Bichem een interview in nummer 7 van 1999. Aangezien ik niet oppervlakkig wil zijn en goede interviews wil houden, streef ik naar enige pittigheid in mijn vragen. Dan brengen de antwoorden vanzelf meer leven in de brouwerij. Mijn visie is ook dat binnen de grenzen van het normale fatsoen elke geïnterviewde zijn mening mag verkondigen, dus ook over zaken 'die gevoelig liggen'! Natuurlijk is hij daar zelf wél verantwoordelijk voor. Zoals de lezer in dat interview heeft kunnen zien, reageerde Bichem positief op Henny Mattemakers karpercarrière, maar formuleerde hij tevens de uiterst scherpe zin en ik citeer: 'Hij deinst er niet voor terug om met gewichten en foto's te frauderen, jammer. Zie bijv. Pagina 99 van het Logboek'. Op die pagina stond een foto van Henny met een gigantische spiegelkarper. |
|
|
Carp 2000 |
|
|
Het toeval wil, dat enkele maanden geleden in het VBK-magazine (de Vereniging van Belgische Karpervissers) ook al een vervelende opmerking werd gemaakt aan het adres van Henny. Ik geef toe, in Henny's schoenen zou ik dat ook niet leuk vinden. Het kon niet anders of ik ontmoette hem op Carp2000, de grote karperbeurs te Zwolle. Uiteraard sprak hij me aan. Als publicitair verantwoordelijke heb ik Henny erop gewezen, dat elke geïnterviewde het recht heeft om te zeggen wat hij denkt, mits hij redelijke argumenten heeft. Maar dat óók hij, Henny zelf, het volste recht had om in een interview met mij zijn gepeperde zegje te doen. Aldus kwam de afspraak tot dit uitgebreide interview tot stand en reisde ik 150 kilometer naar het oostelijk Nederland met een stapel interessante vragen in mijn koffer. |
|
|
Henny's vangsten |
|
|
Evert: Allereerst een onbescheiden vraag. Henny, hoe oud ben je? Hoe lang vis je nu op karper? Hoeveel dertigers heb je in je karpercarrière gevangen? Wat was je allergrootste? Henny: Evert, ik ben nu 68 jaar en vis sinds 1958 op karper. Dat is dus al 42 jaar. Al mijn gevangen karpers heb ik genoteerd. Daarom weet ik ook de totaalstand tot en met 1999. Tot nu toe heb ik 8023 karpers gevangen. Hierbij zaten 50 dertigers en 2 veertigers. Mijn allergrootste was een spiegelkarper met een geschat gewicht van 46 pond. Ik ving hem eind september 1985! Dat is die karper op de foto van pagina 99. |
|
|
|
|
|
21 pond, maar deze krachtpatser zal Henny nooit vergeten!
|
|
|
Superspiegel |
|
|
Evert: Vertel eens jouw verhaal over die supervis? Henny: Als ik ga vissen en vooral in de periode van de jaren tachtig, was ik altijd heel vroeg te vinden aan de waterkant. Het was dan vaak nog donker, als ik begon te vissen. Toen ik op 22-9-1985 met mijn boot naar mijn stek vaarde, zat Billion, een snoekbaars- en palingvisser die vaak met 7 hengels viste, op ongeveer 100 meter van mij vandaan. Ik had een voerstek op de kop bij de Vredestein. Soms had ik in 7 visuren meer dan 30 runs, dan was ik echt kapot. Toen ik op die bewuste zondagmorgen de karper kon landen, heb ik eerst een steekstok eruit gehaald en kon de boot alle kanten op. Geen risico nemen, dat deed ik altijd. De karper heb ik in een grote natte paardendeken gewikkeld en daarna in een grote blauwe plasticzak gedaan. Snel heb ik opgeruimd, want zo'n karper beschadigt snel in de boot. De vis kon ik ook niet wegen. Op een afstand ben ik langs Billion gevaren. Ik heb hem toen snel verteld wat ik had gevangen en ben snel naar de aanlegsteiger gevaren. Vervolgens heb ik alles in mijn auto gedaan en ik ben naar de Boswinkelvijver gereden. De rest kun je lezen in mijn Logboek.
Film mislukt Henny: Toen ik bij die vijver kwam, waren Hans Stuivenberg en Egelbert Schrik daar aan het vissen. Ze hadden net een karper gevangen. Vlug vertelde ik wat er was gebeurd, ik pakte mijn fototoestel, ik haalde de karper uit de paardendeken en Hans heeft toen snel de foto's gemaakt. Die waren later echter blanco! Helaas was op die filmrol niets te zien. Hans had gelukkig zelf ook een fototoestel bij zich en daar heeft hij een stuk of drie dia's meegemaakt. Daarna zijn Hans ik snel naar de Stroinkslanden gereden en hebben daar de karper los te laten, in de hoek bij de school. We wisten toen al dat binnenkort dwarsdoor de Boswinkelvijver een weg zou gaan. Na veel kunst en vliegwerk lukte het ons om de karper rustig weg te laten zwemmen. Ook Henk Put en Paul de Wit wisten waar ik die grote spiegelkarper had losgelaten, waar ik trouwens nog altijd spijt van heb. Verschillende karpervissers hebben die spiegel nog vaak zien zwemmen bij die brug, maar ze wisten niet hoe die daar kwam. Ik denk dat die vis zich bij die palen wel veilig voelde. Wist Bichem dat niet? Jammer dan, het was namelijk ver voor zijn karpertijd. Hij viste later wel regelmatig in die vijver, bij die brug. |
|
|
Die rare foto |
|
|
Evert: Dan wil ik het nu even hebben over die foto zelf, die dus op pagina 99. Dat je een spiegelkarper hebt gevangen van 46 pond lijkt me wel betrouwbaar. Ik zeg dit aangezien ik een formule bezit, waarmee ik behoorlijk correct het gewicht kan voorspellen wanneer ik de vorm van de karper in ogenschouw kan nemen en daarbij ook kennis bezit van de lengte en de borstomvang. Daarom weet ik dat een spiegelkarper met lengte van 94 cm, bij een borstomvang van 92 cm makkelijk een gewicht kan genereren van 46 pond. Mijn proficiat voor die vangst! Wel jammer dat er zoveel is misgegaan. Waarschijnlijk miste je een Nederlands record! Toch zeg ik eerlijk, dat ik vind dat die foto er raar uitziet. Kijk eens Henny, de verhouding tussen jou en die karper lijkt niet te kloppen, zie ook jouw grote hand onder de kop van die vis. Henny, ik ben heus niet de enige die dat zegt. Dikwijls hoorde ik karpervissers praten over juist die rare verhoudingen op die foto. Graag jouw mening? |
|
|
|
|
|
Dit is toch die rare foto?
|
|
|
|
|
|
Henny: Nu je het zegt, zie ik het ook. Ik zou echt niet weten hoe dat komt. Je bent werkelijk de eerste die me hier op aanspreekt. Nog nooit heeft iemand uit Enschede dit tegen me gezegd. Inderdaad ziet die foto er niet helemaal correct uit, maar je moet me toch geloven, dat er niets mee gebeurd is, een manipulatie of zo. Ik kan dat trouwens niet. Die foto was de beste afdruk van de drie gelukte dia's van Hans Stuivenberg. Het is het enige aandenken dat ik heb. Die foto klopt, daarom plaats ik hem ook in dit interview. |
|
|
Vroeger en nu |
|
|
Evert: Ik meen dat gewichten vroeger niet zo belangrijk waren en dat het vooral ging om de juiste meting bij diverse kanjercompetities. Er was een tijd dat het heel normaal was om een karper mee te nemen en ter meting aan te bieden bij een hengelsportzaak. In Zeist was er in de jaren '70 een hengelsportzaak die een kanjerwedstrijd hield waarbij als hoofdprijs 'Een visreis naar Ierland' werd uitgeloofd. In midden-Nederland zeulde men overal karpers vandaan naar die winkel toe. Daar deden ze zo'n vis in een grote teil met water en werd ie op een gegeven ogenblik gemeten en gewogen. Ik heb het nooit gezien, maar ik weet wel dat zo'n karper daarna werd losgelaten in de gracht van het slot Zeist. Toen daar in de jaren negentig ooit een vissterfte gebeurde, waarschijnlijk door zuurstofgebrek in de winter door de dikke modderlaag, bleek er zelfs een veertigponder in te hebben gezwommen! Ik heb gehoord, dat ook in Enschede op de oude markt een hengelsportzaak vele jaren een soortgelijke karperwedstrijd hield. De vanger kwam dan in aanmerking voor een vermelding op de NOS-hengelsportparade. Hoe ging dat in z'n werk? Waar werden die vissen losgelaten?
Henny: Nou, een visser bracht zijn karper daar dan provisorisch heen. Ik deed dat als volgt: ik rolde de vis eerst in een kletsnatte paardendeken en schoof 'm dan in een plasticzak in de kofferbak. Als een gek reed ik dan naar die winkel toe, waar hij snel gemeten werd en zelden gewogen. De vis werd natgemaakt en ging vervolgens razendsnel weer terug naar de plaats van herkomst. Een enkele keer is wel, zo door de een of ander een mooie vis overgezet van het kanaal naar de Boswinkelvijver of de kleigaten van Smulders. Dat was wel jammer, ja. |
|
|
Overzetten |
|
|
Evert: Zoals je weet, denkt de huidige generatie karpervissers nu heel anders over dat overzetten. Wat dat betreft is de karpercultuur erg veranderd. Hoe kijk je daar op terug? Henny: Zelf heb ik het weinig gedaan, maar als ik bijvoorbeeld denk aan die fantastische spiegelkarper, dan had ik dat nooit moeten doen. Uiteindelijk was hij wel groot geworden in het Twentekanaal én daar hoorde hij ook thuis! Ja, en dan dat Natuur Historisch Museum, daar heb ik in al die jaren, ik geloof, ongeveer vijf tot zes karpers heengebracht. Dat kwam omdat die verzorger Steenkamp erom vroeg. In mijn enthousiasme stond ik er gewoon niet bij stil. Nu weet ik, dat ik dat beter niet had moeten doen |
|
|
Grote karpers |
|
|
Evert: Henny, je hebt tientallen jaren gevist op het Twentekanaal. Verschilt de bezetting van schubkarpers en spiegelkarpers sterk met vroeger? Volgens de huidige vissers is het bestand aan grote vissen op het kanaal altijd relatief klein geweest. Dikwijls bleek men achteraf steeds dezelfde dertigers te vangen. Oppervlakkig gezien leek het alsof er een heleboel dertigers zaten, terwijl het in feite om enkele ging. Volgens Bichem moet je met beetje pech toch echt 300 vissen vangen, voor je een kans maakt op een dertiger! Was dat vroeger anders? Die insiders beweren dus ook, dat er nog nooit een heuse 40-ponder op het kanaal is gevangen. Kortom, Henny, wat zijn jouw ervaringen over grote karpers op het Twentekanaal?
Henny: In 1963 ving Mans Meijer, mijn vismaat, een spiegelkarper van 26 pond en die was 103 cm lang! In de jaren '80 waren er twee echte kanaalvissers die woonden in Diepenheim, namelijk Jan en Joop te Velthuis. Die hebben samen heel wat uren aan het kanaal doorgebracht en zij konden het kanaal op hun duimpje. Jan heeft een schubkarper gevangen van bijna één meter. De meeste karpers werden in die tijd gemeten. Het gewicht was niet zo belangrijk. Wij wogen alleen de karpers als we dachten dat een vis boven de 20 pond uitkwam. Jan en Joop visten in die periode ook met groot aas. Met aardappels en deegballen werden veel karpers gehaakt en gevangen. Vraag dat maar eens aan Rob van Ing, een beste vriend.
Spiegelkarpers? Henny: In de jaren '60, '70 en '80 vingen wij veel spiegel- en rijenkarpers. Die gaven ons veel sport. Ze waren erg sterk. Ik vraag mij de laatste tijd vaak af, waar zijn die grote spiegel- en rijenkarpers gebleven? De laatste jaren vang je die bijna niet meer. Ik kan mij nog herinneren dat in de jaren '70 de sluizen in Hengelo drie weken dichtwaren. Reparatie aan de sluisdeuren. Er was geen scheepvaart. Het gekke was, in die weken kon je geen karper vangen. Bij het droogpompen van de sluizen hebben de heren er verschillende mooie karpers uitgehaald en teruggezet beneden de sluis. Er was een karper bij die een lengte had van 110 cm! Ook die is beneden de sluis losgelaten. |
|
|
|
|
|
Henny met een 35-ponder. Gevangen in mei 1986!
|
|
|
Weinig 30'ers? |
|
|
Henny: Volgens Bichem, zwemmen er in het Twentekanaal weinig 30-ponders, maar over de karpervissers uit mijn omgeving, die in 1999 23 dertigers hebben gevangen, praat hij niet. Oké, er zullen best dertigers gedubbeld zijn, maar ik schat dat er minstens 10 verschillende dertigers bijzaten! Kanaalvissen moet je ook wel kunnen. Dat hebben zelfs beroemde Engelse topvissers ondervonden, onder andere Kevin Maddocks, aldus Bichem zelf! Ook Rod Hutchinson heeft op het kanaal niets kunnen vangen. Hij zat met 9 hengels te vissen in de zwaaikom! 4 hengels links en 5 hengels rechts! Bichem, ik zal je een keer uitnodigen om op het Twentekanaal met mij te vissen. Jij alleen met haakaas zonder te voeren en ik op mijn stek die ik voorzichtig opbouw. |
|
|
Billions recordvis |
|
|
Henny: Toen ik in 1979 de Camping de Zwaaikom had verlaten, heb ik mijn boot bij de Vredestein aan de steiger gelegd. Ik had daar een ligplaats gekregen van V.I.O.S., vlakbij de woonboot van Willy Klaassen. Daar lag een roeiboot onder water en daar zagen Willy en ik drie hele zware karpers liggen in de zon. Karpers volgens ons ver boven de 40 pond en dat is geen onzin uit de fabeltjeskrant. Kan mij nog goed herinneren, dat op een morgen die snoekbaarsvisser Billion zijn boot vastbond aan de steiger. Hij riep mij en Willy Klaassen. Hij viste bijna dag en nacht op het Twentekanaal. Willy liep naar zijn boot, terwijl ik alles nog moest inpakken. Billion haalde een grote zak een ontzettende grote karper. Hij stond ermee op de steiger, terwijl ik mijn boot aan de steiger vastmaakte. Willy haalde zijn fototoestel op en Billion stond met die grote karper in zijn handen. Het duurde hem te lang, denk ik, opeens legde hij die grote vis op de steiger, keek naar de woonboot en duwde de karper vanaf de zak, zo het water in. Ik schrok me kapot. Wat een karper, zeker weten, het was een Nederlands record! Elke visser kent Billion. Dit was niet de eerste keer dat Billion zo'n karper haakte. Hij viste heel vaak met 7 hengels met levend aas en gebruikte dan 45/00 nylon en zijn kleine grondelingen werden ook gepakt door zeer grote karpers. Als hij weer eens zo'n gigant haakte, knipte hij vaak zijn nylonsnoer door, want ze gingen toch maar door zijn lijnen.
Uit een vijver Henny: Evert, ik zal je vertellen waar ook grote karpers vandaan komen. Achter het woonwagenkamp in Enschede was vroeger een steenfabriek met een grote vijver waar zeer grote karpers inzaten. Die vijver hebben ze dichtgegooid en die karpers zijn overgebracht naar het Twentekanaal boven de sluis. Met meneer Geerdink had ik goede contacten en hij wist wat ik gevangen had in de loop der jaren. Hij overdrijft later wel in een brief over 40- en 50-ponders en dat klopt natuurlijk niet, maar dat ik op 22-9-'85 een enorme spiegelkarper heb gevangen van plusminus 46 pond, wist hij natuurlijk wel, ook in verband met het beheer op het Twentekanaal.
Het Logboek van een Karpervisser Evert: Ik weet dat de totstandkoming van je boek een moeilijke en jarenlange bevalling is geweest. Uiteindelijk kwam het er gelukkig toch nog van. Hoe is dat eigenlijk gegaan? Henny: Om te beginnen, ik ben geen echte schrijver, dat weet jij ook. Regelmatig werd me door vissers aan het kanaal gevraagd: 'Wanneer komt er eens een boek van jou?' Dat was de aanleiding. Mijn eerste contact was in 1993 met Pierre Bronstgeest en Cor de Man. Op de karperbeurs dat voorjaar in Hoogeveen had ik toen fotoboeken, krantenknipsels en dagboeken meegenomen, maar dat jaar kwam het er niet van. Pas een jaar later, in 1994, kreeg ik de spullen weer terug die ik ter inzage had meegegeven. Mick Paine had twee goede kennissen, namelijk Henny Hoefakker en Hans Roestenburg en zij hebben uiteindelijk mijn manuscript op de computer gezet. Ook dat duurde een dik jaar. Mick wilde het zelf graag uitgeven, maar de financiering kwam moeilijk rond. Toen is het boek naar Engeland gegaan, naar Kevin Maddocks, want die zou het uitgeven. Maar er gebeurde niks, terwijl het alleen maar gedrukt hoefde te worden! Kevin had het 15 maanden thuis, maar hij had er uiteindelijk geen zin in of geen tijd voor. Ik heb hem altijd kwalijk genomen, dat hij mijn manuscript zolang in bezit heeft gehad. Hij had het ook wel gelijk kunnen zeggen, dat hij het niet zag zitten, dan me nu zolang aan het lijntje te houden. Gelukkig heeft hij wel netjes alle spullen teruggegeven. Daarna heeft Mick Paine contact gelegd met Media Serv' en vanaf dat moment ging alles van een leien dakje. Op Carp'97 was het eindelijk zover! |
|
|
Twee lastige vragen |
|
|
1. Dode karper? Evert: Henny, ik ben me ervan bewust dat het misschien vervelend voor je, maar ik wil je nu toch twee lastige vragen stellen. Niet alleen ikzelf, maar ook andere karpervissers die ik ken, vonden in jouw Logboek een aantal aparte fouten. Hoe zijn die erin gekomen? Ik bedoel dat hier en daar de teksten niet kloppen met de betreffende foto's. Eerst die spiegelkarper op pagina 29 waarmee je in 1969 de KRO Kanjer Koning Competitie won. Die spiegel op die foto is toch duidelijk dood? Henny: Ja, hoezo? Dat is nooit een geheim geweest. Kijk, ik heb hier een krantenknipsel uit de Telegraaf uit oktober 1969. Lees die kolom rechts van de foto: 'Ik had hem in een natte paardendeken gewikkeld en er nog wat gras en wat water bijgedaan, maar het dier begon toch ademnood te krijgen, verklaarde Mattemaker en in zijn stem klinkt teleurstelling door. Ik ben er nog mee naar het Natuur Historisch Museum gereden. In de hoop er met een zuurstofapparaat weer wat leven in te brengen. Het was vergeefs. Ik heb 'm maar laten opzetten.' Dus Evert, wat bedoel je?
Evert: Ik vroeg dit, omdat op dezelfde pagina linksboven staat: 'We maakten nog enkele foto's en zetten de vis toen weer terug...' Dat klopt dus niet. Henny: Wat? Laat eens zien. Inderdaad, het staat er, is me niet eens opgevallen. Nooit geweten! Je bent de eerste die dit zegt. Dat krijg je er dus van als je afhankelijk bent van anderen en je zelf niet in staat bent om je hele boek te schrijven. Zoals je ziet, stond het gewoon in de krant en van die opgezette karper wist iedereen, dus...
2. Verschillende gewichten?
Evert: Sorry Henny, de tweede en laatste lastige. Op pagina 61 en 62 zie ik twee foto's met dezelfde karper, terwijl de onderschriften twee verschillende gewichten opgeven, namelijk 34 en 38 pond. Hoe zit dat? Henny: Ik ben blij dat je dit vraagt. Direct de dag dat het Logboek uitkwam op Carp'97 zag ik dit ook en ik schrok me een hoedje. Het is die karper van pagina 61 en die weegt 34 pond. Als een boek eenmaal uit is, kun je zulke fouten nooit meer terugdraaien. Die vraag heb ik vaak gehad. Ik zal je vertellen hoe dat is gekomen. Het manuscript zat in de computer bij de uitgever en was gecorrigeerd en als boek opgemaakt. Het enige wat er nog moest gebeuren, was de klus om de foto's in de tekst te plaatsen. Ik had me voorbereid en ik kreeg slechts één volle dag om achter elkaar op te lepelen, welke foto waar moest staan en wat het bijschrift moest zijn. Stel je voor, met drie man kijk je naar dat schermpje en steeds flitste er een nieuwe tekst voor je neus. 'Zo Henny, welke foto moet er op pagina 61?' Ik moest dan het nummer van de foto aangeven, of gewoon vertellen welke het was. Die foto werd dan opgeroepen uit een bestand, werd in de tekst gedrukt en dan vroegen ze: 'Wat moet erbijstaan?' Terplekke verzon ik dan snel een bijschrift, wat werd ingetikt. Hup, enter, volgende pagina: 'Welke nu?' Zo ging dat achter elkaar. Op dat moment hadden we er al een dikke 50 achter de rug en we waren nog niet eens op de helft! Dit moest ook nog foutloos gebeuren! Na die dag kwam er geen laatste correctieronde. Bij eventuele fouten zit de schrijver vervolgens met de gebakken peren.
Evert: Klopt. Ik begrijp je volkomen Henny. Je scoort nu een heel goed punt. Ik weet zelf dat fouten er bijna worden uitgeperst door de onmenselijk hoge druk waaronder je staat. Ik beaam dit, omdat ik eind 1995 in datzelfde zweetkamertje heb gezeten voor precies zo'n dezelfde fotodag, namelijk voor mijn tweede boek Karpervissen, Avontuur en Passie. Ik had me met lijsten tot in de puntjes voorbereid, maar die dag voelde ik me toch hulpeloos met die papieren op m'n schoot en werd er vooral een beroep gedaan op mijn geheugen, maar gelukkig is dat heel erg goed. Inderdaad was daar steeds die vraag: 'Welke foto nu Evert? Wat stelt het voor? Waar moet ie staan? Wat komt eronder?' Het is van de gekke, dat zowel jij als ik niet even een vlotte slotcorrectie mochten doen, maar ja, de commercie hé: tijd is geld! Toch ben je als auteur later naar de buitenwereld toe wel verantwoordelijk voor je fouten. Dat ze buiten je schuld kunnen zijn ontstaan, weten de lezers natuurlijk niet. Ze zien ze wel! Daarom denk ik ook, dat je het niet altijd de lezers kwalijk kunt nemen als ze over dit soort dingen praten. Of als bijvoorbeeld John van Eck in het VBK-blad durft te zeggen, wat menig karpervisser ziet of denkt. Hij zei, meen ik, iets in de trant van: 'Gegoochel met gewichten'. Principieel ligt namelijk de hoofdfout bij jou en bij de uitgever. Je moet gewoon meer op je strepen gaan staan. Ik weet ook, dat zelfs bij de allerlaatste drukproeven nog een, weliswaar geringe, correctiemogelijkheid bestaat, hoewel dat wel behoorlijk kosten met zich meebrengt. Letterlijk elke punt kost geld, maar wat het zwaarst weegt, moet het zwaarst wegen. Zelf wist ik toch ook niet wat ik moest denken van die fouten in jouw Logboek? Weet dat ik er zelf nog nooit aan heb gedacht, dat die fouten ontstaan kunnen zijn door de heidense druk van zo'n dag lay-outen? Kun je nagaan! Gelukkig ging dat bij m'n boek Giganten bij uitgever Ad Degen wel anders. |
|
|
Fotograferen |
|
|
Een 30-ponder uit een vijver. Gevangen op 20 juni 1996.
|
|
|
|
|
|
Evert: In het algemeen heb jij, Henny, van je karpers geen goede karperfoto's. Hoe komt dat? Henny: Neem nou die 40-ponder op de kaft van mijn Logboek. Kijk, moet je die andere foto's uit die serie eens zien, die zien er helemaal niet uit, die vis toont nauwelijks. Het fototoestel speelt een grote rol bij het fotograferen van karpers, maar ook de visser tegenover de fotograaf, de afstand en de lenzen. De laatste jaren neemt men veel foto's met spiegelreflexcamera's. Die kun je zelf instellen en zijn voorzien van volautomatische functies. Dan geven die supergroothoeklenzen ook een sterk vertekend beeld. Fotograferen moet je leren en dat is moeilijk.
Niet breed Henny: Voorbijgangers namen vaak foto's van mijn vissen, dan weet je het dus wel. Ook heb ik jarenlang mijn foto's laten afdrukken bij een sneldruk, de één-uurservice. Het papier was slecht en de foto's verkleurden snel. Evert, als ik de foto's bekijk in verschillende visbladen en in het VBK-magazine waarin veel foto's staan van de Belgische topvissers, valt mij het volgende op. De heren vangen grote karpers en maken fantastische foto's. Maar toen ik in Zwolle, op Carp2000, een gesprek had met enkele beroemde karpervissers, heb ik hun vingers en hun handen eens goed bekeken en ook de bouw van die vissers is natuurlijk belangrijk. Zij zijn niet breed! Ik zou natuurlijk heel graag zulke karpers willen vangen, maar ik ben toch benieuwd met welke fototoestellen de heren hun karpers fotograferen. Het zijn klassefoto's hoor, maar het zijn bijna altijd dezelfde karpervissers die in het VBK-blad staan en in de andere visbladen. |
|
|
Aas |
|
|
Boilies! Evert: André van der Schaft was een goede vriend van jou. Kwam je door hem in aanraking met de boilies? Wat betekende voor jou die Engelse revolutie? Henny: Klopt, André vertelde me over die boilies. Daarvoor echter, viste ik al geruime tijd met licht gekookt deeg van voornamelijk melkeiwitten. Ik ontving een brief van Fred Wilton en die adviseerde mij om hoogwaardige deegballen te kneden van ongeveer 30 gram en die hooguit 45 seconden in kokend water te dompelen. Daardoor kregen ze een taai dun huidje. Ik bevestigde die op dezelfde manier als mijn grote aardappels aan een grote haak, namelijk middels een draad die ik erdoorheen haalde. Zie pagina 47. Zonder het zelf te weten, hanteerde ik eigenlijk al het boilieprincipe. Maar die kleine balletjes, die boilies werden genoemd had ik nog nooit gezien en ook de hair niet. Ik heb ze toen op de Boswinkelvijver uitgeprobeerd en de resultaten waren fantastisch. Ik ving gelijk drie keer zoveel!
60% eiwit? Evert: Een moeilijke vraag. Je was erg succesvol met de aardappel en daar zitten bijna geen eiwitten in. Hoe komt het, dat je in je Logboek gelooft in hoge eiwitpercentages van wel 60%! Hoe wist je trouwens die percentages? Henny: In het begin bestond dat deegmengsel van Fred Wilton uit louter caseïne, melkalbumine, calcium caseïnaat, soja isolaat en dat soort dingen. Dat was vermoedelijk nog wel hoger dan 60%. Later heb ik dat afgedund met griesmeel en polenta, waardoor volgens mijn inschatting het eiwit% lager kwam te liggen naar ik vermoed zo'n 60%. Met die eiwitboilies heb ik nooit gevoerd. Daarvoor was het ook veel te duur. Als ik begon, schoot ik er per hengel tussen 25 tot 30 boilies in van 15 mm en de vangsten waren hartstikke goed. Ik herinner me dat ik op die manier in 6 tot 7 uur vissen eens 14 karpers ving! Wel viste ik elke dag op dezelfde stek.
En nu? Evert: Wat denk je tegenwoordig van die hoge percentages en waarmee vis je nu? Henny: Er gelooft nu niemand meer in hoge eiwitten en inderdaad zijn ze niet nodig, maar het was een hype en ik heb er gewoon goed mee gevangen. Tot op zekere hoogte ben ik dus ook, in dit opzicht althans, beïnvloed door de media, de bladen en de commercie. Wie niet? O ja, ik had het kunnen weten door jouw eerste boek. Maar als je goed vangt, ga je toch niets veranderen? Ik vis nu al jaren met mijn zelf samengestelde Robin Redmix, die heb ik meng met vogelvoeren van CLO Sluis. Die mix maak ik klaar met uitsluitend eieren. Ik vermoed dat daar 30-35% eiwit inzit. Binnenkort kan ik dat met Karpervoer 2000 nakijken op de computer. Ook ik ga met mijn tijd mee! |
|
|
Tegenwoordig |
|
|
Evert: Hoe vis je tegenwoordig? Henny: In de jaren '70 en '80 ving ik veel meer karpers dan nu, maar toen maakte ik ook veel meer visuren. Bijna alle karpers heb ik de laatste jaren 's avonds of 's morgens kunnen vangen. Ik heb geen enkele nacht gevist. Als ik 's avonds ga vissen, begin ik tussen 5.30 en 6 uur en vis tot ongeveer 10.30 hooguit 11 uur. Zondagmorgen ging ik altijd vroeg. Vroeger begon ik meestal rond 4 uur en viste dan door tot ongeveer 12 uur, dan pakte ik alles in en reed naar huis om een lekker bakkie koffie te drinken. Daarna gingen ik samen met mijn vrouw een stukkie rijden en dan kwam ik altijd weer bij het kanaal terecht, mijn auto stuurde daar altijd automatisch naartoe. Ik heb wel geleerd dat er ook andere mooie dingen zijn in de wereld, dan alleen maar vissen. |
|
|
Toekomst |
|
|
Evert: Hoe vind jij dat het karpervissen in de loop der jaren geëvolueerd is? Hoe zie jij als oude rot de toekomst? Henny: Vroeger dacht ik, dus toen in 1984 en 1985 die boilies kwamen: 'Jammer, dat ik niet wat later geboren ben, dan had ik meer van die moderne karpervisserij kunnen meemaken. Ik ben te oud.' Nu denk ik: 'Zou die beginperiode van de jaren '60 en '70 voor geen goud willen missen. Je wist toen niets, alles moest je zelf ontdekken en toch ving ik goed!' |
|
|
Namen |
|
|
Evert: Tot slot, graag jouw commentaar op de volgende karpervissers.
André van der Schaft Een goede vriend die ik de laatste jaren weinig zie. Heb veel aan hem te danken over boilievissen. Kevin Maddocks Ik herinner me dat ik hem zag op Carp'97 en dat ik mijn Logboek trots omhoogstak toen hij passeerde. Hij mompelde iets in het Engels, wat ik niet verstond. Mick Paine Ik had graag gezien, dat hij mijn Logboek had uitgegeven, jammer. Kan goed met hem opschieten Henny Hoefakker en Hans Roestenburg Over echte vrienden gesproken, je kunt altijd op hen bouwen. Een heel jaar van hun visserij hebben ze aan de kant gezet om mijn Logboek op te optekenen. Hans Deis Goede kanaalvisser. Valt slecht mee te praten, is hardhorend. Je moest altijd oppassen als hij eraan kwam. Kon uitstekend liplezen. Rini Groothuis Kwam in de beginperiode regelmatig met zijn vrienden op bezoek. Kwam vooral in de winter op de camping in de zwaaikom. Kon verdomd goed schrijven. In zijn eerste boek Karper staan een aantal vissen van mij. Helaas sta ik erop zonder hoofd. Heb dat altijd jammer gevonden. Sjef van den Hoven Viste ooit succesvol op het Twentekanaal en vooral met melkeiwitten. Herinner me dat hij erg geheimzinnig deed, vooral over voer. Alijn Danau De indiaan. Heeft erg mooie foto's van zijn vissen. Zou wel eens willen weten, met wat voor fototoestel hij zijn vissen fotografeert. Ben ook benieuwd of hij zijn woord houdt over dat interview met mij in het VBK-blad. |
|
|
Mark Schuringa Matthew Verheul
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |