|
|
|
Mijn eerste Karperavontuur |
|
|
Wedstrijdvissen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Opeens besloot een verwoede hengelaar op karper te gaan vissen, maar van boilies had hij nog nooit gehoord. Vissen was zijn lust en zijn leven. Op voorn en brasem was hij door de wol geverfd. Liefst 20 jaar had hij aan viswedstrijden meegedaan en zelfs de finale gehaald om de wereldtitel, waar hij in een boeiend gevecht met toppers als Fried Deelen, Jean-Pierre Fougeat, Roberto Trabucco en Marcel van den Eynde een prachtige achtste plaats wegsleepte. Tot die kick hem trof. Het gebeurde geregeld, zelfs al op die WK-training in Oostenrijk, dat hij een vis vastsloeg, die zo onhoudbaar was, dat hij er hartkloppingen van kreeg. Zijn bovenste hengeldelen werden zo krachtig onder water getrokken dat... pats, zijn wedstrijdtuigje het begaf. Nooit zag hij die vis. Geen brasem, winde, kolblei of zeelt kon in de schaduw staan van die onvoorspelbare macht.
|
|
|
|
Ik was 8'ste van de wereld!
|
|
|
|
|
|
|
Je kon toch geen olifant tegen houden aan een draadje? Vaak kon hij er niet van slapen. Hij trok de stoute schoenen aan en hing zijn wedstrijdhengels aan de wilgen. De karper was zijn doel. |
|
|
Een voerplek? |
|
|
Zijn eerste schreden zette hij op slootjes en op cultuurwatertjes. Intensief viste hij met een pennetje en maïs, maar dat duurde niet lang. Hoewel hij er veel plezier inhad, hunkerde zijn hart naar het grotere werk. In de buurt lagen de Maarsseveense Plassen, maar daar lukte het niet zo best, want die plassen waren groot en diep. Hij bedacht, dat hij nog de meeste karperbeten had gekregen met de vaste hengel als hij voor witvis een voerplek maakte. Als hij nu eens een boel witvis lokte, dan werden de karpers vast nieuwsgierig.
Wat goeie witvisvoertjes waren, wist hij wel. Vijf dagen lang gooide hij deegballen in het water, een halve emmer bij een rietkraag. Als ze er dan nog niet zaten, wist hij het niet meer. Op de visdag bruiste het van de belletjes. Amper had hij ingegooid of zijn wakertje schokte als een gek omhoog en pang... alweer hing er een enorme brasem! De hele middag ging dat door. Tientallen kwamen eruit. Zijn voerplek slaagde, maar niet op karper. |
|
|
Lastige witvis |
|
|
Op deze stek maakte ik mijn allereerste voerplek ooit!
|
|
|
|
|
|
Om elke kruimel vochten ze. Onze karpervisser vroeg zich af: "Gek, geen enkele karper is nieuwsgierig!" Groot en sterk deed er helemaal niet toe. De karpers waren in de minderheid of kwamen er niet op tijd langs. Ze kregen geen kans. Als er een langszwom, was de voerplek leeg.Toch bleef onze hengelaar fanatiek zijn best doen, maar die plas leek een bodemloze put. Twee weken later lukte het. Na een hard gevecht ving hij een oersterke karper van 17 pond. Nog fanatieker ging hij door, maar het mocht niet baten.
Eindelijk besefte zijn bovenkamer: "Zijn witvisaanpak had geen nut!" Hij kon goed peilen en inschatten waar zijn voer moest liggen. Hij kon leefnetten vol vangen met voorns en brasems, maar een karper... nauwelijks! Karpervissen was andere koek. Aan zijn aas lag het niet, dat deugde, dat wist hij zeker en de smaak was prima. Waar schortte het dan aan? Voor zijn gevoel viste hij op een speld in een hooiberg. Wanneer zou het gebeuren? Uren duurde het, vaak dagen voordat er eindelijk weer een karper langskwam. Als hij er dan niet zat, dan miste hij 'm en had hij pech. Maar een dag duurt 24 uur. Of moest hij dag en nacht gaan zitten wachten? Jammer dat zijn voerplek niet goed werkte. Constant spookte het door zijn kop: "Zou er een manier zijn om die lastige witvis uit te schakelen!" |
|
|
Boilies! |
|
|
Wat kwamen er toch mooie spiegels uit Loosdrecht.
|
|
|
|
|
|
Onze visser hoorde in een hengelsportwinkel een gerucht. In Engeland hadden karpervissers iets spectaculairs bedacht tegen die lastige witvis! Ze klutsten eieren en mengden die met ingrediënten tot een stevige deegbal. Van die klont draaiden ze balletjes. Die kookten ze en lieten ze een nachtje drogen. Daardoor kregen die balletjes een stevige huid. De naam? BOILIES! Zo noemden ze die, want het Engelse woord 'to boil' betekent koken. Wat een ontdekking! Die huid moest ervoor zorgen, dat ongewenste vissoorten als brasem en voorn er niets meer mee konden doen.
En de karpers dan? Die wel, want die hadden keeltanden en daar kraakten ze zelfs mossels mee! Onze visser kon het amper geloven. Wat een superidee. Het ei van Columbus! Onmiddellijk realiseerde onze hengelaar de betekenis. Zijn probleem werd in één klap opgelost. Stel dat het werkte, dan zouden die boilies er nog steeds liggen, als er vele uren later een karper langs zou zwemmen. Een voerplek speciaal voor karper werd dan een reële mogelijkheid! Zijn lichaam tintelde. Hij fantaseerde, wat er zou kunnen gebeuren? Hij rende naar huis. Ik weet het nog als de dag van gisteren, want die hengelaar was ikzelf! |
|
|
Boilies draaien |
|
|
In de winkels lagen ze nog niet. Op de gok bedacht ik een eenvoudige basismix van maïsmeel, tarwemeel en vismeel voor de sterke geur. Op een pond mix leken me vier eieren met wat water wel voldoende. Vijf dagen duurde mijn voorbereiding: mengen, eieren en water erbij, grote bal kneden, worsten rollen, die afsnijden, stuk voor stuk draaien met de hand, koken, afgieten, en een nacht drogen op de zeef. Elke dag reed ik naar de stek bij de rietkraag. Toen de visdag naderde besloop me de twijfel. Zou het goed zijn wat ik allemaal deed? In Engeland konden ze wel zoveel zeggen.
Tijdens het voeren zag ik nooit wat, ook niet als ik bleef kijken. Geen teken van leven. De wind wakkerde aan en draaide naar het riet. Op de visdag was het broeierig en nat. Mijn stek zag eruit als een puinhoop. In het water dreven talloze rietstengels. De oever was bezaaid met vlokken schuim. Zou het mislukken? Hoeveel boilies zou ik erin gooien? Elke dag lag er een volle bak. Het leek me een goed idee als ik ook vandaag de karpers in de waan zou laten, dat er opnieuw gevoerd werd. Dat mocht niet teveel zijn, dan kreeg je verzadiging, maar ook niet te weinig want dan zwommen ze misschien wel weg. Vis op je stek krijgen is één ding, maar ze erop houden is wat anders. Gretigheid is altijd goed. |
|
|
|
|
|
Strooi met goede boilies, dan vang je stukken beter!
|
|
|
|
|
|
De punt van een grote klauwhaak prikte ik in een grote boilie en draaide die door de taaie huid naar buiten. Over enkele minuten zou de ban gebroken zijn. Daar ging hij, de 51'ste boilie plus haak. Een plonsje, even strak draaien, hengel in de steunen, top naar beneden en het wakertje op de lijn. |
|
|
50 boilies |
|
|
De teerling was geworpen. Nu alleen nog wachten. Als dat systeem van die Engelsen inderdaad werkte, zou het vlug gebeuren. Zinderend die spanning. Tal van machteloze vragen. Wat zou zich onder water afspelen? Lag ik op een rottende boilieberg zonder spoor van vis? Of vochten ze als gekken om mijn boilies? De rietstengels zwaaiden in de wind. Aan de golven viel niets te zien. Mijn klokje tikte dertig seconden weg. De tijd vertraagde, of dacht ik zo snel? Zou het mislukken? Ongeduldig bleef ik naast de hengel staan. |
|
|
Toverballen |
|
|
Plotseling zwiepte de lijn. De top kromde. M'n Optonic bléérde het uit. In een reflex sprong ik in de aanslag. Het wakertje stuiterde tegen de hengel. Nu! Krachtig sloeg ik aan en voelde onmiddellijk de massieve weerstand van een karper. Een kolk, water spatte, een oranje staartlob zwabberde in de golven. De aanzet van het eerste brute schot. In een roes drilde ik de karper. Mijn grijze celletjes puzzelden met die vragen van daarnet. Dingen klopten, stukjes pasten! Vijf minuten later landde ik een gedrongen spiegelkarper van 14 pond. Niet te geloven. Na één minuut kreeg ik al de aanbeet van een karper! Wat kwam die ontzettend vlug. Na 50 boilies! Dat kon niet de enige zijn.
Vliegensvlug smeet ik er een handvol bij. Zenuwachtig spietste ik een nieuwe boilie op de haak. Voor de zekerheid controleerde ik de slip en wierp in op precies hetzelfde plekje. De seconden regen zich aaneen. Was dit het einde of het begin? Die boilies leken wel toverballen! Het succes was fenomenaal! Na vijf karpers emotioneel vissen stopte ik abrupt. Waarom verder uitbuiten en de stek kapotvissen? Hoewel ik een hebzuchtig mannetje in me voelde, dat tot het uiterste door wilde gaan, overheerste toch in mij de drang om die geweldige vreugde met een vriend te delen. Thuis belde ik Kobus en vertelde alles over die boilies. |
|
|
De voorstelling |
|
|
Twee dagen later deed ik precies hetzelfde als de vorige keer, maar nu gaf ik een 'one man show' voor één belangstellende toeschouwer. Trots liet ik Kobus mijn boilies zien en vertelde hoe ik ze in de keuken maakte. Vlug wat handjes bij dat riet. Toen prikte ik een boilie op de klauwhaak en maakte de haakpunt vrij. Kobus begreep het principe: precies als een made op een haakje ging, dus met de punt erdoor voor de snelle inhaking. |
|
|
|
|
|
Een fraaie 23-ponder uit Loosdrecht.
|
|
|
|
|
|
Na de inworp deed ik het wakertje op de lijn. Het wachten kon beginnen. Direct stond ik in de gebukte starthouding van de aanslag; beverig raakten mijn handen het handvat. Kobus zei nuchter: "Evert moet je jezelf zien staan. Belachelijk, dat kun je toch niet volhouden?" Ik: "Kobus let op, kijk op je horloge!" De lijn liep weg. De Optonic kwam tot leven, piep, piep, piep...
"Kobus vlug. Daar gaat ie!" Het wakertje scheurde omhoog. De spanning in mijn lijf ontlaadde zich in een allesbeslissende mokerslag. Terstond bevroor mijn hengel, zo krom als een hoepel, maar met een keiharde knal sprong hij meteen weer recht. Kakelend vluchtte een koet. Verward keek ik omhoog en zag verbaasd dat er een eindje nylon fladderde. Onthutst vroeg Kobus: "Wat deed jij daar nou?" Beduusd en rood van schaamte stamelde ik: "Ik heb geloof ik te hard geslagen. Met één klap 35/00 overmidden! Zag je die aanbeet?" Kobus beval: "Doe 't nog eens een keer!" |
|
|
Een 20-ponder |
|
|
Niet gedraald. Een handvol boilies erbij en een nieuwe haak eraan plus boilie. Op weg naar de volgende kans. Gelukkig duurde het wachten kort. Nu was mijn aanslag stevig en beheerst. Hangen! Kobus besefte dat hij iets unieks meemaakte. Een bult doorbrak de wateroppervlakte. Rietstengels knakten. Een immens bruin lichaam wierp zich opzij. Een formidabele kracht dook naar rechts, voor het riet langs, machtig en onstuitbaar. Mijn hengel, een 1,5-pondertje, kreeg het zwaar te verduren. Ik kon er nauwelijks druk mee zetten. Kobus kreeg net zo'n kick als ik.
Hij schreeuwde me tal van aanwijzingen toe, beval me rustig te blijven en de karper vooral moe te laten worden voor ik 'm landde. Na een heroïsch gevecht beurden we een kolossale schubkarper op de kant. Een schitterende vis. We waren overdonderd. Precies 20 pond woog hij! Ik had mijn allereerste 20-ponder gevangen! Twee volwassen kerels dansten en juichten aan de waterkant als kinderen zo blij! Ze waren voorgoed verslaafd aan karpervissen! Dit was het begin van het boilietijdperk. Er volgden jaren visplezier. Wat een handvol boilies en succes teweeg kunnen brengen! |
|
|
Weersinvloeden Een Kritische Reactie
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |