Overpeinzingen

Klein of groot?

Een prachtige spiegel uit Maarsseveen.

Bovenstaande titel 'Overpeinzingen' lijkt wat vreemd voor een artikel dat over karpervissen gaat. Het is de vlag voor enkele gedachtespinsels die ik heb gebrouwen over de wereld van ideeën die verborgen ligt achter de twee spreuken: 'Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd!' en 'Big is beautiful'.
Beide zegswijzen raken, denk ik, de kern waarom elke karpervisser op zijn eigen enthousiaste manier op karper vist. In de praktijk blijkt het dikwijls zo te zijn, dat iedereen op zijn eigen manier zijn hobby of passie uitoefent en beleeft. Een uitspraak die in de ene beleving begrijpelijk is, kan zo rauw en banaal overkomen in de andere. Dan kan de beledigde partij zich ineens ontpoppen als een moraalridder, die de ander uitmaakt voor een arrogante kwast. Daarna draait alles om het eigen absolute gelijk en claimen beide partijen het alleenrecht op fatsoen en hebben ze weinig begrip meer voor elkaar.

Een nieuw taboe?

Big is beautifull Laat ik om te beginnen met een harde smak een knuppel in het hoenderhok gooien. Ik schrijf op: 'Ik vind het niets meer aan om een 12-ponder te vangen! Ik jaag het liefste op grote karpers! Mijn motto is Big is beautiful!' Waarschijnlijk schok ik nu een aantal lezers en misschien zijn er zelfs bij die kwaad worden en niet begrijpen, dat ik dit zeg en hopelijk niet ook nog meen.Met die knuppel en die schok wil ik een taboe aantonen en die het liefst doorbreken. Of ik achter die boude uitspraak sta? Tja, daarover gaat deze overpeinzing. Geregeld ontdek ik de symptomen van dit taboe in hengelsportmagazines. Het lijken soms net twee kampen. Het ene artikel behandelt enthousiast allerlei technieken en tactieken voor de jacht op grote karpers in binnen- en buitenland, en is optimaal gelardeerd met prachtige foto's van gigantische exemplaren.

Nee, de kleintjes Op de volgende pagina ontdek ik een dot tegengas in de vorm van een hysterische bejubeling van het romantische visplezier. Dat is dan het fijnbesnaarde vissen met de pen, het betere struinwerk of het visuele korstvissen. Op zich zijn dat prachtige en uiterst effectieve vistechnieken. Steevast echter, staat er in zo'n artikel onopvallend geschreven, dat de essentie van het karpervissen puur draait om die manier en het plezier van het vissen zelf; en dat het vooral niet gaat om de grootte van de gevangen karpers. Bij datzelfde artikel staan natuurlijk wél de grootste vissen van de schrijver, die meestal niet zo groot zijn...

Sneren Soms lees ik zelfs sneren als dat 30-ponders alleen maar bereikbaar zouden zijn voor niets ontziende fanatici, die hoofdzakelijk de kunde hebben om duizenden uren te liggen slapen op hun zachte stretchers. Ooit las ik in een boek het verwijt aan de gemiddelde bivvy-visser, dat hij nog geen merel van een spreeuw kon onderscheiden en dat hij ook niet meer dichtbij de natuur kon of hoefde te staan, omdat hij tegenwoordig zonder dat..., maar mét de moderne technieken toch wel een karper kon vangen. Zonder..., ja zonder wat eigenlijk? Nee, de schrijver zelf ontwaarde alleen die magische momenten van een ijsvogel op zijn ochtendhengel of die geheimzinnig dampende nevel op het water.

Smaken verschillen Ik vraag me af, kan de rustieke opstelling van een glimmend roestvrij stalen rodpod met futuristische piepers en modieuze wakers zich niet stijlvol aftekenen tegen een bloedrood dalende zon? Is dat niet een kwartiertje genieten geblazen? En niet heel wat anders dan dat zenuwachtige gestaar naar dat alsmaar deinende rode puntje van die pen, die constant achter dat lastige lelieblaadje blijft hangen? Ik wil alleen maar zeggen, smaken verschillen en op plezier rust nog steeds geen monopolie.



Big is beautiful

Ook Gerard Smit vangt graag grote karpers.

Dat de huidige jager op groot wild niet opgewonden raakt als hij een 12-ponder vangt of daar zelfs teleurgesteld over is, is volgens mij niet meer dan normaal. Laten we daar eerlijk over zijn. Een ervaren karpervisser die al jaren vist, heeft vermoedelijk al honderden van die vissen gevangen en vele malen plezier beleefd. Maar een mens blijft niet hetzelfde.

Gevoelens veranderen en zijn verbonden met wat je bent gewend en moet je zien in de context waarin een visser zijn visserij beoefent en ook het doel dat hij nastreeft. Dat wil beslist niet zeggen, dat een kanjerjager een arrogante klootzak is, die een kleine karper op zijn tijd niet meer waardeert. De jacht op grote karpers is nou eenmaal een heel stuk moeilijker dan het vangen van een kleintje. Voor velen heeft dat vooral te maken met het stellen van een schier onmogelijke uitdaging en daarmee het ruim van tevoren opwerpen van bijzondere moeilijkheden die overwonnen moeten worden, zoals: geschikte wateren zoeken, reizen maken, voer samenstellen, kilo's boilies draaien, kennis verzamelen en vooral hard vissen.

Waarom?
De vraag 'waarom?' stellen, is hetzelfde om aan een avonturier te vragen 'Waarom hij een fiets- of voettocht om de wereld wil maken?' Terwijl een reis rond de wereld toch handiger is per luxe boot of een comfortabel vliegtuig? Het overwinnen van tegenslagen, het slimme puzzelwerk en het constante ervoor werken, is ook een overwinning op jezelf, het niet toe hebben willen geven aan je eigen slappe kanten en het juist niét kiezen van de weg met de minste weerstand. Dat is leven! Hoe hoger de drempel en hoe dieper het dal van het fiasco is, hoe meer de winnaar later juichen zal als hij zijn doel bereikt! Dat doel plus die hele rit ervoor leveren dan samen, dat fijne gevoel van welbehagen en prettigheid, dus andere woorden voor: plezier!

Nogmaals die knuppel

Om die knuppel nog eens op mezelf te betrekken: 'Geeft een 12-ponder me dan nooit plezier?' Mijn antwoord luidt: 'Dat heeft zoals gezegd vooral te maken met waar ik opuit ben en wat ik kan verwachten!' Als ik op een water vis waarvan het bekend is dat de kleinste karpers daar 12 pond zijn, maar de meeste vissen ruimschoots boven de 20 pond gaan en de kans op een mooie dertiger reëel is, ja dan zeg ik eerlijk, dan valt zo'n vangst me toch wel tegen. Ik zou mijn gevoelens verloochenen als ik dat ontkennen zou. Het omgekeerde geldt echter ook. Een voorbeeld

De Hoge Vaart
Niet zolang geleden viste ik voor de eerste keer in de Hoge Vaart van de Flevopolder. Van dat kanaal is het algemeen bekend, dat het er wemelt van de kleine karpers en dat de meeste vissen tussen de 6 en 15 pond wegen en een 20-ponder er zeldzaam is, maar dat de kans op een 30-ponder er nul komma nul is. Op die vaart karpers vangen, moest niet zo moeilijk zijn. Voordat ik er een hengel uitgooide, wist ik ongeveer wat ik kon verwachten. Omdat ik er nog nooit gevist had, vond ik het wel een uitdaging om dat water zelf eens mee te maken. Ik was benieuwd hoe het er daar in de praktijk aan toe zou gaan. Hoe makkelijk of moeilijk zou het zijn? Hoe zouden ze op voerplekken reageren? Hoeveel zou ik er vangen? Hoe klein zouden ze zijn? Zou ik er lekker veel vangen en voortdurend sport hebben? Hoe zouden ze trouwens vechten? Kortom, wat waren de mogelijkheden?

Opwindende 12-ponder

Toch wel een mooie 12-ponder.

Die eerste sessie vond ik heel opwindend. Vooral spannend was het wachten op die eerste run. Na een uur denderde verrassend genoeg mijn linkerhengel af, die ik als probeersel in de vaargeul had gegooid. Ik lieg niet, maar er schoot een golf van vreugde door me heen. Ik hield al rekening met een schichtig nauwelijks voelbaar visje, maar tot mijn blijheid knokte die vechter bijna vijf minuten lang!

In een flits dacht ik nog: 'Ik zal er niet toch een grote aan hebben?' Volgens verwachting was het een gewone, gestroomlijnde schubkarper van 12 pond. Niets bijzonders eigenlijk, maar eerlijk gezegd deed die vangst me toch wel iets. Die verfrissende mix van een nieuw water, dat ernaartoe rijden, er een keer te voeren en dat opwindende wachten op die allereerste karper deed me onverwachts terugdenken aan die eerste gevoelens van vele jaren geleden, toen ik dat prille vissersgeluk ontdekte uit m'n begintijd. Hoewel ik al lang geen foto's meer neem van 12-ponders, niet verwonderlijk want ik heb er ontelbare gevangen, heb ik voor die eerste vis in de Hoge Vaart een uitzondering gemaakt. Nu ik thuis dat fotootje zie, ben ik blij dat ik het toch gedaan heb. Dat plaatje geeft me een leuke herinnering voor later, ook al ving ik die vis gemakkelijk en was het "maar" een kleine naamloze karper.

Een slechte start

Nu ik dit artikel half juli 1999 schrijf, kijk ik terug op een verschrikkelijk slechte start van het visseizoen. Tot nu toe heb ik slechts vijf gevangen karpers genoteerd. Daarbovenop verspeelde ik er zelfs nog zeven! Verder kreeg ik ook nog een stuk of tien blanks aan m'n broek! Je zou zeggen, slechter kan het niet. Ik kan me jaren herinneren dat ik er half juli al meer dan 100 karpers had! Zoals tijdens het visseizoen van 1988 toen ik ruim 200 karpers ving, waarvan zo'n 20% meer dan 20 pond woog. Alleen was de zwaarste karper nauwelijks 31 pond, maar ja, je kunt niet alles hebben.

Blanken deed ik in die tijd nooit. Ik herinner me dat ik jaren geleden tijdens een dialezing onschuldig opmerkte: 'dat ik nooit blankte!' Een aantal vissers kon dat niet begrijpen, maar vanuit mijn karperwereldje was dat wél de waarheid. Maandenlang hield ik elke sessie een kromme hengel in mijn handen. Steeds was er sport. Tussen de vele kleintjes schoot er dan af en toe een dikke tussendoor. Achteraf kan ik niet anders concluderen dan dat op de wateren die ik toen beviste heel veel karpers zwommen. Veel kleintjes en een enkele grote.

Onbekende dertigers

Ondertussen zijn vele vissen gegroeid en zijn de eens zo grote populaties geslonken door jaarlijks versterf en het ontbreken van geregelde uitzettingen. Terwijl in de jaren tachtig een 30-ponder de vis van je leven was, geldt dat tegenwoordig amper voor een veertiger. Honderden, zo geen duizenden karpervissers vangen nu elk jaar weer hun dertigers. Het verschil met vroeger? Er zwemmen nu overal grote vissen rond. Een ander verschil is, dat we nu van vele wateren weten welke zware karpers er huizen. Overal zijn ze in kaart gebracht. In mijn begintijd wist ik nergens wat ik kon verwachten.

Ik kon niet anders doen dan ergens vissen en kijken wat er aan mijn haak kwam hangen. Vaak was dat klein en soms was dat groot. Met enkele onbekende dertigers per jaar was ik de koning te rijk! In de praktijk van alledag viste ik zo maandenlang met voortdurend die stille hoop op weer zo'n verrassende kanjer. Langzamerhand werden in Nederland en België die onbekende karpers van vroeger de bekende giganten van vandaag. Doordat karpervissers regelmatig informatie uitwisselen over hun vangsten groeide ook de betrouwbaarheid van die gegevens en op den duur kregen tal van mooie vissen zelfs een bijnaam!

Bekende dertigers

Ik geloof dat ik in 1994 voor het laatst een onbekende 30-ponder ving. Zelfs de 36-ponder die ik in 1996 bij die spoorbrug ving (zie Speurtocht naar Giganten) en waarvan ik dacht dat het een vreemde kanjer was en hem daarom de Vreemdeling doopte, bleek achteraf tot mijn verbijstering een vis te zijn, die ik al 10 jaar eerder, in 1986, had gevangen op 28 pond!

Deze 32-ponder bleek later wél degelijk bekend te zijn bij andere vissers!

Zelfs mijn vismaat Gerard Smit die zegt het liefste onbekende grote vissen te willen vangen, keek toch wel sip toen ik hem vertelde dat ook zijn schubkarper van 34 pond die hij in 1998 op de Noordeinder verschalkte óók al eerder was gevangen! Dan spreken we over een immens wateroppervlak van 1000 hectare: het grote labyrint van de Nieuwkoopse Plassen! Mijn vraag aan Gerard: 'Waar kunnen we eigenlijk nog wel onbekende grote vissen vangen?' Zelf zou ik niet weten waar, tenminste niet bij ons in de buurt, zoals de provincies Zuid-Holland en Utrecht. Het mooie van bekende vissen is, dat het ook gemakkelijk is om nauwkeurig te weten, welke topvissen op bepaalde wateren rondzwemmen. Dan weet ik van tevoren wat ik kan verwachten en hoe hard ik ervoor moet gaan.

De prijs

Blanken Om op die slechte start van dit seizoen terug te komen. Gelukkig kan ik die fiasco's en blanks voor mezelf verklaren. Voor het eerst heb ik drie nieuwe wateren bevist. De nukken van een vreemd water leren kennen, blijkt met vallen en opstaan gepaard te gaan. Ik raakte in die wateren geïnteresseerd doordat ik wist of te horen kreeg welke kanjers er zwommen. Volgens de plaatselijke karpervissers, de locals, zou het niet zo moeilijk zijn om daar een mooie te vangen. Maar op zoveel tegenslag had ik niet gerekend. Dat regelmatig blanken blijkbaar de prijs was die ik moest betalen, nee, daar had ik absoluut niet aan gedacht. Zeker in het begin was dat stevig wennen. Veel blanken voelt niet prettig aan. Steeds hoorde ik dat stemmetje van onzekerheid: 'Was de stek wel goed? Komen de vissen op andere uren? Deugt de voerhoeveelheid? Wat doe ik nog meer fout?'

Losschieten Als klap op de vuurpijl maakte ik het ook nog mee, dat ik na enkele blanks eindelijk die langverwachte en o zo rustige aanbeet kreeg, maar toen ik aansloeg en dacht 'dat is 'm', ik helemaal niets voelde... Datzelfde gebeurde trouwens later nog twee keer! Door zulke vervelende dingen krijg je als vanzelf het machteloze gevoel niet meer te kunnen vissen. Ineens deugde er niets meer, de stek niet, het voer niet en zelfs mijn vertrouwde rigs niet! Niets leek meer te lukken. Elke volgende sessie viste ik zelfs met een ander rigsysteem! Van gekkigheid vroeg ik me af of ik wel goed bezig was. En mijn plezier? Dat was ver te zoeken! De gedachten staken zelfs de kop al op om dan maar een maandje met vissen te stoppen of wateren te zoeken met makkelijke kleintjes, zodat ik me kon bezinnen. Toch wilde ik me niet laten kennen en probeerde het nog een keer. Men zegt wel : Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.'



Targetvissen

Mijn eerste doelbewuste targetvis.

De volgende sessie was de inzinking voorbij en ontving ik een prachtige beloning. Na twee maanden frustratie en tegenslag verschalkte ik mijn vierde vis van 1999 en wat voor één! Juichend hield ik ineens een fraaie spiegelkarper van 32 pond in mijn handen!

Het was niet zomaar een dertiger, nee, die karper was een bekende vis waarop ik een reële kans maakte. Hij stond al op mijn verlanglijstje. Die karper was met recht mijn eerste 'targetvis'. Dus een karper waar ik doelbewust opuit was geweest en die ik met geluk mocht binnenslepen. Nog andere mooie vissen heb ik op dat lijstje staan. Ik weet, makkelijk zal het niet zijn. Sommige zijn zelfs twee jaar lang niet meer gevangen. Daar komt nog bij dat op die vrije wateren die ik bevis, het goed kan zijn, dat ze niet in de buurt zwemmen, maar misschien wel 10 kilometer verderop! De kans om ze tegen te komen is er wel, alleen je weet nooit waar of wanneer. Dat gevoel het onmogelijke na te streven, creëert een totaal nieuwe uitdaging in mijn visserij. Een uitdaging die er vroeger niet was. Die andere targetvissen mocht ik bij andere karpervissers al aanschouwen. Ze bestaan en ik vis erop. Die unieke vissen zelf een keer te vangen en vast te vasthouden, is andere koek. Een interessante vraag is ook: 'Zouden ze ondertussen gegroeid zijn en zwaarder zijn geworden?'

Slimme vissen?

Vissen van vermoedelijk zo'n 30 jaar oud die al vele hengelaars hebben blijgemaakt en die leerden van al die keren, dat ze tegen hun zin op een onthakingsmat lagen en gedwongen werden om te poseren voor een fotoalbum. Slim zijn ze ongetwijfeld! Met gewone rigs kan ik ze nauwelijks nog vangen, tenminste dat idee heb ik. Voor het eerst in mijn karpercarrière kreeg ik al drie keer een aanbeet die vrijwel niet te zien was: twee, drie piepjes en hooguit een zakkertje van een centimeter en dat was alles! Twee keer sloeg ik erop en voelde niets. De derde keer wachtte ik tot zich hopelijk toch een run ontwikkelde, maar na die laatste trilling gebeurde er niets meer!

Zelf geloof ik grote vissen te hebben gemist, ook al kan ik dat niet bewijzen. Andere vissers merken zo'n piepje niet of zeggen gauw: 'Dat mag je niet tellen als een aanbeet. Zo'n onbeduidend signaaltje kan best een brasem of een winde zijn geweest.' Mijn tegenwerping: 'Evert Aalten had wél twee dagen gevoerd en uren gewacht! Bovendien gebeurde het twee keer op gereputeerde stekken, waar in het recente verleden (bij daglicht) mooie dertigers vanaf kwamen. Nu gebeurde het heel voorzichtig en sneaky in het donker!' Na weer zo'n pijnlijk incident probeerde ik mijn gedachten op een rijtje te zetten en zat ik berustend de verder actieloze sessie uit.

Blank of niet?
Onbegrijpelijk was nog meer, dat ik viste met bewezen effectieve standaardrigs. Rigs waarmee twee karpervrienden van me, Gerard Smit en Peter Snel, op dat moment zo goed als 100% scoorden. Maar ja, schonken zij ook aandacht aan een enkele piep! Is het misschien zo dat sommige slimme vissen zich jarenlang niet laten vangen? De spanning stijgt. Had ik onzichtbare ontmoetingen? Wie zal er slimmer zijn? Ik wil het weten, al duurt het jaren. Met m'n neus ben ik op de feiten gedrukt en zal mijn rigs moeten verfijnen. Die magische gedachte ooit zo'n slimmerik in levenden lijve in mijn landingsnet te laten glijden, is de drijvende motivatie achter mijn visserij van nu!


Kleine dingen
Weersinvloeden