Bichem Boedhoe

Bichem met een fraaie Twentekanaal dertiger.

Dit keer heb ik m'n vragen afgevuurd op een karpervisser uit oostelijk Nederland. Hij woont in Enschede en zijn thuiswater is het legendarische Twentekanaal. De exotische naam van deze karpervisser luidt Bichem Boedhoe. Een aantal jaren geleden ontmoette ik hem op de jaarlijkse karperbeurs te Zwolle en sindsdien voeren wij een geregelde correspondentie. Bichem heb ik leren kennen als een aimabeel en integere karpervisser, die precies weet waar hij over praat en die met een grote realiteitszin het karpervissen om hem heen beschouwt. Hij staat voor openheid en vind het onbegrijpelijk, dat er nog steeds lieden zijn die hun vangstgewichten overdrijven om in de belangstelling te staan. Dat komt altijd uit want de topvissen zijn bij de insiders algemeen bekend en zo'n opschepper valt steevast door de mand!

Behalve dat Bichem een gedreven karpervisser is, leest hij alles wat los- en vastzit over karpervissen. Hij verzamelt graag karperboeken en is verder lid van diverse karpermagazines in binnen- en buitenland. Over de karperscene bij hem in de buurt weet hij eigenlijk alles. Hij weet de laatste nieuwtjes, hij weet de laatste vangsten en natuurlijk weet hij alles over het Twentekanaal zelf! Bichem is niet alleen een bevriende visser, voor mij is hij tevens een ideaal contactpersoon. Geregeld hielp hij me al bij de tijdrovende voorbereiding van te publiceren artikelen, in de zin van navraag doen, dingen onderzoeken en eventueel contacten leggen met andere vissers. Dit keer speelt hij de hoofdrol.

Karperkoorts

Evert: Allereerst enkele onbescheiden vragen. Bichem waar ben je geboren, hoe oud ben je en wat is je beroep?
Bichem: Ik zag het levenslicht in Suriname in 1971. Voor de snelle rekenaars onder ons, ik ben inderdaad 28 jaar oud. Mijn beroep, nou dat is heel complex. Ik ben uhh... een ambtenaar en werk als administratief medewerker bij de gemeentelijke Bouw- en Milieudienst in Enschede. In mijn vrije tijd ben ik naast het karpervissen actief als secretaris van de Karpergroep Twente: een locale karpergroep met ongeveer 175 leden, maar dit terzijde. Ik ben 15 jaar geleden met mijn broer Dew gericht gaan vissen op karper. Hiervoor viste ik al maar had nog nooit een karper mogen vangen. Ik zeg met nadruk mogen vangen, want ik vind het nog steeds een voorrecht om een machtig dier als de karper te vangen

Evert: Hoe werd je door de karperkoorts gegrepen. Was dat tegelijk met je broer Dew?
Bichem:
Mijn eerste close encounter met de karper was toen ik een jaar of acht was. Het ging als volgt. Op een warme junidag, een gewone schooldag, was ik aan het spelen met een paar vriendjes op het schoolplein totdat m'n broer Bram met de mysterieuze mededeling kwam: "Ik heb wat ontdekt, als je om kwart voor twaalf hier op het schoolplein staat dan laat ik je het wel zien." Vaag. Maar goed, zo gezegd, zo gedaan. Ik stond er om kwart voor twaalf in afwachting van wat er komen ging. Daar was hij eindelijk, mijn grote broer, ook een visser die inmiddels de weg kwijt is en niet meer vist, weliswaar 15 minuten te laat, maar hij was er. Gedwee liet ik me meevoeren naar een watertje diepgelegen in de woonwijk "De Ribbelt". Het watertje beslaat in oppervlakte nog geen hectare. Hoewel het middenin die woonwijk ligt, is het zeer idyllisch. Stel je voor: voor 40 procent is het omgeven door overhangende takken en voorzien van twee ouderwetse houten steigers. De oppervlakte van het watertje "Robberskom" is voor een groot gedeelte bedekt met gele plomp en omgeven door een houten beschoeiing. Het had wel een schilderij van Monet kunnen zijn. Als Monet in deze tijd geleefd zou hebben, was hij vast een karpervisser geweest, gezien zijn obsessie voor water en lelies.

Evert: Ik word nieuwsgierig, wat gebeurde er?
Bichem:
Aan het water gaf Bram me te kennen dat ik heel stil, geluidloos, moest zijn en hem in zijn tijgersluip moest volgen tot aan de rand van het water. Stilletjes volgde ik hem en hield m'n adem in. Wat ik daar zag, was niet te beschrijven: m'n eerste "seksuele" ervaring. Blote vissenlichamen die elkaar wreed aan het strelen waren in het ondiepe, heldere water. Een grote dikke schub, voorzien van een extreem gespannen buik, werd gevolgd door meerdere kleine karpers. Stilletjes liepen we met ze mee en maakten zodoende ongewild deel uit van hun paaispel tot ze onder het dekbed van gele plomp verdwenen. Een beetje aangeslagen keek ik m'n broer aan. Zelfs hij was onder de indruk en het enige wat hij, inmiddels voorzien van rooie oortjes, kon uitbrengen was: "Mooi hè". Na deze eerste kennismaking met het fenomeen "KARPER" kon ik niets meer dan alleen dagdromen van deze monsters van "De Kom". Echter, het duurde enkele jaren voor ik m'n eerste Komkarper op het droge kon brengen. Hoofdzakelijk was dat eraan te wijten, dat ik geen andere karpervissers buiten mijn jongere broer Dew om kende en dus ook niets kon leren. Kortom, gebrek aan ervaring. Na enkele hopeloze pogingen om een karper te vangen, overigens met Dew, taande mijn interesse voor de monsters uit het diepe. Tot ik enkele jaren later met Edwin Bruinewoud, een klasgenoot, en Dew mijn stoute schoenen aantrok en weer op karper ging vissen. Na eenmaal de kracht van de karper te hebben gevoeld, was ik verloren.

Vangsten

Evert: Wat is jouw meest memorabele karpervangst?
Bichem: Mijn meest memorabele vangst was ongetwijfeld mijn eerste karper die ik aan de oppervlakte ving. Niet omdat het zo'n grote karper was, maar meer het gevoel om oog in oog te staan met je tegenstander. De spiegelkarper in kwestie wist ik, verscholen in het struikgewas, een tijdje te observeren alvorens daadwerkelijk op hem te gaan jagen. Eerst een paar brokken d'r in en afwachten. De karper wist mijn haakaas, een bonzobrokje, meerdere malen op zijn juiste waarde in te schatten en negeerde hem dan ook. Des te meer at ie van de freebies! Meermalen moest ik bijvoeren om hem op de stek te houden. Alleen al een karper op een meter afstand van je aan de oppervlakte te zien azen is een genot. Voor mensen met een zwak hart is het oppervlaktevissen te allen tijde af te raden.

Intussen had deze karper reeds in zijn uppie ruim een pond bonzobrokjes naar binnen gewerkt! Ik moest en zou hem vangen! Ik besloot mijn haakaas onder hetzelfde struikgewas aan te bieden als waaruit ik hem een tijdje had geobserveerd, in de hoop dat hij daar met meer vertrouwen zou gaan azen. Het leek wel of deze karper mij hoorde denken. Binnen een mum van tijd nam hij vol vertrouwen mijn Bonzobrokje, waarin een haakje 6 met zorg gelijmd was. Ik stond oog in oog met deze prachtvis. Hij zwom nog geen meter van me af in kristalheldere water, toen hij mijn haakaas nam. Aanslaan hoefde niet meer, hij hing al! De dril was evenzo spectaculair. Ik moest de vis op een vierkante meter afdrillen, wilde ik hem, omwille van het overhangende struikgewas, veilig landen. En óf ik hem wilde landen! Met de hand op de spoel moest het gebeuren. De karper gaf het na lange, lange minuten op. De spiegelkarper woog 19 pond. Geen wereldvis, maar onvergetelijk.

Evert: Welke karper maakte de meeste indruk op je?
Bichem: De meeste indruk maakte de eerste dertiger die ik in de armen van mijn broer mocht zien wiegen. Dat was trouwens ook de eerste dertiger die ik ooit in levenden lijve aanschouwde; zie foto. De magische 30 pondsgrens was eindelijk verbroken. Wij hadden zolang naar die grens toegeleefd, dat toen die eerste dertiger binnen was een last van onze schouders viel. Op dat moment waren we door het dolle heen. Pas toen beseften wij dat die magische dertigponder niets meer of minder was dan een gewone karper. Weliswaar een heel grote karper, maar toch.

Waar ik overigens ook van onder de indruk was, was ongetwijfeld de eerste en naar ik weet de laatste Twentse veertigponder. Deze gigant van 44,2 pond was eind jaren tachtig door Laurens Kemerink gevangen in een afgesloten plas van nog geen drie hectare! Toentertijd was dit een van de grootste karpers van Nederland, zie Het Grote Karperboek van Rini Groothuis. Niet veel later bleek deze gigant onder zeer mysterieuze omstandigheden om het leven te zijn gekomen, jammer, heel jammer.

"Onze" eerste 30'er. Er viel een last van ons af.

Evert: Wat kun je vertellen over je successen en over je mooiste jaar?
Bichem: Mijn mooiste jaar was ongetwijfeld 1997. In '97 wist ik in 720 uur 33 20-ponders te vangen, waarvan 11 vissen boven de 25 pond gingen. En eindelijk, eindelijk, wist ik na tien jaar karperen op het Twentekanaal mijn eerste kanaaldertiger te vangen. In een gemiddeld jaar vang ik ruim 20 twintigers. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik in dit gemiddelde het huidige visjaar 1999 niet meegenomen heb. Dat zou ongetwijfeld het gemiddelde aantal twintigers drukken. Tot nog toe ving ik namelijk slechts drie twintigplussers, waarvan twee 30-ponders!

Fotograferen

Evert: Ik heb een aantal van je fotoalbums ingezien en ook die van je broer Dew. Wat me opviel was de geweldige kwaliteit van je fotomateriaal. D'r zaten heel wat prachtige plaatjes tussen die in menig hengelsportblad niet zou misstaan. Hoe heb je zo goed leren fotograferen? Kun je enkele goede tips geven waar we op moeten letten als we een karper op de foto zetten?
Bichem:
Dank je wel voor deze mooie woorden, Evert. Ik heb zoals het vaak gaat gewoon van mijn fouten geleerd door alsmaar kritisch naar mijn eigen foto's te kijken en naar de foto's van anderen, hoofdzakelijk uit het Engelse karpermagazine Big Carp. Zo doe je ideeën op die je in praktijk kunt brengen. Ik heb wel enkele tips voor de lezers, om te beginnen lees eens de artikelen over fotografie die Evert heeft geschreven voor dit blad. Wat je vaak ziet op foto's is dat men te weinig aandacht schenkt aan de achtergrond. Je ziet vaak omstanders, tent, afval en dergelijke. Probeer dit zoveel mogelijk te vermijden. Wat je ook vaak ziet, is dat men vaak recht in de camera kijkt, fout! Kijk naar de karper, hij of zij is het onderwerp. Door naar de karper te kijken benadruk je dit nog eens. En als je nog niet zo heel bedreven bent in het nemen van foto's, maak er dan zoveel je kunt, uiteraard zonder de vis onnodig lang op het droge te houden. Ongetwijfeld zal er dan wél een goede foto bijzitten.

De aanpak

Evert: Gebruik je partikels? Vis je langdurig? Met de pen of korst?
Bichem: In mijn beginjaren viste ik uitsluitend met de pen. Ik vond het vissen met Optonics en alles van die aard niets met vissen te maken hebben. Overigens, ik kon het niet betalen! Wat zat ik er achteraf ver naast. Als ik midjaren tachtig niet zo stom was geweest, had ik met de opkomst van de boilies en de hair een graantje mee kunnen pakken van al die successen die de Twentse karpermannen genoten. Als ik van diezelfde karpermannen hoor dat zij dagen beleefden met meer dan 30 karpers per sessie dan kan ik me wel voor de kop slaan. Tegenwoordig ga ik bijna uitsluitend statisch te werk en haal zo nu en dan mijn penstok te voorschijn om te gaan stalken: zowel op de oppervlakte met een bonzobrokje als op de bodem met een pen.

Evert: Voer je vooraf? Wat voor rig gebruik je?
Bichem: In een ideale wereld zou ik vooraf gaan voeren voor ik ging vissen, maar helaas, met ruim 50 andere karpervissers in Enschede en dan heb ik het niet over die visser die occasioneel karpert, is het bijna uitgesloten om een voerstek te beginnen. Het is me te vaak gebeurd dat ik voor een ander aan het voeren was! Nee, ik vis hoofdzakelijk instant en dan ook nog een korte sessie van een nacht, meestal 12 uur vissen. Met partikels heb ik goede ervaringen opgedaan als het aankomt op veel, veel karpers vangen. De enige partikels die ik tegenwoordig zo nu en dan gebruik, is de zo geprezen tijgernoot en hennep. Maar het echte kanjeraas is en blijft toch de boilie. Ik vis al enige jaren met een birdfoodboilie die ik zelf fabriceer en samen met een maat ook voor anderen heb gefabriceerd. Domweg omdat deze goedkope boilie veel vissen op het droge heeft gebracht. Tegenwoordig is de stiffrig een hype aan de oevers van het Twentekanaal. Ik vis zelf al zes jaar met een nylon onderlijntje, heel simpel en efficiënt. Nu wordt het toch weer tijd om met een gevlochten onderlijntje te gaan vissen!

Het Twentekanaal

Evert: Wat zijn de typische kenmerken van het Twentekanaal en wat is de invloed van de warmwaterlozing van de AKZO?
Bichem: Twentekanaal, een kanaal met een grote naam en een even groot bestand aan kleine karper. Het Twentekanaal is inclusief de zijtak Almelo 52 kilometer lang en in de regel 42 meter breed. Totaal 220 hectare! Nog niet eens zo groot in vergelijking met de grote Franse of Nederlandse meren. Het Twentekanaal wordt opgedeeld in vier stukken door middel van drie sluizen. Het kanaal wordt 24 uur lang intensief bevaren door beroepsvaart. Het is algemeen bekend bij de Twentekanaalvissers, dat de scheepvaart een positieve uitwerking heeft op de aasgedrag van de kanaalkarpers. Wat ondermeer blijkt uit de beten die volgen direct voor of na het passeren van een boot. Mijn eigen visserij is geconcentreerd op de stukken Delden-Hengelo en Hengelo-Enschede.

Het stukje Delden-Hengelo wordt overwegend in de wintermaanden door mij bevist, dat doen overigens ook de meeste plaatselijke karpervissers. Uiteraard omdat dit stukje door de warmwaterlozingen van AKZO wordt verwarmd. Dankzij de AKZO komt de watertemperatuur in de omgeving van Hengelo nooit onder de 8° Celsius. In de zomermaanden kan de watertemperatuur wel oplopen tot 35 graden! Wat betreft de temperatuur is dit stukje te vergelijken met de grote Zuid-Franse meren. Ieder andere vergelijking met bezetting en groeimogelijkheden gaat jammer genoeg niet op! Zo zie je maar, dat de watertemperatuur niet zo'n grote rol speelt bij de groeimogelijkheden van een karper, maar dat de bezetting en het juiste ras van een grotere importantie zijn.

Karperpopulaties

Evert: De sluizen van het Twentekanaal hakken het kanaal in verschillende moten. Hebben al die sluisstukken ook elk een eigen karakteristieke karperpopulatie? Hoe zit het met het gemiddelde gewicht en de getalsverhouding tussen schub- en spiegelkarper?
Bichem: Het is inderdaad zo dat er op ieder sluisstuk een eigen karperpopulatie huist. Het is zelfs zo, dat er tussen Eefde en Delden meerdere karperpopulaties aanwezig zijn. Dat stuk is dan ook het grootste gedeelte van het kanaal mede dankzij de zijtak richting Almelo, dat zijn eigen vaste populatie heeft. Het stuk Delden-Hengelo telt de meeste kleine karpers. Hier worden karpers met grote regelmaat uitgezet. De reden is de AKZO die daar warmwater loost. Men gaat ervan uit dat door die lozingen juist op dit stukje kanaal de vissterfte groter zal zijn dan elders. Ik heb zelf nooit iets van een overmatige vissterfte gemerkt. Wel is er eind jaren tachtig een ongelukje gebeurt bij de AKZO waardoor "iets" in het water is terechtgekomen en dat had tot gevolg, dat een groot deel van de populatie omkwam en daar waren ook grote vissen bij.

Het gemiddelde gewicht op het Twentekanaal is om en nabij de 16 pond. In de buurt van Hengelo is dit aanzienlijk lager terwijl juist daar de meeste hengeldruk is! In de verhouding spiegel- en schubkarper slaat de balans ruim door in de richting van de schubkarper zoals overal in Nederland. De trieste verhouding op het kanaal is één spiegel op tien schubkarpers!

De Admiraal, schubben zo decoratief als medailles.

Topvissen

Evert: Nu iets wat velen interessant zullen vinden. Het Twentekanaal werd bekend door zijn monsterkarpers. Ik hoorde van iemand, wie ben ik alweer vergeten, dat er zelfs nog nooit een echte veertigponder zou zijn gevangen! Ondanks alle verhalen van bekende en beroemde karpervissers aldaar, die beweerden zelfs vissen tot over de 50 pond te hebben verspeeld! In het boek Der Weg zum Erfolg van de Duitser Kay Synwoldt proef ik sterk zijn teleurstelling over het aantal dertigers en de werkelijke grootte van de topvissen. Daar is hij pessimistisch over. Hij schat op pagina 115 het bestand aan 30-ponders, dat tussen de sluizen van Delden en Hengelo (5 km) zwemt op maximaal 8 tot 10 exemplaren.

Vermoedelijk zelfs minder en volgens Kay zal dat op de andere kanaalgedeeltes niet veel anders zijn. Het werkelijke bestand aan grote vissen wordt volgens hem zwaar overschat. De meeste dertigers wegen volgens Kay ook maar net over de 30 pond! Bichem kun jij een goede inschatting maken wat er zoal aan grote vissen rondzwemt en hoeveel vissen je eigenlijk moet vangen om sowieso al een kans te maken op een dertiger? Ik herinner me dat je mij eens vertelde, dat je er wel 300 of 400 stuks voor moest vangen! Dat vind ik ongelooflijk en nauwelijks de moeite waard om je door zo'n berg karpers heen te moeten werken. Hoe zit het met de reële kans op een 20'er en een 25'er? Volgens Kay was zelfs een vis boven de 25 pond al een uitzondering! Wat kan iemand reëel verwachten als hij voor 't eerst op het Twentekanaal een weekendsessie maakt?

Bichem: Het is inderdaad zo dat er nog nooit een veertiger op het kanaal is gevangen. Tegenwoordig wordt er in Twente heel openlijk gesproken over de vangsten. Dit is mede te danken aan een vereniging als de Karpergroep Twente, die eenheid onder de karpervissers probeert te bewerkstelliggen. Het besef is doorgedrongen dat als je openlijk over je vangsten praat, je de verschillende bezettingen aardig in kaart kan brengen en je hiermee je voordeel kunt doen. Het vissen op een vermeende veertiger is hierdoor niet meer reëel.

Evert: Hoe zat dat met die veertiger van Koen van de Krogt?
Bichem: Wel, ik kan me herinneren dat die Twentse karpervisser, Koen van der Krogt, in de Beet heeft gestaan. Ik geloof dat dit in 1988 was met een ECHTE veertiger. Maar helaas, deze vis is nooit een inwoner van het Twentekanaal geweest. Deze vis was namelijk dezelfde als de hiervoor genoemde gigant van Laurens Kemerink. De visser in kwestie wilde "zijn" watertje niet prijsgeven en meldde daarom maar het kanaal als vangstplaats. Wat misschien interessant is, is dat deze vis toen is gewogen met een Salter staafweger. Zoals je weet, gaat deze weger maar tot de veertig pond. Koen heeft de gigant dus jammer genoeg niet naar behoren kunnen wegen. Maar ik heb de foto's van Koen gezien en bij hem lijkt de karper veel zwaarder dan toen Laurens hem had. En zoals je weet, had Laurens hem op 44,2 pond. Zou deze vis misschien zwaarder zijn geweest dan de toenmalige recordkarper van Willem Geestman?! Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, als het gaat om een watertje van nog geen drie hectare is er begrip voor op te brengen om dat niet prijs te geven. Want binnen de kortste keren is zo'n watertje kapotgevist.

Evert: Wat denk je over die aantallen dertigers van Kay?
Bichem: Ik geloof dat de schatting van Kay Synwoldt wat het aantal 30-ponders betreft nogal rooskleurig is! Ik geloof zelf dat het aantal 30-ponders op het stukje Delden-Hengelo niet meer bedraagt dan vijf hooguit zes! Ik heb in de tijd dat ik er gevist heb veel 30-ponders gezien. Het betrof altijd dezelfde vissen. Er waren een aantal 30-ponders bij die meer dan vier keer per jaar werden gevangen! Hierdoor kreeg je een vertekend beeld van het werkelijke bestand. Er zijn zelfs vissen bij die winterdag ruim 30 pond zijn en 's zomers door het leven gaan als een hoge 20'er. Een mooi voorbeeld hiervan is de topvis "Knobbeltje" die op dit stuk Delden-Hengelo in de winter om en nabij de 35 pond verkeert. In augustus '96 wist een kennis hem te vangen op 29 pond, terwijl hij in februari nog ruim 36 pond was! Het betrof hier de zwaarst bekende vis op dit stuk! Hoe zwaar zouden die andere, lichtere dertigers dan wel niet wegen?!

Gemiddelde vangsten

Evert: Wat is normaal mogelijk op het Twentekanaal?
Bichem: Hoewel het heel lastig is om een dertiger te vangen, is het relatief makkelijk om een 20'er te vangen. Eén van de vijf vissen is zeker wel boven de 10 kilo. Maar als je een 25-plusser wil vangen dan moet je zeker 35 karpers en meer vangen. Evert let op, ik heb ik het hier over gemiddelde aantallen. En wat 30-ponders betreft: ik heb zelf ruim 1400 vissen (!!) moeten vangen, vóór ik mijn eerste dertiger op het kanaal wist te verschalken. Ik ken mensen die al ruim 25 jaar op het kanaal vissen en nog steeds niet een dertiger hebben gevangen! Daartegenover staat dat er vissers zijn die er twee binnen tien minuten vingen. Dit zijn natuurlijk de uitersten, maar gemiddeld moet je met een beetje pech toch echt 300 vissen vangen, voor je een dertiger vangt.

Evert: Is er ook informatie op te vragen bij hengelsportwinkels?
Bichem: Als iemand een weekendsessie op het kanaal wil draaien, kan hij geheel vrijblijvend informatie opvragen bij de volgende hengelsportwinkels
Carp Team Europe (Almelo 0546 815175) en bij Aria hengelsport (Hengelo 074 2913638) Deze winkels worden geleid door karpervissers. Zij weten als geen ander de juiste informatie te geven over de laatste vangsten. Ondanks dat er al 20 jaar intensief op het kanaal wordt gekarperd, is het niet zo dat het Twentekanaal een heel moeilijk water is. Dit mede door de hoge bezetting, maar toch, als je twee à drie vissen in een weekend vangt, heb je het redelijk gedaan.

Soms gaan we "vreemd" in een ander deel van het land.

Hengeldruk

Evert: Hoe zwaar is de tegenwoordige hengeldruk? Komen er nog steeds vissers overal uit Europal vandaan?
Bichem: De hengeldruk is gelukkig jaarlijks aan het afnemen. Hoofdzakelijk omdat het tot de meesten begint door te dringen, dat het Twentekanaal geen echte monsters bevat. Met minder tijd kun je vaak op andere wateren eerder doorstoten tot de topvissen dan op het Twentekanaal. Uiteraard blijven de locals actief op het kanaal omdat de vissers vooral uit Hengelo en Enschede geen betere alternatieven hebben. Wel zie je 's winters Duitsers en Engelsen die aangetrokken worden door het warme AKZO-water. De laatste jaren zie je ook de opkomst van Deense karpervissers die in een vorm van een 16-ponder hun Personal Best opkrikken. En als je het vanuit hun invalshoek bekijkt, hebben wij het zo slecht nog niet.

Evert: Heb je wel eens een beroemde karpervisser aan het kanaal ontmoet? Wie? Wat ving hij?
Bichem: In '89 ontmoette ik samen met mijn vismaat Dimitri Kesler, Kevin Maddocks aan het kanaal in Hengelo. Hij bleek er al vijf dagen te blanken! Wij spraken hem opnieuw in 1992, op een karperbeurs en vroegen hoe het kanaal hem was bevallen. Hierop antwoordde hij: "Twentecanal? Never heard of it!" Tja, het kan verkeren. Je ziet met regelmaat mensen van buitenaf die denken dat ze monstervangsten gaan doen. Velen gaan dan ook gedesillusioneerd huiswaarts en verlaten het boerenland. Zo nu en dan zie je een paar vissers die wél (grote) karpers weten te vangen, simpelweg omdat ze net iets anders doen dan de rest. Er zijn twee vissers uit Wageningen die door middel van hun "hit and run"-tactiek goed scoren. Ze vissen altijd vanuit een boot en nooit langer dan acht uur, vaak korter! De heren vissen een stek af met pen, boilie en korst, óók in de winter! En ongeacht het resultaat gaan ze na anderhalf uur naar een nieuwe stek. Dat doen ze systematisch en indien nodig keren ze weer terug naar een productieve stek om die nogmaals op de kop te zetten.

Evert: Heeft die hengeldruk ook zijn invloed op dressuur of is dat overdreven? Kun je de karpervisser die er een gokje wil wagen een tip geven? Wat is volgens jou de beste aanpak als iemand niet van tevoren voert?
Bichem: Er wordt nu ruim 20 jaar op het Twentekanaal gekarperd, dus er is zeker een vorm van dressuur. Omdat er echter een groot bestand is aan karper, is er altijd een karpertje te vangen, hoewel er periodes zijn dat je twijfelt of er überhaupt wel karpers in het kanaal zwemmen. In principe kun je overal karper vangen. Het is raadzaam om óók in de vaargeul te vissen, daar worden namelijk vaak de grotere vissen gevangen. Als iemand op de druk beviste stekken succesvol wil zijn dan kan ik hem de volgende tip meegeven: voer niet, vis alleen met je haakaas! Door de drukke scheepvaart spoelen je boilies toch wel door het kanaal en andere vissers hebben het vele voeren al voor je gedaan. Zonder vooraf te voeren is het zeer goed mogelijk om karpers te vangen. Het is wel zaak om te weten waar de massa van de vis zich ophoudt. Als je eenmaal weet waar de vissen zich in de zomer of de winter ophouden, of weet waar ze paaien, kun je instant prima uit de voeten. Als je dat niet weet, moet je goed op springende vissen letten! Ze verraden zichzelf en wees mobiel! Op het sluisstuk Delden-Hengelo is het niet moeilijk om te raden waar de bulk van de vis zich 's winters ophoudt: bij de AKZO!

Twentekanaalvissers

Evert: Tot slot noem ik een paar namen van gerenommeerde karpervissers waarvan bekend is, dat ze op het Twentekanaal hebben gevist. Graag een kort commentaar.

Hennie Mattemaker Bichem: Een karpervisser uit Enschede die al ruim 40 jaar op karper vist. Een pionier die alles zelf heeft moeten leren en ondervinden, anders dan de vissers van mijn generatie die in een gespreid bedje kwam te liggen. Door al zijn vele, geclaimde, grote karpers heeft hij bijgedragen dat het Twentekanaal onsterfelijk is geworden. Een karpervisser wiens vangsten een drijfveer is geweest voor vele bekende en onbekende karpervissers. Een man die ruim 50 keer met zijn vangsten de plaatselijke krant heeft gehaald. Een visser van het eerste uur die respect verdient, ware het niet dat hij in zijn drang naar publiciteit de realiteit uit het oog heeft verloren. Hij deinst er niet voor terug om met gewichten en foto's te frauderen, jammer. Zie bijvoorbeeld Logboek van een Karpervisser op blz. 99.

Hans Deis Bichem: Een korte-sessie-visser die door zijn mobiliteit en zijn simpele manier van vissen mooie vissen heeft weten te vangen. Gebroeders Ralf en Patrick Veldhuis: Zij zijn al vele jaren actief in binnen- en buitenland en hebben menige 40'er en 50'er gevangen op Oriënt en Cassiën. Ondanks hun enorme successen in Frankrijk moeten ook zij hun eerste kanaaldertiger nog vangen!

Kay Synwoldt Bichem: Een bekende karpervisser uit Duitsland. Heeft jarenlang op het kanaal gevist en is inmiddels tot de conclusie gekomen, dat je voor grote karpers niet op het Twentekanaal moet zijn.

Rob van Ing Bichem: Ken ik alleen van zijn artikelen in Engelse bladen. Een karpervisser die qua rigs ver voor de Engelsen uitliep. Zijn rigs worden nu herontdekt door bekende Engelse vissers zoals Martin Clark. Zie het Fourth BCSG-book en het Korda rigbook.

Gebroeders van de Hoven Bichem: Hebben samen enorm veel karpers op het Twentekanaal gevangen, waar niet? Zij waren de eersten die hier met de nieuwe boiliesystemen visten.

Kevin Maddocks Bichem: Never heard of him!



Hartelijk bedankt voor je bereidwillige medewerking


Steve Troth
Alain Danau