Hans Vlek

De Dubbelvangst

Humor!

Dit verhaal is een nachtelijk visavontuur van Hans Vlek. Deze enthousiaste karpervisser ving eind 1998 de huidige Nederlandse recordvis op de Nieuwkoopse Plassen, op een officieus gewicht van 55 pond. Toen ik voor het verslag van die vangst op zijn kajuitboot was geïnviteerd, las hij me die middag op een beeldende wijze dit humoristische verhaal voor uit zijn logboek. Lees en vermaakt u met Hans' bijzondere belevenis.

Hans Vlek met de Recordvis op 55 pond in 1998.

Het is vrijdag 17 september 1993. Om 16.00 uur aangekomen. Koud. Het heeft dagenlang geregend, nu is het eindelijk droog. De boot is lekker schoongespoeld. De bedoeling is een ligplaats voor de komende winter te regelen en een nachtje te karperen. Dat betekent maïs koken, boilies rijgen, snoeren uitleggen. Om zeven uur is alles gereed en eet ik brood met gebakken eieren, koffie en chocoladevla. Olielampen aan en wat schrijfwerk gedaan. Besloten om vroeg te gaan slapen en om 24.00 bij te voeren, een zogenaamde servicebeurt. Een onbewolkte sterrenhemel is te zien als ik eenmaal in het donker met open gordijnen in bed lig. Ik slaap van tien tot twaalf, ga weldoende rond met maïsemmer en boiliepot en slaap van half één tot precies, vijf voor half twee.

Hengel twee meldt zich! Bliksemsnel ben ik erbij, neem de hengel op met één vinger op de spoel. Bingo. Draai aan de slinger van de molen en pompen. Geheel volgens het boekje land ik een schubkarper. Amechtig happend, in het gras liggend, los ik de haak en het beest gaat in de zwarte bewaarzak. Ik hoor stemmen als ik de hengel uitroei en nog eens bijvoer. Stemmen uit de omgeving van de bruine ark. Zou Dennis daar vissen? Nou, daar ben ik een uurtje later wel achter gekomen, toen het signaal van hengel één geluid en licht gaf. Als een speer ben ik met het net bij de korte hengel.

Bingo!

De karper zwemt vrij, hoera, maar toch is er iets, een beletsel, dat zich steeds heviger manifesteert. Ik snap er niets van, waarom komt het beest niet? Dan maar weer in de roeiboot en dan begint een avontuur, dat ik niet voor mogelijk had gehouden. Hoe meer ik naderbij kom, hoe vreemder het wordt. De lijn loopt van de hengeltop naar een karper, die vrij zwemt, maar toch niet dichterbij kan komen. Dan hoor ik iets verder nog meer geplons en gespetter, en nog verder stemmen, dezelfde stemmen als een uur geleden. 'Trekken, harder trekken', hoor ik zeggen en het plonzen wordt heviger en mijn lijn loopt af, terwijl de karper al haast in het schepnet zat.

Hans Vlek met een fraaie volschub van 30 pond uit Nieuwkoop.

Het beest wordt teruggetrokken door een onzichtbare hand. Dan gaat mij een lichtje branden, natuurlijk, dat moet het zijn! 'Hun' karper is met zijn lijn in de mijne vastgeraakt en dat is de oorzaak van de vreemde gedragingen van 'mijn' karper. Ik zie kans ' "mijn karper' in mijn net te krijgen en heb dan een vreemde lijn in mijn hand. Vanuit het schepnet loopt die lijn naar een lelieveld en ik waag de gok. Langzaam vooruitglijdend in de windstille nacht, de roeiboot aan de stengels van de leliebladeren naar de vastzittende karper brengend en meter voor meter de vreemde lijn binnenhalend, kom ik bij een over de oever hangende struik.

Twee stuks!

Daaronder zat karper nummer twee vast aan een tak. De pikhaak doet zijn werk en pikt de lijn tussen karper en struik op. Zo komt ook dit exemplaar in het schepnet. Even uitblazen, dit is niet normaal meer. Gelukkig zijn beide vissen uitgeput en verroeren geen vin, maar ik zit nog wel met de lijnen. Welke is de vreemde? Ik besluit de zaak te forceren en breek en bijt alles af, vanaf één meter van de karperbekken. Tubes en alles wat daarbij hoort, blijven in het net dat buitenboord blijft als ik langzaam terugroei. 'Hij is eraf!', hoor ik een teleurgestelde stem zeggen. Ze moesten eens weten.

Later bleek het niet Dennis te zijn, maar een tweetal onbekenden in een eigen visbootje, afgemeerd aan het eilandje van de bruine ark. Ik had ze niet kunnen zien, want daar zit een rietkraag tussen, waar 'hun' karper tussendoor gezwommen is, met 'hun' lijn achter zich aan. Eenmaal bij de boot gekomen, til ik het net in de gereedliggende opblaasboot en zie dat het om twee schubkarpers gaat. Nu heb ik er drie, ieder in een eigen bewaarzak. Opnieuw uitroeien en dan is het 04.30 uur als ik onder het dekbed kruip. In de kajuit is het nog maar 6° Celsius. Bij het licht worden, klinkt er weer een signaal, maar dat is een waterhoen dat gemorste maïs zoekt en met zijn poten de lijn meeneemt.


Hubert Muller
Willem Beijeman