|
|
|
Evert Aalten |
|
|
door Bichem Boedhoe |
|
|
Voor het clubblad Karperkoorts van de KGT interviewde secretaris Bichem Boedhoe de schrijvende karpervisser Evert Aalten. Uitgebreid beantwoordde Evert zijn vragen. |
|
|
|
|
|
Mijn eerste doelbewuste targetvis.
|
|
|
|
|
|
Bichem: Om te beginnen, Evert hoe oud ben je en wat doe je voor je beroep? Evert: Daar vraag je me wat. 't Is alweer 47 jaar geleden dat ik als boreling het daglicht zag in het stadje Zeist vlakbij Utrecht, namelijk op precies de dag dat het carnaval begint, te weten 11 november 1951. Misschien ben ik voor de meesten al een ouwe knar, maar gelukkig voel ik me zo beslist nog niet. Als publicist probeer ik zo'n beetje de kost bij elkaar te schrapen. Behalve die karperboeken ben ik ook druk bezig met tal van karperartikelen.
Zo publiceer ik in Hét Visblad, Dé Karperwereld, De Visser (België) en geregeld ook in Fisch und Fang (Duitsland). Daarnaast ben ik altijd bezig met dingetjes voor de computer. Bijvoorbeeld de laatste jaren met de CD Karpervoer over de berekening van karperaas. Nu het millennium in aantocht is, hoop ik dit najaar een speciale windowsversie uit te brengen op de Cd-rom Karpervoer 2000! |
|
|
Karperkoorts |
|
|
Bichem: Hoelang vis je al op karper? En hoe heb je de karperkoorts opgelopen? Evert: In de zomer van 1984 richtte ik me voor het eerst specifiek op karper. Dat kwam eigenlijk zo. Van 1969 tot 1984 ben ik altijd een gedreven sportvisser geweest en met name in de wedstrijdvisserij. Daar heb ik ook van alles in meegemaakt en aantal van de huidige internationale cracks ken ik zelfs persoonlijk. Mijn grootste successen behaalde ik in de jaren '70 en mijn favoriete onderdeel was de technische voornvisserij. |
|
|
|
|
|
Mijn hoogtepunt in mijn wedstrijdcarrière was in 1978 tijdens het wereldkampioenschap wedstrijdvissen in Oostenrijk, in Wenen. Daar behaalde ik in de finale voor de individuele wereldtitel zelfs een achtste plaats. Op die oorkonde plus medaille ben ik nog steeds erg trots. |
 |

|
|
|
|
|
|
Naarmate de jaren verstreken kon het wedstrijdvissen me steeds minder boeien, wat vooral ook kwam door de verbraseming op vele wateren in Nederland. Dat bracht namelijk een enorme ommekeer met zich mee in de benadering van het vissen. Het wedstrijdvissen veranderde volkomen van de mij zo geliefde fijnzinnige voornvisserij naar het grove leunwerk. Steeds vaker ging ik voor mezelf vissen en af en toe gebeurde het dan, dat ik op mijn iele hengeltje een reuzenvis haakte, tenminste zo voelde dat.
Zweepje! Een vis waar ik met dat lichte materiaal geen enkele controle over had en die ik dan ook steevast verspeelde. Zo zat ik eens te vissen met een matchhengel op een randmeer en kreeg ik er opeens een vis aan die als een woeste raket vertrok. Van mijn gierende slip scheurde dat beest wel 60 tot 70 meter af, net zo lang tot m'n fragiele lijntje brak. Zielig stond ik daar toen met dat fladderende draadje, of zoals Joris Weitjens pleegt te zeggen 'met dat bekende zweepje'. Op een dag trok ik de stoute schoenen aan, nam 1000 gulden van mijn spaarrekening en kocht zowaar een karperuitrusting. Een nieuwe uitdaging was begonnen. |
|
|
Eerste karper |
|
|
Bichem: Kun jij je eerste karper nog herinneren Evert? Evert: Die kan ik me zeer goed herinneren. Bij mij in de buurt lag naast de grote en moeilijke Maarsseveense Plassen ook een klein cultuurwatertje, waar het barstte van de karpertjes. Iedereen zei: "Evert, op die kleintjes moet je het leren." Gevoelsmatig wilde ik liever beginnen op die grote plassen, maar probeerde het toch maar met tegenzin op dat makkelijke watertje. Helaas, of achteraf gezegd misschien gelukkig, lukte me dat niet. Ik verspeelde er eentje, maar kreeg verder geen enkele beet. Ik dacht toen, dat als ik op dat makkelijke watertje al geen beet kon krijgen, ik net zo goed op die moeilijke plas kon vissen, maar ook daar lukte het aanvankelijk niet. Ik probeerde het instant, op voerplekken met zacht deeg en tot slot voerde ik vijf dagen bij een rietkraagje met 15 keiharde ballen roggebrood die ik had vermengd met honing. Op een broeierige augustusavond, in 1984, reed ik verwachtingsvol naar de stek en daar zat een witvisser! Dat was balen. Ik vroeg 'm of het nog wat was, nou nee de brasem deed het slecht, maar hij had wel een tuigje verspeeld aan een hele grote vis!
Teleurgesteld zei ik maar niets en heb net zolang gewacht totdat ie wegging. Razendsnel heb ik mijn hengel klaargemaakt en op een flinke haak een stukje roggebrood gekneed, dat was alles wat ik ingooide. Aluminiumrolletje op de lijn, dat naar beneden getrokken en wachten maar. Ik zie nog dat papiertje tien minuten later aarzelend en gestaag naar boven kruipen, nog voel ik die massieve aanslag. 't Leek een eeuwigheid, dat kwartier van geven en nemen. Steeds ging ie naar links en rechts. De eerste worsteling met een monster!? Met de grootste moeite schepte ik 'm. En? Ik vergeet het nooit, daar lag voor mijn witvisbegrippen een kolossale vis, een hele grote gave schubkarper en hij woog 17 pond! Hij was een reus, een mastodont, vergeleken met al die voorns en brasems die ik in al 25 jaar daarvoor gevangen had. Dat een vis zo groot kon worden, dat wist ik niet. Ik heb 'm goed bekeken en een minuut lang voorzichtig in mijn armen gekoesterd en heb zelfs nog even geposeerd voor een fotograaf die er jammer genoeg niet stond. Nog zie 'k hem op mijn netvlies verdwijnen, die staart, die golf... en die ervaring wilde nog eens meemaken. Die herinnering, dat snakken naar dat sidderend gevoel, die verslaving, vernam ik later, heette karperkoorts. |
|
|
Meeste indruk |
|
|
Bichem: Lezers van jouw artikelen in de hengelsportbladen en van jouw alom geprezen boeken weten inmiddels, dat je menige 30'ers op je naam hebt, maar welke karper heeft tot nu toe de meeste indruk op je achtergelaten? Evert: Dat is erg moeilijk te zeggen. In de loop der jaren waren dat meerdere vissen. Die indruk van die allereerste karper is bij mij onuitwisbaar. In de loop der jaren waren er meerdere imponerende vissen, maar achteraf waren die altijd relatief, namelijk gekoppeld aan mijn ervaringen in die tijd. Als je nog nooit een karper hebt gezien, doet elke karper een aanslag op je gevoelstoestand. Achtereenvolgens vond ik de volgende vissen ware mijlpalen. Om te beginnen dus die allereerste 17-ponder. Dan mijn eerste 20-ponder en over die ervaring schreef ik ooit in Hét Visblad het verhaal Mijn eerste Karperavontuur. Daarna mijn eerste dertiger, de 36-ponder, die later bekend werd als De Havenbaron. Vervolgens de eerste Nederlandse veertiger die ik zag. Dat was de Oude Vis die mijn vismaat Gerard Smit ving op 43 pond. Zie Speurtocht naar Giganten. De eerste officiële vijftiger in Nederland. Het record van Mark Timmermans en tot slot mijn laatste 'Personal Best', de 37 pond zware spiegel Het Schilderij. |
|
|
Welke vis de meeste indruk maakte? |
|
|
Mijn tweede karper 36p in het Uraniumkanaal te Utrecht!
|
|
|
|
|
|
Hoe langer ik erover nadenk, hoe moeilijker ik het vind. Al deze vissen hadden iets bijzonders. Als ik dan toch een karper voor moet trekken, kies ik voor die gigantische Havenbaron, die 36-ponder, die toen ik 'm ving in 1986 waarschijnlijk een van de grootste karpers was in Nederland! Als ik die exceptionele vis nooit gevangen had, had ik vermoedelijk ook niet bij mezelf die zekerheid en overtuigingskracht kunnen opbrengen om mijn eerste boek te schrijven. |
|
|
Intensief vissen |
|
|
Bichem: Vis je veel? Evert: Nee, weinig. Het laatste jaar dat ik redelijk intensief gevist heb, was 1994. De jaren daarna kwam het er nauwelijks van door allerlei omstandigheden. In 1998 heb ik voor het eerst weer regelmatig serieus gevist. Ik heb mijn visuren van 1998 eens opgeteld en kom dan uit op ongeveer 160 uur. Daarin ving ik zo'n 30 karpers, waaronder twee dertigers: 32 en 37 pond. De meeste van mijn dertigers ving ik zelfs al in de eerste jaren, terwijl er toen juist minder zwommen als tegenwoordig! Dit jaar zal ik het toch weer eens proberen om een spannend avontuur te beleven in de jacht op een mooie dikke vis. |
|
|
Magisch moment |
|
|
Bichem: Evert, je bent erbij geweest toen de recordkarper van Helmut van Schaik en Joop van Kleef werd gewogen, dit moet voor jou toch een magisch moment zijn geweest? |
|
|
|
|
|
Helmut van Schaik én Joop van Kleef vangen officieel de Recordvis op 54,5 pond!
|
|
|
|
|
|
Evert: Het gekke is, ja en nee! Natuurlijk is het 'Ja!' in de zin van nieuw Nederlands Record en dat het de zwaarste karper was die ik ooit zag en voorzover wij weten ooit in Nederland werd gevangen en gewogen. 'Ja!' in de zin van dat ik me ervan bewust was, dat er iets historisch gebeurde en ik daar zelf bij was. Toch was ik er meer verstandelijk dan gevoelsmatig bij betrokken en achteraf was ik enigszins teleurgesteld. Vandaar 'Nee', ook in die zin dat ik het jammer vond, dat een aantal dingen nogal chaotisch verliepen en ik er geen enkele controle over had, wat ik ook zei.
Zo liepen constant rare snoeshanen in de weg, terwijl ze ondertussen domme vragen stelden. Ook waren er wildvreemde krantenreporters, waarvan ik niet eens wist dat Joops buurman ze op eigen initiatief had besteld en die lui bleken alleen als gieren te azen op een fraaie plaat. Ik bedoel daarmee dat de rest wat er gebeurde hen niets kon schelen, terwijl ikzelf op de eerste plaats ervoor diende te zorgen dat de belangrijke dingen goed gingen, zoals een correcte weging van de vis. Voor mijn gevoel kweet ik me gewetensvol van mijn taak, maar kreeg daardoor amper een kans zelf een fraaie foto te schieten. Toen het eigenlijk al te laat was, kreeg ik pas in de gaten dat de karper alweer werd teruggezet! Van overleg was nauwelijks sprake. En terwijl ik normaal gesproken best goeie foto's schiet, had ik juist die keer de minste van allen! Als gevolg daarvan had ik geen primeur in kranten en bladen en was ik achteraf afhankelijk van Leo Groenendijk voor de mooie plaatjes, terwijl ik zelf was opgebeld voor deze dingen. Kortom, er waren teveel mensen aanwezig, die zich als 'nitwits' overal mee bemoeiden en hun eigen belangetjes hadden en dat was beslist geen goede zaak. |
|
|
Het record van Mark Timmermans |
|
|
Bichem: Hoe ging dat recordgebeuren bij Mark Timmermans? Evert: Fijne herinneringen heb ik aan dat record van Mark Timmermans. Daar liep alles echt op rolletjes. Misschien is het gevoelsmatig, maar bij Mark Timmermans had ik het idee dat er echt een magische grens doorbroken werd! Laten we niet vergeten dat ik die keer die supervis van Nieuwkoop voor het eerst zag en dat die vis op dat moment de eerste officiële Nederlandse 50-ponder was! Alle belangrijke punten werden ook van tevoren goed doorsproken met Mark en zijn vrienden. Alles werd op een rijtje gezet en verder hoefde ik alleen maar de boel in goede banen te leiden. Bij Mark was daar ook nog dat officiële tintje van die notaris en die officiële gebeurtenis met die akte op zijn kantoor. Misschien lijkt dat allemaal achteraf wat overdreven, maar voor alle aanwezigen was het op dat moment toch schitterend om zoiets mee te maken. Mede daardoor hadden we allen het idee dat er die dag echt 'iets gewichtigs' gebeurde. Het hele leven zit toch vol met rituelen, pracht en praal? Verder waren er geen vreemde snuiters en konden we in rustig overleg fatsoenlijk de tijd nemen voor die historische weging, die werd gecontroleerd door die vrouwelijke notaris. Daarna kreeg iedereen voldoende gelegenheid om zijn eigen foto's te schieten alsook bij het terugzetten van de vis. Helmut en Joop konden er tot op zekere hoogte niets aan doen, maar toch leidde die chaotische situatie een eigen leven, waarin ik eigenlijk alleen maar Marks unieke karper als een goede vriend weer terugzag. Alleen was ie die keer, oneerbiedig gezegd, enkele pondjes zwaarder. Een magisch moment? Voor mij niet echt, maar dat gevoel had ik wèl bij Mark! |
|
|
Nieuwkoopse Plassen |
|
|
Bichem: Hoe zie jij de verdere ontwikkelingen op de Nieuwkoopse Plassen? Evert: Op dit moment is dat moeilijk te zeggen. In 1998 is er slecht gevangen. Vanaf augustus was er bij heel Nieuwkoop sprake van vissterfte en werden er zo'n 80 dode karpers gevonden. Van alle grote bekende vissen kwam alleen die Recordvis er twee keer uit. De eerste keer bij Helmut van Schaik en Joop van Kleef op officieel 54,5 pond (officieus 56 pond). In september werd hij voor de tweede keer gevangen door Hans Vlek, een oudere man, op ongeveer 55 pond (officieus). Maar daarover meer in Dé Karperwereld nr. 9. |
|
|
|
|
|
Hans Vlek met de Recordvis op 55 pond in 1998.
|
|
|
|
|
|
Jammer genoeg kwamen alle andere grote vissen er niet meer uit en misschien zijn er zelfs enkele doodgegaan. Waarschijnlijk zullen we dat pas dit jaar zeker weten. Waardoor die vissterfte kwam, is nog steeds niet helemaal bekend, hoewel de OVB daar wel onderzoek naar heeft gedaan. Enerzijds had 't te maken met een kuitprobleem, namelijk door het wispelturige weer (snelle afwisseling van warmte en kou) zagen veel karpers geen kans om af te paaien. Anderzijds waren er ook infectieziekten en onbekende parasieten en misschien heeft dat te maken met het defosfateringsproject op Nieuwkoop. Het milieu wil namelijk overal in Nederland schoon en helder water hebben en ik meen dat ze dan ijzer toevoegen. Echter, als daar een klein foutje mee wordt gemaakt, worden vissen ziek. Maar zeker weten doet niemand iets. |
|
|
Groei Recordvis |
|
|
Bichem: Wat denk je over de mogelijke groei van onze recordkarper? Evert: Daarover kan ik het volgende zeggen. Door zijn grote lengte van 105 cm heeft ie een enorm potentieel. Ik denk dat als ie op zijn top is, hij rond de 30 kilo zal wegen, vermoedelijk zal dat zijn vlakvoor de paai. Toen ie de laatste keer gevangen werd door Hans Vlek woog ie waarschijnlijk al rond de 57 tot 58 pond, maar Hans kon 'm niet goed wegen en heeft 'm pas na zo'n 24 uur (!) gewogen op nota bene een personenweegschaal à la Chris van Kordelaar. En dan zijn grote weegfouten mogelijk, vandaar dat ik die 55 pond bij Hans officieus zou willen noemen. Officieus betekent: niet correct gewogen en geen onafhankelijke getuigen. Daarom denk ik dat de volgende vanger van deze vis, mits alles goed gaat, de nieuwe recordhouder van Nederland zal zijn! Ik gok onder normale omstandigheden om 57-58 pond. |
|
|
|
|
|
Nieuwkoop is groot en ruig.
|
|
|
|
|
|
Tot slot nog iets over dressuur. Volgens mij is daar op Nieuwkoop alleen maar sprake op enkele gedeeltes waar veel gevist wordt, maar het water is zo groot en de karpers kunnen altijd vluchten naar andere plekken, zodat de meeste vissers nauwelijks dressuur bemerken. Er komen gewoon steeds weer nieuwe vissen langs je stek en vaak van grote afstanden. De moeilijkheid op Nieuwkoop is meer het ontmoeten, het zoeken en het tegenkomen van zo'n grote vis. Als ie op je voerplek zit, is het eigenlijk al kat in het bakkie, maar omdat voor elkaar te krijgen, moet je veel geluk hebben of constant zoeken naar die bekende speld in de hooiberg. Natuurlijk geldt dat voor alle karpervissers daar. |
|
|
Andere recordwateren? |
|
|
Bichem: Zijn er in Nederland nog andere wateren die, volgens jou, in staat zijn om een recordkarper voort te brengen? Evert: Dat vind ik erg moeilijk aan te geven, maar voorshands noem ik de volgende wateren, die trouwens iedereen noemt: IJsselmeer; grote rivieren als Rijn, Lek, Maas, Hollandsch Diep; de grote wateren in Friesland die overal met elkaar in verbinding staan en tot slot de wateren in Limburg. Daarnaast zijn er misschien nog kleinere afgesloten wateren waar de omstandigheden ideaal zijn. |
|
|
Groeifactoren |
|
|
Bichem: Wat zijn volgens jou de eisen waaraan een bepaald water moet voldoen om grote tot zeer grote karpers voort te brengen? Als ik die eisen nogmaals op een rijtje zet dan zijn dat de volgende voorwaarden: |
|
|
|
|
|
 |
Optimale bezettingsdichtheid: goede relatie populatiedichtheid - natuurlijk voedselaanbod; |
 |
De omgevingsfactor: klimaat, watertemperatuur, zuurstof, samenstelling water enz. |
 |
De factor tijd: van visje naar mega-vis in maximaal 15 tot 20 jaar! |
 |
Het juiste karperras: het moet gaan om dat schubkarper- of spiegelkarperras dat die genetische eigenschappen bevat dat de betreffende karpers sowieso groot kunnen worden. Volgens mij moet dat nog steeds van 25% wildbloed hybriden bewezen worden. |
|
|
|
|
|
|
Als aan alle bovengenoemde vier factoren is voldaan, dan zullen nog lang niet alle karpers in een zekere bezetting giganten worden. De ene vis wordt toch groter dan de andere. |
|
|
Groot of klein water? |
|
|
Bichem: Waar ligt dat aan? Moet een water beslist groot zijn? Evert: Dat heeft vooral te maken met individuele eigenschappen. De ene mens heeft namelijk ook meer aanleg dan de andere om dik te worden. Voor de zwemruimte zou het kunnen meehelpen dat een water heel groot is, maar eigenlijk geloof ik het niet dat een water om grote karpers voort te brengen per se heel erg groot moet zijn. Daarvoor zijn er teveel voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Denk maar eens aan het luttele vijvertje Redmire Pool, waar Clarissa zelfs 40 pond werd. Een voorbeeld is ook het fameuze Kempisch Kanaal in België. In dat amper 30 meter smalle kanaaltje zwom ooit over een afstand van vier kilometer een hoeveelheid gigantische karpers om van te huiveren. Denk aan de mega-spiegelkarper Den Grooten die Philippe Cottenier ving op bijna 70 pond! Lees hierover Alijn Danau's nieuwe boek Karperblues! |
|
|
Ideale bezetting |
|
|
Bichem: Wat is volgens jou de ideale bezetting? Evert: In principe betekent dat, dat er zoveel karpers - maar ook witvis telt hier mee! - in een water kunnen, dat ze nog steeds allemaal voldoende te eten hebben, m.a.w. dat er voor elke vis genoeg natuurlijk voedsel aanwezig is. Volgens mijn boek Succesvol Vissen op Grote Karper is dan het 'stock-level' of anders gezegd 'het voedselplafond' nog niet gehaald. Als er te weinig voedsel is dan is er een voedseltekort en is er als gevolg sprake van een overbezetting. Dat kunnen we oplossen door er, of vissen (kleine karpers of brasem) uit te halen, of er extra voedsel in te gooien. Nu kom ik op een heel belangrijk punt namelijk de bijvoedering door de karpervisser. Volgens mij worden juist op die wateren waar tevens is voldaan aan bovengenoemde vier punten, de karpers nog zwaarder als de vissen geregeld eten van karperaas. Daar dijen ze letterlijk van uit! Dat is eigenlijk ook de kern van mijn eerste boek en bij een andere vraag zal ik daarop dieper ingaan. Alvast een voorbeeldje: een 50-ponder zal op een groot open water als de Lek of het IJsselmeer minder makkelijk uitdijen dan op een afgesloten water als bijvoorbeeld Nieuwkoop, waar hij regelmatig in contact komt met boilies. Het nadeel van de grote vrije wateren is tweeërlei: (1) de karpers kunnen er overal heen, het water is niet afgesloten en misschien zie je ze nooit meer terug en (2) daardoor komen ze nauwelijks tot niet in contact met karperaas en worden ze al gevolg dus ook minder 'vetgemest'! |
|
|
Mijn grootste karper |
|
|
Bichem: Evert, ik wil graag terugkomen op jouw eigen visserij, wat is je grootste of zwaarste karper die je tot nu toe hebt mogen vangen? |
|
|
|
|
|
Tja..., ook deze dertiger ving ik met uitgerekende boilies!
|
|
|
|
|
|
Evert: Dat was een bekende spiegelkarper met de naam Het Schilderij, die ik ving in oktober 1998 op 37 pond. Over deze prachtige vis zit nog een mooi verhaal in m'n pen, namelijk voor mijn serie in Hét Visblad. Waarschijnlijk zal dat pas gepubliceerd worden in het najaar. Het enige wat ik voorlopig wil vertellen, is dat het gebeurde op een plusminus 5 hectare groot watertje tussen Utrecht en Nieuwkoop. Als ik naar Nieuwkoop reed, kwam ik er altijd langs. Het watertje staat bekend als supermoeilijk en keihard.
Zo moest er zware dressuur zijn en zei men dat voerplekken er niet meer werkten en als je er binnen 100 visuren een karper ving, deed je het al uitstekend. Weekenden lang stonden er bivvy's, meestal zonder iets bijzonders te vangen. Eigenlijk ben ik helemaal geen putjesvisser, maar ik liet me toch door mijn vismaat Gerard Smit overhalen om het daar eens te proberen. Gerard had er namelijk heel toevallig iemand zijn eerste vis sinds maanden zien vangen, namelijk een spiegel van 36 pond! Begin oktober woei er een ijskoude noordoosten wind. Toevallig was er die week nauwelijks iemand te bekennen. Dus ik erheen.
Ik zocht een stek op de windkant en voerde er één dag. De volgende avond ving ik na drie uur vissen een schitterende rijenkarper van 22 pond! Zo snel was daar ongekend. Weer voerde ik één dag en ging erheen met Gerard Smit en Peter Snel (ving ooit Het Zwarte Monster). Na twee uur wachten, een half uur voor de zon onderging, ving ik tot ieders verrassing de zwaarste spiegel van het water! Volgens Gerard Smit was het diezelfde vis van die week ervoor, die hij zag vangen op 36 pond! Bij mij had ie zich echter volgevreten aan mijn vismeelboilies! Mijn voermethode werkte daar dus ook! Daarna, met het snelle dalen van de watertemperatuur, kwam de klad erin en ving eigenlijk niemand meer een vis. Achteraf moet ik zeggen, dat ik het wel wat heeft om op een klein en moeilijk water zo'n grote vis te vangen. De kick was er bij mij bepaald niet minder om als ik het vergelijk met het jarenlange, moeizame vissen op bijvoorbeeld het Amsterdam-Rijnkanaal. |
|
|
Statisch of met de pen? |
|
|
Bichem: Kun je onze leden vertellen hoe je het liefst vist, statisch of met de pen? En waarom heeft de een je voorkeur boven de andere? Evert: Het liefste vis ik statisch. De enige reden daarvoor is eigenlijk dat ik bijna als vanzelf altijd met boilies op afstand viste of op grote dieptes. Een enkele keer probeerde ik het tussendoor wel eens, maar merkte dan vlug dat als je dat lange tijd niet hebt gedaan, je ook de fijne kneepjes niet meer onder de knie hebt. Die 36'er in die haven ving ik trouwens wel met de pen! Mijn probleem is meer, dat om goed met de pen te vissen ook veel van je materiaal daarop afgestemd dient te zijn, zoals je hengel, je lijn, je haakjes enz. Je moet het geregeld doen om er succes mee te hebben. Soms merkte ik dat die ontbrekende spullen, alsmede mijn gemis aan ervaring, me daarin remden, want natuurlijk kwam ik ook wel eens op plekken terecht, waar waarschijnlijk het vissen met de pen uiterst lucratief had kunnen zijn. Door die rem kwam het er dan weer niet van en de volgende keer zat ik als vanouds weer achter mijn statische hengel. |
|
|
Materiaal |
|
|
Bichem: Kun je ons nog iets vertellen over je materiaalkeuze? Evert: Over mijn hengels kan ik zeggen, dat ik altijd heb gevist met soepele 2-ponds mediumtapers. Wat te zeggen over haken? Dat er tegenwoordig tal van goeie haken zijn, die mits de aasbevestiging correct is, allemaal goed werken. De meeste zijn scherp en sterk genoeg om te gebruiken in diverse omstandigheden. Ik noem wat favorieten: Drennan boiliehook nr. 4; Hayabusa nr. 4 en 6; Penetrator nr. 4, Eagle 2813A nr. 12. Ik weet dit is een raar nummer, maar toch is dit een vrij grote maat. Hier heb ik tot nu 100% mee gescoord, inclusief die 37'er! Toch wil ik dit jaar ook een kleiner maatje proberen. Allemaal bevestig ik ze middels de zgn. 'knotless knot' die ik doorwikkel tot tegenover de haakpunt. Een 'line-aligner' gebruik ik meestal niet, maar dat komt hoofdzakelijk omdat ik het lastig vind die goed aan te brengen. Wat dat betreft ben ik soms wat laks en lui van aard. Die 'knotless knot' vind ik erg gemakkelijk en zeer doeltreffend! Om een idee te krijgen, in 1998 ving ik 30 karpers en daarbij had ik drie losschieters. Niet slecht vind ikzelf. |
|
|
Succesvol vissen op Grote karper |
|
|
Bichem: Enkele jaren terug heb je een boek geschreven Succesvol Vissen op Grote Karper, met als rode draad het gebruik van lage proteïne, ofwel koolhydraatrijk aas. Sta je nog steeds achter je bevindingen van toen of heb je er nu 8 jaar later een andere kijk op de zaak? Evert: Deze vraag is me wel meer gesteld en ik heb me inderdaad vaak afgevraagd of ik het toen bij het verkeerde eind had. Nu ik meer ervaring heb en voor mijn laatste boek Speurtocht naar Giganten zoveel topvissers heb gesproken en tevens overal ommeheen zie wat er gebeurd in de zin van steeds meer grote karpers in Nederland, wordt ik juist gesterkt in mijn gedachte dat ik het toen toch bij het rechte eind had en ik draai er dan ook niet omheen, daar ben ik best trots op. Een paar kleine dingetjes zie ik nu wel genuanceerder, iets vrijer zou ik zeggen. Maar voor mij staat de kern nog steeds als een rots in de branding. Zonder valse bescheidenheid durf ik te zeggen, dat ik geloof dat er ondertussen heel veel grote vissen zijn gevangen in Nederland, door vissers die op de een of andere manier visten volgens de door mij gepropageerde aas- en vismethoden in dat boek. Waar ik ooit 80 pagina's voor nodig had, kan ik nu moeilijk in enkele zinnetjes uitleggen. |
 |

Binnenkort in dit theater
|
|
|
Uitleg theorie |
|
|
Bichem: Doe eens een poging? Evert: Een kleine poging luidt als volgt. Stel dat erin een zeker water niet teveel vissen aanwezig zijn en zij allemaal voldoende natuurlijk voedsel ter beschikking hebben dan kunnen ze erg groot worden. In die omstandigheid eten uitgezette kweekkarpers, bijvoorbeeld spiegels, natuurlijk voedsel wat voor ongeveer 40-50% bestaat uit eiwitten. Maar... die spiegels zijn alleseters (omnivoren) en gebruiken dat percentage eiwit slechts voor een deel (ongeveer 20-30%) voor (weefsel)opbouw, de rest gebruiken ze als brandstof, namelijk voor de energievoorziening en in de voedingsleer is dat eigenlijk een ondoelmatig gebruik. Die spiegels zijn in de loop der jaren omnivoor geworden in de kweekvijvers waar o.a. uit efficiency veel werd gevoerd met koolhydraten en aldus 'missen' zij in de vrije natuur die makkelijke koolhydratenbron. Wanneer nu een viskweker of een karpervisser met lage eiwitten voert dan zal die karper niet alleen dat voedsel eten, maar tevens het natuurlijk voedsel en zijn eiwitbehoefte als het ware 'middelen'.
Hopelijk snapt iedereen het nog? Dat is de enige reden waarom producten als maïs of brood zo attractief kunnen zijn voor karpers. Vandaar dus ook die laag eiwit boilies. Normaal gesproken hoeft er in een boilie nooit meer eiwit in te zitten dan zeg 25%! En in een situatie waar grote vissen zitten, die dus voldoende natuurlijk voedsel hebben, mag dat percentage ook veel lager zijn, bijvoorbeeld 15-18% eiwit! Dan staat er in dat boek een hele belangrijke regel, waar trouwens ooit Jan Junge volgens mij volkomen ten onrechte over viel, maar die mijns inziens exact de kern raakt waarom juist op afgesloten wateren met een goede populatie aan karpers van het juiste ras, de karpers zo supergroot kunnen worden (denk opnieuw aan het Kempisch Kanaal in België en het huidige Nederlandse record op Nieuwkoop) en die alles te maken heeft met wat ik hierboven reeds heb gezegd en we in verband moeten brengen met al die boilies van de karpervisser. |
|
|
Algemene wet |
|
|
Ik citeer en vertaal professor W.Schäperclaus.
"De bijvoedering van grote hoeveelheden koolhydraten heeft duidelijk als gevolg dat in het lichaam meer reservestoffen worden opgebouwd en dat de totale voeding rijker wordt, want het geldt als een algemene wet dat karpers hoogruggiger en gedrongener worden, hoe rijker de behoefte van de totale stofwisseling bevredigd wordt." |
|
|
|
|
|
Tja..., ook deze dertiger ving ik met uitgerekende boilies!
|
|
|
|
|
|
Evert: Dat geldt dus ook en juist in die situatie dat karpers reeds voldoende voedsel ter beschikking hebben. Als proef werden namelijk karpers vergeleken uit vijvers die niet waren bijgevoerd, met karpers in andere vijvers die wel waren bijgevoerd met veel koolhydraten. Ook al hadden die niet-bijgevoerde karpers genoeg natuurlijk voedsel ter beschikking, toch hadden ze een mindere opbouw aan reservestoffen en werden ze minder hoogruggig en minder gedrongen, met als gevolg een minder gewicht dan de wel bijgevoerde vissen! Ziehier de enorme invloed van het alsmaar voeren door de karpervissers! Dat is volgens mij de hoofdverklaring waarom juist op de afgesloten en zelfs ook kleine wateren karpers zo groot kunnen worden, mits ze natuurlijk zijn van het juiste karperras. Kijk naar België en Engeland! |
|
|
Nieuw boek? |
|
|
Bichem: Nu we het toch over je boek hebben, kun je ons vertellen of je bezig bent met een nieuw boek of moeten wij het doen met je artikelen in de hengelsportbladen? Evert: Bichem, een vierde boek zal er ooit wel komen, maar ik denk niet op korte termijn. Hoewel ik allerlei dingen verzamel in mijn archief is op termijn het probleem toch de kwaliteit. Dat laatste boek ging namelijk al over de grootste karpers van Nederland van de laatste 40 jaar en daarbij was ik behoorlijk compleet en behalve het laatste record, staat er eigenlijk alles in. Ik mag niet klagen, want mijn boeken lopen goed, maar in het algemeen is Nederland toch niet zo 'boekminded' als Engeland. Tegenwoordig zijn de karpervissers ook erg verwend door die mooie karperbladen, dus fl. 84,50 vinden de meesten al een hele kluif, terwijl het dat geld wel dubbel en dik waard is. Zelf schreef je ooit in een brief aan mij en ik citeer het dodelijke compliment: 'Ik denk dat het heel moeilijk wordt om deze prestatie te evenaren. Misschien moet je wel stoppen met schrijven nu je op je hoogtepunt bent (grapje).' Hoewel je dat laatste zeker bedoelde als een grapje, zit daar een grote kern van waarheid in. Een boek schrijf je pas als je genoeg inspiratiebronnen hebt en meestal doen die zich vanzelf aan, dat kun je niet dwingen. Op dit moment heb ik overal contacten in Nederland en op den duur komt daar wel wat uit. Maar concreet moeten de lezers het voorlopig doen met mijn schrijfsels voor de bladen en onderschat dat niet, dat is heel wat leesvoer. Moet je eens kijken naar alleen al de lengte van dit interview! |
|
|
Invloed |
|
|
Bichem: Kun je ons vertellen welke schrijver(s) de meeste invloed hebben gehad op jouw visserij? Evert: Op mijn visserij was dat eigenlijk alleen Kevin Maddocks met Carpfever en dan nog uitsluitend in die zin van zijn ontdekkingen m.b.t. de boilie en de hair. Verder zijn specifieke aanpak in de jacht op grote karpers. Daar draaide hij niet omheen in de zin van 'Big is beautifull' Trouwens Rini Groothuis kwam daar in Nederland ook eerlijk voor uit. Een kleine karper is ook wel leuk om te vangen, dat zal ik niet ontkennen, maar in Nederland moet je altijd oppassen wat je zegt of zelfs al bijna denkt! In Nederland is het vaak: 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' en 'als je je kop boven het maaiveld uitsteekt, moet ie eraf.' Op Kevin Maddocks terugkomend, werd ik dus juist geïnspireerd door zijn verlangen naar grote karpers en zijn specifieke en perfectionische jacht daarop. Wat aas en voer betreft en het voerplekken maken, had ik eigenlijk al vanaf het eerste uur mijn eigen eigenwijze mening en waarschijnlijk kwam dat ook door die basis van 25 jaar vissen van daarvoor. Daarin leerde ik om zelf goed na te denken en niet zomaar alles te geloven wat andere vissers beweerden. Bijna alles deed ik uit eigen ondervinding en trok samen met wat vrienden mijn eigen plan.
Bichem: Welke schrijvers hadden invloed op jouw schrijfstijl? Evert: Over mijn schrijfstijl kan ik zeggen, dat ik die aanvankelijk niet al te best vond. Vaak vond ik die nogal omslachtig en houterig zoals in mijn eerste boek. Omdat ik beter wilde gaan schrijven, heb ik de afgelopen vijf jaar flink aan zelfstudie gedaan en verschillende boeken over schrijven gelezen. Voor de geïnteresseerden zal ik er enkele noemen: naast de bekende Schrijfwijzer van Renkema heb ik ook gelezen het teleacboek Schrijven van gedichten en verhalen door Cees van der Pluijm. Daarnaast heb ik nog het Handboek Stijl doorgeworsteld van Peter Burger en Jaap de Jong. Heel veel heb ik geleerd uit de volgende Engelstalige boeken: Writing with Power door Peter Elbow; Spider, Spin Me a Web door Lawrence Block; Rewriting door David Kaplan en Succesful Writing door Maxine Hairston. Dit lijkt al een hele berg, maar is in werkelijkheid slechts de helft van de vele boeken die ik ooit gelezen heb over het schrijven zelf. Uit ervaring weet ik nu dat hoe makkelijker iets wegleest door de lezer, hoe meer studie en werk een schrijver erin gestoken heeft. Vergelijk het met een topsporter bij wie alles zo gemakkelijk schijnt af te gaan, maar hij moest daarvoor wel jarenlang trainen en werken. Goed leren schrijven, gebeurt door veel interesse hebben in de taal, het veel doen en veel lezen. |
|
|
Clubblad karperkoorts |
|
|
Bichem: Ter afsluiting, Karper Groep Twente is een vereniging van ongeveer 150 leden, met o.a. als doel het bevorderen van de contacten tussen de karpervissers onderling en de contacten met zijn omgeving, met name de plaatselijke hengelsportvereniging. Je hebt enige inkijkexemplaren van Karperkoorts toegestuurd gekregen. Wat is je eerste indruk hiervan? En heb je misschien een tip voor de redactie van Karperkoorts. Evert: Dat een vrij kleine karpergroep als die van jullie toch een eigen karperblad uitgeeft, zie je niet vaak. Alleen reeds de uitgifte ervan verdient een pluim. Goed vind ik alle soorten van informatieverstrekking die de leden op deze manier makkelijk bereiken. Verder kom ik tal van leuke en interessante rubrieken tegen zoals bijvoorbeeld het interview als dit; wedstrijdverslagen; verhalen over sessies; een roddelrubriek; de karperfotootjes die absoluut niet mogen ontbreken; artikelen met wetenswaardigheden over vangsten, aas en systemen; die leuke open brieven en niet te vergeten de moppentrommel. Mijn indruk is gewoon goed. Dat een aantal dingen iets beter zouden kunnen, heeft meer te maken met de financiële armslag van de vereniging en de aanslag op de enthousiaste vrijwilligers die het in de praktijk toch maar weer moeten doen. Nogmaals daarvoor mijn lof. |
|
|
|
|
|
Gastschrijver Harald Rollema met zijn felbegeerde Popeye!
|
|
|
|
|
|
Tot slot een tip. Een rubriek over een bekende karper met zijn typische vangst- en groeigeschiedenis doet het altijd goed. Zo'n artikel als dat van Harald Rollema over Popeye wil iedere karpervisser toch regelmatig lezen? |
|
|
Tip |
|
|
Evert: De enige aanmerking die ik kan maken, vloeit eerlijk gezegd meer voort uit mijn kennis van de taal en dan kom ik wel eens een tekst tegen, die wat 'opgepoetst' of geredigeerd zou kunnen worden. Toch is dat een moeilijk punt, want om goed te kunnen sleutelen aan andermans teksten is naast kennis ook een stuk verantwoordelijkheid vereist. Daarbij komt dat, naast alle taalfouten, het blijkbaar ook niet iedereen gegeven is om zijn gedachten in een logische volgorde op papier te zetten. Zodoende is mijn eerste tip: laat alle teksten enigszins redigeren, dat gebeurt bij elk zich respecterend blad. Leg daarbij de lat op een minimumhoogte en accepteer niet alle artikelen die dat minimumniveau niet halen. Dat is dus geen censuur! Laat desnoods iemand zijn brief of werkstuk nog eens overmaken, onder meer ter bescherming van zichzelf! Deze controle zal zeker de kwaliteit vergroten van een blad. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt vanzelfsprekend bij de redactie. |
|
|
Leo Groenendijk Mark Schuringa
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |