Over boilies gesproken

De karper als boilie-eter

Ondertussen zijn er heel wat maandjes verstreken dat ik met Jan Eggers de afspraak had gemaakt om in mijn artikelenreeks voor De Visser het onderwerp 'boilies en hun samenstelling' te bespreken. Nu het zover is, aarzel ik te beginnen.

Zo'n stofzuiger slurpt heel wat boilies op!

Heden ten dage zijn boilies Big Business ofwel een miljoenenindustrie. In elke hengelsportwinkel liggen de glanzende zakken met ready mades van de diverse merken. Elke kleur en smaak is er te koop en de prijzen dalen en dalen. Hele volksstammen vallen voor de verleiding. Waarom zou je ook zelf in je keuken rommelen om boilies te gaan maken, als je tegen een spotprijs zakkenvol perfecte ronde, knalrode en naar aardbei geurende boilies op de hoek kunt kopen? Wie juicht niet als het gemak de mens dient: hiep, hiep, hoera!? Toch verbergt zich een geniepige adder onder het gras. Die in de hemel geprezen ready mades hebben zeer besliste nadelen, tenminste als ik ze vergelijk met de eigen brouwsels thuis. In dit artikel over boilies zal ik mijn scepsis bespreken over ready mades en mijn heilige vertrouwen in een goede 'doe-het-zelf-boilies'.

Een kleine intro

Als tegenwoordig een visser het besluit neemt om op karpers te gaan vissen, zal hij zich wijselijk laten adviseren door winkelier. Kees schaft een beste uitrusting aan. Hij koopt hengels, molens, nylon, haken, een stretcher, een bivvy, een rodpod; eigenlijk teveel om op te noemen. Als hij alles heeft gekocht, komt tot slot het aas en dat zijn natuurlijk die mooie boilies. Maar Kees had die mooie knikkers allang zien liggen en net zo goed als hij geen verstand heeft van de bouw van een hengel, van het binnenwerk van een molen of van de constructie van een haak, heeft hij dat evenmin over boilies.

De winkelier heeft merken te kust en te keur en adviseert hem om gewoon een zak ready mades te kopen van een gerenommeerde firma en klaar is Kees. Vol vertrouwen verlaat Kees de winkel en snelt naar de waterkant. Daar moet hij het helemaal zelf doen, want vangstgarantie geeft natuurlijk niemand bij het vissen. Wat hij daar uitspookt, weten we niet. Misschien gaat hij dagen zitten wachten, of gaat hij eerst uitgebreid voeren? Of zou Kees karperboeken lezen, of hengelsportmagazines, of folders van de een aasfirma?

Zonder praktijkervaring? Dan is het ook supermoeilijk om de juiste weg te vinden!

Wat ik met deze intro wil? Kees heeft nog geen enkele praktijkervaring opgedaan en is dus makkelijk te beïnvloeden. Reclame is erop gericht om te verleiden en te verkopen. Zonder dat hij het in de gaten had, is Kees al getroffen door die pijlen, zoals het glimmende papier, de heldere kleuren en de lekkere smaak en als klap op de vuurpijl ziet hij ook nog de bewijzen in de vorm van schitterende foto's met monsterkarpers die met het bewuste boilies gevangen zijn. Wie is Kees dat hij kan twijfelen aan het vakmanschap van de fabrikant of aan de kundigheid van de cracks? Als ik in Kees' schoenen stond zou ik ook door de bomen het bos niet zien en op mijn gevoel moeten afgaan en de meest gevraagde merken uitproberen. Wat moet je anders?

15 jaar geleden

Er was een tijd dat er nog geen boilies waren: het pre-boilietijdperk. Toen ik 15 jaar geleden mijn wedstrijdhengels aan de wilgen hing (in 1978 was ik individueel 8ste op de WK) en begon te karperen, had ik geen flauw vermoeden dat in Engeland al het karperwonder van de eeuw was uitgevonden, namelijk een simpel deegballetje dat gekookt een hard schilletje kreeg en beroemd zou worden als de boilie! In 1984 hoorde ik ervan. Nergens lagen ze in de winkels en de enkele karpervissers die het wel wisten, koesterden angstvallig hun geheim. Wie met boilies wilde vissen, moest ze thuis maken!

Ook ik deed dat en rommelde in de keuken. Als ervaren wedstrijdvisser wist ik veel over aas en voer, en ook dat eenvoudige recepten dikwijls effectiever waren dan ingewikkelde foefjes, wondermiddeltjes of geheimzinnige flesjes. De betere vissers gingen hun eigen gang. Uitsluitend de huis-tuin-en-keuken-vissers kochten kant en klare voertjes. De resultaten met mijn eigen boilies waren grandioos. Wat ik in die begintijd meemaakte, waren mijn eerste karperervaringen aan de waterkant. In de loop der jaren ontwikkelde ik een eigen visie en mijn simpele uitgangspunt was altijd: 'Hoe en met welke boiliesamenstelling vang ik de karpers het beste?

De eerste ready mades : In 1985-1986 kwamen geleidelijk de eerste fabrieksboilies op de markt en ook de ingrediënten. Die boilies zaten in kleine bakjes en kostten een vermogen. Wat te zeggen van 400 gram voor een bedrag tussen de fl. 12,- en fl. 15,-. En dan die peperdure specifieke ingrediënten die exclusief afkomstig waren uit Engeland, de bakermat. Ik noem ze nog maar eens: caseïne, ei-albumine, sodium-caseïnaat, calcium-caseïnaat of soja-isolaat. Ik herinner me recepten uit boeken met uitsluitend dit soort dingen en het moet maar eens gezegd, dat er mixen bij waren waarvan eigenlijk niemand boilies kon maken. Waarschijnlijk waren ze met de natte vinger bij elkaar geharkt, blijkbaar door auteurs met commerciële bijbedoelingen. Men zweerde toen bij deze hoge eiwitten. Of ze vingen?

Geprobeerd : Op een blauwe maandag heb ik enige flappen uit mijn portemonnee getrokken en mijn lot deemoedig en vol vertrouwen gelegd in de handen van de toenmalige fabrikant. Qua vangen was ik veel gewend en wist dus terdege wat er op een geslaagde voerplek met goede boilies kon gebeuren. Met veel hoop heb ik ermee gevoerd en ben naar de waterkant gerend. Als de dag van gisteren weet ik nog dat mijn voerplek een compleet fiasco werd. Ik geloof dat ik met pijn en moeite maar één 10-ponder heb gevangen en dat was het mijn slechtste vangst sinds maanden en de duurste!

Mijn beklag : De winkelier zei steeds: 'Was je plek wel goed? Stond de wind niet verkeerd? Die dag beten ze gewoon niet. Met het karpervissen kan nou eenmaal alles gebeuren. Vangstgarantie heb je niet!' Voor ik het wist stond ik te bekvechten met een winkelier die logischerwijs zijn producten stond te verdedigen. Dat bleek een zinloze bezigheid.



Kleine Plas van Maarsseveen. Eind jaren '80. Hier testte ik al mijn boilies uit!

Eigenwijs of niet, mijn gevoel vertelde me dat ik had betaald voor een illusie. Wie zou in mijn plaats dan niet gewoon thuis in de keuken zelf zijn boilies gaan maken? Immers voor een zo'n 4 gulden draaide ik al een dikke kilo! Als vanouds vingen mijn zelfgemaakte ruwe knikkers grandioos en die dure balletjes uit de winkel konden daar absoluut niet tegenop! Die enerverende klus in de keuken was de enige last, maar werd telkens vergoed door het plezier aan de waterkant! Trouwens, ik had geen keus. Al had ik het geld ervoor over gehad en er genoeg van gekocht, dan nog had het geen zin! Op de forse voerplekken die ik maakte, rendeerden ze niet! Ik wist wel betere dingen dan mijn geld in het water te smijten.

Succesvol Vissen op Grote Karper

In de jaren '80 werd ik zo ziek van die commerciële onzin over boilies, dat ik mijn ideeën om betere boilies samen te stellen in 1991 opschreef in het boek Succesvol Vissen op Grote Karper. In grote lijnen brak ik daar een lans voor boilierecepten van eenvoudige producten, die waren gebaseerd op een evenwichtige balans in de voedingswaarde. En dan bedoel ik de verhouding tussen de eiwitten, vetten en koolhydraten, waarbij de koolhydraten verre in de meerderheid behoren te zijn! Middels een berekening kon voortaan iedereen exact die balans bepalen of waardoor die werd verstoord.

   
Die berekening was ingewikkeld door de vele variabelen.
Daarom hebben toen Gerard Wittebol en ik
die DOS-diskette Karpervoer ontworpen.  


De opvolger: Karpervoer 2000

   
Elke karpervisser kon hiermee in een handomdraai een oneindig aantal recepten samenstellen met willekeurig zelfgekozen producten. Laat ik een diepzinnige vraag stellen: 'Welke boiliefabrikant in Europa bepaalt eigenlijk met behulp van een dergelijke berekening de balans van de voedingswaarde in zijn product?' Ik denk, geen enkele. 


Elke karpervisser kon hiermee in een handomdraai een oneindig aantal recepten samenstellen met willekeurig zelfgekozen producten. Laat ik een diepzinnige vraag stellen: 'Welke boiliefabrikant in Europa bepaalt eigenlijk met behulp van een dergelijke berekening de balans van de voedingswaarde in zijn product?' Ik denk, geen enkele.

Het fabricageproces

Anno 1998 vist niemand meer met boilies die een hoog percentage eiwit bevatten. Dat komt niet door bewuste berekening, maar is het resultaat van een algemeen heersend bewustzijn, dat men zich niet langer voor de gek laat houden door de commercie. Iedereen weet tegenwoordig dat eenvoudige mengsels beter vangen dan dure moeilijkdoenerij producten. Op de huidige Europese markt gaat het niet om enkele dure zakjes, nee, nu gaat het vooral om de verovering van grote marktsegmenten met messcherpe prijzen en kwantiteit. Welk product is tegenwoordig gewilder dan de goedkope koolhydraatrijke boilies die niet bederven? Wie ze kan maken wordt miljonair. De fabrieken draaien honderdduizenden kilo's boilies en die worden zo goedkoop mogelijk geproduceerd, want de concurrentieslag is een moordend. Welke punten zijn van levensbelang voor een boilieproducent?

Een goedkope mix : Alle ingrediënten van de mix dienen zo goedkoop mogelijk te zijn. Dat betekent dus dat men de goedkoopste meelsoorten gebruikt als polentabloem, tarwebloem, griesmeel en sojabloem, enzovoorts. De gemiddelde kostprijs van een kilo droge mix mag zeker niet meer bedragen dan één gulden! Dus dingen als ei-albumine of caseïne komen er echt niet in!

Handelbaarheid en gladmakers : De verdere samenstelling van de mix wordt uitsluitend bepaald door de eisen van de boiliemachine. Het gaat erom dat de machine binnen korte tijd grote hoeveelheden deeg perfect kan verwerken. Het hoofddoel is een mooie gladde worst waarvan de walsen mooie ronde en gladde boilies moet kunnen draaien. Lastige ingrediënten komen daarom niet in aanmerking. Bijvoorbeeld tarwemeel doet het deeg, vermoedelijk door de vezeltjes, veel te veel opzwellen en daardoor kan men niet vertrouwen op de correcte diameter van de worsten, dus weg ermee. Trouwens die vezeltjes zie je later ook aan de buitenkant van de boilies en die ruwe dingetjes wil de gemiddelde karpervisser nu eenmaal niet. Verder wordt er dikwijls nog een bepaalde gomsoort, een soort behangplaksel, aan het deeg toegevoegd. Het doel is de diverse ingrediënten aan elkaar te plakken zodat de worst nog gladder wordt.

Conservering : Dit is het moeilijkste en het duurste probleem van alles. De markt vraagt boilies die niet bederven, terwijl boilies toch in wezen een zeer bederfelijk product zijn. Het geheim van een goede conservering heeft volgens mij nog geen enkele fabrikant ontdekt. Het is al een hele klus om het sowieso voor elkaar te krijgen dat ze niet bederven. Als het al lukt dan krijgen de boilies vaak een nare of bittere bijsmaak en in de praktijk heeft elke karpervisser (of karper?) dat natuurlijk direct in de gaten. Twee dingen zijn nu mogelijk

1) of men gaat dan over tot camouflage-tactieken; middels zoetmakers of flavours, waardoor de bijsmaak wordt onderdrukt.

2) of men gaat noodgedwongen opnieuw gaan speuren naar andere manieren van conservering. En owee, als een fabrikant die conservering niet voor elkaar kan krijgen dan zal zijn bedrijf zeker snel failliet gaan! Echt, alles moet hiervoor wijken! In de branche doet met op dit punt uiterst geheimzinnig en elk bedrijf heeft zijn eigen bedrijfsgeheim.

Uitharden: Een fabrikant zal niet vlug eieren of ei-albumine in zijn mix doen. Eieren of struif zijn niet alleen lastig, maar kosten geld en verhogen ook nog de kansen op bederf. Verder is ei-albumine natuurlijk veel te duur. Daarom zoekt een fabrikant graag naar alternatieve uitharders: bijvoorbeeld bloedplasma afkomstig van destructiebedrijven. Wat het effect hiervan is op de karper weet echter niemand.



Voedingswaarde?

In dat rijtje hierboven komt het begrip voedingswaarde niet voor!

Zo'n prachtige karper heeft recht op goede en gezonde boilies!

Terwijl juist dit punt voor het vangen van de karpers het belangrijkste is! Gedurende het fabricageproces is dit punt niet interessant! Pas in de reclamecampagne en in de folders wordt er een ludiek voedingstechnisch verhaal opgehangen en beweert men ineens dat die en die monsterkarper ermee gevangen is. Op een fabriek hoorde ik eens de kreet: 'Of onze boilies vangen Evert? Er is altijd wel een gek die ermee vangt! We zoeken gewoon wat mooie foto's bij elkaar van jongens die het wel leuk vinden om in een folder te staan.'

Kortom, met de voedingswaarde houdt niemand rekening of heel misschien pas in de allerlaatste plaats! Als ik de voedingswaarde van een willekeurige fabrieksboilie zou becijferen, dan denk ik dat het percentage eiwit ruim ligt onder de 20%, het percentage vet erg laag is en de rest koolhydraten zijn. Als ik verder nog de kwaliteit van de eiwitten, de hoeveelheden vitamines en het vezelgehalte zou analyseren dan denk ik dat iedereen zich wezenloos zou schrikken.

Schrikken

Een mens wordt vaak verweten dat hij slecht eet als hij elke dag kroketten, frikadellen en patat haalt. Daar zit nog meer voedingswaarde in dan in die goedkope meelboilies. Sterker nog, in die meelballen zitten wereldvreemde toestanden als gladmakers, binders, uitharders en een keur aan conserveermiddelen én in hoeveelheden waar een gemiddeld persoon al onpasselijk van wordt. Oké, in kroketten, in patat of mayonaise zitten dergelijke dingen ook, maar dan in uiterst minieme hoeveelheden, want voor de menselijke voeding is er tenminste nog een Keuringsdienst van Waren. En die let er scherp op dat er geen sprake is van ongezonde overdoseringen! Maar onze lieve karper moet alles slikken. Jammer genoeg bestaan er in de hengelsport nog geen wettelijk regels voor aas, voer of boilies! Amateur of professional, iedereen stelt zijn eigen natte-vinger-dosis!

Ready Mades

De nadelen : Met voedingswaarde wordt geen rekening gehouden en verder bevatten ze tal van onduidelijke stoffen in veel te grote hoeveelheden. Gelukkig hebben onze karpers dat instinctief vlot door als er rijkelijk wordt gestrooid met die ready mades. Hoe meer en hoe vaker er wordt gevoerd, des te slechter zullen de resultaten zijn, gewoon een gevolg van slechte vertering en nare bijsmaken.

De voordelen : Die liggen vooral bij de instantvisserij, dus waar directe verleidingstactieken worden toegepast en er niet van tevoren wordt gevoerd. Verder zijn ready mades gemakkelijk op visreizen in het buitenland, want dan heb je die dingen altijd bij de hand! Die onschuldige Franse karpers kunnen er toch niet van tevoren uitgebreid van eten, dus 'op de vis' zal het inderdaad wel bingo zijn! Het lijkt alsof ik dit alles in dit stukje wel erg scherp stel, maar ik spreek uit ervaring, zowel vanaf de waterkant als vanuit de fabriek. De drijfveer GELD maakt mensen gek. Met een kritische beschouwing als dit stukje doe ik alleen maar een poging om de vissers wakker te schudden. Misschien zijn er boiliemerken die correct en goed zijn, maar ik zou niet weten welke dat zijn. Waarom niet?



Strooi met goede boilies, dan vang je stukken beter!

Hopeloze achterstand!

Ze beweren allemaal, dat ze de beste en de goedkoopste ready mades produceren, die het allerbeste vangen. Kijk, dat laatste gaat er bij mij nou net niet in. Mijn huidige conclusie is en die heb ik ook al eens gesteld in de rotaryletter voor de KSN (Karperstudiegroep Nederland): 'Voor mij, mijn visvrienden en al die kennissen overal in Nederland staat het nog steeds als een paal boven water dat geen enkele fabrieksboilie kan tippen aan een goede zelfgemaakte boilie.

Op een voerplek heeft een ready made nog steeds een hopeloze achterstand.' Dit lijkt een gedurfde uitspraak, maar goed nagedacht is het dat eigenlijk helemaal niet. Om te beginnen weet elke doe-het-zelver absoluut zeker dat hij er wél eieren indoet en wat betreft de voedingswaarde zijn eieren een uitstekend ingrediënt! Denk aan de hoogwaardige ei-eiwitten en de dooier die vetten en vitamines bevat! Verder weet hij precies met welke ingrediënten hij werkt en zijn mix samenstelt en in de verhouding, die hij per se in zijn boilie wil hebben.

Beter zelf maken

De doe-het-zelver hoeft geen rekening te houden met al die levensbelangrijke punten van een fabrikant. Als hij er meer vetten in wil hebben, dan gebruikt hij eenvoudig meer eieren of olie. Evenzo bij vezels, koolhydraten of vitamines. Voedingsleer bestaat niet voor niks. De doe-het-zelver kan zijn voedingswaarde variëren naar gelang het jaargetijde. Wanneer het water in de wintermaanden koud is en de karper weinig eet, kan het eiwit- en het vetpercentage makkelijk verhoogd worden, waardoor het voer rijker wordt en meer verzadigend werkt.

Veel voeding
In kleine hoeveelheden kan de karper dan 'veel' voeding krijgen! Hoe zit het met deze variaties bij ready mades? Nog iets. Ready mades bedoeld voor de winter heb ik nog nooit in de winkel zien liggen. Of het zomer of winter is: ready mades zijn altijd hetzelfde. Dat is op zijn minst erg raar! Die hoge eisen zijn gewoon te lastig voor zo'n fabriek. We weten allemaal dat een karper een vis is en koudbloedig en dat zijn gedrag en eetpatroon zich wijzigt en aanpast aan de watertemperatuur in de 4 eizoenen van het jaar. Nog een voordeel eigen maaksels: daar hoeven niet per se plaksels of geheimzinnige conserveertoestanden in.

Mijn boilies vangen!

Zelf vries ik mijn eigen boilies ouderwets in! Dat mijn boilies niet glad zijn en niet ruw, en ook geen heldere kleur hebben en niet perfect rond zijn, vind ik geen enkel probleem. Ze vangen! Alleen al dat ik er geen rare fratsen mee uithaal, is in mijn voordeel! Dan kan ik ook nog mijn eigen balans bepalen! Voedingstechnisch bezien kan geen boiliefabriek concurreren tegen de boiliekok in zijn keuken!

Elke fabriek is dus eigenlijk in het nadeel. Dit wetende, ben ik ook de eerste om toe te geven, dat een goedwillende fabrikant ook moet roeien met de riemen die hij heeft. Daarom kan een karpervisser van hem niet het onmogelijke verwachten. Met al die commerciële beperkingen voor ogen kan ik me voorstellen, dat er op de markt een uiteenlopend scala te koop is aan gebrekkige kwaliteit. Naast de spotgoedkope ready mades die overal worden gedumpt, zijn er vermoedelijk ook redelijke ready mades te koop. Die moet je echter wel zoeken met een lantaarntje.

Een winterrecept

Voor de enthousiaste doe-het-zelver wil ik dit artikel besluiten met een boilierecept. Het betreft een recept dat bedoeld is voor de herfst- én de wintermaanden. In de zomer zal het óók prima instant werken. Ik publiceerde het in mijn boek Succesvol Vissen op Grote Karper. Nog steeds is het een uitstekend recept! Tot slot, wil ik waarschuwen voor een misverstand.

   
Een hoge voedingswaarde betekent niet altijd, dat er ook goed mee gevangen wordt! In de zomer doet een lage voedingswaarde het vaak beter!

Gebruik eiwitgehaltes van 20% of lager!

Aan U de keus. Veel succes.  



Boilies
Boilies maken