|
|
|
Karperstrategieën |
|
|
De gekste vragen |
|
|
Waar zal ik beginnen? Welke boilies zal ik maken? |
|
|
|
|
|
De Meije, de ringvaart van Nieuwkoop.
|
|
|
|
|
|
In de winter laat ik mijn gedachten dikwijls gaan over het komende visseizoen. Ik probeer me voor te stellen, wat ik het komend jaar wil vangen en wat voor mogelijkheden ik daartoe heb. In de loop der jaren merkte ik dat wanneer ik van tevoren voor mezelf een plan of een strategie opstelde, ik ook met meer succes ging vissen. Over het ontwikkelen van plannen of strategieën, en de voordelen die daaruit voortvloeien, gaat dit artikel. In de koude maanden heb ik de tijd om na te denken, want voor uitgebreid vissen mis ik gewoon de tijd.
Al zou ik willen, het komt er niet van. Activiteiten op meetings en karperbeurzen kosten erg veel tijd. Eind maart zijn de meeste besognes achter de rug en kan ik de karperhengels eindelijk uitwerpen. Het verschil met vroeger is, dat ik toen nauwelijks nadacht over de komende maanden. Als mijn bloed kriebelde door het krachtig lentezonnetje, dacht ik pas aan vissen. Maandenlang had ik mijn hengelspullen niet aangeraakt en plotseling schoten, kriskras, de gekste vragen door mijn hoofd: 'Op welk water zal ik beginnen? Welke stek zal ik bevoeren? Welke onderlijntjes gebruikte ik de laatste keer? Welke boilies zal ik maken?' Vervolgens ritste ik nieuwsgierig mijn foedraal open en ontdekte ik tot mijn schrik, dat mijn hengels een fikse opknapbeurt nodig hadden, en dat mijn haakpunten verdwenen waren onder roest. Ik snelde naar de viswinkel en kocht nieuwe haakjes, een rolletje onderlijn, rigmateriaal en stukken lood. In de keuken kneedde ik gauw wat boilies om die de volgende dag ergens in het water te kiepen. Jaren begon ik zo en met evenveel fiasco als succes. |
|
|
Wat wil je? |
|
|
Vermoedelijk zal het bij de meeste karpervissers niet anders gaan. We struinen de open dagen af, kopen wat spullen en als metterdaad de zon gaat schijnen, beslissen we wat te doen. Tegenwoordig hebben we veel meer kennis dan vroeger over karperbestanden. Van de meeste wateren weten we nu precies welke karpers daar rondzwemmen en hoe groot ze zijn en hoe moeilijk of makkelijk bepaalde vissen zijn te vangen. Vroeger wist ik niets van dit alles en het enige wat ik kon doen, was zomaar op een nieuw water gaan vissen met de stille hoop op een mooie vis. In ons moderne informatietijdperk is goede kennis erg belangrijk. Óók bij het karpervissen en zeker om een goede strategie uit te stippelen. Stel jezelf eenvoudig vragen als: 'Hoe wil ik dit jaar mijn visserij invullen? Hoeveel karpers wil ik vangen? Hoe groot het liefst? Hoeveel twintigers of dertigers wil ik? Wat zijn mijn praktische mogelijkheden? Welke moeite wil ik doen en kan ik doen? Welke wateren moet ik daarvoor kiezen en hoe kom ik daar? Welke spullen heb ik nodig.' Het kan natuurlijk zijn dat je geen zin hebt om jezelf zulke concrete vragen stellen. Je strategie is simpel om alles op zijn beloop te laten. Je bent gewoon blij als je wat vangt en aantallen of gewichten doen er niet toe. Toch is er ook in dat geval een plan, maar erg vrijblijvend. De resultaten zullen realistisch bezien ook in het verlengde daarvan liggen. Hoog gespannen verwachtingen zijn dan niet reëel. |
|
|
Een strategie helpt |
|
|
Gerard Smit met een prachtige Nieuwkoopschub.
|
|
|
|
|
|
De karperjager die succesvol wil zijn, adviseer ik om zichzelf deze eenvoudige vragen te stellen, die concreet te beantwoorden en daaruit een strategie te ontwikkelen! Het is goed te weten hoeveel kilometers je bijvoorbeeld moet rijden met de auto en hoeveel benzine dat gaat kosten! Of hoeveel visnachten er per se nodig zijn om op een moeilijk water iets te bereiken. Of ook te kijken wat niét nodig is. Ik zou bijvoorbeeld geen dure bivvy aanschaffen als ik niet 's nachts ga vissen. Ik zou ook geen moeite doen om een dure ligplaats voor een visboot te nemen op de Nieuwkoopse Plassen als ik daar niet heenga. Met een goed plan leer je ook je beperkingen kennen: 'Je kunt wel willen, maar misschien niet kunnen!' Als ik te weinig geld heb voor een geld slurpende auto, is de keuze van mijn water al beperkt door de reisafstand en op een brommer kun je ook niet alles meenemen! Willen is één ding, kunnen is een tweede! Clint Eastwood zei al: 'Know your limitations!' |
|
|
Winnen! |
|
|
Een strategie stelt je goed in staat om je doel te bereiken met de middelen die je hebt. Strategieën komen altijd van pas. Ze helpen je gemakkelijker te winnen bij computerspelletjes, bij schaken en bij bridgen. Veldheren als Napoleon en Caesar waren er genieën in om uitmuntende plannen te bedenken! Zo'n man kon een veldslag verliezen, maar toch de oorlog winnen! Een slimme generaal stuurt nooit zijn leger onvoorbereid op stap. Als hij faalt, wordt het in de pan gehakt! Hij overdenkt zijn mogelijkheden en vraagt zich af: 'Hoeveel vliegtuigen en raketten heb ik? Wat kunnen ze? Wat kan ik kopen? Hoeveel soldaten heb ik als rugdekking? Met hoeveel tanks kan ik aanvallen? Hoeveel tijd rest me nog?' Kortom, met een goed plan omschrijf je precies het haalbare doel, datgene dat je hoopt en kan bereiken. Het plan de campagne heeft de volgende voordelen. Je weet precies welke spullen je moet kopen, welke dingen je moet gaan regelen en wat voor voorbereidingen je nog moet treffen. Verder weet je hoeveel moeite er noodzakelijk is en wat je met die inzet als resultaten mag verwachten. Het mooie is ook, dat eventuele fiasco's goed te overzien zijn en hoe je die het beste kan omzeilen. |
|
|
De sleutels |
|
|
Meerdere wegen leiden naar Rome. Ik ken heel wat uitstekende karpervissers in binnen- en buitenland die er elk jaar weer in slagen om mooie vissen te vangen. De vraag ligt voor de hand: 'Waarom vangen die vissers zo goed? Wat is precies hun geheim?' Ik weet, daar is geen eenduidige verklaring voor te geven. Wel zie ik dat al die vissers al dan niet bewust een eigen plan of strategie ontwikkelen en dat ze daar ook consequent aan vasthouden. Bovendien zijn ze stuk voor stuk bereid om van hun fouten te leren. Elk goed plan bevat meerdere onderdelen die het succes bevorderen. Die onderdelen zijn als het ware de sleutels tot dat succes. Hoe meer sleutels er aanwezig zijn, hoe beter de strategie is. Als de visser doet wat die sleutels van hem verlangen, zullen zijn kansen aanzienlijk stijgen, dat er meer (grote) karpers in zijn landingsnet gaan glijden. |
|
|
|
|
|
Ook uit het A'dam-Rijnkanaal komt soms een mooie spiegel.
|
|
|
|
|
|
Ik ben me ervan bewust, dat een aantal sleutels erg voor de hand liggen. Vermoedelijk zullen diverse vissers hun schouders ophalen en zeggen: 'Niks bijzonders, dat wist ik al!'
Toch denk ik, dat er zeer veel misverstanden bestaan op dit gebied. Veel vissers geloven dat het alleen maar draait om een zee van tijd en het goede water! Als ik om me heen kijk en analyseer hoe menig topvisser in werkelijkheid zijn mooie vissen vangt, dan zie ik dat een dergelijke bewering gewoon niet klopt! Jaren wachten doet heus geen vissen in het landingsnet zwemmen! Trouwens, waarom vangen dezelfde vissers steeds zo goed en waarom gebeurt dat vaak met weinig uren? Toch zit er in die zee van tijd en dat goede water wel degelijk een kern van waarheid. Natuurlijk klopt het voor een deel, maar voor een ander deel ook niet! Laten we de sleutels eens bekijken. |
|
|
|
|
|
 |
1. Voldoende tijd hebben! Misschien trap ik een open deur in, maar gewoon veel visuren kunnen maken, of vaak naar de waterkant gaan, is en blijft bij het karpervissen belangrijk. Toch is het absoluut niet zo dat 'hij die de meeste uren maakt' ook per se de meeste karpers vangt. Wél stelt de factor tijd een minimumeis. Het is heel simpel, als je nooit gaat vissen, vang je niets. Als je per jaar minder dan 100 of 200 uren vist dan kun of mag je niet verwachten, dat je net zoveel vissen zult vangen als iemand die bijvoorbeeld 500 of 1000 uren wegdraait. Zo bekeken, kan een 'mindere' visser die veel uren maakt het makkelijk winnen van de 'betere' visser die weinig vist. Een eenvoudig voorbeeld als een veldslag uit de oudheid maakt dit duidelijk. Een veldslag: Twee legers gaan elkaar bevechten. Het ene leger bestaat uit 100 tot de tanden toe bewapende en hard getrainde Romeinse gladiatoren. Hun leider is vol vertrouwen. Het groepje heldhaftige strijders wacht rustig op de vijand. De plaats van actie is perfect gekozen. Ze hebben zich geposteerd boven op een glooiende heuveltop. De kilometersgrote vallei is makkelijk te overzien. De strijd zal een makkie zijn. De vijand is een zooitje ongeregeld en bestaat uit een horde slecht georganiseerde barbaren. Daar komen ze. De uitgestrekte vallei vult zich met langharig tuig, ze hebben niet eens een maliënkolder! Maar de verkenners hebben zich vergist. De leider ziet tot zijn verbijstering geen honderden, maar duizenden barbaren! Wie er zal er winnen? Die goeie? Maar de getalsverhouding is ongelijk. Het is minstens twintig tegen één! Al zullen onze gladiatoren vechten tot de laatste druppel bloed, we begrijpen allemaal dat ze verliezen. De slimme leider beseft zijn fout op tijd en besluit tot een snelle, tactische terugtocht. Daarom wint kwaliteit niet altijd van kwantiteit. Kwaliteit wint wél Alle jarenlange trainingen ten spijt is er een minimum aantal gladiatoren nodig om te winnen! Omgekeerd wint ook niet altijd 'de wet van het getal'. Want 1000 of 2000 gladiatoren zullen geen enkele moeite hebben met een horde van 5000 bij elkaar geraapte, onervaren wildemannen. Zelfs al zijn ze in de minderheid! Bij even grote legers hebben slechte soldaten natuurlijk geen enkele kans. Daarom geloof ik niet, dat een visser die 2000 of 3000 uren aan de waterkant bivakkeert alleen om die reden het beste van iedereen zal scoren. Soms denk ik wel eens, dat het eerder een teken van onvermogen en slecht vissen is als ik hoor dat een visser 3000 visuren maakt. Kwaliteit blijft altijd van belang. Goed, de urenmaker heeft een aanzienlijke voorsprong en er komt altijd wel een karper bij hem aanhangen, maar ik ken genoeg goeie vissers die met stukken minder uren ongelooflijk goed vingen. Zelf viste ik in 1988 zo'n 1000 uur en ving daarin dik 200 karpers én dat was niet mijn meest succesvolle jaar. In 1994 viste ik nauwelijks 300 uur, maar ving wel bijna 100 karpers, waaronder mooie 30-ponders! |
|
|
|
|
|
|
Zonsondergang op de Angstel.
|
|
|
|
|
|
Conclusie:
Veel tijd is inderdaad belangrijk, maar het is absoluut niet de enig zaligmakende sleutel tot het succes! Vandaar dat ik altijd verbaasd ben als iemand zegt: 'Kijk, die visser heeft succes. Geen kunst natuurlijk, want hij vist wel drie nachten per week! En ik niet!'
Ik heb het sterke gevoel dat men met die uitspraak eigenlijk het succes van die ander wil afbreken, dus de glans ervan af wil poetsen. Zijn enige kwaliteit die overblijft, zou zijn 'dom uren maken!' Met andere woorden als men beweert: 'De werkloze wint altijd!', zegt men eigenlijk tegelijk dat sleutels als inzicht, techniek, inzet, waterkeus en kwaliteitsvoer niet belangrijk zouden zijn. Dat gelooft natuurlijk niemand. |
|
|
|
|
|
 |
2. Doorzetten! Een boel vissers vergeten dat om succesvol te zijn, je ook veel voor je hobby of passie moet overhebben. Of het nu om voetballen gaat, of tennissen, of schaken, de betere sporter traint meer, studeert meer, zet leuke dingen opzij, stelt prioriteiten en spaart centjes om wat nodig is te bekostigen. Een karpervisser moet dure zakken boilies kopen of zelf zijn boilies maken. Hij moet tanken benzine betalen om naar goede, verre stekken te rijden. Hij mag zijn kop niet laten hangen en zal moeten leren fiasco's te overwinnen en geduld moeten hebben. Mentale kracht is erg belangrijk, zeker in weer en wind. Soms is het mooi te huiveren bij een diashow van een crack, die enthousiast vertelt dat hij die schitterende karpers ving in superslechte weersomstandigheden, waarin je een hond nog niet over straat zou sturen. Dat moet je kunnen opbrengen! Vertrouwen en optimisme in nacht en ontij leveren mooie beloningen op! |
 |
3. Het gezonde verstand Je hoort wel eens: 'Die supervisser bezit watersense. Hij heeft het unieke talent en inzicht om elk water te lezen. Hij is een tovenaar!' Tja, hoe krijgen we eigenlijk watersense? Als ik veronderstel dat inzicht uitsluitend ervan afhangt of ik dat van mijn vader of moeder heb meegekregen bij mijn geboorte, dan heb ik 'het' dus wel of niet! Bij zo'n opmerking kan ik me niet neerleggen en dat doe ik dus ook niet! Dat zou een complete miskenning zijn van wat we uit onze ervaringen kunnen leren. Inzicht krijg je niet vanzelf, inzicht krijg je door de optelsom van talloos opgedane concrete ervaringen. Iemand die vist, beleeft dingen, leert en verkrijgt zo inzicht! De verdieping van dat inzicht gebeurt bijna vanzelf en je werkt eraan door regelmatig te vissen. We werken er ook aan door van onze fouten te leren en door lezingen te bezoeken van cracks en door karperbladen en karperboeken te lezen. Daaruit kunnen we van alles oppikken en die dingen vervolgens gebruiken met ons gezonde verstand! |
|
|
|
Inzicht is leren |
|
|
Lelies, takken en modder.
|
|
|
|
|
|
Een getalenteerd iemand leert alleen maar vlugger! Dat een supervisser zijn inzicht zomaar krijgt, geloof ik niet. Stel ik arriveer bij een wildvreemd water en zie overal lelievelden en rietkragen. Onmiddellijk schiet me een zelfde omgeving als de Loosdrechtse Plassen te binnen.
Op dat water heb ik vroeger veel gevist. Daar zag het er precies zo uit. Zonder te peilen weet ik al, dat lelies in ondiep water en op een modderige bodem groeien. Ik weet ook dat de bodems bij die rietkragen steviger zullen zijn en dat de diepte gemiddeld twee meter zal bedragen. Dat heb ik onthouden en geleerd door vijf jaar lang op Loosdrecht te vissen. Maar toen ik daar begon, wist ik dat natuurlijk ook niet. Door schade en schande kwam ik daarachter. In het nieuwe water gooi ik mijn peillood uit en inderdaad, het klopt, het is twee meter diep. Bij de lelies zakt mijn lood weg in de dunne modder en bij die rietpluk is de bodem steviger. Omdat boilies beter liggen op een harde bodem dan op een modderige, begin ik direct uitgebreid te peilen bij een rietpluk. Dit is ongeveer de manier waarop ik denk. Heb ik nou watersense? Nee, ik heb niet meer of minder gedaan dan mijn vroegere ervaringen te onthouden, die zaten in mijn hoofd! Niets bijzonders eigenlijk.
Ervaringen Iemand die nog nooit op een water als Loosdrecht heeft gevist, heeft diezelfde ervaringen niet. Als hij die ervaringen niet met zijn geboorte heeft meegekregen, of als iemand hem die nooit verteld heeft, ontdekt hij die harde of zachte bodem pas als hij daadwerkelijk zijn lood in het water gooit en dat zowel doet bij die lelies als dat riet. Vervolgens moet hij nog denken: 'Kijk uit, boilies zakken weg in de modder, dus: problemen!' Waarom zou hij oppassen als hij nooit is gestraft? Eén ding is me in al die visjaren opgevallen. Je leert het meeste van je fouten en veel minder van de dingen die je goed doet! Als je dikke bekeuringen krijgt, omdat je vaak rode stoplichten negeert of fout parkeert, dan voel je dat stevig in je portemonnee! De politie straft je en de volgende keer kijk je wel uit! Wat als je nooit gestraft wordt? Dan hoef je toch niet op te passen? Of let je soms wel op en omzeil je juist die bekeuringen, omdat je leerde van de domme fouten van je vrienden? Prima, dat bedoel ik dus, je kunt ook je inzicht slijpen door te letten op de fouten van anderen! Alert bezig zijn en goed nadenken zijn altijd belangrijke dingen bij het vissen.
|
|
|
|
|
|
 |
4. Het juiste water! Vaak vergeten we dat het water waar we vissen reeds van tevoren ons succes bepaalt. Behalve de eenzame zwerver hebben we allemaal een stevig dak boven ons hoofd. Waar beginnen we dus met vissen? Op de wateren in de buurt! Uiteraard moeten we het dan doen met de karpers die daar leven. Nu heeft elk water zijn eigen stereotiep en lopen de karperbestanden van water tot water ongelooflijk uiteen. Je hebt wateren met kleine schubkarpers en wateren met grote spiegelkarpers. Op het ene water haalt de grootste vis amper 20 pond, terwijl de lichtste vis dat op een ander water nog niet weegt! De superwateren waar dertigers en veertigers voor het opscheppen liggen, zijn overal zeldzaam en op de meeste wateren betreft het altijd één of enkele grote vissen! Om die te vangen, moet je in ieder geval daar gaan vissen en er knap veel moeite voor doen. Groot is absoluut. In de visbladen en visboeken lijkt het dikwijls zo te zijn, dat succes identiek is met uitsluitend grote karpers vangen en ik geef toe, landelijk gezien is dat in absolute zin ook zo. Maar dat betekent per se niet, dat de meeste vissen die gevangen worden ook grote karpers zijn, integendeel! Succes hangt in eerste instantie natuurlijk ook daar van af, wat een visser er zelf voor invulling aangeeft! Als hij voor zijn plezier vist en het hem niet uitmaakt hoe groot hij zijn karpers vangt dan heeft hij al snel gewonnen. Als hij echter graag een dertigponder wil vangen, maar zo'n vis niet zwemt in de wateren rond zijn huis dan heeft hij een groot probleem. Tja... dan kan hij de beste visser ter wereld zijn en duizenden uren maken, nooit zal hij 'in dat opzicht' succesvol zijn. Twee dingen kan hij doen. Of zijn heilig doel veranderen en genoegen nemen met de mooie vissen die hij wél vangt, of de harde consequentie trekken en weggaan, lange ritten gaan maken en misschien zelfs verhuizen naar die wateren, waarvan hij zeker weet dat die dertigers daar ook daadwerkelijk zwemmen! Verhuizen of niet? Begrijpelijk heeft de visser die toevallig in de buurt woont van een topwater een grote voorsprong. Immers, voor hem is de reisafstand geen enkel probleem. Daarom hebben de plaatselijke vissers, de locals, altijd een streepje voor, enne..., wie heeft eigenlijk geen succes op zijn vertrouwde thuiswater? Eigenlijk toch iedereen! Let eens op, hoe dicht de succesvolle visser uit de bladen meestal bij zijn water woont. Ik wil maar zeggen, succes is een relatief begrip en bij de meeste vissers is dat afhankelijk van het water, óók voor mij. De vissers die per se grote karpers willen vangen, kan ik opdelen in twee groepen, namelijk de locals, die toevallig in de buurt wonen van een topwater en de fanatici die het op kunnen brengen om tijd en geld te investeren om vele tientallen kilometers te reizen en dat is echt geen sinecure! Als je niet behoort tot een van beide groepen, dan geeft dat natuurlijk niets. Nog steeds kun je genieten van je thuiswater en daar succesvol zijn, alleen zijn de karpers dan 'landelijk gezien' wat minder groot. |
 |
5. Kwaliteitsboilies! Hebben we met de natte vinger ingrediënten bij elkaar gegooid? Of hebben we een boiliemix bij een fabrikant gekocht, die alleen maar rijk wil worden? Geloven we in 'hoog eiwit theorieën' Of komt onze boiliemix van een betrouwbare firma die zich in de praktijk al bewezen heeft? Beter: maak zelf je boilies, bereken de samenstelling op de juiste voedingswaarde! Hou verder rekening met de jaargetijden en de watertemperaturen hoog of laag zijn. Als je urenlang je eigen boilies in de keuken staat te draaien, neem ik diep mijn petje daarvoor af. Eén ding weet ik zeker: met zelfgemaakte boilies neem je nooit een risico. Bij de aanschaf van de kant en klare bestaat er altijd het risico van slecht vangen en vooral op een voerplek. Tegenwoordig zijn er zoveel merken, maar behalve de enkele goeie is er onder het koren nog heel veel kaf! Het heeft weinig zin om handenvol geld uit te geven aan schitterend gekleurde en lekker ruikende boilies als de voedingswaarde niet klopt of als er geen voedingsvezels in aanwezig zijn, want in dat geval kunnen de karpers het lekkere voedsel toch zeer slecht in hun darmen verteren en hoeven ze het op den duur niet meer. Ready mades? Kant en klare boilies bevatten altijd conserveringsstoffen. Wat men ook beweert, die stoffen zijn nooit en te nimmer in het belang van onze vriend de karper! Gezonde en milieuvriendelijke boilies, dus zonder allerlei rare chemische toevoegingen, geven elke karpervisser een niet geringe voorsprong! Slechte boilies hebben het risico, dat eenmaal een voerplek daarmee aangelegd, er tegen de tijd dat je op die voerplek vissen gaat, alle karpers zijn gevlucht omdat ze leerden dat die vieze boilies niet te vreten waren! Dat kan de bedoeling niet zijn! Kortom, een slechte voedingswaarde en een slechte smaak werken altijd averechts op een voerstek: je vangt niet beter, je vangt slechter! Bij twijfel over ready mades zou ik er beslist niet mee gaan voeren of heel erg weinig, of er alleen maar instant mee gaan zitten. Een doordenker: 'Waarom gebruiken zelfs de gesponsorde topvissers voornamelijk speciaal samengestelde boiliemixen? Waarom liggen hun diepvriesvakken, soms zelfs in Frankrijk, vol met ingevroren boilies? Dat zouden ze toch niet doen als die geconserveerde boilies zo goed waren?' Het allerbeste is nog steeds om thuis je eigen boilies te maken en die zorgvuldig uit te rekenen op de PC, bijvoorbeeld met de Karpervoer2000 |
|
|
|
|
|
|
Ik meen dit echt: zulke spiegels vang je het beste met kwaliteitsboilies! Een 32'er gevangen in juli 1999.
|
|
|
|
|
|
 |
6. Een uitstekende techniek! nog nooit beviste stekken. We voeren dag na dag met de beste zelfgemaakte boilies. Wat kan er nu nog misgaan? Ligt groot succes in het verschiet? Al de eerste keer dat we gaan, krijgen we schitterende runs, maar de domper is oneindig. Keer op keer vallen we in een peilloze afgrond als die bonkende hengel plotseling opveert en er een fladderend draadje overblijft. Tegen dat machteloze gevoel helpt niets. Losschieters! Je kunt alleen maar vloeken, schreeuwen en tieren, en de hengel woest in de struiken smijten! De grootste plaag van de karpervisser zijn de kwaadaardige losschieters!! Ik herinner me nog dat ik in 1988 op de Vinkeveense Plassen een voerstek had gemaakt. Alles klopte. Het begon uitstekend, binnen een uur ving ik een 19-ponder en een 24-ponder. Daarna ging van alles mis: lijnbreuk, onderlijn over midden, een dikke 25-ponder die van de haak afschoot precies voor mijn schepnet, een gigant die om een eiland zwom, een losschieter na één seconde... Ik werd er helemaal gek van. Wat de mooiste sessie van mijn karpercarrière had kunnen zijn, veranderde in een ontgoocheling van de eerste orde! Na slechts drie uur vissen, eerlijk waar, ben ik gestopt. Anders was ik dolgedraaid en had ik mijn dure carbonhengels subiet op mijn knieën gebroken. Verdwaasd ben ik naar huis gevlucht om op de bank in diepe droefenis mijn karperzonden te overdenken. Zelfs daarna verwaarloosde ik nog geregeld de technische kant van het vissen, maar de straf was altijd meedogenloos! Controleren Wie de techniek kan controleren, bezit een superieur wapen tot succes! Ik leerde dat het geen zin had om nog betere wateren te zoeken, of nog beter aas te maken, of nog meer uren te vissen, als je vistechniek belabberd is. In de jaren 1984-1986 verspeelde ik door een puur gebrek aan kennis en onkunde 50% van mijn aanbeten! Hele fotoalbums liet ik glippen! Die aanbeten kreeg omdat ik al zeer veel dingen goed had gedaan: tijd investeren, doorzetten, nadenken, wateren zoeken en bovenal uitstekend aas gebruiken! Ondanks al die goede sleutels kon ik nooit optimaal profiteren van wat in feite mogelijk was. Mijn sterkste punt was en is nog steeds het aas en mijn zwakste punt die lastige techniek. Tot op de dag van vandaag tob ik er nog altijd mee en vooral met rigs. Mijn conclusie is daarom: je vergroot je succes het beste door niet je sterkste, maar je zwakste sleutel te verbeteren! Met andere woorden je kunt beter minder aanbeten krijgen, maar er meer verzilveren. |
|
|
|
|
|
|
In mei 1999 verschalkte Steve op Nieuwkoop de Oude Vis op 44 pond!
|
|
|
|
|
|
Perfectie
Zo ben ik bevriend met topvissers die zich al zorgen beginnen te maken als er bij elke 30 karpers er één van de haak afschiet! Ze zijn allemaal perfectionisten pur sang! Als ik zag wat sommigen op technisch vlak presteerden, voelde ik me gewoon een sukkel. Ik heb het even nagekeken, maar mijn Engelse visvriend Steve Troth verloor in 1999 slechts één karper op 47 runs op de Nieuwkoopse Plassen
Dan te bedenken dat hij op een afstand viste van 60 meter en één meter naast een hotspot van dikke takken en temidden van de lelies. Al zat de vis goed aan de haak dan had hij 'm nog niet binnen! Steve bindt zijn rigs zelf en let op de kleinste details. Hij neemt geen enkel risico en in een interview zei hij eens: 'Ik zal de rig veranderen als ik geloof dat er iets niet klopt, ook al zie ik niet waarom!' Over perfectie gesproken! |
|
|
Achilleshiel |
|
|
Dit artikel gaat over de beste drie karperstrategieën, tenminste zoals ik die zie. Voor de hand ligt, dat de karpervisser die alle bovengenoemde sleutels ter beschikking heeft het allerbeste zal vangen. Inderdaad zal hij die de meeste tijd heeft, het beste inzicht, het juiste water, de beste techniek en het beste aas de sterren van de hemel vangen. Maar hiermee zijn we er nog niet, want ik kan rustig stellen dat zelfs onder de allerbeste vissers die ik ken, er niemand overblijft die voldoet aan dit ideale plaatje. Dat is alleen de ideale superprofessional of de ware wereldkampioen. Ik ontdekte wel dat vele succesvolle vissers een aantal sleutels perfect controleerden en die prima combineerden, maar dat ze ook zonder uitzondering allemaal een zwakke plek bezaten. Bedenk: 'Iedereen heeft een Achilleshiel!' Hoe goed iemand ergens ook in is, geen enkele sleutel is zaligmakend. Zo zal een domme visser met een zee van tijd en het beste water nooit zijn gebrekkige inzicht, zijn slechte techniek en zijn superslechte winkelvoer kunnen compenseren. Omgekeerd, en dan hoef ik alleen maar naar mezelf te kijken, kan een aasexpert nooit tot grote hoogte stijgen als zijn techniek belabberd blijft en hij de tijd ontbeert om regelmatig te gaan vissen. Hoe meer sleutels je onder de knie kunt krijgen en hoe beter je daarin bent of wordt, hoe succesvoller je zal zijn. |
|
|
Top 3 - karperstrategieën |
|
|
 |
Aas, techniek en water. |
 |
Aas, techniek en verstand. |
 |
Techniek, water en tijd. |
|
|
|
Commentaar. |
|
|
Het zou te makkelijk zijn om nu vier of vijf sleutels te gaan combineren, dat kan iedereen en is niet reëel. In de praktijk is het ontzettend moeilijk om drie sleutels al goed op orde te hebben. Op de eerste plaats combineer ik vanzelfsprekend mijn sterkste sleutel 'aas' met mijn zwakste sleutel van de 'techniek'. Als ik dan ook nog af en toe in het juiste water kan vissen, scoor ik landelijk gezien al heel erg hoog. De tijdsfactor vind ik hier niet zo belangrijk, want één nachtje per week is ruimschoots voldoende. Immers, het aas is goed, ik verspeel geen vissen en ik kan prachtige karpers verwachten! Op plaats twee verander ik het 'water' in het gezonde 'verstand', want daarmee kan ik op elk water terecht en dan ben ik dus erg allround. Als ik mijn stokpaardje van dat 'aas' laat vallen, kan ik dat verlies behoorlijk compenseren met een uitstekende 'techniek', het juiste 'water' en een ontzettende zee van 'tijd'. Vooral dat kwantitatieve aspect geeft nu de doorslag. |
|
|
|
|
|
Begin '90: een fraaie Loosdrechtspiegel.
|
|
|
Een supercombinatie is vier sleutels |
|
|
 |
Aas |
 |
Techniek |
 |
Water |
 |
Gezond verstand. |
|
|
|
|
|
|
Deze combinatie vind ik ongelooflijk goed en hij die deze vier sleutels uitstekend beheerst, is een hele superieure visser die gemakkelijk de urenmaker overklast die pocht op zijn zee van tijd. Slimheid, behendigheid en modern vernuft verslaan met groot gemak een eindeloos groot, maar primitief leger.
Laten we allemaal beseffen, dat alleen hij die de perfecte tien op alle fronten scoort de ideale supervisser is, maar dat die gelukkig niet bestaat. Het is goed dat onze prachtige hobby die karpervissen heet, zo moeilijk is en dat we allemaal, van amateur tot crack, constant aan allerlei dingen kunnen werken om onze visserij met meer succes plezierig te maken. Het mooie van elke sport is dat elke beoefenaar op zijn eigen niveau er plezier aan kan beleven. Hoewel velen de absolute top nooit halen, kunnen wij wel kijken en leren hoe onze idolen het doen. Wie kijkt niet op tegen de ware crack? Al ben ik geen Garri Kasparov, toch ga ik graag een lekker potje schaken en probeer ik hem op de schaakclub na te doen en dat me dat niet lukt, begrijp ik ook. Zo ongeveer is het ook met karpervissen.
Lekker bewonderen Ik vind het ook plezierig en gemakkelijk om regelmatig een kleurrijk hengelsportblad of een mooi karperboek van een crack te kopen en lekker, onderuitgezakt op de bank voor de televisie te gaan liggen en schitterende foto's van giganten te bekijken! Onder het genot van een lekker bakkie koffie en een koekje kunnen we uren lezen, hoeveel moeite die crack heeft gedaan om die schitterende vis te vangen. In een paar zinnetjes vertelt hij, dat ie maandenlang ijskoude nachten moest doorstaan met een resultaat van nul komma nul. Dat ie honderden kilometers moest rijden, dat ie ontslagen werd en eenzaam in zijn tentje vluchtte. Dat hij in zijn slaapzak lag te snurken en blij was geen beet te krijgen. Dat hij opstond bij dag en dauw en vertwijfelt merkte, dat criminelen zijn dure karperhengels hadden gepikt, waar hij zich een zere rug aan had gewerkt. Zo'n avonturenroman heeft wel wat. Maar om dat nu zelf allemaal aan het eigen lijf te gaan ondervinden is andere koek. Ik hoef toch zelf toch niet naar de Himalaya, of naar de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, om te ervaren waarvan ik huiverde op de televisie? Laten we de beschikbare sleutels goed bekijken en daarmee een eigen succesvolle strategie bepalen. De ideale combinatie van louter tienen laten we over aan die super getrainde, bergbeklimmer die op weg is naar de hoogste top. Veel plezier! |
|
|
Een Kritische Reactie
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |