Henk ter Maat

Mijn 35 % norm

Beste Douwe,
Kan het eiwitgehalte als absolute leidraad gebruikt worden?

Ik zal pogen mijn gedachten in deze aannemelijk op papier te zetten, wat nog een hele klus kan worden omdat ik wil proberen de materie vanuit verschillende invalshoeken te belichten.


Allereerst ga ik 36 jaar terug in de tijd omdat ik toen als tienjarige knaap mee moest gaan helpen op de kleine varkenshouderij van mijn ouders (fokken en mesten).
Vanaf het begin kreeg ik al te maken met voersamenstellingen voor de verschillende leeftijdsgroepen van de dieren. Daarbij speelde een belangrijke rol of het dier bestemd was voor de fokkerij of mesterij. Bovendien werd er rekening gehouden met zomerse en winterse omstandigheden omdat deze dieren in wisselende omstandigheden een wisselende energie behoefte zouden hebben. Het voer werd dus aangepast aan de vraag (jonge of oudere dieren, fokkerij of mesterij, warme of koude jaargetijden) om zodoende een balans te bereiken tussen een tekort of overschot situatie van eiwitten, vetten en koolhydraten.
Al doende leerde ik dus al op jonge leeftijd dat voersamenstellingen en voedingswaarden aangepast dienden te worden aan de behoefte en specifieke omstandigheden voor het "welzijn" en de gezondheid van de beesten, en niet te vergeten de positieve financiële opbrengsten voor de ouders van een groot gezin.

Bakker

Vanaf mijn 13e jaar kwam ik in de bakkersklas terecht en daar kreeg ik weer met het voedingswaarde belang te maken, nu echter waren mensen de doelgroep.
Warenkennis en vaktheorie gaven samen met de Nederlandse voedingsmiddelentabel al een aardig inzicht in het belang van een uitgebalanceerde samenstelling van proteïnes, vetten, koolhydraten, vezels, vitamines en mineralen. En zo kwam ik dus in de voeding terecht.

Koks opleiding

In militaire dienst werd het vanzelf de koksopleiding, niet dat je daar zo"n geweldige kok zal worden, maar je leert daar wel hoe men het best met voeding kan omgaan zonder dat er al te veel vitamines en andere essentiële stoffen verloren gaan.
En alle voedingskennis welke ik verzamelde werden later eigenlijk als vanzelf ook toegepast bij het vissen en nog later bij de karpervisserij. Voor mij was het duidelijk dat er met een goede samenstelling gevoerd moest worden om te voorkomen dat de vissen het voer op den duur niet links laten liggen.

Jaargetijden

Ook viste ik 's zomers vaak en graag met een aardappel en roggebrood, en vaak werd er in die periode ( en nu nog) goed mee gevangen. In het warmere jaargetijde is er al genoeg natuurlijk voedsel ( lees, veel eiwitten) voorhanden. Het natuurlijk voedsel bevat ongeveer 40-50 % eiwit. In een situatie dat er veel eiwit voorhanden is, zal de karper eerder naar koolhydraten gaan zoeken; ofwel die aardappel, bonen of roggebrood die wij karpervissers hem aanbieden.. Waarom werd er vroeger 's zomers veel meer op karper gevist dan 's winters? Omdat de karper in koudere periodes niet zou bijten?
Neen: de karper zocht juist 's zomers die aardappel of die bal roggebrood ( waar eerst ook nog mee gevoerd was) dus veel koolhydraten. Dit hoog koolhydraat voer had tot gevolg dat het totale voedselpakket wat meer in balans kwam, een soort welkome tegenhanger voor de eiwit overschot situatie. ' s Winters was de karper hiermee vaak niet vangbaar omdat ze het gewoon niet deden op hetzelfde aas wat 's zomers nog zo goed was. Geen wonder (denk ik) want het is veel te eenzijdig voor een totaalpakket en vult daarom in de koudere periode geen overschot en/of tekort aan. In de winter is het energieverbruik van de karper zo laag dat het niet ondenkbaar is dat een voer met 90 tot 99 % koolhydraten het gevoel van welzijn te veel zal verstoren. En voor de energie hoeft het dan ook al niet, omdat de karper 's winters geen of bijna geen energie ofwel koolhydraten verbruiken.

Boilies?

Op een gegeven moment deed de boilie zijn intrede, en eigenlijk veranderde er voor mij nog niet eens zo heel veel, want de voedingswaarde in mijn deegjes bepaalde ik altijd zelf al.
Nu kon ik na het koken van de deegknikkers wel wat gerichter op karper vissen en door de stevigheid ook verder uit de kant vissen. In die jaren 90 / 97 viste ik met eiwit percentages tot 22 % en 's winters tot 28 % niet hoger omdat ik van mijn buurman in Didam hoorde dat 22 % al erg hoog was, maar ik ving er wel goed mee. Deze buurman was werkzaam bij Hendrix mengvoeders als hoofd vertegenwoordiger en verkoopleider en wist heel veel te vertellen over veevoeder samenstellingen. Van hem hoorde ik ook dat de firma Trouw Nutrition uit Putten een dochteronderneming was van Hendrix en vooral werkzaam op het gebied van visvoer. Met name de zalmkwekerij in Noorwegen en Ierland. Van de heer van ( de account manager van Trouw Nutrition) hoorde ik via de telefoon welke voedingswaarden er bestonden voor de verschillende Trouvit soorten, en hoe Trouvit aan te wenden voor de karpervisserij. Percentages tot 30 % vond hij al hoog genoeg omdat een karper een heel ander dier is dan een zalm. Een zalm is een vleeseter en kan eiwit percentages tot 45 % aan, van een karper wist hij niet zo veel omdat ze alleen met zalm werkten maar omdat een karper een alleseter is dacht hij aan 30 % eiwit maximaal. Zijn naam noem ik maar niet, het was matswerk en dus hebben wij nog nooit van elkaar gehoord, ( bedrijfsgeheim van zijn kant) en begrijpelijk. Het jaar 1997 liep op zijn eind en ik las een boek van Evert Aalten, Succesvol vissen op Grote Karper, meteen gevolgd door Karpervissen Avontuur en Passie. Eindelijk iemand die verstand heeft van voedingswaarden. Wat een openbaring en hoe goed uitgewerkt en uitgeplozen. Het eerste boek over het belang van een goede voedingswaarde en hoe daarmee gericht op de grotere exemplaren te vissen. Het tweede boek gaat over het belang van de watertemperatuur in relatie tot het natuurlijke voedselaanbod. Wanneer ik deze twee boeken achter elkaar en door elkaar lees, dan zie ik hoe ze elkaar aanvullen met het doel grote karpers te vangen, omdat niet de eiwitten of de vetten of de koolhydraten belangrijk zijn.

Neen: de totale voedingswaarde van het totale pakket is belangrijk en moet altijd een welkome aanvulling zijn op het natuurlijk voedselaanbod op het moment van gebruik.
Dus eigenlijk niets anders doen dan het voer aanpassen aan de omstandigheden. Vissen met laag-eiwit boilies als er veel biologisch leven en natuurlijk voedsel is en met meer eiwit als er maar weinig biologisch leven of voedsel is. Min of meer zoeken naar de juiste Balans. Evert Aalten voert het één en ander nog verder door omdat hij met laag-eiwit boilies selectief op alleen grote karpers wil vissen. (De titel is niet voor niets; Succesvol Vissen op Grote Karper, het zegt wel heel veel over de inhoud). Niet zo'n vreemde theorie, wanneer je bedenkt dat de grotere exemplaren veel minder behoefte en gebrek zullen hebben aan eiwitten omdat deze grotere vissen niet zo veel meer hoeven te groeien dan de kleinere en jonge karpertjes. Hoe dan ook, het vertoonde veel gelijkenissen met de voerpatronen van vroeger op de boerderij. Omdat ik echter het hele jaar door wil vangen heb ik voor een middenweg gekozen door de norm te stellen op 35 % minus de watertemperatuur. Om zodoende op voorhand het eiwit overschot ( welke kan ontstaan in de warmere periode door veel biologisch en natuurlijk voedsel) zoveel mogelijk uit de weg te gaan. In het najaar voer ik dus langzaam het eiwit % op gerelateerd aan de watertemperatuur. Nu is het niet zo dat ik het eiwit % in het voorjaar meteen ook weer laat zakken wanneer de watertemperatuur weer langzaam gaat stijgen, maar wacht hiermee tot het biologisch leven en voedselaanbod weer op gang begint te komen. Dat verschilt wel eens maar meestal ligt dat rond de periode wanneer de brasem gaat afpaaien, dus wanneer de watertemperatuur rond de 16 - 17 graden ligt ga ik zakken met het eiwitgehalte. Verder heb ik gelezen: de bevindingen en aanbevelingen van Schaperclaus uit '63 en'64, dit betrof voedingsexperimenten in karper kwekerijen. En een proefschrift van Merla uit '63. The biologie of Fishes van een Engels duo,( de namen ben ik kwijt). Nu bleek uit de meeste onderzoeken dat wanneer het eiwitgehalte in het karpervoer rond de 30 % van het totale voer aanbod lag, dit de beste groeiresultaten opleverden.
En al deze onderzoeksresultaten en documentatie kreeg ik van een inmiddels afgestudeerde biologie student uit de biologie bibliotheek van de universiteit van Nijmegen (KUN).
Het behoeft ook geen verder betoog dat ik van haar ook wel veel hoorde inzake vissen en voer. (jawel het doctorandus is een zij ).
Ik heb gelezen en denk zelf ook dat het te gebruiken voer een aanvulling moet zijn op het natuurlijke voedselaanbod. En bovendien dat het te gebruiken voer, het doel moet hebben om het natuurlijk voedsel meer in balans te brengen, dan het in plaats van het natuurlijke voedsel aan te bieden. Het natuurlijke voedsel van de karper bestaat uit ongeveer 50% eiwitten, gerekend van drooggewicht. Bovendien bevatten deze eiwitten ook nog een hoog biologische waarde.

De NEB, (Netto Energie Benutting)

Ik bedoel hiermee, dat de eiwitten van waterdieren zoals kreeften, mosselen, slakken, watervlooien en andere in het water levende wezens meer lichaamseiwitten bevatten voor de karper dan de eiwitten afkomstig van landdieren of melkeiwitten.
De NEB van deze eiwitten zullen voor de karper hoger liggen dan de NEB van melk of landdiereiwitten.

De karper zal waarschijnlijk meer rendement halen uit min of meer lichaamseigen eiwitten dan uit totaal vreemde eiwitten, omdat zijn natuurlijke afweer tegen vreemde eiwitten harder zal protesteren en deze vreemde eiwitten daarom ook weer sneller zal uitscheiden. Dat bedoel ik met een hoog biologische waarde, en of de uitdrukking correct is weet ik eigenlijk ook niet? Ik moest er maar een naam aan geven nietwaar? Wanneer er niet voldoende koolhydraten aanwezig zijn (granen en aardappel), dan zal door de karper het gebruik van eiwitten in plaats van koolhydraten als energieleverancier aangesproken worden ( niet economisch gebruik van eiwitten). Koolhydraten leveren de brandstof welke nodig is voor o.a. de beweging.
Bij een eiwit overschot situatie past een koolhydraat tekortsituatie, ofwel onbalans.
Bij een koolhydraat tekortsituatie gebruikt de karper de eiwitten als energieleverancier in plaats van groeileverancier. Door gebruik van eiwitten als energiedrager in plaats van bouwstof, zal de groei van de karper dan sterk geremd worden. Wanneer er in een eiwit overschotsituatie nu word bij gevoerd met koolhydraten dan zullen de eiwitten worden aangewend voor de groei, omdat er weer genoeg koolhydraten aanwezig zijn voor het overige energiegebruik Het eiwitgehalte is niet als "absolute leidraad" te gebruiken, maar de balans in het voedselpakket en de aanpassing aan de biologische omstandigheden speelt een minstens zo belangrijke rol, (ofwel het optimaliseren van de Netto Eiwit Benutting; NEB).

Koken

De volgende vraag is echter hoeveel eiwitwaarde de boilies tijdens het koken verliezen, Hierop kan ik geen duidelijk antwoord geven omdat ik het nooit gemeten heb, Wel weet ik weer uit de keuken en bakkerij, dat er aan de voedingswaarde niet zo veel veranderd door kort verhitten tot 100 graden, Vermoedelijk zal er aan de boilie voedingswaarde ook maar weinig veranderen wanneer we hem niet langer dan nodig verhitten, Zo kort mogelijk koken is dus raadzaam met het oog op het behoud van de berekende voedingswaarde. Het koken van de boilie is ook niet bedoeld om deze te steriliseren want dan zou de boilie door en door over een langere tijd 100 graden moeten zijn, ( b.v. 10 minuten ), Dan zal echter wel de voedingswaarde aangetast worden. Wij koken de boilies maar heel eventjes met het doel het aanwezige zetmeel te laten verstijfselen om deze zijn hardheid te geven, dus totdat ze gaan drijven. Hiervoor hoeven de boilies waarschijnlijk niet eens door en door 100 graden te worden, want de meeste zetmeel verstijfselt al tussen de 90 en 95 graden, en zullen daardoor de boilies laten drijven nog voordat deze tot in de kern 100 graden zijn. De schade voor de eiwitten blijft beperkt mits men het kookproces kort houdt en de boilies na het koken zo snel mogelijk laat afkoelen op een zeef of rek waar de buitenlucht vrijelijk kan doorstromen voor een optimale koeling en droging,

Kort en snel werken

Zo kort mogelijk koken en zo snel mogelijk koelen geeft zo weinig mogelijk schade aan de eiwitten. De berekende voedingswaarde zal door deze snelle werkwijze maar weinig veranderen,
Ik ben het niet eens met de stelling dat plantaardige eiwitten niet door de karper benut kunnen worden omdat ze ingekapseld worden en daardoor niet verteerbaar zouden zijn, Karpers zijn toch alleseters nietwaar? Dus zullen ze ook plantaardig materiaal moeten kunnen verteren. Dat ze daarvoor enzymen en fermenten gebruiken ( om de hardere celwanden aan te tasten) welke ze niet zelf aanmaken maar betrekken uit week- en schaaldieren sluit ik niet uit. Maar ik moet hierop een duidelijk antwoord schuldig blijven, Zal daarom deze stelling eens voorleggen aan Dorri, mijn Doctorandus dus, en eens horen wat zij er van vind, 't Was veel werk, maar wat ik kan, zal ik niet laten, en als je nu het groetend vermogen koppelt aan het werkvolume dan weet jij het wel,

sportieve groeten van Henk



Johan Steenks
Chris Gabriële