|
|
|
Voeren op drukke wateren |
|
|
|
|
|
Dit onderwerp is door u verkozen en heeft een ruime meerderheid van stemmen gehaald t.o.v. de andere onderwerpen. |
|
|
|
|
|
Druk? Tja, wat verstaan we in Nederland onder druk beviste karperwateren? Dat geen enkele karpervisser een eigen stek heeft? Dat hij arriveert op zijn geliefde water en blij mag zijn aan te kunnen schuiven als toevallig een karpervisser vertrekt? Tja, bij gebrek aan water en veel vissers kom je in de “Engelse” situatie terecht, waar je nauwelijks voeren kunt. Laten we blij zijn, Nederland kent die situatie vrijwel niet. Nederland is het waterland bij uitstek: dus superveel water en weinig karpervissers. Wij Nederlanders zijn erg verwend met als gevolg een grote territoriumdrang. Wij vissen graag op een eigen stek die iedereen respecteert en waar we zonder problemen kunnen voeren.
Maar het is een heel stuk lastiger als je elke dag bang moet zijn, dat iemand je stek bezet, want dan heeft dit voerverhaal weinig zin. Toch is het goed te weten wat het uitgangspunt is. Hoe drukker het water, hoe moeilijker het is om van tevoren te voeren, want bij superdrukte geldt alleen, of je wilt of niet, de harde wet “opgestaan plaats vergaan”. Zolang dat echter niet het geval is en onze Nederlandse wateren relatief rustig zijn, staan ons diverse voermethodes ter beschikking. Laat ik de belangrijkste bespreken. |
|
|
Niet voeren, gewoon je eigen gang gaan? |
|
|
In een voerverhaal komt deze methode natuurlijk niet in aanmerking. Ik noem het wel, omdat in een superdrukke “Engelse situatie” dit de meest voor de hand liggende tactiek zal zijn. Neemt niet weg, dat op de stek waar ik instant dagenlang blijf bivakkeren, ik wel degelijk ook kan voeren. Ik hoef toch niet constant mijn hengels uit te hebben staan? Het voer mag toch ook zijn werk doen? Kan ik tenminste lekker slapen. Of ga eens op maandag vissen, na het superdrukke weekend. Er ligt dan voer genoeg. Zo ving ik binnen anderhalf uur vissen Bolletje op De Zwaan! |
 |

Gevangen met een stugge onderlijn op zwaar gedresseerd water.
|
|
|
|
|
|
 |
Voordeel: Geen tijdverlies met voeren. Je kunt gaan zitten waar je wilt. |
 |
Nadeel: Niet voorbereiden betekent tijdverlies met uren maken. Niet voorbereiden betekent tijdverlies met uren maken. |
|
|
|
Kleine, flexibele voerplekjes maken |
|
|
Vooral in de koele jaargetijden, de voorjaars- en herfstmaanden, is het uiterst lucratief om kleine, compacte voerplekjes aan te leggen. Met een jaszak boilies loop je regelmatig rond het druk beviste water. Je geeft je ogen goed de kost, observeert en afhankelijk van de wind en de vrije stekken, voer je hotspot zo’n 30 boilies. Dat kan overal zijn: aan de kant, onder een tak, bij een leliebed of op een jouw bekend talud. Het motto is “frequent voeren” en het liefst tweemaal per dag, minstens een keer ’s ochtends en een keer ’s avonds. Hopelijk ook zonder dat iemand het ziet. Het korte termijndoel is één mooie karper per plek en als het op het ene plekje niet lukt dan verkassen we heel vlug naar het volgende. Voordeel: Bij succes ligt er precies op dat plekje een karper te wachten. Die karper is perfect aangevoerd en als het ware vastgepind, juist door die precieze strategie. Deze methode is het best te vergelijken met de kleine maïsstekjes die een penvisser maakt, vlakvoor hij gaat vissen. Zo zijn een boel plekken uit te proberen, ook de niet gangbare stekken. Is zo’n stek toevallig bezet, dan geeft dat niets, want daar hebben we al rekening meegehouden. Je claimt ook geen stek, want na een korte blank of snelle vangst ben je alweer vertrokken. Nadeel: Flexibel kunnen vissen en vooral ook de tijd kunnen vrijmaken om te observeren en om regelmatig kleine hoeveelheden boilies hotspot te kunnen voeren. Op de visdag moet je natuurlijk wel redelijk vlot van stek kunnen veranderen. Dat is lastig als je lekker liggen wilt en veel comfortabele visspullen hebt meegenomen. |
|
|
Het hele water aanvoeren. |
|
|
Het hele water? Geldt dat alleen voor kleine watertjes? Hoe lang moet ik voeren? Hoeveel moet ik voeren? Teilen vol? Hoe zit dat met wateren boven de 20 hectaren? Trouwens, dan moet ik nog steeds op de visdag instant vissen en wachten tot er toevallig – jawel: want er is geen stekherkenning! – een karper langs komt zwemmen, niet dan? Dan zou die karper ook al eerder van mijn superboilies gegeten moeten hebben én de daarbij behorende supergeheime smaak moeten herkennen, zodat hij volgens de theorie doldriest aan zal bijten. Maar stel nu eens, dat die langszwemmende karper helemaal niet van tevoren van mijn superboilies heeft gegeten, dan vis ik toch daadwerkelijk instant en was al mijn moeite vergeefs! Door het heel bewust ontbreken van de associatie stek-voedsel, ofwel de stekherkenning, weet geen enkele karper waar hij moet zijn, dus ook die vissen niet die al eerder van mijn boilies hebben gegeten! Nog een probleem: stel dat andere karpervissers ook op dezelfde manier voeren of in de buurt zitten met een gewone voerstek en dat ze, net als ik, ook uitstekende boilies gebruiken: waarom zouden die vetgemeste karpers dan hun voerplekken verlaten en (alleen) mijn superboilies gaan eten? Terwijl ze niet eens weten waar het ligt? Alleen omdat ik er weinig vis en ik ze nog niet aan mijn haak heb geslagen en die andere vissers wel? |
|
|
|
|
|
 |
Voordeel: Superieure voedselherkenning zonder stekgebondenheid en zonder dressuur. Je kunt gaan zitten waar je wilt. |
 |
Nadeel: Wel erg lastig om jouw superboilies te laten domineren in een situatie waar ook de concurrerende vissers uitstekende boilies gebruiken en wel degelijk hameren op stekherkenning. Voorts de noodzakelijke, grote hoeveelheden boilies die je nodig hebt en de lange tijd die je voeren moet om die voerherkenning erin te stampen. Trouwens lukt dat wel? Aan het eind van het liedje moet je toch nog instant vissen en veel uren maken. Een slotopmerking. Hoe verhoudt deze voermethode zich eigenlijk tot de andere aanwezige vissers? Is het sociaal om in het wilde weg overal boilies te dumpen, dus ook bij en over andere karpervissers heen, omdat je anders niet het hele water bestrijkt? Zijn we zo niet juist op de drukste wateren asociaal bezig! En op rustiger wateren? Daar ontbreekt het nut van deze omslachtige voermethode totaal. We kunnen dan beter direct aan de slag met de snelle en zeer effectieve methode van de normale voerplek! |
|
|
|
Sectorsgewijs voeren. |
|
|
De afgeslankte vorm van “het hele water aanvoeren”. Het voordeel ontgaat me, zie mijn opmerkingen hierboven. Waarschijnlijk gebruikt men deze term bij dermate grote wateren, waar het onmogelijk is om het hele water aan te voeren. We bevoeren dan een sector. Ik geef toe, klinkt wel modern. Zelf denk ik eerder aan een normale, uit de kluiten gewassen voerplek. Mijn vragen. Voeren we van tevoren, of instant? Is hier ook geen sprake van stekherkenning? Of wel? Maar dan is het toch een gewone voerplek! Enne…, ik dacht dat we het hadden over “Voeren op drukke wateren”, dus hoe zat dat ook alweer met andere aanwezige vissers? Of houden we met niemand rekening en claimen we die hele sector voor onszelf? Maar als je toch doet wat jezelf wil en geen rekening hoeft of wil houden met anderen, heb je natuurlijk nooit een voer- of visprobleem, ook niet op de drukste wateren! |
|
|
|
|
|
 |
Voordeel: Weinig. |
 |
Nadelen: Zie boven. |
|
|
|
Een normale voerplek aanleggen |
|
|
Als het maar even kan, gaat mijn persoonlijke voorkeur hiernaar uit. Zelfs al zijn er meerdere vissers met eigen voerstekken. Als je creatief bent, zijn er altijd stekken te vinden, ook al rendeerden die minder in het verleden. Maar ook hier geldt het adagium van de beurs, dat resultaten uit het verleden geen garantie geven voor de toekomst. Integendeel, juist die overgeslagen stekken zijn misschien de beste stekken vanaf nu! |
|
|
|
|
|
 |
Voordeel: Optimale stekherkenning van de karpers die door een goede associatie tussen onze stek en de aldaar liggende boilies, makkelijk snappen waar ze moeten zijn. Op het eind van het gebied waar die herkenning vermoedelijk nog net tot stand komt, trek ik globaal de grens hoe breed ik voeren zal en hoeveel voer daarvoor nodig is. Vanzelfsprekend verschillen de voerhoeveelheden in zomer en winter. Tegelijk daarmee varieert dus ook de oppervlakte van de voerstek. Op een zomerstek kan ik met 2 à 3 kg een flink wateroppervlak bestrijken – en dan is 15 bij 15 of 10 bij 20 meter echt geen kleine, compacte voerplek –, terwijl de karpers nog steeds weten waar ze moeten zijn. Algemeen geldt dat hoe groter het voeroppervlak is, hoe ijler het voer aanwezig is en des te minder de karpers in de gaten hebben waar het ligt! Je zou kunnen zeggen dat waar de normale voerplek begint met falen, het moderne sectorvoeren begint. Want, even niet vergeten, bij een normale voerplek stelden we ook alweer de strikte eis, dat we de vissen daar probeerden tegen te houden of terug te laten komen. Twee tot drie voerdagen is hiervoor ruim voldoende.De voerstrategie die ik wel zie zitten, is om met enkele vrienden op hetzelfde water precies hetzelfde voer te gebruiken, maar dan wel bij iedere visser op zijn eigen voerplek. De karpers die de ene visser laat glippen, wat geregeld gebeurt door normaal verloop of mislukte stekherkenning, heeft dan hopelijk nog wel de smaak en de eigenschappen van hetzelfde voer onthouden op een van de andere voerplekken. En lukt dat niet, niets aan de hand, want elke aparte voerplek is er toch op gericht de vissen vast te houden! Misschien voer je op deze manier veel gemakkelijker een sector, of een heel watertje aan! Wat losse voersporen tussen de diverse voerplekken kunnen dan geen kwaad. Uiteindelijk profiteert elke karpervisser van zijn eigen voerplek. De enkele ertussen duikende concurrent heeft het zwaar te verduren, aangezien de vissen zowel links als rechts van hem worden tegen gehouden en de eventuele glippers misschien ook nog op zoek zijn naar de boilies die overal op voerplekken liggen. In de huidige praktijk blijkt keer op keer, dat de normale voerplek prima resultaten scoort. Vaak juist wanneer de concurrentie meent “het hele water te moeten aanvoeren”. Dat komt heel simpel, omdat bij uitstekende boilies en prima stekherkenning de karpers heus niet zo dom zijn, dat ze snel vergeten zijn waar ze die lekkere boilies konden halen! Omgekeerd is het zelfs voor intelligente vissen een onmogelijke zaak om boilies te vinden, waarvan niet duidelijk is waar ze liggen! |
 |
Nadeel: Behalve de tijd die je dient vrij te maken om een paar dagen te voeren en het mogelijke balen als een karpervisser toevallig je voerplek bezet, zie ik niet. |
|
 |

|
|
|
Overdreven karperfoto’s Het belang van smaakstoffen
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |