|
|
|
Karpers fotograferen |
|
|
Onthoofd! |
|
|
Zo'n foto is natuurlijk %^&!!
|
|
|
|
|
|
Plons! Woedend gooide een jaar of tien geleden een karpervisser uit Utrecht zijn fototoestel in het water. Van zijn dertiger was op de foto's niets overgebleven! Zijn kanjer was een kopje kleiner gemaakt, af en toe zelfs onthoofd! Op de beste foto stond hij in de verte, maar je moest wel heel goed kijken om een vis te zien. Aan elke foto mankeerde wat. Tijdens het vissen probeerde hij zijn omstanders urenlang ervan te overtuigen, dat hij gisteren echt een hele grote had gevangen. Schaapachtig keken ze hem aan en hij besefte het zinloze van zijn taak. Hoe moet je mensen ook uitleggen wat zij niet op een foto kunnen zien?
Onze visser voelde zich verlaten. Had ie zich jarenlang kapotgevist voor niets? Vertwijfeld riep hij bij de inzet van zijn worp: 'Hoe halen ze het in hun kop? Kunnen ze niet uit hun doppen kijken? Dèr dan! Dan maak ik helemaal geen foto's meer. Dan hoef ik me ook niet zo te ergeren!' Toch maakte dezelfde karpervisser het jaren later ook nog mee, toen hij een prachtige 36-ponder ving, dat de behulpzame fotograaf het filmrolletje niet goed in zijn fototoestel had gelegd! Niet ene foto stond erop! Woorden schieten hier tekort, er resteert alleen nog zwijgen! |
|
|
Verdwenen? |
|
|
Theo de Kraay vertelde me een vangstbericht: 'Heb je 't al gehoord Evert? Richard mijn zwager, heeft vorige week een schubkarper gevangen van 31 pond bij 83 centimeter. Weet je waar? In het Amsterdam-Rijnkanaal bij Breukelen.' Ik kon me zijn karper levendig voorstellen: kort en imponerend massief. Vorige week nog was ik bij hem langsgereden. Richard was een boom van een kerel. Elke keer ving hij er één of twee. Weliswaar waren het geen bijster grote, want boven de 19 pond was hij nog niet gekomen, maar op het kanaal was dat heel gewoon. Toch kon op het kanaal met een beetje geluk elke vis een dikke zijn. De volgende dag feliciteerde ik 'm aan de waterkant met zijn eerste 30-ponder! Stralend van vreugde vertelde hij over de gierende slip en die verrassing toen hij de karper op de hoge kant tilde. Fenomenaal om zo'n dikke vis voor het eerst te zien! Hij kon zijn ogen nauwelijks geloven! Of hij nog foto's had? Marco had ze genomen. Nee, ze waren nog niet klaar, maar morgen kon iedereen zijn dertiger bewonderen.
Plotseling was Richard van de aardbodem verdwenen. Enkele dagen later kwam ik Theo tegen. Ik vroeg Richard. 'Richard? Die is met vissen opgehouden. Voor hem hoefde het niet meer.' Verbaasd vroeg ik: 'Wat is er dan gebeurd? Hij heeft toch een dertigponder gevangen?' 'Daarom juist! Richard dacht dat ie prachtige foto's zou krijgen van die dertiger, zoals hij 'm op de kant zag liggen. Maar in de fotozaak werd zijn blijdschap met de grond gelijk gemaakt. Ik zag de foto's en ik moet eerlijk zeggen, ze zagen er niet uit. Allemaal waren ze mislukt. Nou is die Richard al een grote vent, maar op die foto's leek zijn dertiger amper twintig pond! Had hij 'm maar iets overdreven, dan had die karper misschien nog wat getoond. Op de meeste foto's stond hij links in beeld en op een andere was de neus van de karper weg.' |
|
|
Goede foto's |
|
|
Beide reacties kan ik begrijpen. Als je fanatiek bent, er veel moeite voor doet en eindelijk beloond wordt met succes, dan is het heel normaal lekker te kunnen nagenieten. Iedere karpervisser wil toch plezier hebben en aan de waterkant trots zijn grote karpers laten zien? Of in zijn huiskamer een vergroting ophangen van zijn allermooiste vis? Ik heb dat ook. Al 10 jaar lang probeer ik van mijn karpers goed foto's te nemen en dat is veel moeilijker dan het lijkt. Je moet met zoveel dingen rekening houden en voor je het weet, vergeet je iets en is er een fout gemaakt. Bij elke mooie karper ben ik reuze benieuwd of de foto's gelukt zijn. Zouden er fraaie bijzitten? Toont de karper? Zou ik ze op een lezing kunnen laten zien? |
|
|
Slechte foto's |
|
|
Dit is hartstikke onscherp.
|
|
|
|
|
|
Wanneer ik fotoalbums doorblader van enthousiaste vissers, vertellen de trotse bezitters graag hoe zwaar hun karpers wogen, wanneer die precies gevangen werden en de leuke anekdotes er omheen. De ene keer zijn de foto's knap en plaatjes om te zien, maar vaak genoeg zijn ze bedroevend. Van kwaliteitsfoto's is het makkelijk zeggen dat ze goed zijn, maar het omgekeerde zeg je niet zo snel bij slechte. Iemand voor zijn kop stoten, doe ik niet graag. De persoonlijke beleving is er niet minder om. Ook een matige foto kan een grote emotionele waarde hebben. Dat plaatje is wellicht de enige herinnering die iemand heeft. Soms stelt men aarzelend de vraag of daar misschien nog wat mee te doen valt?
Voor een publicatie in een boek, voor een artikel of op een lezing? Dan is de waarheid bitter. Het verhaal is goed. Iemand heeft een 38-ponder gevangen, voor zover bekend de grootste karper van een water, maar wanneer ik dan die ene foto bekijk, moet ik er helaas van alles op aanmerken: onscherp, op afstand, de vis toont niet en fletse kleuren. Wat moet je dan? Een meeslepend verhaal vertellen en de lezers nieuwsgierig maken? En ze dan uiteindelijk afschepen met een matige tot slechte plaat? Uitzonderingen daargelaten, zijn kwaliteitsfoto's het onmisbare anker van elke publicatie. |
|
|
Natuurkunde |
|
|
Ik wil hier vooral geen technisch verhaal ophangen. Dat zou ik niet kunnen, want op school constateerde ik al , dat ik weinig aanleg had voor exacte vakken. Wat snap ik wel, maar soms staat iemand urenlang tegen me aan te praten over brandpuntsafstanden, zoomlenzen, standaardobjectieven, diafragma-instellingen, sluitertijden, korte en lange hoeken en wat al niet meer. En dat ik mijn spaargeld het beste kan spenderen aan het duurste standaardobjectief dat ik kan krijgen, omdat daar zoveel licht invalt. Ondertussen ben ik de kluts al kwijtgeraakt en duizelt het me van de cijfertjes en begrippen uit de natuurkunde.
Daarna ontmoet ik een ander en vertel dat beetje dat ik heb onthouden. Wat blijkt? Ook hij weet er alles van, maar beweert precies het omgekeerde! Volgens hem is het onzin om zoveel geld uit te geven aan een superobjectief. Dat praktische nut van een superlens is voor mij niet aan de orde. Ja..., in de avondschemering kan ik een kwartiertje langer fotograferen, zonder te flitsen. Verder is bij een correcte belichting de kwaliteit van de foto's met een goedkope lens absoluut niet minder! Zelfs de experts zijn verdeeld. De waarheid zal wel in het midden liggen. |
|
|
Ervaring |
|
|
In al die jaren dat ik vis op karper heb ik talloze foto's geschoten, fouten gemaakt en veel geleerd. Ik ben er nu van overtuigd dat een klassecamera geen enkele garantie biedt voor een goede karperplaat. Hoe duur dat ding ook is, hoeveel technische foefjes er ook opzitten, de man achter de camera moet met zijn apparaat om kunnen gaan. Als hij dat niet kan, wordt het nooit wat. Op de schaatsen van Rintje Ritsma wordt je heus geen wereldkampioen! Natuurlijk is een uitstekende camera belangrijk, maar andere dingen zijn belangrijker. |
|
|
Belangrijke karperdingen |
|
|
Wat heb je aan een dure lens als jouw 20-ponder geen twintig pond lijkt? Of als je bent onthoofd en niemand je herkent? Of dat de staart van je karper is afgehakt? Of dat de vis wazig is? Of dat de horizon scheef staat en het lijkt alsof je het water inglijdt? Of dat er een tak uit je oor groeit? Of dat de foto is overbelicht? Als ik aan een willekeurige karpervisser vraag: 'Hoe komt het dat je bent onthoofd? Waarom denk je dat jouw karper er zo klein opstaat?', dan is meestal het verbaasde antwoord: 'Dat snap ik ook niet. Die man kon gewoon niet uit zijn doppen kijken! Hij zag toch wat hij zag? Dat moet wel domheid zijn.'
Wanneer ik dan opnieuw van die jammerlijke foto's zie, vraag ik me toch af: 'Zouden behulpzame mensen uit pure dommigheid steeds de foto's van anderen verpesten? Dat doen ze toch niet expres?' De fotograaf - ome Gerrit, een vriend, een voorbijganger of een andere karpervisser - deed alleen zijn best. Hij wilde helpen en wist zeker dat alles er goed opstond! Mogen we hem die fouten verwijten? Het antwoord is tegelijkertijd: ja en nee! Ja, want dit soort fouten ligt inderdaad aan de fotograaf. Nee, want de goede man deed het ook maar voor de eerste keer. Hoe kon hij nou weten waar hij op moest letten? Hij had nog nooit gefotografeerd en nog nooit zo'n grote karper gezien. Hij heeft niet eens kunnen oefenen! Ook fotograferen moet je leren! Een leerproces verloopt altijd met vallen en opstaan. Dat is de eenvoudige verklaring waarom foto's zo vaak mislukken. |
|
|
Goed kijken |
|
|
Elke dag ervaren we de wereld met onze zintuigen. Onze neus snuffelt geur, onze oren spitsen zich voor een geluid en onze ogen kijken. We zijn het ons niet bewust, maar de natuur heeft onze ogen zo perfect gemaakt dat de duurste camera daar niet tegenop kan. Ons gezichtsveld is erg groot. We kijken in de verte of heel dichtbij en onmiddellijk zien we alles scherp. Vliegensvlug passen onze ogen zich aan, maar je merkt dat niet. In de schemering hebben wij geen flitser nodig en hoeven we geen diafragma in te stellen. Met een streepje licht zien we al wat, zelfs al is het aardedonker. Dit vinden we normaal. Wanneer we de wereld plotseling bekijken door een venstertje, de zoeker van een camera, zien we die door een vakje! We weten dat er meer is, dat zit in ons hoofd. Het bedrieglijke is dat je gauw denkt, dat je méér door de zoeker ziet dan er werkelijk is. Dat heb ik vaak genoeg ervaren. Wat gebeurt er?
De man plus karper is in beeld en nietsvermoedend druk je af, maar later geloof je je eigen ogen niet! Dan zie je wat je werkelijk zag en de foto liegt niet: de staart van de karper is eraf en de visser is onthoofd! Hoe is dat in mogelijk? Je bent bedrogen. Gewend om zonder de camera te kijken, weet je meer. Onze hersenen hebben de verkeerde dingen stiekem ingevuld. Omdat we die fantastische 30-ponder zo bewonderden, zijn we de karpervisser straal vergeten. Onder invloed van de indruk is er niet goed opgelet. |
|
|
Het venstertje |
|
|
Man-plus-vis-foto's zijn portretfoto's. Dat portret verdient maximale aandacht en moet perfect in beeld worden gebracht. Het portret is de visser én de karper. De fotograaf moet dat portret naar voren halen. Hierbij is het decor minder belangrijk. Kijken moet je trainen. Ik zal beschrijven, wat er gebeurt als je door een zoeker kijkt. Duidelijk is de man plus karper te zien, niets aan de hand, perfect toch? Ik heb me aangeleerd op dat moment nog niet af te drukken, maar... heel bewust nog één keertje het hele vlak af te tasten en vooral de zijkanten ervan. Bliksemsnel gebeurt ongeveer het volgende. Links zie ik dat de neus van de karper precies in beeld is, dat is oké. Rechts is de staart eraf. Snel in beeld gedraaid. Boven is teveel ruimte, dus gauw de camera iets naar beneden richten. Staat de man er fatsoenlijk op? Zit zijn haar niet gek? Groeit er een paal uit zijn oor? Zijn er schaduwen in beeld? Staat de horizon recht? Ik zeg: 'Lach es even' en druk met ingehouden adem met mijn vinger beheerst de ontspanknop in. |
|
|
De parallaxfout |
|
|
Vooral bij goedkope fototoestellen is alleen goed kijken niet voldoende! Ik bedoel al die vernuftige klikklakcameraatjes of compacttoestellen waar zoveel mee geadverteerd wordt. Het kijken gaat daar fout. We worden namelijk belemmerd. Die dingen gebruiken meestal een kader in hun zoeker, waarvan de bedoeling is dat het onderwerp daar binnenblijft. Je zou zeggen: 'Da's mooi voor de fotograaf', maar dat valt tegen. Ik merkte dat toen ik foto's schoot van Kobus die een karper vasthield. Terwijl ik hem toch duidelijk plaatste in het midden van het witgelijnde kadertje, bleek hij later op de foto's onverwachts links in beeld te staan! |
|
|
|
|
|
 |
Nooit hetzelfde Op de foto's zag ik bijna nooit hetzelfde als door de zoeker. Onzeker vroeg ik me af: 'Mogen die lijntjes van dat kader nu worden geraakt of niet?' Nooit stond Kobus waar ik hem wilde hebben. Of moest ik de foto soms expres verkeerd nemen om 'm er goed op te krijgen? Later kwam ik er achter dat die goedkope camera's een valse hoek hadden! De camera nam de foto door de lens, maar de fotograaf keek door de zoeker. Beide keken uit een andere hoek! Hoe goed je ook keek, je zag gewoon nooit hetzelfde als de camera! Dat kader was om erger te voorkomen! Bij dure camera's heeft men die valse hoek, de parallax, weggehaald met behulp van spiegeltjes. Dit zijn de spiegelreflexcamera's. |
 |
Spiegelreflex Men gebruikt daar het idee van de periscoop bij een onderzeeër. Via spiegeltjes kijk je om een hoekje door de zoeker, de lensopening! Het voordeel van die spiegeltjes is dat alles wat je met je ogen ziet, ook op de foto komt! Het kadertje is overbodig, de onzekerheid is weg en de foto's mogen we zo krap nemen als we willen. |
|
|
|
De realiteit |
|
|
Daar ligt die prachtige karper, je beleeft 'm zoals je 'm ziet. Nu de foto nog. Niemand denkt eraan, toch kunnen we die werkelijkheid makkelijk verprutsen! De karper moet wél tonen, maar een foto is een 2-D plaatje van een 3-D werkelijkheid. Het is niet de bedoeling om met een loep het juiste gewicht te raden. Dat er zoveel misgaat geeft al aan, dat het niet zo moeilijk is om van een 30-ponder een gup te maken. Een correcte verhouding tussen man en vis, daar gaat 't om! Hier ligt de taak van de fotograaf. Hij moet het klaarspelen dat die karper zo natuurgetrouw overkomt en de foto nog mooi is ook. Daarom is er niets mis mee om een karper wat te overdrijven. Juist daardoor benaderen we de realiteit het beste. |
|
|
Niet doen |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
De karper stijf tegen het lichaam houden. Dat gaat alleen bij supervissen. Als de fotograaf op afstand blijft, valt de foto altijd tegen. Zo vasthouden is alleen verstandig bij close-ups of deelcomposities. |
 |
De karper met gestrekte armen beuren. Krap gefotografeerd tonen met name kleine karpers ontzettend overdreven. Een keer is leuk, maar dat rare gat tussen je lichaam en de vis moet je wél camoufleren, anders val je door de mand. Toch ziet elke kenner het aan de worstige vingers die de halve buik bedekken. Dit overspannen gedoe raad ik ten stelligste af. Als je later een zware karper vangt, moet je het bekopen. Die grote moet dan concurreren met een superoverdrijving foto van een kleintje! De verhoudingen tussen de vissen tellen toch ook? In mijn plakboek horen mijn dertigers er groter uit te zien dan mijn twintigers, of niet soms? Verder zijn gestrekte armen de slechtste methode om een zwaar gewicht te beuren. Je hebt geen steun met alle mogelijke gevolgen. Nog nooit zag ik op de TV gewichtheffers een zware halter voor hun borst tillen met gestrekte armen! |
 |
Rechtop blijven staan. Het is gevaarlijk voor de karper en lelijk om te zien. Fototechnisch zijn onze benen een lang probleem. Of moeten we die afsnijden onder onze knieën? |
 |
Een hand te ver onder de staart houden. De staart kan dan erg onnatuurlijk omhoog gaan knikken. Mooier is om de staart van een vis harmonieus omlaag te laten hangen |
|
|
|
Drie interessante camera standpunten |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
Het vogelperspectief. Voor een vogel lijkt de wereld klein. Uit de hoogte kijk je op iemand neer. Hetzelfde effect ontstaat als de fotograaf blijft staan en de man-plus-karper gaat zitten. Een hoog standpunt maakt de karper klein. De vis lijkt nederig en onderworpen. Dit doen we liever niet. |
 |
Het kikvorsperspectief De kikker kijkt omhoog. Iedereen torent boven hem uit. Hij voelt zich snel gedomineerd. Dit effect ontstaat als de fotograaf op de grond gaat liggen en de camera lager houdt dan de karper. Hij fotografeert omhoog. Op deze manier lijkt de karper dominant. Je kijkt tegen hem op. Vooral bij dikke karpers heeft dat zin. Natuurlijk is dit een kwestie van smaak en daarover valt niet te twisten, maar bij zware vissen vind ik dat fraai. De rondingen van de buik komen zo zeer goed uit. |
 |
Het karperperspectief Elk levend wezen heeft zijn eigen hoogte, zowel de giraf als de mier. Vergeleken met de mens is zelfs de allergrootste karper klein. Wil de karper de aandacht krijgen die hij verdient, dan moeten wij ons op zijn niveau begeven. De fotograaf gaat op zijn knieën zitten en schiet foto's op de hoogte van de vis. De karper toont nu uitstekend, zeker als er weinig ruimte wordt gelaten aan de neus- en de staartkant van de vis. Deze foto's zijn gemakkelijk te nemen en verdienen de voorkeur. |
|
|
|
Wees blij! |
|
|
Geluk mag van een foto afspetteren. Je hebt misschien de vis van je leven en dat mag iedereen aan je zien. Een goede foto toont dat je blij bent en dat je de vis bewondert. Vaak zie ik vissers op de vreemdste manieren kijken. Wellicht waren ze zo druk met de foto's, dat ze hun blijheid vergaten. Toch zijn die foto's ongeschikt voor later. Mijn advies: 'Wees blij, spontaan en lach. Kijk niet kwaad, angstig, nors, verbouwereerd of met open mond.'
De fotograaf: Hierop hoort de fotograaf te letten. Hij hoort de visser te helpen. Hij mag de visser nooit minutenlang een zware karper laten tillen en dan onverwachts afdrukken. Hij dient aanwijzingen te geven hoe de man zijn vis moet vasthouden. Hij moet zeggen wat hij doet, dat hij bezig is met de compositie, inzoomt of scherpstelt. Hij fungeert als leider en moet altijd, vlak voor het moment dat hij de foto neemt, een seintje te geven. Niets is zo frustrerend als een fotograaf die constant zwijgt, met zichzelf bezig is en de visser in onzekerheid laat. Dat leidt tot onbegrip en misverstanden. De visser weet niets, die zit te wachten en verkeert in onzekerheid en denkt: 'Schiet op! Toont de vis? Heb ik hem goed vast? Moet de staart niet hoger? Moet ik mijn lach bevriezen?' Je zal altijd zien, precies wanneer de visser de karper niet meer houden kan en hij uitpuft van de zware last, drukt de fotograaf plotseling af! Het is beter om een seintje te geven en dan te vervolgen met een snelle knip.
De kijkrichting: De richting waarheen de visser kijkt, bepaalt ons aandachtspunt. Er is niets mis mee als hij naar de fotograaf kijkt, dus in de camera en zijn vreugde met de kijker deelt. Hij mag de karper ook bewonderen, maar dan is het wel oppassen. De karper is zo dicht bij de visser dat hij gedwongen is om scherp omlaag te kijken. Op de foto zien we hem dan zitten met een devoot gebogen hoofd of als iemand met een stijve nek. Omlaag kijken is niet verboden, maar bidden met een karper ziet raar uit. Ook een onduidelijke kijkrichting is niet goed en roept tal van vragen op. Wie snapt het als een visser dwaas opzij kijkt of omhoog. Wat ziet hij? Vloog er Een vliegtuig? |
|
|
Alles netjes? |
|
|
Shirt-reclame: We hoeven er niet uit te zien alsof we naar de kerk gaan, maar als een modderige sloeber die bij het Leger des Heils nog meelij opwekt, is het andere uiterste. Kleding en uiterlijk zijn belangrijk. Een camouflagejas over een knalgeel overhemd staat al beter. Een kam door dat piekerige ochtendhaar en de gulp even dichtgeritst, verrichten wonderen! Reclame op een T-shirt of een honkbalpet is geen gezicht en doet gemaakt en goedkoop aan. Al wil de sponsor het, toch druk je als levende reclamezuil een merk door iemands strot en krijgt zelfs de mooiste foto een commerciële bijbedoeling. De kijker bewondert niet alleen die karper, maar vraagt zich tevens af of hij moet denken: 'Die vis is gevangen met...' Misschien heeft het nut voor een advertentie of op een beurs, maar zulke foto's hang ik niet in mijn huiskamer.
Rommel Let ook op rommel in beeld, dat verslechtert elke foto en eeuwig staan ze in ons fotoboek. Ik zie ze liever niet die lege bierflesjes, weggegooide blikjes, slingerende plasticzakken en wat al niet meer. Water! Hoewel er een kentering in komt, staan de boeken en bladen er nog vol mee. Ook ik heb het gedaan, namelijk de trotse visser met zijn karper geplaatst tegen een nietszeggende, visloze achtergrond: een weiland, een dikke boom, een rietkraag, een perk rode rozen, een schuur, een afvalberg, struiken of zelfs rotsen in een woestijn.
Geen water? De kijker wordt het belangrijkste niet gegund, te kijken naar het viswater, dat is absoluut verboden! De sfeer van het vissen mag hij niet proeven! Angstvallig wordt de geheime stek verborgen, Het gaat toch om die karper? Sfeer? Ach, het gaat toch om het resultaat. Sfeer? Is dat niet voor de sentimentelen? Sfeer? Ach, die kronkel had ik ook. In de jaren '80 viste ik met Kobus in het havencomplex De Lage Weide te Utrecht. We boekten daar fantastische successen maar op niet ene foto uit die tijd staat een druppel water. Nergens is die haven te zien, dat mocht niet, wèl hooi, distels en brandnetels! De mooiste foto was van een 36'er in een weiland met een spoorbaan in de verte. Geen mens mocht het weten. Het kan verkeren. Tien jaar later is ons geheim allang uitgelekt en doet het er niet meer toe. Sinds 1991 valt er niet eens meer in die haven te vissen. Het braakliggende stukje land waar wij ooit visten, is opgeslokt door een monsterachtig fabrieksterrein. Overal staan nu hekken, rijden de bulldozers, waaien de rookpluimen en krioelen de werknemers met oranje helmen. Aan de waterkant is een metershoge ijzeren schoeiing geslagen en varen containerschepen af en aan. Zoals het vroeger was, is het niet meer. Verdwenen is de gemoedelijke sfeer van de oude haven en dat is jammer. |
|
|
Altijd water! |
|
|
In mijn huidige diashows kan ik alleen nog maar vertellen, dat ik en Kobus onze havenkarpers echt niet hebben gevangen tussen het onkruid. Daarom vraag ik me nu af of dat stiekeme gedoe altijd terecht is. Daarmee benadelen we onszelf toch ook? We kunnen toch wel iets van het water laten zien? Misschien kunnen we later op onze geheime superstek wel nooit meer vissen? Ik heb het eerder gezegd, de man plus karper is een portretfoto en daar is het decor niet zo belangrijk. Toch geeft een beetje water een enorme meerwaarde aan elke foto! Als je tegen een struik tien foto's maakt van een 30-ponder en eentje aan de waterkant, dan zal je later altijd zien, dat precies die ene terugzetfoto de mooiste is. Zelfs al toonde de vis iets minder!
Mijn advies: 'Doe altijd iets met water!' In dat natte spul zwemmen ze onze karpers. Zelfs een wazig silhouet van een aanmerend schip of een pietluttig hoekje groene leliebladeren vertelt al wat. Dat verklapt de ware sfeer. Tegenwoordig zet ik mijn geheime stekken er toch maar op en schiet voor de camouflage een enkele met een struik. Het sleutelwoord is altijd water! Hengelsportmagazines publiceren het liefste 'iets met water'. Een visser met karper voor een struik vinden ze niets, zelfs al betreft het een 30-ponder! Mooie foto's zijn vaak met kromme hengels en het landen en wegen of het terugzetten van een kanjer. Verder ook foto's van je bivak aan de waterkant, de hengelopstelling, bloedstollende zonsondergangen, grillige wolkenpartijen, angstaanjagende onweersbuien, nietsvermoedende karpers in het water en spetterende paaifoto's. |
|
|
|
|
|
Animatie van een diafragma
|
|
|
|
|
|
Zonder dat we het in de gaten hebben, passen onze pupillen zich constant aan. Ze openen zich in de schemering om meer licht te ontvangen en ze vernauwen zich in fel zonlicht om extra licht te knijpen. Het diafragma van een fototoestel werkt volgens hetzelfde mechanisme. Fel licht moet geknepen worden. Een diafragma met een hoog getal maakt de opening nauwer, want teveel licht in de camera leidt tot overbelichting en een fletse foto. Zwak licht moet zo goed mogelijk worden benut. Een diafragma met een laag getal maakt de opening wijder. Te weinig licht leidt tot onderbelichting en een donkere foto. |
|
|
Diafragma-instellingen |
|
|
Diafragma open 1.2 <=> 22 Diafragma bijna dicht
Als allerlei dingen op een foto scherp zijn, zowel dichtbij als in de verte, dan praat men over een grote scherptediepte. Met weinig scherptediepte is slechts een deel van de foto scherp. Toch kan dat best wel mooi zijn, bijvoorbeeld bij portretfoto's waar men de geportretteerde op de voorgrond stelt. Daarentegen verlangt landschapsfotografie een grote scherptediepte en dienen ook de bergen in de verte scherp te zijn. De instelling van het diafragma bepaalt naast de mate van lichtinval, tevens de scherptediepte. Technisch heeft dat te maken met brandpuntsafstanden, maar daar ga ik verder niet op in, want ik zou mezelf alleen verstrikken in dingen waar ik niet veel van snap. Dus schoenmaker blijf bij je leest! |
|
|
Het belangrijkste |
|
|
Een hoog getal levert véél scherptediepte en een laag getal weinig! Hoe feller het licht, hoe groter is de dieptescherpte. Als ik zeg dat je moet scherpstellen op het onderwerp trap ik een open deur in. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toch stel ik de vraag: 'Doen we dat op de karper of op de karpervisser?' Tussen de visser en de karper bestaat altijd afstand, hoe weinig ook. Bij veel licht en grote scherptediepte is dat geen probleem. Bij trieste weersomstandigheden is de scherptediepte klein. Dan valt mijn keuze op de karper en niet op de persoon erachter! Per slot van rekening gaat het om de karper! Dat de visser er wat minder op staat, merken we nauwelijks. Als we scherp zouden stellen op de visser, wordt de karper wazig en mislukt de foto. |
|
|
De sluitertijd |
|
|
Dit is de tijdsduur dat de camera open en dichtgaat. Bij de huidige camera's kan die tijdsduur uitstekend worden ingesteld. Sluitertijden in delen van seconden:
Sluiter gaat langzaam open/dicht 1/2 <=> 1/1000 Sluiter gaat snel open/dicht
Naast het diafragma bepaalt ook de sluitertijd de lichtinval. Bij snelle bewegingen gebruiken we een korte sluitertijd, bijvoorbeeld om een springende karper scherp in beeld te zetten. Een korte tijd als 1/1000 sec. bevriest als het ware de beweging. Zelfs klaterende waterdruppels staan er prachtig op, maar hiervoor is wel veel licht vereist, want met zo'n korte tijd knijpen we - net als bij een kleine diafragma-opening - het licht weer af. Goed belichten is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het draait altijd om de juiste combinatie van het diafragma en de sluitertijd. Met een automatische camera hoef je je geen zorgen te maken, die kiest zelf een diafragma en een sluitertijd. Toch zijn er omstandigheden dat de beste camera faalt en handnstelling voordelen biedt. |
|
|
Hoe instellen? |
|
|
Ik heb geleerd dat het gemakkelijkste is om eerst het diafragma in te stellen, want dat bepaalt namelijk de dieptescherpte. De fotograaf hoeft zich dan alleen de vraag te stellen: 'Wat wil ik vandaag fotograferen? Iets dichtbij of iets op afstand?' Natuurlijk beperkt de beschikbare hoeveelheid licht de keus, maar meestal is er speelruimte. Nadat ik het diafragma heb ingesteld, neem ik de sluitertijd die de camera adviseert.
Een voorbeeld: Stel ik wil een foto maken van een visser met zijn karper en er schijnt een zonnetje. Als ik ze goed wil portretteren kies ik al gauw voor diafragma ƒ 5,6. Dat levert wel minder scherptediepte op, maar het onderwerp komt prima naar voren. Zou ik ook het viswater erop willen hebben en de zon laat dit toe, dan kies ik bijvoorbeeld voor ƒ 11 of 13 met als gevolg een veel grotere scherptediepte. De camera kiest automatisch bij elk diafragma de passende sluitertijd. |
|
|
Tegenlicht |
|
|
Bij tegenlicht meet de camera het zonlicht en alles wordt zwart.
|
|
|
|
|
|
Krachtig kleurt de zon de aardbol. Blauwe luchten, wolken, water. Een plas in het landschap. Riet ruist. Een prima dag voor een terugzetfoto. Als dat geen prachtige foto oplevert? Er is licht genoeg. We kiezen diafragma ƒ 8. In de zoeker ziet het er perfect uit. Een gelukkige visser staat tot aan zijn middel in het water met een dikke spiegelkarper. Wat een waterpartij! De camera adviseert als sluitertijd 1/500 sec. Wat kan er nu nog misgaan? Op alles is gelet. We hebben een spiegelreflex gekocht, er is goed gekeken, het juiste diafragma is gekozen, op de karper is scherpgesteld, er ligt een slok water tot aan de horizon, de lucht is blauw met grillige wolken, er groeit riet en flitsen is overbodig. De volgende dag halen we enthousiast onze foto's op. En?
Tegenvaller: Verdomd, ongelofelijk, wat vallen ze tegen! De achtergrond staat er prima op, zowel de golven als het blauw en de wolken, maar de visser en de karper zijn om te huilen. Ze zijn pikzwart! Ze lijken net silhouetten! Hoe kan dat nou? Dat zagen we helemaal niet! De camera is onschuldig, die heeft correct gemeten. De fotograaf had beter op moeten letten. Hij heeft geen rekening gehouden met de helle achtergrond, ook wel tegenlicht genoemd. Tegenlicht is het licht dat achter het onderwerp vandaan komt. Daar fotografeer je 'tegen in'. Dat kan van alles zijn, zon of sneeuw, maar in ons geval was dat water. Water weerspiegelt onnoemelijk veel licht en op onze foto domineerde dat ons onderwerp: de visser met zijn karper. De camera berekende dat extra licht in zijn belichting. De camera dacht: 'Knijpen dat felle licht.' Onze ogen bedrogen ons, ze pasten zich aan. Wij beschouwden de visser als de hoofdpersoon. Voor ons was de plas niet zo belangrijk, maar voor de camera was dat wel! Je zou kunnen zeggen dat de camera het hele plaatje objectief beoordeelde, maar grote moeite had met onze deelvoorkeur.
Invulflitsen Bij mogelijk tegenlicht moet de fotograaf oppassen en verhinderen, dat de camera daar rekening meehoudt en gaat knijpen. De fotograaf moet de camera vertellen wat zijn voorkeur is, wat voor hem belangrijk is! Een goede methode gaat als volgt. De fotograaf loopt naar zijn onderwerp en laat de camera automatisch belichten zonder dat er een druppel water in beeld komt, ongeveer op een afstand van een meter. Met diafragma ƒ 8 zal de camera een andere sluitertijd kiezen, bijvoorbeeld 1/125 sec. Die tijd stellen we in en lopen terug. Als we opnieuw door de zoeker kijken zal de camera tegensputteren en waarschuwen voor overbelichting, maar dat negeren we. Tegenlicht compenseren we door expres over te belichten! We belazeren de camera en dat is de bedoeling ook, want ons onderwerp hebben we correct van dichtbij belicht. Een andere manier om tegenlicht te bestrijden is flitsen! Het lijkt raar. Het barst van het daglicht en toch helpt een flits tegen extra licht. Een flits veegt het vervelende zwart van voren prima weg. De achtergrond blijft goed en de kleuren komen terug. De flits heeft de kleuren weer ingevuld. Dit noemen we invulflitsen. |
|
|
Schaduwen |
|
|
Bij de evenaar schroeit de koperen ploert loodrecht het aardoppervlak. Schaduwen zijn daar niet. Naar Nederland straalt de zon schuin omlaag en verflauwt zijn kracht. Overal vormen zich hier schaduwen, achter alles wat maar enigszins omhoogstaat. Als we niet opletten verschijnen er storende vlekken op onze foto's, zoals vegen, strepen, balken of zelfs menselijke schimmen! Ooit nam ik foto's van Kobus in een kreupelbos. Het bladerdak werkte als een vergiet en het licht vocht om de gaten, maar alleen de bundels slaagden. Mijn verrassing was groot toen ik de foto's zag. De karper had zich verscholen. Grillige plekken op zijn lichaam maakten hem één met zijn omgeving, de perfecte camouflage. Kobus was net te zien, maar Rambo nauwelijks. Bladeren, takken, bomen en sprankelend licht: het ideale domein van een jaguar, maar voor een karper? Uiteraard verzint de fotograaf een mooie compositie, maar de stand van de zon bepaalt de hoek waaruit de fotograaf de foto neemt.
De zonnestand De ideale plaats van de zon is schuin achter de fotograaf, want dan zijn er weinig problemen en is de belichting is makkelijk. De fotograaf en visser dienen er alleen op te letten, dat ze zo zitten, dat ongewenste schaduwen precies buiten beeld vallen. Een blunder van de fotograaf is als hij op alles let, behalve op zijn eigen schaduw! Komt de zon van opzij dan wordt het lastig. Aan de zonkant wordt alles overbelicht en flets, terwijl de schaduwkant te donker is. Dat zien we goed aan de neus van de visser. Die is aan de ene kant spierwit, maar aan de andere kant pikzwart. Invulflitsen helpt weinig. De donkere delen worden lichter, maar de lichte óók en dus fletser!
Geen zon Zonder zon, geen schaduw! Gek genoeg kunnen we zonder zon prima foto's nemen! Het belichten gaat voortreffelijk onder een egaal bewolkte hemel. Het wolkendek fungeert als een buffer. Het verstrooit het harde zonlicht. Het gevolg is overal evenveel licht. De voordelen zijn duidelijk. Tegenlichtfouten zijn uitgesloten en lastige schaduwen ontbreken. Het onderwerp komt uitstekend over. Het enige nadeel is minder licht, waardoor de mogelijkheden beperkter worden voor diafragma en sluitertijd. |
|
|
Flitsen |
|
|
Eigenlijk beschouw ik flitsen als een noodzakelijk kwaad. Als het niet hoeft, doe ik het niet. Flitsen heeft twee nadelen. Op de eerste plaats krijgt de karper een niet natuurlijk glasachtig oog. Ten tweede wordt de vis flets. Toch verbetert flitsen foto's aanzienlijk. Over invulflitsen heb ik het al gehad, daarmee worden slagschaduwen weggeveegd en wordt tegenlicht gecompenseerd. Zelf probeer ik flitsen zolang mogelijk te vermijden door bijvoorbeeld een andere plek te zoeken en goed op de schaduwen te letten, of wat te rommelen met diafragma en sluitertijd.
Bij weinig licht Bij slecht weer, zware bewolking en in de schemering is er heel weinig licht. Onder deze omstandigheden zijn foto's nauwelijks te nemen zonder flits. Ik heb het geprobeerd met een 400 ASA-film, langzame sluitertijden van 1/60 - 1/30 sec. en diafragma ƒ 1,7 en ik moet toegeven, het gaat, maar met de grootste moeite. Behalve dat de fotograaf zijn opperste best moet doen, zijn er de volgende nadelen: een grove filmkorrel, sombere kleuren en weinig scherptediepte met een grote kans op een wazige foto. Een flits verricht nu wonderen. De kleuren leven weer en al het trieste wordt weer vrolijk. De diafragma-opening kan kleiner en het scherpstellen gaat stukken gemakkelijker. Ook kan er weer een gewone 100 ASA-film worden gebruikt. |
|
|
Nacht-Portret |
|
|
Iets bijzonders waar ik nog niet zolang mee bezig ben, is flitsen in de avondschemering met een langere sluitertijd. Wanneer ik mijn camera - een Minolta Dynax 500si - instel op de stand Nacht-Portret wordt niet alleen het onderwerp - de man plus karper - helder afgebeeld, maar óók de achtergrond. Bij een normale flits valt de achtergrond helemaal weg en kijk je tegen een zwarte muur, alsof het nacht is. Toen ik deze optie voor de eerste keer probeerde, ging er letterlijk een wereld voor me open! Bij de stand Nacht-Portret wordt de sluitertijd een flink stuk langer dan bij een normale flits. Wat we in werkelijkheid met onze eigen ogen zien, zien we nu ook op de foto. Ineens kijken we een kilometer ver, grandioos! Niet te vergelijken met de normale flits. Alles wat enigszins licht uitstraalt, staat erop. We zien het schijnsel van lantaarnpalen, auto's, schepen, de snelweg en zelfs een brandend sigarettepeukje! |
|
|
Niet bewegen |
|
|
Hou even je adem in en druk dan pas af!
|
|
|
|
|
|
Maar zonder statief moet de fotograaf wel zijn best doen. Hij moet zijn adem inhouden en mag amper bewegen. Als gevolg van de langere sluitertijd is bewegingsonscherpte nauwelijks te voorkomen en lijken de lichten op de achtergrond al snel op verfstreepjes. Toch kan dat best wel mooi zijn, maar de kleinste beweging maakt tevens de karper wazig. Het resultaat met een statief is stukken beter, maar een statief goed neerzetten is toch een heel gedoe. In de schemering zie je amper wat je doet en dat is lastig, want aan de waterkant is de bodem bepaald niet vlak. En dan nog belemmert dat ding onze vrijheid. Even snel uit een andere stand een shot maken, is er bepaald niet bij. Daarom probeer ik het toch maar uit de hand en geregeld zaten daar beste wel goeie bij!
|
|
|
De Toekomst Het Paaifeest
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |