Henk ter Maat

Een 53-ponder in Frankrijk

Een schitterende two tone!

Ook in Frankrijk kun je afromen!

Dit verhaal gaat over het unieke visavontuur van karpervisser Henk ter Maat uit Didam, die in 1998 veertien dagen op vakantie ging in Frankrijk. Tot zijn stomme verbazing ving hij daar op een campingwater een gigantische spiegelkarper. Over die vangst en alles eromheen schreef Henk een uitgebreid verslag. Hij deed dat aanvankelijk voor zichzelf om die unieke belevenis niet te vergeten, maar ook om later thuis een zestal bevriende karpervissers er van te kunnen laten genieten. Toen Henk me zijn verhaal opstuurde en liet lezen, was ik diep onder de indruk.

Daarnaast en daar kom ik eerlijk voor uit, was ik ook gevleid, omdat Henk er niet omheen draaide, dat hij had gevist met boilies die hij had berekend volgens de normen van mijn eerste boek Succesvol Vissen op Grote Karper. Als publicist heb ik Henk natuurlijk gelijk gevraagd of ik zijn verhaal in een ietwat verkorte vorm in een magazine mocht publiceren. Henk was zeer vereerd met mijn positieve beoordeling van zijn werk, maar inhoudelijk kon het niet meer misgaan, want hij had zijn gevoelens recht uit zijn hart opgeschreven.

De belofte

Het diner besloten we met een stevig glas wijn. Hubert Muller, m'n Franse viskameraad en auteur van het Franse karperboek 'Sillages de Carpe', vroeg aan mij: 'Hoe een zware karper denk je de laatste week nog te vangen?' Omdat ik wist dat Huberts personal best op 19 kilo stond, speelde ik half mompelend: 'Een 20 kilovis natuurlijk!' Toen hij me eindelijk doorhad, volgde er een brede grijns en sprak hij de gemeende woorden: 'Het is je van harte gegund jongen, veel succes.'

Later bleek dat Hubert toch wel bang was geweest, dat ik dat kunstje nog zou flikken ook. Vooral omdat ik tijdens ons diner enthousiast verteld had over de zogenaamde 'Aalten-theorie', ofwel het door Evert beschreven aas- en voersysteem in zijn boek Succesvol Vissen op Grote Karper. Die denkbeelden spraken me wel aan. Ik vertelde hem ook, dat ik sinds woensdagavond een voerstek aan het voorbereiden was volgens een voerschema in dat boek en dat ik al een paar avonden had gevoerd met 1200 gram boilies met 18% eiwit. Hubert vreesde het ergste toen hij de uitleg hoorde.

Beet!

De volgende avond ging ik haastiger dan normaal naar de waterkant. De hele dag had de wind recht op de kant gewaaid, maar tegen de avond spiegelde het water. Rond half negen gooide ik de hengels in op zo'n 30 meter uit de oever. De diepte bedroeg daar ongeveer 4 meter. Ik was erg benieuwd. Behalve mijn karperspullen had ik ook nog een feederhengel meegenomen om tijdens het wachten wat witvis te vangen. Dus zat ik al een tijdje dwars aan het water te feederen met drie karperstokken vlak achter me, onder handbereik. Menig witje haakte ik, tot... zich plotseling een bescheiden piepje meldde. Ik keek om en zag de top van de rechter karperhengel tikken, kromgaan en jawel er volgde een hevig gekrijs van de beetverklikker.

Snel draaide ik die feeder naar binnen en greep die karperstok. Rustig feederen in een overjarige tuinstoel is echter heel wat anders, dan schuin achter me een locomotief te haken. De brute kracht dreigde me met stoel en al omver te trekken. Met moeite kwam ik ter been, alleen ging dat ten koste van de feedervoerbak. Ik verbaasde me over de massieve kracht en kon niets anders doen dan in de hengel te gaan hangen en afwachten. De slip liep in één tempo gestaag door, ondanks de 7 kilo weerstand.

Een eindeloze run

Het was een groot geluk dat de karper recht uit de kant zwom. Namelijk 15 meter links lag een botensteiger van 20 meter lang en rechts bevond zich een grote boei. Die eerste run duurde eindeloos, maar de meeste indruk maakte het constante nemen van de lijn. Nog steeds ging het zuiver rechtuit en haaks op de oever. In het gladde wateroppervlak kerfde duidelijk de lijn. Ik voelde twijfels opkomen, het ging steeds maar door. Er moest toch een hapering komen? De lijn toonde een slingering.

Ha, hij begon het moeilijk te krijgen, niet verwonderlijk, hij had wel zo'n 80 meter lijn genomen. De lijn neigde naar links. Ik gooide de hengel naar links en stak 'm onder water, terwijl ik met de rechterhand de spoel stopte. Krachtig gaf ik alle druk naar links. Zo heb ik al meerdere karpers uit balans getrokken. Meestal voelde ik daarbij flinke klappen of het bokken van de vis. Mijn doel was om de karper om te trekken en mijn eigen twijfels bij hem neer te leggen. Dat liet ie merken ook! Nooit tevoren bokte een karper met zulke machtige halen tegen zijn onzichtbare tegenstander. Ik had het nooit voor mogelijk gehouden dat een karperstok zo onnoemlijk krom kon staan, zonder te breken.

Groot en sterk

Ik realiseerde me dat deze vis wel erg groot en sterk moest zijn. Hij bevond zich nu op zo'n 100-120 meter uit de kant en zwom langzaam naar links. Ik verhoogde de druk en kon weer lijn terugwinnen. De botensteiger begon nu een gevaarlijk obstakel te vormen. Het lukte me niet de karper naar rechts te laten zwemmen. Daarom besloot ik mijn hengel boven mijn hoofd te houden en mee te lopen om zo de lijn in ieder geval over die steiger te leiden. Wegens de grote afstand lukte dat wonderwel goed. Een nieuw probleem was dat daar nog drie kleine steigertjes stonden met aan de laatste een zeilboot met een mast van 5 meter hoog. Verder hevelen ging dus niet.

Steeds probeerde ik de vis naar rechts te sturen, maar hij gehoorzaamde beslist niet! Onder een log verzet pompte ik 'm langzaam naar de kant en opnieuw dreigden de steigertjes. Ik bedacht ineens dat daar onder water ergens een ouwe schoeiing moest staan. Vrij gemakkelijk kwam ie nu, maar plotseling scheurde de karper zo'n 10 meter voor die steigers er weer vandoor. Alsof het geen enkele moeite kostte.

De oude hulp

Inmiddels stond er een twintigtal toeschouwers van de camping achter me. Een oudere man van in de zestig bleek ook een visser. Volgens hem was die vis wel 12 of 13 kilo. Ik wist wel beter en dacht aan Hubert. Een 20 kilovis had ik 'm beloofd..., dit is 'm Hubert! Ik moest me wel heel sterk vergissen! Ik had 'm eraan: 20 kilo Hubert! De angst om de vis te verspelen, greep me bij de keel. De run was over en opnieuw liet de vis zich naar de kant trekken. Het pompen stokte in de buurt van de ouwe schoeiing. Er bewoog niets meer. Hij lag erachter. De lijn liep iets naar links, stokte en bleef vastzitten. Onmiddellijk gooide ik de baitrunner erop en rende op de rechtersteiger zover ik kon.

Daar stak ik de hengel onder water, schakelde de baitrunner uit en gaf zware druk. Met een misselijk maken geknoerk nam de vis weer lijn. Plotseling zwiepte de lijn los en liep razendsnel naar de vis zo'n 50 meter uit de kant. Toen de vis voor de tweede keer in de buurt van die schoeiing kwam, pakte ik het anders aan. Ik trok zo hard ik kon met de top in het water en zag terstond een enorme kolk opwellen tussen het tweede en derde steigertje. Hij was er overheen! Ik rende naar de twee meter hoge kademuur. Daar drilde ik heel heftig in de kleine ruimte, aan weerszijden was amper vier meter water. De meeste krachten was ie gelukkig kwijt. Hier moest het gebeuren!

Net hoog!

Verschrikkelijk wat een massieve oerkrachten had deze vis. Opeens was het gebeurd. Het kolken rammen was over en rustig draaide hij nu rondjes onder de hengeltop. Hij toonde zijn machtige flanken. Wat een lichaam..., wat een beest...! Een superkarper hapte naar lucht. De oude man kwam in actie. Vanaf het eerste ogenblik had hij mijn schepnet in zijn handen geklemd en was hij geen meter van mijn zijde geweken. Daar lag ie onder ons, de reus hapte en mokte. De oude man stak het net zo diep mogelijk het water in en hield het daar, niets meer en niets minder, precies zo als ik had gezegd. Met grote jongensogen keek hij me aan, knikte begrijpend en wachtte op de afgesproken woorden: 'Net hoog!' Op het juiste moment gaf ik het commando en voerde hij de beslissende actie snel en perfect uit.

Plotseling bevond er zich een gigant in het landingsnet.

Eindelijk lag hij in het net. Ik wist niet wat ik zag. Wat een reus, wat een bak, ongelooflijk. Ik wist niets uit te brengen en was letterlijk met stomheid geslagen. Ik was helemaal leeg en knetter van de wereld. Ik schrok pas wakker toen de oude man het net poogde te tillen, maar hij deed dat op precies dezelfde manier als waarop ik met een riek de aardappels pleeg te rooien bij mijn schoonouders. Bijna sloeg hij over de kop het water in en geschrokken staakte hij zijn drieste poging. Ik gaf mijn hengel aan een campinggast, die waren er genoeg, en pakte met beide handen de spreidarmen van het net. De oude man verontschuldigde zich en gaf mij de eer..., maar ook mij lukte het niet alleen! Het net was veel te zwaar.

Hubert bellen

Nu grepen ook twee oude pezige handen het net en samen tilden we de karper over de muur en legden hem in het gras. De vele omstanders schreeuwden van alles: 'Wat een monster. Wat een dier. Een klein varken. Was ein riesigen Fisch!' Met de oude man beurde ik de karper naar de visstek, waar het allemaal begonnen was. Nu begon ik te genieten. Iemand vroeg hoe zwaar ik 'm schatte. Ik riep: '20 tot 22 kilo!' Opnieuw schoot Hubert door mijn hoofd. Allemachtig, ik trok 20 kilo aan de salter en in de natte weegzak kwam alleen de staart van de vis van de grond! Ommeheen was allemaal rumoer. Die unster was veel te licht! Hoeveel? In stilte dacht ik, die weegt wel 27 kilo, als het niet meer is.

Ten slotte zakten we de karper aan de botensteiger op twee meter diep water. Inmiddels was het over tienen. Ik begon mijn hengelspullen op te ruimen. Hubert bellen Ineens schoot het me te binnen dat ik Hubert moest bellen. Gelukkig had een Duitser, vriend Wolfgang, een GSM bij zich. Jammer genoeg bereikte ik alleen Huberts voice-mail en sprak daarop het korte bericht: 'Hallo Hubert, met Henk van de camping. Ik heb een karper gevangen van dik boven de 20 kilo en kan hem niet wegen. Mijn salter gaat maar tot 20 kilo en ik ben bang dat hij ook nog zwaarder is dan 25 kilo. Kom snel om foto's te maken en... om te wegen!

Gefeliciteerd Henk!

Daarna kwam ik tot rust. Die avond lukte het me niet te slapen, vooral niet omdat gisteren een karper van Wolfgang was gestolen, zomaar op klaarlichte dag tijdens de koffie! Daarom ging ik in het donker vier keer kijken of het monster er nog wel hing. Elke keer lag ie rustig en stil op de bodem van het meer. De volgende ochtend kreeg ik eindelijk de telefonische felicitaties van Hubert. Vriend Jan in Nederland die ik ook al op de hoogte had gesteld, had Hubert namelijk zelf te pakken gekregen. Hubert deed me het dringende verzoek om de karper vooral nog niet los te laten, voordat hij er zelf een fotoreportage van genomen had. Het kon alleen nog even duren, want hij zat te vissen in een verboden natuurgebied en moest bovendien nog anderhalf uur roeien.

Ondertussen hadden twee andere Franse karpervissers, Jannick en Christoff, een goede weegklok gebracht en gezamenlijk wogen we de vis. Hij was... 26,2 kilo! Er werden heel wat foto's genomen en ook was er iemand met een videofilm. Volgens die vissers was de karper minstens een kilo afgevallen. Aangezien de karper lang bewaard was, zaten er heel wat mosselscherven en vingerlange kreeftenpoten in de bewaarzak. Volgens die insiders woog ie gisteren misschien wel 27,5 kilo als ik hem gelijk gewogen had! Uiteindelijk gingen we akkoord met 53 pond!

Kuschel

Voor ik hem terugzette in zijn eigen element, gaf ik hem volgens een Franse traditie nog een naam. Ik doopte 'm Kuschel, omdat hij zich tijdens het wegen en fotograferen lekker liet strelen en aaien. Op zijn Duits is dat 'kuschelen'. Met een kus ging ie vaarwel en weg was de droomvis, hopelijk ooit tot ziens. De oude assistent bleek de dagen daarna een rasverteller op de camping. De hele dril vertelde hij in geuren en kleuren. Hij was een ware artiest in uitbeelden en deed lenig voor, hoe ik krom ik wel niet in die hengel had gehangen. Ik roemde hem voor zijn doortastende optreden op het eind, want zonder hem had ik het nooit gered. Groots zwaaide hij mijn lof weg. Nee, hij had niets bijzonders gedaan, maar dat hij glom van trots straalde er gewoon vanaf.


Willem Beijeman
Johan Steenks