|
Aanhangsel |
|
|
De invloed der jaargetijden |
|
|
Over een heel jaar gezien, hebben de winter, de lente, de zomer en de herfst een grote invloed op de dagelijkse voedselbehoefte van de karper. Die voedselbehoefte is variabel. Denk aan de watertemperatuur en het natuurlijk voedselaanbod, maar ook aan de behoefte van de vis in het voorjaar (paai) en de behoefte aan reservestoffen in het najaar. Zo is de behoefte aan eiwitten in de winter groot en is deze behoefte in de zomer juist vrij laag. Zelfs zo laag dat een percentage eiwit van 18% of lager uitermate aantrekkelijk zal kunnen zijn. Met name in de eiwit-koolhydraatverhouding zijn het winteraas en het zomervoer elkaars tegenpolen. Dat kan tot gevolg hebben dat een uitgebalanceerd voer, wanneer dat wordt gebruikt in een ander jaargetijde, een negatieve respons geeft. De mogelijkheid bestaat dat je met een winteraas in de zomer stukloopt. Omgekeerde geldt hetzelfde. Een samenstelling die het hele jaar evengoed blijft vangen, bestaat niet. In principe verlangt elke situatie zijn eigen samenstelling. De beste zekerheid hebben we in de maandenlange winterperiode, zeg de maanden november tot mei. In het najaar als de watertemperaturen dalen, zitten we behoorlijk goed. In de maanden september, oktober en november heeft de karper vaak een goede bijtlust. Langzaam stijgende watertemperaturen van 10º naar 17º Celsius geven een rustig en goed vangstbeeld met het wintervoer. Daarentegen hebben snel stijgende watertemperaturen een negatief effect op het vangen en dan maakt het eigenlijk ook niet uit welk aas je gebruikt. In de lentes van 1989 en 1990 steeg binnen enkele dagen de watertemperatuur van circa 10º naar 20º Celsius. Het gevolg was de ene na de andere blank. Het beste is goede (paai)stekken te zoeken en over te schakelen op het zomervoer. Als de karper het voer niet meer accepteert, dienen we dat aan te passen. Zeer vaak ligt dat niet aan de smaak, flavour of dressuur (zeker niet op groot water), maar simpel aan de combinatie van een variërende voedselbehoefte van de vis met het verstrijken der vier jaargetijden. |
|
|
Terreinen voor onderzoek |
|
|
Schupkarper van 30 pond wprdt teruggezet
|
|
|
|
|
|
Volledig zijn is moeilijk, daarvoor bestaan er teveel externe factoren als de behoefte van de karper en de invloed van de natuur op de vis. Over de voersamenstelling resteren er nog wat vragen: |
|
|
|
|
|
 |
Hoe grof of fijn dienen de voedingsvezels te zijn en bij welke watertemperaturen geldt dat? |
 |
Wat en hoeveel kookt er uit een boilie? Is dat belangrijk? |
 |
Wat is in de koolhydraten de beste verhouding tussen de suikers (mono- en disachariden) en de zetmelen (polisachariden)? |
 |
Wat is de beste verhouding in de vetten: tussen de verzadigde, de enkelvoudig verzadigde en de meervoudig verzadigde? Valt er wat te zeggen over linolzuur en cholesterol? |
 |
Hoeveel vet gebruiken we precies in de zomer of de winter? |
|
|
|
|
|
|
Noot 2003
- Volgens mijn huidige ervaring is fijngemalen karpervoer altijd
het beste.
- Door boilies te stomen, wordt vitamineverlies redelijk voorkomen!
- Uitstekende ervaringen heb ik opgedaan met suikerpercentages
rond 10% EV. Zie onder meer het suikerpercentage in
KARPERVOER 2000
- In de zomer varieer ik het vetgehalte tussen 15% en 20% en dat hangt vooral af van de vette ingrediënten die ik wel of niet gebruik (zoals vette sojameel, hennepzaad, eipoeder, eieren). In de winter zit ik al snel tussen 20% en 25% vet. Tip: hoe hoger het eiwitgehalte in het aas is, hoe meer vet gebruiken! Vet vergemakkelijkt namelijk de spijsvertering, het ondersteunt de aanzet van de stofwisseling (de SDW)! Meestal ligt het vetpercentage zo’n 2% lager dan het eiwitpercentage. Behalve bij een laag eiwitgehalte als 15%. In dat geval is het vetgehalte ongeveer hetzelfde of ligt het iets hoger dan 15%, wat onder meer komt door de te gebruiken eieren.
|
|
|
|
Een waarschuwing |
|
|
Oppassen bij kant en klare voeders
Bij het voer samenstellen letten we goed op de ingrediënten die we kiezen en waar bijzondere dingen aan zijn toegevoegd. Dat geldt met name voor kant en klare diervoeders en diverse kunstmelken. Elk dier heeft in principe zijn eigen voedsel, jong en oud. Denk aan kat, hond, big, lam, paard, kanarie, forel (enz.). Je weet vaak niet waarom iets erin zit, maar ondertussen komt het wel in je voer! |
|
|
Let op voor: |
|
|
 |
Overdosis vit. A en D, |
 |
Koper, |
 |
IJzer, |
 |
Zink, |
 |
Kalk, |
 |
Antibiotica. |
|
|
|
|
|
|
Een toevoeging hoeft niet altijd slecht te zijn, maar je moet weten wat je doet. Vooral gezuiverde producten bekijken we met een argwanend oog. Zo weten we wel wat er in een kippenei zit of in eipoeder, maar weten we van vele producten in de hengelsportwinkel nog steeds niet de exacte inhoud. In de toekomst zal dit echter veranderen en zal het wettelijk verplicht worden om de voedingswaarde op elk visvoeder te plaatsen. Waarom zouden we veel geld betalen en nog moeten gissen wat we hebben gekocht? De klant dient waar voor zijn geld te krijgen! |
|
|
De berekening van een boiliemix |
|
|
|
|
|
|
|
|
Berekeningsformules
In het hoofdstuk “Voedingsleer” zijn de formules gegeven voor de berekening van de eiwitten, vetten en koolhydraten, alsmede die voor het voedingsvezelgehalte. Vervolgens kwamen de verschillende normen aan de orde in het hoofdstuk “Het verband tussen voedingsleer en karpervoer”. |
|
|
|
|
|
Noot 2003.
In de oorspronkelijk uitgave van SUCCESVOL VISSEN OP GROTE
KARPER stond een uitgebreid schema voor de berekening, alsmede
een uitgebreide toelichting. Hoewel die berekening niet gecompliceerd
was, was het wel een heidense klus door de vele variabelen.
Zo hoorde ik dat vele karpervissers zich suf rekenden tot diep
in de nacht. Vandaar het door mij ontwikkelde berekeningsprogramma
KARPERVOER 2000! Op de computer geschiedt nu de hele berekening
in minder dan een seconde! Ook werden oorspronkelijk allerlei
tabellen gegeven, zoals over de hoeveelheden eiwitten, vetten,
vezels (enz.). In KARPERVOER 2000 zijn die allemaal “up
to date” samengebracht in een flexibele EV-tabel. Elke
gebruiker kan die EV-tabel veranderen, aanpassen en sorteren.
Belangrijk is wel bij een bewerking dat men de juiste gegevens
heeft. Een uitgebreid rekenvoorbeeld is hier niet zinvol.
|
|
|
|
Gezuiverde producten. |
|
|
Tekorten bij gezuiverde producten
Bij de totaalberekening zullen gezuiverde producten makkelijk “door hun eenzijdigheid” door de mand vallen. Dikwijls zijn zij de veroorzakers van de tekorten aan vitamines in een mix! Wat heb je aan goede eiwitten zonder bijhorende vitamines? Hetzelfde geldt voor gezuiverde koolhydraatrijke producten als griesmeel, tarwebloem en aardappelmeel. De simpele toevoeging van enkele eieren verbetert al een heleboel. Echter, een ei is op zichzelf wel een “totaalpakketje” en heeft daarom nauwelijks vitamines (of mineralen) “over” voor vitaminetekorten in een mengsel. Eieren hebben een zeer positief effect op de eiwitkwaliteit van een mix. Toegevoegde eieren tillen gemakkelijk een matige NEB boven de norm van 70%. Daarom adviseer ik altijd eieren te gebruiken (i.p.v. louter ei-albumine of andere eenzijdige uitharders)! Goede producten zijn gist en melkpoeders (magere melkpoeder) die extra B-vitamines leveren! Gebruik zoveel mogelijk volwaardige (allround) middelen. Dat betekent natuurlijk niet dat gezuiverde producten niet gebruikt mogen worden. Bijvoorbeeld ter verhoging of verlaging van het vezelgehalte, of om het deeg beter te laten rollen, of de boilies beter te laten uitharden, of om het eiwitpercentage op te voeren, of juist de koolhydraten, of de vetten (met oliën). Maar het uitgangspunt dient te allen tijde te zijn, dat alle normen worden gehaald. Dus ook die van de vitamines en vooral de in water oplosbare vitamines B1 en B2. Beide vitamines staan in een duidelijke relatie met respectievelijk de koolhydraten (B1) en de eiwitten (B2). |
|
|
Tips voor het maken van een boiliedeeg |
|
|
Problemen van het boiliedeeg
Wanneer de boiliemix is uitgerekend en goed bevonden, lijkt de klus geklaard. Het probleem is echter bij een boiliedeeg dat het wel moet rollen en uitharden. Eigen ervaringen en testen zijn hier zeer belangrijk. Probeersels van recepten altijd in kleine hoeveelheden gebruiken. |
|
|
Enkele tips: |
|
|
 |
Tarwe- en roggemeel rollen goed. Ze bevatten de noodzakelijk bindende gluten en die hoeven dus niet meer apart te worden toegevoegd. Verder verhogen deze producten het vezelgehalte. |
 |
Koekjesmeel bevat veel vet, rolt goed en geeft smaak aan het aas. |
 |
Aardappelmeel bevat veel zetmeel, geen vezels en bevordert het rollen. Plakt en hardt niet goed uit. |
 |
Griesmeel, maïsmeel, rijstebloem en ei-albumine helpen mee met uitharden. |
 |
Brinta is een goede binder, levert vezels en veel B1-vitamines. |
 |
Hennepzaad bevat vetten en vezels en geeft een speciale smaak en geur. |
 |
Tarwekiemen leveren goede vetten, veel vezels en B1-vitamines. |
 |
Soja (vet en ontvet) levert goede eiwitten, vetten en vitamines. |
 |
Gistpoeder (of vlokken) leveren veel B-vitamines en een specifieke smaak en geur. |
|
|
|
|
|
|
Het spectrum aan bronnen is onbeperkt. Duizenden verschillende recepten zijn nu mogelijk binnen de gestelde normen. Ieder recept heeft zijn eigen karakteristieke smaak en geur, en wel zonder enige toevoeging van speciale smaakstoffen. Vaak zitten in verschillende ingrediënten speciale smaakstoffen. Extra smaaktoevoegingen zijn onbeperkt, denk bijvoorbeeld aan karamelpoeder, paprikapoeder, kaneel, speculaaskruiden en komijn (enz.). |
|
|
De kwaliteit van het aas |
|
|
Een belangrijke relativering
Ten overvloede, de kwaliteit van het aas blijkt hoofdzakelijk op de langere termijn. Dus op een voerstek waar we proberen een karper “vast te houden” of “terug te laten komen”. In de praktijk heeft de vis “het goede” of “het slechte” vaak vrij snel in de gaten: zeg binnen twee dagen! De hier aanbevolen methode van samenstelling is puur gericht op de gezondheid van de vis en niet primair op de “instant-respons” ofwel een directe “pick-up” door een karper. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat de “instant-respons” slecht zou zijn, misschien wel integendeel! Hou bij eventuele moeilijkheden bij de berekening, dus bij het al dan niet halen van een norm, de volgende punten in het achterhoofd: |
|
|
|
|
|
 |
Kijk naar de grafiek van Yudkin en het verband tussen optimale en suboptimale voedingstoestand. M.a.w. ook karpervoer dat niet geheel beantwoordt aan de normen kan zeer goed vangen, óók op een voerplek. Een vergelijking met de mens: iemand die verslaafd is aan een lekker vet patatje, blijft aanvankelijk toch nog dagen eten. Terwijl het op de lange duur (weken, maanden?) absoluut ongezond is. Dat betekent dat een vergelijkbaar karpervoer, hoewel aanwijsbaar ongezond, toch uitstekend vangen kan op een voerstek. |
 |
Zeker op voedselrijke wateren met een goede bezetting en de mogelijkheid op grote karpers, kun je het met de samenstelling van voer minder nauw nemen en vooral in de zomerperiode. Dat bewijst de toevoeging door een karperkweker van energetische koolhydraatrijke producten als pure granen (rauwe tarwe!) in een eiwitoverschotsituatie. De noodzakelijke eiwitten, mineralen en vitamines haalt de karper toch wel uit zijn natuurlijk voedsel (W.Schäperclaus!). De karper is in dat geval niet per se aangewezen op het aas van de karpervisser. Denk met name aan vitamine A, dat in de zomer veel voorkomt in kleine voedseldiertjes! |
|
|
|
Een wintermix |
|
|
Volwaardigheid in de koude tijd
De maanden november tot en met april hebben de koudste watertemperaturen: 5º-12º Celsius. In deze periode behoeft ook de volwassen karper voldoende eiwitten van een goede kwaliteit. Ten eerste omdat de natuur sowieso minder levert en nog belangrijker, omdat ook het aanwezige natuurlijk voedsel inteert op zichzelf, waardoor belangrijke (aminozuur) tekorten kunnen ontstaan en de conditie van de karper kan verslechteren. Ook kunnen in de koude tijd de vetten goed worden aangevuld! Het volgende recept werd oorspronkelijk gebruikt als rekenvoorbeeld. In de loop der jaren heb ik er uitstekende viservaringen mee opgedaan. Het biedt tevens aanknopingspunten voor verder onderzoek. |
|
|
Een wintermix: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Karpervoer 2000 |
Toelichting
|
|
Het eiwit van 28,14% is prima, maar kan naar gelang de eigen
ervaringen hoger zijn, maar ook lager! Zelf zit ik meestal in
de buurt van 24%-25%. De kwaliteit van de eiwitten is hier uitstekend.
De NEB = 76,37%! |
|
Het vetgehalte van
20,65% is goed, maar ook hier is variatie mogelijk. Kan hier
misschien hoger zijn in verband met uitkoken! 1 à 2 eieren
kunnen er nog gemakkelijk bij! Het onverzadigde deel is uitstekend
= 73,42% |
|
Bij de koolhydraten zou het suikergehalte kunnen worden opgevoerd
door bij het recept 30 tot 50 gram kunstmelk voor bijvoorbeeld
kalveren toe te voegen. Zie een product als Primamel in de EV-tabel!
De andere percentages zullen dan licht dalen. |
|
Het vezelgehalte van
4,13 gr./240 kcal. is goed, hoewel het de maximale norm van
4 licht overschrijdt. |
|
Vitamine A is moeilijker dan het lijkt. Eigenlijk betekent de
norm (het tweede getal) wat er maximaal in mag zitten en dat
een overschrijding niet goed is. Dat komt omdat in de loop der
tijd teveel vitamine A zich zal ophopen in het weefsel van de
vis en op den duur schadelijk zal zijn. |
|
Vitamine B2 is bijna
altijd een zorgenkindje. Waarschijnlijk is de norm (getal twee)
erg scherp. Door magere melkpoeder of een droog gistextract
toe te voegen, wordt ie bijna altijd gehaald! Wat betreft de
B-vitamines beveel ik aan om die in een dik surplus te gebruiken
onder het motto “baat het niet, schaadt het niet”.
Als de vis het niet gebruikt, plast hij het gewoon weer uit
via de urine. Trouwens, boilies worden gekookt (liever stomen!)
en liggen meestal een hele tijd in het water voor de karpers
ze opeten. Al deze dingen veroorzaken een verlies van de “in
water oplosbare” B-vitamines! |
|
De kostprijs van deze mix van 540 gram (levert ± 800
gram boilies op) is blijkt hier Fl. 1,87 te zijn. Aangezien
de prijs der ingrediënten afhankelijk is van de winkel
waar je ze koopt, kun je die andere prijs in de EV-tabel altijd
veranderen! Evenzo ook alle getallen van de voedingsstoffen!
Opm: Inmiddels worden de bedragen in euro's vermeld
|
|
|
|
|
|
|
Tot slot:
Deze “wintermix” zal in de meeste gevallen in de zomer op een voerstek minder goed werken dan in de koude (winter)maanden. De “instant-respons” is daarentegen voortreffelijk! Normaal gesproken is het motto in de zomer: “de eiwitten omlaag”! |
|
|
Zelf boilies maken |
|
|
|
|
|
|
|
|
De methode thuis
Voor de prettige hanteerbaarheid en een snel bereidingsproces is het belangrijk dat het deeg goed en gemakkelijk rolt. Verder dat de boilies na het koken goed uitharden. De zojuist beschreven wintermix rolt prima en na een dag drogen zijn deze boilies hard genoeg om ermee te voeren. Om volledig te zijn, geef ik mijn methode om boilies te maken: |
|
|
|
|
|
 |
Kneed een stevige deegklont behulp van de twee geklutste eieren en de nodige hoeveelheid water. De klont mag aanvankelijk iets te nat zijn, want het deeg stijft nog behoorlijk op. |
 |
Spuit of draai de worsten op de gewenste dikte. |
 |
Snijd ze af of rol ze met een boilieplank. |
 |
Ondertussen water aan de kook brengen. |
 |
Doe de boilies in het kokende water en roer ze regelmatig om te voorkomen dat ze vastplakken. |
 |
Wacht tot alle boilies drijven (daarvan schrok ik ook de eerste keer, maar dat drijven is normaal) en direct afscheppen! Langer wachten is onzin. Ze worden er echt niet harder door en de nutriënten koken er alleen maar uit. |
 |
De afgeschepte boilies uitspreiden op een oude droge doek en even laten uitdampen. |
 |
Hierna leggen we de boilies op een behoorlijke zeef en zetten die een uurtje in de wind om uit te waaien. Natuurlijk niet in de brandende zon en zeker niet in de regen! |
 |
Zet ten slotte de zeef in een schuur of op een andere droge plaats (zolder!) en iets boven de grond, zodat eventuele condensaanslag vermeden wordt. |
 |
Minimaal een nacht laten staan. Ik maak ze altijd minstens een dag van tevoren. Dan hebben ze voldoende gelegenheid om uit te harden. Op deze manier kunnen we een grote hoeveelheid maken om (voor later) in te vriezen. |
|
|
|
Drie zomerrecepten |
|
|
Drie voorbeeldrecepten
Nu volgen er drie koolhydraatrijke recepten. Hier kunnen naar eigen inzicht tal van geur- en smaakstoffen aan worden toegevoegd. Zie bijvoorbeeld recept 3! Deze recepten zijn gebaseerd op goede praktijkervaringen. De recepten 1 en 2 doen het uitstekend bij hogere watertemperaturen (globaal boven 18º Celsius). Recept 3 (bevat iets meer eiwit en vet) vangt ook zeer goed bij de iets lagere watertemperaturen van 13º tot 18º Celsius! |
|
|
Recept 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Toelichting: Een zeer eenvoudig basisrecept met slechts 15% eiwit en 12% vet. Vangt op zichzelf redelijk in hoog zomer en in de vroege herfst. Kan echter nog goed worden aangevuld met andere rijkere producten als bijvoorbeeld: tarwekiemen, melkpoeders, sojamelen, vismelen enzovoorts. Plus eventueel nog geur- en smaakstoffen
|
|
|
|
Recept 2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Toelichting: Een uitstekend allround recept. Doet het altijd goed vanaf de vroege lente (half april) tot in hoog zomer. Vooral op de ondiepe veenplassen scoorde het goed op grote spiegelkarpers. Verteert ook erg goed door het hoge suikergehalte. Geur- en smaakstoffen kunnen nog worden toegevoegd. Met dit boilierecept kan in grote hoeveelheden worden gevoerd. Twee kilo per dag is vrij normaal. Tijdens het vissen is 200 tot 300 gram per hengel makkelijk te doen!
|
|
|
|
Recept 3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Toelichting: Een recept met een “rijke” voedingswaarde. De eiwitten zijn bijna 20% en het vet zit tegen de 18%! Het vezelgehalte is erg mooi! Toch is het dit voer zeker niet vet, wat erg belangrijk is voor de hogere watertemperaturen! Terwijl er toch 50 gram gemalen hennepzaad inzit! Dit recept heeft een eigen identiteit door een specifieke smaak- en geursamenstelling. Zie de unieke combinatie
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |