Bald de Boer

Bald - een toffe peer - en "Wie het kleine niet eert....!

Amerika

Wie zou ik voor de vierde keer gaan interviewen? Deze vraag kriebelde toevallig in mijn hoofd, toen ik pardoes op mijn verjaardag in november een telefoontje kreeg met de welgemeende felicitaties van een enthousiaste karpervisser. We hadden eenspontaan gesprek en ik herinnerde me opnieuw, dat ik een gezellige dag bij hem thuis was. De hoorn lag nauwelijks op de haak of ik dacht: 'Nou weet ik het, ik vraag hem!' waarop ik achter mijn tekstverwerker dook voor een vlotte brief. Toch was dit niet mijn eerste brief aan hem, die schreef ik al op 19 juni 1996. De eerste alinea maakt alles duidelijk, ik citeer:

'De postbode zag ik langslopen. Ik liep meteen naar de gang en zag daar een blauwe envelop liggen, uit... Amerika, Fort Rucker!! Wie kon dat zijn? Een brief uit Amerika voor mij? Was ik daar ook al bekend? Een brief van ene B.J.de Boer? Nog brandde het lampje niet. Voorzichtig sneed ik de envelop open, vooral ook om de postzegel niet te beschadigen, weet je, die is namelijk voor een neefje van me. Toen ik de brief eruit haalde zag ik het pas: een brief van BALD DE BOER! Dat was leuk, een brief van een collega-auteur-en-karpervisser, de schrijver van het snel verkochte Hooked for Life!'

Zo reageerde ik en door dat contact ontmoette ik later hem en zijn vrouw in zijn dijkhuis te Westervoort. Die leuke dag duurde maar liefst tot 4 uur 's nachts. Op de valreep klampte hij me aan om snel nog een lievelingsstek van hem te aanschouwen in een kom die uitkwam op de rivier de IJssel.

Zonder sigaar ken ik Bald eigenlijk niet.

Zo reageerde ik en door dat contact ontmoette ik later hem en zijn vrouw in zijn dijkhuis te Westervoort. Die leuke dag duurde maar liefst tot 4 uur 's nachts. Op de valreep klampte hij me aan om snel nog een lievelingsstek van hem te aanschouwen in een kom die uitkwam op de rivier de IJssel.

Apachepiloot

Die dag spraken we overal over en hoorde ik dat ie in Azië was geweest en als piloot bij defensie werkte en dat ie parachute had gesprongen en regelmatig maandenlang naar Amerika moest. Wat daarvan de reden was? Bald is vliegerinstructeur van beroep en tot begin 1996 was hij het baasje van de Alouette helikoptervliegopleiding. Zogezegd de vliegschool waar jonge jongens (en meiden!) hun groot militair brevet haalden. Nadat echter die Alouette 'uit de vaart' werd gehaald, ging die opleiding ter ziele en werd Bald gevraagd om hoofd te worden van Vliegveiligheid, Kwaliteitszorg, Arbo en Milieu (VKAM) op Gilze-Rijen. Voor die functie was hij verplicht om een opleiding te volgen als piloot van een Apachegevechtshelikopter! Zo belandde hij in Amerika en zat hij ineens weer bij zijn ex-leerlingen in de klas! Bald mag zich nu dan ook de oudste Apachevlieger van Nederland noemen, een eretitel. Wauw, dat was een avontuurlijke baan. Hoewel we nauwelijks spraken over Balds beroep herinner ik me het imponerende zinnetje, dat zo'n gevechtspiloot een futuristische helm draagt en op het moment dat hij naar links of naar rechts kijkt, tegelijk het boordkanon al meedraait!

Artikelen

Het valt me op dat Bald altijd straalt van enthousiasme. Bij elke karper gaat hij uit zijn dak, niet alleen bij die ene grote, maar vooral ook bij al die andere karpers, hoe klein hij ze ook vangt! Behalve zijn karperboek Hooked for Life dat onverwachts uitkwam in 1995, heeft Bald ook een stroom aan karperartikelen geproduceerd. Vooral in 1995 en 1996 was hij heel actief in de hengelsportpers. Zijn schrijfstijl karakteriseer ik in vogelvlucht als vlot, openhartig en humoristisch, maar dikwijls ook recht voor z'n raap, waarbij ik af en toe moeilijk kan inschatten of hij bewust kwajongensachtig prikkelt en de lezers op het verkeerde been zet, maar dat ie er in werkelijkheid genuanceerder over denkt. Of dat ie simpel door een ontwapenende naïviteit de verstrekkende gevolgen van zijn vluchtig in inkt gedoopte mening, dus de kracht van getypte woorden, niet goed kan overzien. Zo publiceerde hij in De Karper nr. 43 (van de KSN), een opzienbarend artikel genaamd 'Vlees, vlees, vlees...' en schreef hij in nr. 51 bijna schokkend, ook voor mij, dat hij ertegen was om in Nederland grootgroeiende vleesrassen uit te zetten. Kortom, stof om Bald vriendelijk aan de tand te voelen.

Karperkoorts

Evert: Bald, je bent geloof ik al in de veertig, dus van mijn generatie. In je boek Hooked for Life heb je uitgebreid verteld hoe je als beginner begon en jezelf via fiasco en succes opwerkte tot een volwaardige karpercrack. Om een beginnetje te maken, stel ik je als eerste vraag: wanneer en waar ben je geboren en hoe ontmoette je je allereerste karper? Was toen de verslavende kiem gelegd?

Lees Hooked for life over deze schitterende 35'er.

Bald: Voor je de vraag stelde, maakte je een foutje dat ik graag wil corrigeren. Je stelt dat ik me opwerkte tot een volwaardige karpercrack. Laat ik dit zeggen: ik ben geen karpercrack, maar gewoon een karpervisser. En dat is geen valse bescheidenheid. De boodschap die ik uitdraag, heeft vooral te maken met verwondering en enthousiasme. Al valt na 33 jaar karperen niet te ontkennen, dat ik er een en ander van weet. Dan nu je eerste vraag. Ik ben in de zomer van 1954 in Emmeloord geboren. Uit de klei getrokken dus. Mijn opa, in Vollenhove bekend als 'lieve Thijm', was een van de laatste beroepsvissers van de Zuiderzee. Jammer dat ik hem niet meer meegemaakt heb. Toen ik twee was, zijn we naar Ede verhuisd. Ongeveer de slechtste plaats om als sportvisser in de dop te wonen: er was geen water! Hoe ik mijn eerste karper ontmoette? Tja, omdat ik thuis de jongste was, mocht ik nooit met pa en broers mee. Als echt buitenmens zocht ik mijn eigen heil langs bos en hei. Zo kwam ik bij de Kreelse Plas achter de Ginkelse Heide. Daar werd het woord karper met ontzag gefluisterd. Daar, op de zachte veenoever aan het immer geurende water, hingen de dromen. Daar gooide een elfjarig jochie (ik dus) op een dag in 1965 een broodkorst in het water om kleine voorntjes te lokken. Toen zoog zo'n monster de korst van de oppervlakte af. Zonder geluid zakte het beest in de diepte. De rest ging vanzelf. Later kreeg ik een vergeelde foto van mijn Heeroom (een pater), waarop hij met een spiegelkarper staat. Het zit toch in de familie. En door die foto begrijp ik nu dat ik van de 'oude school' ben.

Hooked for Life

Evert: In dat boek heb je bijna logboeksgewijs verhaald over vrijwel alle karpers die je hebt gevangen en welke avonturen je daarbij beleefde. Je sloeg eigenlijk geen sessie over en beschreef tot in detail de dagelijkse dingen. Maar ja, in de praktijk zijn natuurlijk de meeste karpers wel de kleinere vissen. Kritisch gesproken zou je kunnen zeggen, lijkt het dat je boek daardoor voortdurend lijkt te kabbelen zonder echte hoogtepunten. Ik draai er niet omheen, dat dacht ik namelijk zodra ik het las. Geregeld hoorde ik ook om me heen dat je teveel stilstond bij kleine vissen. Pas toen ik je leerde kennen en het nog eens doornam, vermoedde ik dat dat hoofdzakelijk te maken had met je constante energie en je intense plezier voor elke gevangen karper. Je hebt inderdaad gelijk dat het dagelijkse karpervissen goed te vergelijken is met het leven zelf, dat is ook niet elke dag een spannende film. Maar een boek of film moet het toch vooral van pieken hebben? Of kijk ik teveel naar de verkoopcijfers? Graag je commentaar hierop?


Met dit enthousiaste boek debuteerde Bald als karperschrijver.

Bald: Dat het boek geen pieken heeft, waag ik te betwijfelen. Dat lijkt me meer een conclusie voor hen die op groot vlees zitten te wachten. Zij worden teleurgesteld. Ik denk dat in mijn boek wel degelijk wordt toegewerkt naar een climax: het steeds weer vangen van een grotere vis. Het boek is opgedeeld in vijf delen. De meeste hoofdstukken zijn zelfstandig te lezen, met toch een lijn erin: mijn eigen biografie als karpervisser. Het grappige is dat ik wel eens zeg, dat het helemaal geen karperboek is, maar een boek over mijzelf. Komisch dan dat het zo goed verkocht... Overigens boeien verkoopcijfers me niet. Wat ik echt belangrijk vind, is dat het op de plank staat en dat de mensen na tien jaar zo'n boek nog eens kunnen pakken en er dan nog van kunnen genieten. Het mooiste commentaar komt van de gewone man: men herkent in al het geklooi dat ik beschreven heb vooral zichzelf. Laten we niet vergeten, dat er nog altijd meer karpervissers zijn die geen dertiger gevangen hebben dan dat er mensen zijn die dat wel hebben gedaan. Voor de eerste groep was mijn boek bedoeld, niet voor de karpercracks. Die hebben trouwens helemaal geen commentaar gegeven. En: lang niet alle gevangen karpers zijn in dat boek behandeld, al lijkt het misschien wel zo...

Vlees, vlees, vlees

Evert: In de introductie heb ik gezegd dat je een opzienbarend artikel schreef met deze naam. Het kwam erop neer, dat je constant zoveel over Frankrijk over je heenkreeg, dat je er niet goed van werd. Je probeerde het enigszins te relativeren. Het was niet je bedoeling om het plezier te vergallen van al die Frankrijkgangers die duizelingwekkende getallen vingen. Toch ervoer je dat je op elke diashow bedolven werd door het ene pakket vlees na het andere! Je zag nauwelijks iets over aanpak of systemen. Je vroeg je af of het niet minder kon en waar de spanning en humor bleef, of het grote mysterie? Leg dit eens uit?

Balds eerste dertiger.

Bald: O, was dat zo opzienbarend? Dat artikel is in april 1994 uitgekomen. En nu ben jij de eerste die erover begint! Het zal toch niet zo zijn, dat men mij toen al niet durfde tegenspreken? Nogmaals, ik ben geen karpercrack, ik probeer slechts mijn gezond verstand te gebruiken en te relativeren. Ook anno nu moeten sommigen een vleesparade opvoeren. Met een dia erin van een neptent met nephengels om een stek bezet te houden. Ze zijn er nog trots op ook. Van mij mogen ze, maar ik mag er een mening over hebben, toch? Ik heb wel degelijk respect voor de vangsten van die mannen, al wordt het na die neptent wel heel moeilijk. Verder vind ik dat deze discussie niet hier thuishoort, maar bij de KSN (Karperstudiegroep Nederland). Acht jaar prikkelende stukjes en niet één keer een reactie. Hoeft het nu ook niet meer. De situatie is nu wel veranderd. Meer en meer zie je ook hele leuke presentaties. Wie weet, heb ik daar aan bijgedragen en daar ging het om.

Evert: In het huidige karpervissen is Big Flesh inderdaad voor velen een Leidmotief, zeker in het huidige recordtijdperk van supervissen in binnen- en buitenland. Voor Nederland deed ik daar met mijn laatste boek Giganten ook aan mee en mijn eigen visserij is er ook wel door gekleurd. Het is trouwens een feit dat karperbladen en -boeken beter verkopen met mooie kleurenplaten van gigantische vissen. Voor mijzelf probeer ik de vangst van grote of kleine vissen meer te zien in het perspectief van waar en hoe ik vis. Maar de vleesboys hebben toch ook recht op plezier? Zelf ben ik ook niet vies van een vette Nederlandse spiegel. Een uitspraak van Piet Vogel wil ik aanhalen: 'De waarde van een karpervangst is de waarde die je er zelf aan toekent!' Volgens mij kun je hier alles, elk land of een manier van visserij, invullen. Wel moet ik bekennen dat ik af en toe ook een wee gevoel van binnen krijg als ik al die supervissen zie, bijvoorbeeld die uit Roemenië. Die monsters staan zover van me af, dat ik even mijn hoofd moet schudden. Ik wil die vissen ook niet vergelijken met onze Nederlandse karpers. Appels en peren in hetzelfde blad? Belang van informatie-uitwisseling! jouw mening?

Bald: Juist de vleesboys hebben recht op plezier! Wat ik aldoor probeer uit te dragen, is dat ze nog meer plezier krijgen als ze wat meer de nadruk leggen op de beleving van het vissen zelf. Piet Vogel heeft helemaal gelijk. Zo zie ik het ook. Ik kan je vertellen dat de vangst van een volschubspiegeltje van 54 centimeter in de woestijn van New Mexico, waar in 1947 een buitenaards ruimteschip neergestort zou zijn, een heel bijzondere belevenis is. Appels met peren vergelijken kan niet, karpers met karpers wel. Maar Roemeense karpers met Nederlandse weer niet. De een eet graag een appel, de ander een peer. Ik vang liever een Nederlandse veertiger dan een Franse vijftiger. En omdat ik graag appels eet, baal ik ervan dat ze zoveel reclame maken voor peren. Heb ik het zo een beetje uitgelegd? Verder heb ik een vriend in Roemenië wonen, een prima perenland. Dus wie weet, ga ik nog eens voor een maaltje peren...

Targetvissen

Evert: Over jouw eigen vleesvissen. Als ik je boek goed lees, heb je eigenlijk al je dertigplussers gevangen, omdat je gericht op een water ging vissen waarvan je zeker wist dat daar een bepaalde grote karper zwom. Terwijl ik in die tijd nog wachtte en hoopte of er ergens op groot water een vreemde dertiger aan mijn haakje kwam hangen, was jij je tijd vooruit. Jij beoefende al vlot de huidige zeer succesvolle manier van 'specimenhunting'! Die vorm van jagen op bekende giganten heb ik zelf pas in 1999 bewust opgepakt. In landen als Engeland en België is die viswijze al jarenlang tot een ware kunst verheven. Ik noem exponente vissers als Alijn Danau, Philippe Cottenier en Terry Hearn. In Nederland hebben we sinds kort Mark Schuringa die 1 oktober 1999 de bekende Recordvis ving op Nieuwkoop, op 59 pond. Zijn aanpak was heel bewust en precies dezelfde... Je komt er niet onderuit Bald, je kocht zelf speciaal voor een bepaalde nog te vangen dikke vis een dure penhengel! Al jouw dertigers waren in feite verzilverde targetvissen! Je was toch ook erg blij met vlees? Lees je eigen teksten maar eens onder je foto's!

Bald: Ja natuurlijk ben ik blij met vlees. Ik heb toch nooit beweerd dat zoiets niet goed is? Het gaat er mij om, dat het niet enkel vlees is dat de klok slaat. Er is, en dit zal een schok zijn voor sommigen, nog veel meer! Dat regendruppels aan je hengel bij het doorbreken van de zon spontaan veranderen in gratis diamanten ontgaat menigeen. Ik vis overigens wel om te vangen. Liefst groot, maar dat zit er niet altijd in. En mocht ik ooit het Nederlands record breken, dan zou ik het misschien nog aan de grote klok ook. Op huidige record ga ik niet vissen, zodat er weer een meer is die deze arme vis met rust laat. Nee, ik ben blij dat ik genezen ben van de zucht naar grote vissen, het beste wat me is overkomen. Mijn eerste dertiger was een toevalstreffer. Ik wist niet eens dat hij in de put zat waar ik viste, al had ik toen al wel plannen om op die vis te gaan vissen.

Van de tweede wist ik dat hij daar zat, maar ik had nooit gedacht dat ik hem ook zou vangen. Let wel, dat water is al met al meer dan 50 kilometer lang. Toen viste ik niet gericht op die vis. Dat is iets anders. Ik viste heel onbevangen en had geen idee wat mij zou overkomen. De volgende twee dertigers in mijn boek waren wel echte targetvissen. Ik deed inderdaad vroeg aan specimenhunting. Nu nog af en toe. Misschien was ik op dat vlak mijn tijd vooruit, op andere vlakken liep ik behoorlijk achter. Zo heb ik het begin van het boilietijdperk gemist. Dat kwam omdat ik niet las en niet de juiste contacten had, best jammer. Specimenhunting hoeft niet per definitie jacht op grote vissen te zijn. Een perfecte leder van 14 pond najagen, vind ik er ook onder vallen. Net zo moeilijk trouwens.

Aas

Evert: Ik wil even met je bakkeleien over aas en met name over boilierecepten. Je probeerde van alles uit, van boilies met 80% eiwit tot mijn eigen berekeningsmethode van de voedingswaarde. Door je hele boek heen nummerde je boilierecepten en volgens jou waren er maar een vijftal goeie bij. Je stelt zelfs dat het je opviel, dat in al je best vangende boilies één gemeenschappelijk ingrediënt zat: tarwekiemen. Je raakte ervan overtuigd dat dat erin moest zitten voor een goede spijsvertering. Daar ben ik het volkomen mee eens. Je kocht mijn eerste, supermoeilijke boek Succesvol Vissen op Grote Karper en volgens eigen zeggen stroomlijnde dat je gedachten. Je noemde het zelfs een historisch boek, omdat alle ingrediënten bij de berekening werden betrokken, plus eieren. Inderdaad, Petje af, ik voel me erg gevleid, maar... je zegt ook en ik parafraseer:

'dat ik en Ruud (Jongens) met dat boek probeerden te bewijzen waarom je een bepaald ingrediënt in een bepaalde hoeveelheid moest toevoegen. Anders ving je immers niet... Maar dat was geen bewijs! Onze voortreffelijke vangsten waren niet vooral aan onze recepten te danken, maar meer volgens jou (in navolging van Jan Junge en vele anderen) een gevolg van onze goede AANPAK'.

Eerst mijn commentaar. Inderdaad was die aanpak goed, maar ik stel dat ik nooit beweerd heb, dat er bepaalde ingrediënten per se in het voer moesten zitten omdat je anders niet ving! Wél vond ik dat de voedingswaarde van een mix correct diende te zijn, dus dat de balans van de eiwitten, vetten, koolhyraten en vezels evenwichtig moest zijn, dus binnen bepaalde normen moest vallen! Als ik bijvoorbeeld bij het uitrekenen zag, dat het vezelgetal niet in de norm viel en te laag was, dan kon ik dat verhelpen door een vezelrijk ingrediënt als tarwekiemen toe te voegen... Hé, maar wie zei ook alweer dat er één gemeenschappelijk ingrediënt in al zijn best vangende boilies zat? Bald verklaar je nader. O ja, over die ready mades. Had je de indruk dat ze allemaal vingen? Toch niet op voerplekken? Eigen gemaakte brouwsels zijn toch altijd beter? Of had dat meer te maken met jouw instante manier van vissen?

Het zijn niet altijd de grootste karpers die erg mooi zijn.

Bald: Ga je me nu aanvallen op een paar zinnen die ik meer dan een half decennium geleden opschreef? Een en ander is opgetekend toen jouw eerste boek nog 'hot' was en inkt van de harde kritieken nog nat. Dat neem niet weg dat ik verantwoordelijk ben voor wat ik schrijf. Zonder je boek nog eens grondig door te spitten - we moeten eens ophouden elkaar op punten en komma's af te rekenen, het is geen rechtszaak - , wil ik er toch wel op ingaan.

Over vezels
Je had het toch over experimenten in de zomerperiode met vezelarm voer, die op een absoluut fiasco uitliepen? Zeker in de context van der rest van jouw boek wekt dat soort opmerkingen wel degelijk de suggestie dat 'je anders niets vangt'. De door jou genoemde negatieve respons met vezelarm voer heeft wellicht aan iets heel anders kunnen liggen. Als de bewering dat 'bepaalde ingrediënten in het voer moeten zitten omdat je anders niet vangt' niet ergens in jouw eerste boek zo staat, mijn welgemeende verontschuldigingen. Verder was ik geloof ik een van de eersten die positief over je durfde te schrijven. Dat ik toevallig constateerde dat in al mijn best vangende recepten tarwekiemen zaten, is hier toch niet relevant? Die ontdekking stimuleerde mij alleen maar om volgens jouw theorie aan de slag te gaan. Ik heb ooit een zevental ready mades tegelijk uitgeprobeerd en ik had niet de indruk dat ze allemaal vingen, nee sterker nog, ze vingen allemaal! Instant, maar ook op voerplekken. Of eigen brouwsels altijd beter zijn, weet ik niet. Ik heb geen idee hoe je zoiets uit moet vinden. Er zijn veel te veel variabele factoren. In testen van zogenaamde fieldtestteams geloof ik niet zo. dat fenomeen nam ik in mijn test'' dan ook op de hak. Ik maak graag mijn boilies, naar jouw theorie, jawel. Gewoon omdat ik graag weet wat erin zit. Als er problemen met goed houden zijn - lange sessies, geen vriezer - , pak ik ook zomaar ready mades. Maar liever nog iets anders, particles of zo...

Uitzetten

Evert: In De Karper nr. 51 schreef je zeer uitdagend: 'Ik ben tegen het uitzetten van groot groeiende karperrassen. Waarom? Nou ik kan wel een paar redenen bedenken.' Jouw argumentatie overtuigde me niet, of prikkelde je weer? Ik geloof dat je op een dia-avond in oktober 1999 nog hierover gesproken hebt met Joris Weitjens, de enthousiaste instigator van het spiegelkarperproject te Amsterdam. Wat vertelde je Joris?
Bald: Ik prikkelde inderdaad weer, maar ik meende de argumenten wel degelijk. Dat prikkelen doe ik om de mensen aan het denken te zetten en reacties op te wekken. Ik weet pas sinds heel kort, dat mensen wel degelijk na gaan denken over mijn stellingen, maar reacties heb ik nooit gehad, anders dan af en toe een prijs voor een artikel. Maar dat is mij niet genoeg. Er bestaat kennelijk geen behoefte aan discussie. Daarom denk ik ook aan min of meer afscheid nemen met mijn schrijverij daar, zoals je aan het eind van mijn laatste artikel kunt lezen. Ik heb mijn steentje meer dan bijgedragen.

Tegen vleesrassen?
Waarom dan tegen het uitzetten van groot groeiende karperrassen? Omdat dat teveel verkeerde karpervissers aantrekt! Waarmee ik niet wil suggereren dat alle grootwildjagers verkeerde vissers zijn. Maar jij weet toch ook dat een enkele grote vis een heleboel idioten aantrekt? Daarom! En: Nederland moet geen forellenvijver worden, er is al genoeg mysterie verloren gegaan. Ik heb inderdaad op 12 november mijn diaprojectoren mogen bedienen voor Joris Weitjens. Dat vond ik een hele eer. Wat ik zo mooi vond, was dat hij, maar vooral ook zijn kompaan Gerrit Veldhuizen, zo enthousiast op die uitgezette (nu nog) kleine karpers vissen. Mijn hart ging daarvan open. Natuurlijk zie ik ook het belang van uitzetting van spiegels wel in. Anders sterven ze uit. En ze mogen best van een grootgroeiend ras zijn hoor, als er dan maar niet al teveel ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Vreemde uitspraak van iemand die open is, niet? Misschien zwemt een van die vissen van Joris en Gerrit wel helemaal van Amsterdam de IJssel op, naar mijn geduldig wachtende net.

Fotografie

Evert: Je hebt je diploma vakfotograaf. Je maakt hele goede karperfoto's. Waar moeten we op letten als we een fraaie karper op de foto zetten?
Bald: Dank voor het compliment. Ik heb in de vrije fotografie heel wat prijzen gewonnen. Het zou valse bescheidenheid zijn als ik zou zeggen, dat ik er niets van kon. Maar ondanks mijn diploma's ben ik wat karperfoto's betreft ook maar een kiekjesmaker. Waarop te letten? Kijken, kijken en nog eens kijken. Ook wanneer je geen camera in de hand hebt. Probeer vervolgens de foto's te maken alsof je de regisseur van een reclamefilm bent. Ook als je zelf wordt gefotografeerd, moet je de regie strak in handen houden. Let vooral op de achtergrond en de lichtval. En kom niet dichterbij dan twee meter. Werk vanaf die afstand, of beter nog een halve meter meer. Maak het beeld dan weer vullend met de zoom, dan blijft het natuurlijk. En laat het gezicht van de vanger zien. Die foto van Mark met zijn record (nov.nr. De Visser) doet toch geen recht? Je kunt nauwelijks zien wie het is.

Met veel plezier in weer en wind.

Perspectief
Waar je verder eens op moet letten, en nu wordt het leuk, is wat de karpercracks over fotografie schrijven. Om je te bescheuren. Men denkt nog steeds dat de perspectief bepaald wordt door de beeldhoek. Maar de afstand tot het onderwerp (in dit geval de man met vis) bepaalt de perspectief. Dat is een natuurkundige wet, het is niet anders. Velen hebben er ook een handje van om veel te dicht op het onderwerp te kruipen. Let maar eens op al die grote vingers, ten opzichte van het hoofd. Overigens scoren die foto's wel lekker in de boeken en bladen.

Amerika

Evert: Vertel iets over jouw karpervisserij in 'the USA'.
Bald: Je zult maar voor je baas langdurig naar het buitenland moeten en op plaatsen terechtkomen waar geen 'eer' te behalen is. In Alabama zat alleen maar graskarper. In Texas schubkarper tot 15 pond en in New Mexico kwam ik niet verder dan 8 pond. Maar daar zaten wel hele mooie spiegeltjes, puur goud. Het voordeel van deze formaten was dat ik weer veel heb kunnen experimenteren en vooral vissen zoals het karpervissen is bedoeld: relaxt vissen en veel genieten. Veel aparte dingen meegemaakt ook. In Texas ook een aantal forse (20+) Smallmouth Buffalo's gevangen. Een soort kruising tussen een schubkarper en een brasem. Net zoveel duurvermogen als een karper, mooie sportvis. We moeten hier dankbaar zijn voor het milde klimaat.

Ongedierte
In die warme landen is nachtvissen onmogelijk vanwege het ongedierte. Slangen, alligators, schorpioenen en vleesetende schildpadden, ze komen bij donker allemaal tevoorschijn. En overdag vallen je de vellen van het lijf. Voldoende belevenissen voor een driedelige artikelenreeks, die ook is gepubliceerd. Ik heb er ook dialezingen over gehouden, die heel goed werden ontvangen. Zo zie je maar, het hoeft niet groot te zijn om groots te zijn... Verder ben ik nog in een land geweest waar de bakermat van de karper misschien wel ligt: Cambodja in Azië. Maar daar was niet te vissen vanwege de Rode Khmer. Verschillende keren werden vissers vermoord omdat ze op hun 'stekken' zaten.

Schrijven

Evert: Je bent erg enthousiast en schrijft graag over karpervissen. De laatste tijd is het wat stil rond jou. Voor het grote publiek lijkt het alsof je niet meer aan de weg timmert, behalve dat je af en toe voor de Karperstudiegroep een artikel publiceert. Ik weet dat je in een la een vrijwel kant en klaar manuscript hebt liggen voor een eventueel tweede boek. Ik begrijp dat het niet meevalt om in dit grote-vissen-tijdperk een geïnteresseerde uitgever te vinden, die het risico aandurft. Je hebt zelfs ideeën voor een derde boek. Het schrijven zit in je bloed. Zou voor jou een column of een feuilleton in een hengelsportblad niks zijn?

Bald: Ik timmer inderdaad niet aan de weg. Wie geen boodschap heeft, moet zijn kop houden. En mocht iemand mijn diensten nodig hebben, dan zal hij of zij mij wel weten te vinden. Ik heb nog niet eens naar een uitgever gezocht, maar maak je niet druk, mijn tweede boek komt er echt wel. Desnoods geef ik het zelf uit, net als de eerste keer. Het heet Terug naar de Hel. Ook voor een derde boek heb ik al een titel, maar die geef ik nog niet prijs. Ja, het schrijven zit me onderhand in het bloed, inmiddels ben ik ook als schrijver actief buiten de visserij. Of een column of een feuilleton in een hengelsportblad iets voor mij is? Ik durf het bijna niet te vragen...

De toekomst

Evert: Hoe zie jij de toekomst?
Bald: Ik schaam me nu al bijna om me karpervissers te noemen. Straks kom ik boven bij Petrus, kijkt hij door het raampje van de Hemelpoort en zegt: 'Voor karpervissers hier geen plaats.' Ik vertel dan dat ik zoveel gegeven heb voor Kosovo en Turkije. Petrus gaat ruggenspraak houden met de Ouwe, komt even later terug en zegt door dat raampje: 'We doen het niet vaak, maar voor deze keer krijg jij je geld terug.' Als we niet uitkijken, gaan we aan grote vissen en excessen ten onder, ook die prachtige Nederlandse karperbladen. We moeten eens ophouden ons enkel te fixeren op grote vissen en de beginners de kop gek te maken. Ik neem elk jaar een jonge knul van 12, 13 jaar onder mijn hoede om hem de schoonheid van het karpervissen bij te brengen (jeugdvis-instructie op mijn manier). Ondanks dat ik dan over de diamantjes aan de hengel oreer, gaat zo'n knul als hij 16 is rustig een dertiger overzetten. Dat vind ik dus gewoon een dief. En dan dat gezuip aan het water. We moeten ons organiseren, ijveren voor nachtvissen het hele jaar door, met de verplichting om tijdens het vissen wakker te zijn. Als je wilt slapen aan de waterkant (moet legaal kunnen, met tent) draai je de hengels naar binnen. Als de elektronische beetverklikker verboden wordt, raken we de verkeerde vissers vanzelf kwijt. Denk daar maar eens over na!

Namen

Evert: Tot slot graag jouw commentaar op de volgende karpervissers.

Jack Hilton Heb ik ademloos gelezen en het leek wel of ik zijn vriend was.
Chris Yates
De meest waardevolle mafkees aller tijden. Meesterlijk fotograaf. Samen met Izaak Walton verantwoordelijk voor mijn huidige karperbeleving. Voorbeelden voor mij als visser en schrijver (Yates ook als fotograaf). Mijn tweede boek is in hun geest geschreven. Door Chris Yates ben ik veel met de pen en drijvend gaan vissen. Ik sta in mijn regio ook al bekend als de man met de hoed, als je maar genoeg tomaten eet, ga je vanzelf op een tomaat lijken.
Tim Paisley Heeft ook fijne boeken geschreven. Makkelijk verteerbaar met een goed glas wijn. Jan Junge. Vond bovengenoemde Paisley eens een charlatan. Maar hij vond wel meer, niet waar Evert? Verder een kundig man waar ik ooit een leuke briefwisseling mee heb gehad. Hij stond voor zijn zaak, dat neem ik nu een beetje van hem over. Ik werk vlak bij hem en heb al jaren het idee om een gewoon bij hem aan te bellen...
Luc de Baets
Goede karpervisser geweest, zijn vertalingen vind ik minder. Ik heb hem ooit beleefd aangesproken met een heel nette vraag. Hij kwam met een arrogantie uit de hoek waar ik stil van werd. Nooit eerder of later meegemaakt. Daarom ben ik zeer gekleurd en vind ik het jammer, dat hij in het wereldje zo wordt opgehemeld. Hij is al heilig verklaard...

Jacques Schouten Prima visser. Is mijn collega geweest en helaas te vroeg van baan veranderd. Had ik veel van kunnen leren. Joris Weitjens. Wordt mijns inziens terecht een van de beste Nederlandse karperschrijvers genoemd. Nog een heel aardig mens ook. Ook hij is voor mij, evenals Gerard Schaaf, een voorbeeld.
Marc Muller
Vriend van mij. Laat maar schuiven. Een van mijn beste vismaten, ondanks dat we niet veel samen vissen (misschien juist wel daarom). Man met een gouden jeweetwel, maar doet er trouwens veel voor.
Ton Cremers
Geen mening.

Franklin Broeckx Heb ik een soort 'liefdesverdriet' om.

Bald, bedankt voor je openhartige en bereidwillige medewerking.


Joop Butselaar